Laurens Bouckaert 22 juni 2022, 10:07

Volvo test truck op waterstof; actieradius zou oplopen tot 1.000 kilometer

Volvo Trucks is gestart met het testen van voertuigen die gebruik maken van “brandstofcellen aangedreven door waterstof”. Daarover beweert de Zweedse firma dat hun actieradius zou kunnen oplopen tot wel 1.000 kilometer.

Adobe Stock 372636642 Editorial Use Only | Credits: Adobe Stock

In een verklaring zegt het in Göteborg gevestigde Volvo Trucks dat het bijtanken van de voertuigen minder dan 15 minuten zou duren. Het maximum totaalgewicht kan oplopen tot 65 ton.

Het is de bedoeling dat er in de komende jaren proefprojecten met klanten worden gestart, en dat de voertuigen “in het laatste deel van dit decennium gecommercialiseerd worden”.

De brandstofcellen voor de voertuigen zullen geleverd worden door Cellcentric, de joint venture voor waterstoftechnologie die in maart 2021 met Daimler Truck werd opgericht.

Elektrisch of op waterstof?

Naast voertuigen op waterstofbrandcellen ontwikkelt Volvo Trucks – dat deel uitmaakt van de Volvo Group – ook ‘batterij-elektrische’ vrachtwagens.

Het grote verschil tussen een waterstofauto en een batterij-elektrische wagen is de manier waarop de energie wordt opgeslagen. Elektrische auto’s, zoals ze nu van de band rollen, slaan de elektriciteit op in een groot accupakket. Waterstofwagens halen hun energie uit – je raadde het – H2.

‘Beide zijn zinvol’

In een interview met het zakenmedium CNBC vorig jaar werd Martin Daum, voorzitter van de raad van bestuur van Daimler Truck, gevraagd naar het debat tussen batterij-elektrisch en waterstofbrandstofcel.

“Wij gaan voor beide, omdat beide zinvol zijn”, antwoordde hij toen, alvorens uit te leggen hoe verschillende technologieën in verschillende scenario’s geschikt zouden zijn.

“In het algemeen kun je zeggen: als het gaat om stadsbezorging, waar je lagere hoeveelheden energie voor nodig hebt, die je ’s nachts in een depot kunt opladen, dan is het zeker batterij-elektrisch”, klonk het.

Lange afstanden

“Maar op het moment dat je onderweg bent, op het moment dat je van Stockholm naar Barcelona gaat (…) dan heb je naar mijn mening iets nodig dat je beter kunt vervoeren en waarmee je beter kunt tanken en dat is uiteindelijk H2”, concludeerde Daum.

“Elektrische vrachtwagens die aangedreven worden door brandstofcellen op waterstof zijn bijzonder geschikt voor lange afstanden en zware opdrachten die veel energie vergen”, beaamt Roger Alm, voorzitter van Volvo Trucks, in de recente verklaring.

Geen infrastructuur

Hoewel er in bepaalde businesskringen opwinding heerst over het potentieel van voertuigen op waterstof, zijn er hindernissen als het gaat om een wijdverbreide implementatie. Dat punt wordt door Volvo Trucks in z’n verklaring erkend.

Zo wees de Zweedse autofabrikant op uitdagingen zoals de “levering op grote schaal van groene waterstof”, en “het feit dat de infrastructuur voor het bijtanken van zware voertuigen nog ontwikkeld moet worden.”

Volvo Gent

Vorig jaar maakte Volvo Group in Gent overigens bekend dat het distributiecentrum de eerste vorkheftrucks op waterstof in huis had.

Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.

Chemelot met goede rapportcijfers op weg naar schoonste chemiesite van Europa

Chemelot stoot jaarlijks zo’n 3 procent van de totale Nederlandse CO2-emissie uit. In 2030 moet dat gehalveerd zijn en in 2050 zo goed als nul. In dat jaar wil het chemiecomplex ook volledig circulair zijn. Om die doelen te halen zijn twee grote transities nodig: een grondstoffentransitie en een energietransitie. Veel innovatie nodig Voor aardolieproduct Nafta, de basisgrondstof voor veel kunststoffen en plastics die de bedrijven maken, moet een alternatief komen. Bijvoorbeeld pyrolyse-olie uit gerecycled plastic of biomassa. Aardgas wordt vooral gebruikt als grondstof voor waterstof of om via ammoniak kunstmest en kunststofvezels te maken. Het gas zou ook vervangen kunnen worden door biomassa, brandstof uit plastic afval, groene methaan en de inzet van de veelbelovende plasmatechnologie om CO2-vrije waterstof te maken. Daarnaast gebruikt Chemelot aardgas voor de verhitting van chemische processen en de productie van stoom. Daarvoor is groene stroom een alternatief. Zo moet de uitstoot van broeikasgassen naar nul worden teruggebracht. In theorie is dat haalbaar, maar daarvoor is veel innovatie nodig. In de praktijk moeten veel benodigde technieken nog uitgevonden worden en mankeert het aan voldoende grondstoffen, voldoende groene stroom en genoeg kabels en leidingen om dat allemaal aan en af te voeren.Koploper in CO2-reductie Daarom werkt Chemelot stapje voor stapje naar het uiteindelijk doel: de schoonste en meest duurzame chemiesite van Europa worden. Over het afgelopen jaar kan directeur Loek Radix van Chemelot in elk geval weer rooskleurige resultaten presenteren. De bedrijven op Chemelot wisten hun CO2-emissie in 2021 met 7 procent te verlagen: van 5,66 naar 5,24 megaton CO2-equivalenten. Ten opzichte van 1990 – het ijkjaar waar we in klimaatafspraken de CO2-uitstoot mee vergelijken – zijn de emissies met 27 procent afgenomen. “In de tussentijd is de productie op Chemelot fors toegenomen. De emissies per geproduceerd product zijn daarom zelfs met 40 procent gedaald. Bovendien is er de eerste tien, vijftien jaar niet zoveel gedaan aan CO2-reductie. Dat maakt de prestatie des te groter”, stelt hij. “We zijn op dit punt aan het versnellen. Dit jaar verwacht ik opnieuw een reductie van 5 tot 10 procent. Ik denk dat wij hiermee koploper zijn binnen de grote industriële hubs in Nederland en dat we die positie ook de komende jaren kunnen handhaven.” Lees hier hoe Chemelot zijn grote transities wil aanpakkenLoek RadixFibrant vermindert 75 procent uitstoot Chemelot is over de hele linie bezig met de reductie van broeikasgassen, maar ruim 50 procent van de besparing in het afgelopen jaar kwam op het conto van Fibrant, dat grondstoffen maakt voor de auto-, textiel- en agrarische industrie. Daar komt lachgas (N2O) bij vrij, dat bijna 300 keer sterker is dan CO2. Samen met voormalig eigenaar en grootste afnemer DSM investeerde Fibrant 42 miljoen euro in een installatie die sinds vorig jaar 75 procent van de lachgasuitstoot vermindert. Dat scheelde in 2021 maar liefst 0,6 megaton CO2 op jaarbasis. Net zoveel als de uitstoot van 341.000 personenauto’s. Het is de grootste industriële CO2-reductie in Nederland sinds het klimaatakkoord in 2019. In 2040 wil het bedrijf klimaatneutraal produceren. AnQore, dat grondstoffen maakt voor kunststoffen, vitamines, farmaceutische producten en vezels, werkt ook aan een technologie om de uitstoot van lachgas te verminderen en CO2 te hergebruiken op Chemelot. Dit moet tot 2030 nog eens 0,4 megaton aan CO2-besparing opleveren. Lees hier hoe Fibrant samen met DSM 42 miljoen euro investeerde in een nieuwe installatie om de lachgasuitstoot te beperken. Afvang en opslag CO2 Om op korte termijn de CO2-uitstoot verder te verlagen wil Chemelot de helft van de broeikasgassen die jaarlijks vrijkomt bij de productie van waterstof voor het maken van ammoniak, kunstmest en melanine bij OCI gaan afvangen, transporteren en opslaan in lege ondergrondse gasvelden in de Noordzee. Nu is dat 1 megaton CO2, bijna 20 procent van de totale uitstoot op het complex. OCI heeft een oplossing bedacht om jaarlijks 0,5 megaton CO2 af te vangen en in vloeibare vorm per schip over de Maas naar Europoort te transporteren. Eventueel kan dit per buis gaan, als de Delta Corridor is aangelegd. Dat is een bundel van vier pijpleidingen tussen de Rotterdamse haven, Chemelot en het Duitse Rijnland. Op korte termijn zijn er voor OCI geen andere grote emissiebeperkende oplossingen aanwezig, concludeert kenniscentrum Brightsite in zijn Transition Outlook 2022. “Het is een concreet plan om onze doelen voor 2030 te kunnen behalen”, zegt Radix. “Het is geen definitieve oplossing, maar hier kunnen we jaren mee voorruit. CO2 is een ongevaarlijke stof. Ook de opslag op zee is niet gevaarlijk.” De aanleg van de buisleidingen is ook belangrijk voor de aanvoer van LPG, Propyleen en waterstof. Dat kan leiden tot minder treinbewegingen. Radix: “Die corridor is van groot belang voor de toekomst van Chemelot en dat proces loopt goed. Ik hoop dat ergens in de loop van 2025 de eerste spades de grond in kunnen.De Delta CorridorOverstappen op groene stroom en elektrisch kraken Om verder te kunnen vergroenen moeten de processen op Chemelot geëlektrificeerd worden. Oftewel: aardgas moet vervangen worden door groene stroom. Bij de verbranding van aardgas stoot Chemelot jaarlijks ruim 2 megaton CO2 uit. Door over te stappen op groene stroom kan er volgens Brightsite 40 procent CO2 bespaard worden in vergelijking met 2015. Om elektrisch te kunnen verwarmen wil leverancier van elektriciteit, stoom en gassen USG 6 miljoen euro investeren in een elektrische stoomketelinstallatie. Die zou vanaf volgend jaar in gebruik moeten zijn. Het is een eerste kleine stap die jaarlijks 9 kiloton CO2-uitstoot kan besparen. Een veel grotere stap is het elektrisch kraken van nafta, de belangrijkste grondstof voor kunststoffen. Dat kan een reductie van 1,6 megaton opleveren. Zo’n installatie kost echter 1 miljard euro. Toch is het op Chemelot gevestigde SABIC samen met een consortium van internationale chemiebedrijven bezig zo’n naftakraker te ontwikkelen. Te weinig groene stroom en biomassa Door volledige elektrificatie van de diverse verwarmingsprocessen en productie van groene waterstof in combinatie met energiebesparing kan Chemelot zijn emissie van broeikasgassen in 2050 met 95 procent verminderen ten opzichte van 1990. De vraag is echter of er voldoende groene stroom beschikbaar komt. Chemelot heeft een aanzienlijk deel van alle duurzame energie nodig die we nu opwekken met zon en wind. Bovendien is het elektriciteitsnet nog niet in staat zulke hoeveelheden te leveren. “Dit is een landelijk probleem. We zijn niet de enige die groene stroom nodig hebben in Nederland. Daarom heb ik al eens gepleit voor een Deltaplan elektrificatie”, zegt Radix. Hetzelfde geldt voor biomassa uit afval en biogrondstoffen. Als de vraag daarnaar stijgt zal de schaarste toenemen.De naftakraker van SABIC op ChemelotGroene olie uit gerecycled plastic afval Om van aardolie als basis voor nafta af te komen is een grondstoffentransitie nodig. In de naftakrakers van SABIC wordt uit olie 450 ton nafta per uur gemaakt, 4 miljoen ton per jaar. In 2030 moet dat 1 miljoen ton per jaar minder zijn. SABIC is hiervoor samen met Plastic Energy begonnen met de bouw van een demofabriek waar gerecycled plasticafval wordt omgezet in groene nafta. Een investering van 200 miljoen euro. Die wordt eind dit jaar in gebruik genomen. “We zetten daar plastic afval om in een pyrolyse olie, een soort nafta, die we opwerken en dan hergebruiken in onze kraker”, legt Mark Vester, hoofd circulaire economie bij SABIC uit. De fabriek kan 20 kiloton kunststofafval per jaar recyclen tot pyrolyse-olie. Vergeleken met de miljoenen tonnen olie gaat het nog maar om enkele procenten van deze groene olie die aan het proces wordt toegevoegd. “Het is een belangrijke eerste stap. We zijn nu aan het kijken hoe we die schaal verder kunnen vergroten. Het is belangrijk dat we als industrie onderkennen dat we nog onvoldoende circulair zijn en dat we daar aan moeten werken. Dit project is om te laten zien dat het technisch kan en dat het voorziet in een heel grote behoefte”, aldus Vester. Groene en circulaire waterstof uit huisvuil Maar er kan nog veel meer met afval. Onder de naam FUREC (Fuse, Reuse, Recycle) wil RWE een fabriek op Chemelot bouwen waar het energiebedrijf 50 kiloton groene en waterstof per jaar maakt uit afval. Dat scheelt 290 miljoen kuub aardgas en 500 kiloton CO2-uitstoot per jaar. De CO2 die bij het proces vrijkomt wordt op het complex hergebruikt of opgevangen en naar de Noordzee gebracht voor opslag. Het afval wordt idealiter door de gemeenten in Limburg aangeleverd. Nu wordt dat nog verbrand of gestort. Dat huisvuil wordt eerst gesorteerd in Zevenellen. Alles wat niet meer herbruikbaar is wordt tot pellets geperst, die per schip naar de vergassingsinstallatie op Chemelot worden vervoerd. Van het gas dat daar gemaakt wordt kan RWE waterstof maken. “Wij vervangen eigenlijk aardgas door afvalstromen. Daarin zit de grote winst”, zegt Denis Aarssen van RWE. Het project is nog volop in ontwikkeling. Volgend jaar beslist RWE of het de benodigde 600 miljoen euro gaat investeren. RWE heeft daarvoor nog een vergunning, afvalcontracten en afnamecontracten voor de waterstof nodig en zoekt nog subsidie om het project van de grond te krijgen. “Al die treinen moeten tegelijkertijd binnenrijden op station Chemelot om die beslissing te nemen. Het plan is om drie jaar later operationeel te zijn”, aldus Aarssen. Lees hier hoe RWE groene waterstof uit afval wil maken Volledig circulair in 2050 Om de regio te laten aansluiten bij zijn circulaire ambities is de Chemelot Circular Hub (CCH) opgericht. Dat is een alliantie van overheden, onderwijsinstellingen, kennisinstituten en verschillende Chemelot-bedrijven die samen sneller resultaat willen boeken. “De grondstoffentransitie is nog veelomvattender dan de energietransitie”, zegt voorzitter Jo Peters. Volgens hem zijn daarvoor veel innovatie en nieuwe technologieën nodig, de juist opgeleide mensen om het werk te doen, de juiste infrastructuur en genoeg draagvlak in de samenleving. “Het is een traject van twintig, dertig jaar, waar we nu aan zijn begonnen. Dat leidt uiteindelijk in 2050 via 22 concrete projecten naar een emissieloos, volledig circulair Chemelot zonder afval. Daarin lopen we voorop”, zegt Peters. Lees hier hoe Chemelot in 2050 volledig circulair wil worden