Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 25 januari 2013, 14:03

Unilever en Maersk te vroeg bij deadlines duurzaamheid

Cargo ship e1359362340275

Deadlines van duurzaamheidsdoelen blijken vaak moeilijk te halen voor bedrijven. Unilever en de Deense rederij Maersk lopen echter ruim voor op hun schema’s voor 2020.

Voor Unilever stonden de afgelopen jaren in het teken van afval. Het levensmiddelenconcern had zich ten doel gesteld in 2020 geen afval meer te storten op vuilstortplaatsen. Het bedrijf maakte gisteren bekend dat 130 van de 252 fabrieken dit doel nu al hebben bereikt, dus is de deadline vervroegd naar 2015. De afvalreductie leverde Unilever in 2012 een besparing op van ongeveer €70 mln.

In 2010 stelde Unilever zich ten doel de waarde van het bedrijf te verdubbelen en tegelijkertijd de milieu-impact te halveren. Met het halen van de afvaldoelen en een stijging van de omzet van €40 mrd in 2010 naar €51 mrd in 2012, is Unilever goed op weg.

CO2-uitstoot

Maersk Line, de marktleider in zeecontainervervoer, loopt evenzeer voor op zijn schema. De rederij heeft de mijlpaal van 25 procent CO2-reductie ten opzichte van 2007 nu, acht jaar voor de oorspronkelijke deadline, bereikt. Het target voor 2020 is nu verhoogd naar 40 procent CO2-reductie.

“Maersk Line is een voorstander van internationale CO2-regels voor de scheepvaart,” zegt Morten Engelstoft, COO van Maersk, “De reductie van CO2-emissie is een voordeel voor ons bedrijf, geen bedreiging.”

Containervervoer per schip is de meest energie-efficiënte manier van transport, maar veroorzaakt toch 3 tot 4 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot. Met ongeveer 90 procent van het wereldwijde containervervoer per schip in handen, heeft Maersk dus een grote impact op de wereldwijde uitstoot van CO2.

Engelstoft: “We zien dat onze klanten steeds klimaatbewuster worden, dus als wij onze CO2-uitstoot verminderen, verbeteren we de relaties met onze klanten.”

Bron: Environmental leader, Mearsk Line

Foto: cfarivar

Flinke kostenbesparing met elektrisch vervoer

Dat blijkt uit onderzoek van de Energy Saving Trust, een Engelse organisatie die advies geeft over energiebesparing. Twintig bedrijven werden onderzocht. Daaruit bleek dat voor afstanden onder de 160 kilometer volledig elektrische auto’s het voordeligst zijn, terwijl plug-in hybrides uitkomst bieden voor langere afstanden. Ook voor bedrijven die hun wagenpark klein willen houden biedt deze versie uitkomst. Korte versus lange afstanden Elektrische auto’s hebben ten opzichte van traditionele brandstofauto’s een beperkt bereik. Het neusje van de zalm onder het elektrisch vervoer is de Tesla Model S. Deze auto komt met een volle lading weliswaar 480 kilometer ver, maar dat halen de meeste elektrische auto’s nog niet. Meer oplaadpunten kunnen uitkomst bieden, doordat elektrische wagens dan tussendoor kunnen “bijtanken”. Voor bedrijven die over langere afstanden zaken doen zijn plug-in hybrides een betere optie. Deze auto’s rijden de eerste kilometers elektrisch en schakelen daarna over op een brandstofmotor. Ook voor bedrijven die hun auto’s onregelmatig gebruiken en inzetten voor verschillende doeleinden is deze variant een goede keus. Op deze manier kan het wagenpark klein blijven, omdat er geen aparte auto’s voor korte én lange afstanden hoeven worden aangeschaft. Nederland In Nederland worden er steeds meer oplaadpunten geïnstalleerd om elektrisch rijden aantrekkelijk te maken. Dat past in de stijgende trend. Afgelopen jaar werden er vier keer zoveel plug-in hybrides verkocht dan vorig jaar. In totaal zoefden er ruim 7.400 de showroom uit. Daarnaast stimuleert de stad Amsterdam elektrisch rijden door subsidies te geven voor elektrische taxi’s. Ook Europa ziet heil in elektrisch rijden en gaat van lidstaten een minimum aan elektrische oplaadpalen eisen. Bron: Businessgreen Foto: P.O. Forsberg