Teun Schröder
11 oktober 2023, 08:57

Volvo en Renault richten nieuw bedrijf op voor bouw van elektrische bestelwagens

Volvo en Renault gaan samen een bedrijf oprichten dat zich volledig focust op de ontwikkeling en bouw van elektrische bestelwagens. Daarmee gaan ze de concurrentie aan met Stellantis dat busjes maakt voor Citroen, Fiat en Peugeot.

Volvo Volvo en Renault verwachten dat de vraag naar elektrische bestelbussen gaat verdrievoudigen | Credits: Volvo

De Volvo Group en de Renault Group worden beiden voor 50 procent aandeelhouder van de nieuwe onderneming die nog geen naam heeft. Samen willen de bedrijven in de komende drie jaar 300 miljoen euro investeren in de ontwikkeling van elektrische bestelwagens.

Transportbedrijf CMA CGM heeft via een niet-bindende intentieverklaring 120 miljoen euro toegezegd om Renault en Volvo te helpen met de bouw van de duurzame vloot busjes. De oprichting van het nieuwe bedrijf staat gepland voor 2024.

Markt verdrievoudigd

De autobouwers verwachten dat de markt voor elektrische bestelwagens tegen 2030 verdrievoudigd zal zijn. De oorzaken hiervoor zijn volgens de fabrikanten met name de snelgroeiende markten voor e-commerce en een verwachte stijging van het aantal verhuurbedrijven.

Werk aan de winkel

Daar komt bij dat steeds meer Europese steden maatregelen treffen om busjes die rijden op fossiele brandstoffen te weren uit binnensteden. Eerder waarschuwde ING Lease dat Nederlandse ondernemers zich nog maar in beperkte mate voorbereiden op deze naderende wetgeving. In Nederland is namelijk slechts 1,4 procent van de 990.000 bestelbusjes elektrisch.

Milieuzones

Vanaf 1 januari 2025 stellen zo’n dertig gemeentes, waaronder Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag een zogeheten zero-emissiezone voor goederenvervoer in. In deze zones mogen alleen voertuigen rijden die geen CO2 uitstoten om bijvoorbeeld winkels te bevoorraden.

“Stel je de investering in elektrische voertuigen uit tot het laatste moment, dan loop je het risico dat in één keer veel dure bedrijfswagens tegelijk aangeschaft moeten worden”, zei Erik Slaaf van ING Lease destijds tegen De Telegraaf.

Te duur

Uit onderzoek van ANWB Zakelijk bleek eerder dat ondernemers de hoge aanschafprijs van elektrische bestelwagens als het grootste obstakel zien om de vloot te verduurzamen. Met een nieuwe speler op de markt in de vorm van Volvo-Renault zal mogelijk de prijs van bestelwagens in de toekomst dalen.

Lees ook:

Noorse overheid verdeelt vanaf 2024 winsten windenergie over bevolking

De ‘resource rent tax’, zoals de belasting officieel heet, is een instrument dat Noorwegen vaker gebruikt om de winsten van grondstoffen beter te verdelen. Zo bestaat er sinds 1997 een dergelijke belasting voor waterkrachtenergie, en sinds 1995 één voor aardolie. Die laatste heeft onder meer geleid tot het vullen van een overheidspensioenfonds. Geen afbreuk Vanaf 1 januari 2024 geldt er dus ook zo’n belasting voor windenergie op land. Ontwikkelaars van nieuwe windparken zullen 35 procent van hun winsten afstaan aan de Noorse overheid, waardoor (in theorie) de gehele bevolking kan profiteren van de opwek van duurzame energie. Naar eigen zeggen zal de nieuwe belasting geen afbreuk doen aan de winstgevendheid van windmolenprojecten, en zullen er gunstige regelingen komen voor reeds bestaande parken. “Noorwegen heeft een lange en gekoesterde traditie om ervoor te zorgen dat toegevoegde waarde van onze gemeenschappelijke natuurlijke hulpbronnen ook de samenleving ten goede komt”, zegt de Noorse premier Jonas Gahr Støre. “Deze traditie heeft het land goede diensten bewezen. De regering is daarom van mening dat de invoering van een grondstofheffing op windenergie de juiste beslissing is.” Gemeentes gaan erop vooruit Met de belasting worden vooral gemeentes in de buurt van windmolenparken geholpen, zo stelt de Noorse overheid. Verwacht wordt dat in 2024 zo’n 26 miljoen euro kan worden opgehaald, waarvan ongeveer de helft naar gemeentes zal vloeien. Zorgen bij de industrie De belasting is niet onomstreden. Van een eerder overheidsvoorstel dat de belasting op 40 procent vaststelde, werd uiteindelijk afgezien. Dit kwam onder meer omdat ontwikkelaars van windmolenparken waarschuwden voor een lagere winstgevendheid, wat uiteindelijk de groei van hernieuwbare energie zou kunnen stremmen. Hoewel een percentage van 35 hen tevredener stemt, pleit de Noorse energiegroep Fornybar Norge voor aanvullende versoepelingen. Er werd bijvoorbeeld aangedrongen op de complete vrijstelling voor huidige windmolenparken, maar hier is door de overheid niet naar geluisterd. Lees ook: ‘Aardbatterij’ slaat overtollige hernieuwbare energie op in scheuren in de grondWetenschappers maken met zonne-energie drinkwater van zeewater: 'Goedkoper dan kraanwater'Enorme hoeveelheid witte waterstof gevonden in ondergronds reservoir in Frankrijk