Hannah van der Korput
30 maart 2023, 07:00

Waarom Greenpeace het liefst alle privéjets ziet verdwijnen

Wie bij privévliegtuigen alleen denkt aan Hollywood en Miami, komt bedrogen uit. Ook in Europa wordt er volop gevlogen met privéjets. Het aantal privéjetvluchten in Europa is toegenomen met 64 procent: van 350.078 vluchten in 2021 tot 572.806 in 2022. De totale uitstoot bedraagt 3.385.538 ton CO2, wat gelijkstaat aan de uitstoot van alle inwoners van Den Haag.

Adobe Stock 583722986 Op de lijst van EU-landen met de meeste privévluchten in 2022 komt Nederland uit op de zevende plaats. | Credits: Adobe Stock

Dit blijkt uit nieuw onderzoek van milieuadviesbureau CE Delft in opdracht van Greenpeace. Vorig jaar was ook al sprake van een stijging, en deze trend zet zich dus voort. Ondertussen roepen klimaatwetenschappers op om de CO2-uitstoot zo snel mogelijk terug te dringen. Vorige week verscheen er nog een rapport van het VN-klimaatpanel IPCC.

Ultrarijken vliegen meer

“Als we de klimaatcrisis willen oplossen, dan moet iedereen meedoen. Het tegenovergestelde gebeurt”, zegt Maarten de Zeeuw, luchtvaartexpert bij Greenpeace. “Ultrarijken vliegen juist meer en op de allervervuilendste manier. Dit wordt niet afgestraft: de vliegbelasting geldt niet voor privévliegtuigen en bij de krimp van Schiphol worden privéjets ook niet meegenomen.”

Nederland

Op de lijst van EU-landen met de meeste privévluchten in 2022 komt Nederland uit op de zevende plaats. De teller staat op 12.176 vluchten. Dit is goed voor 52.900 ton CO2, ongeveer even veel als de uitstoot van 35.282 auto’s gedurende een jaar. De kortste afstand van de particuliere luchtvaart is de route tussen Maastricht en de Belgische stad Luik. De twee steden zijn verbonden met een rechtstreekste trein die elk uur in beide richtingen vertrekt. De treinreis duurt 32 minuten.

Trein als duurzaam alternatief

Volgens luchtvaartexpert De Zeeuw kunnen veel populaire vliegroutes makkelijk met de trein. “Meer dan de helft van alle tripjes is minder dan 750 kilometer. Dat is makkelijk te doen met de trein. Amsterdam – Londen staat ook in de top 10 van de meest bevlogen routes met privéjets in Europa. Het is een heel korte afstand, waar al dagelijks zo’n vijftig keer op gevlogen wordt met lijnvluchten vanaf Schiphol. En dat terwijl de trein echt een goede optie is naar Londen.” Reizen met de trein is veel duurzamer dan met het vliegtuig. Het stoot vijftig keer minder CO2 uit dan een reisje met de privéjet.

Petitie

Greenpeace heeft een wereldwijde petitie gelanceerd om privéjets te verbieden. “De petitie wordt in Nederland aangeboden aan minister Harbers van Infrastructuur en Waterstaat. Andere landen doen hetzelfde bij hun ministers. Op deze manier hopen we dat er meer aandacht komt voor dit probleem en dat dit op de politieke agenda komt.” Dit lijkt al te werken, zegt De Zeeuw. “Minister Harbers heeft gezegd dat hij gaat onderzoeken welke maatregelen er genomen kunnen worden. De luchtvaartminister van Frankrijk heeft ook zijn onvrede uitgesproken over privéjets. Hopelijk zien we dit binnenkort terug in het beleid.”

Lees ook:

Hoe tomaten worden geteeld met data

Tijden veranderen en ontwikkelingen volgen elkaar snel op, weet Nico Ammerlaan. Hij heeft ruim veertig jaar ervaring in de tomatenteelt. Sinds kort krijgt hij hulp van camera’s en computersystemen. “Vroeger keek ik met mijn ogen en voelde ik met mijn handen hoe het met de tomaten ging. Ik ging af op mijn eigen waarnemingen en gevoel. Nu word ik ondersteund door data die mij van alles vertelt en vervul ik meer de rol van controleur.”Meten is weten De kas van Tomatoworld in het Westland is voorzien van veel camera’s en sensoren. Hiermee wordt van alles gemeten en geregistreerd: het klimaat in de kas, de luchtvochtigheid, de CO2-waarde, het watergehalte van de planten, de voedingsstoffen en nog veel meer. De data wordt verzameld, naar computers gestuurd en gepresenteerd in grafieken en tabellen. De gewassen worden voortdurend in de gaten gehouden. Dat heeft voordelen, legt Ammerlaan uit. “Wat veel telers nu nog doen, is om de veertien dagen een watermonster nemen van de substraatomgeving. Dit is het blok waarin de tomatenplanten groeien. Op deze manier wordt nagegaan of de plant voldoende kalk, magnesium, kalium en stikstof krijgt. Voedingsstoffen die achterblijven in het substraat, worden niet meer opgenomen. Daar heeft de plant dus al genoeg van.” De overgebleven voedingsstoffen worden met water weggespoeld, gaan naar een tank en worden vervolgens gezuiverd en hergebruikt. Dit kost het nodige water en energie. Nu de sensoren in de kas het substraat constant registreren in plaats van eens in de veertien dagen, kan er beter gedoseerd worden en wordt verspilling tegengegaan. “We kunnen zien wat tomatenplanten op elk willekeurig moment nodig hebben en kunnen precies de juiste hoeveelheden voedingsstoffen geven. Dat levert besparingsvoordelen op”, zegt Ammerlaan. Efficiënt telen Jan Enthoven is ervan overtuigd dat telen met data de toekomst is. Als 'data driven growing specialist' ziet hij dagelijks hoe het inzetten van data het verschil kan maken. Deze vorm van telen biedt veel kansen, bijvoorbeeld om verlies van producten te beperken. Enthoven neemt schimmelgroei als voorbeeld. “Schimmels houden van een natte bodem. Het is de ideale plek om te groeien. Wanneer het buiten lekker weer is en de zon schijnt op de kas, gaat de temperatuur hierbinnen ook omhoog. De plant zelf neemt relatief snel de binnentemperatuur over. De tomaten zijn als het ware grote ballen met water: die stijgen langzamer in temperatuur. Als de vruchten de temperatuurstijging niet bijhouden, dan komt de plant onder houdpunttemperatuur, zoals dat heet. De plant wordt nat, waardoor schimmels kunnen groeien. Met data kunnen we schimmelgroei in de gaten houden, beperken en zelfs voor zijn door snelle temperatuurstijging te voorkomen”, licht Enthoven toe. Heel kort door de bocht bevordert data gedreven telen de efficiëntie in de kas. Enthoven: “Hoe efficiënter de planten groeien, hoe gezonder ze uiteindelijk zijn. Er kunnen meer tomaten geproduceerd worden met minder voedingsstoffen, energie en water. Ook is er minder kans op uitval. De productie per vierkante meter neemt toe.”De substraatomgeving, het blok waarin de tomatenplanten groeien, wordt in de gaten gehouden om te zien of de plant voldoende kalk, magnesium, kalium en stikstof krijgt.Leren van data Bovendien kan er geleerd worden van alle data die wordt verzameld. Dit geldt ook voor Ammerlaan met zijn jarenlange teeltervaring. “Als je de sensoren goed kan uitlezen en inspeelt op de beschikbare data, dan werkt dat in je voordeel.” Enthoven voegt hieraan toe dat data kan helpen om het jaar erop nog effectiever te telen. “Je ziet in de getallen terug wat wel en wat niet heeft gewerkt. In de toekomst ga je de dingen die beter kunnen in het teeltproces hopelijk ook echt beter doen.” Het systeem kan desgewenst ook waarschuwingen geven aan de teler. “Sommige waarden hebben een minimum en maximum. Kom je daarboven of daaronder, kun je een notificatie ontvangen. Maar het is nog niet zo dat als wij wat instellen, de computer aangeeft of dat wel of geen goed idee is op basis van de afgelopen drie jaar. Dat komt nog wel”, voorspelt Enthoven. Technische kennis in de kas Telen met sensoren, camera’s en algoritmes vraagt om technische kennis in de kas. De glas- en tuinbouw staat te springen om personeel met die kennis en kunde. Ammerlaan: “Ook mensen zonder tuinbouw- of agrarisch gerelateerde opleiding kunnen hier terecht. Naarmate er meer geautomatiseerd wordt, komt er nog meer behoefte aan technisch personeel.” Computers en kunstmatige intelligentie kunnen ook de krapte op de arbeidsmarkt gedeeltelijk opvangen. Enthoven: “De aanwas van managers in de tuinbouw is op z’n zachtst gezegd vrij klein te noemen. En de bedrijven worden juist steeds groter.” Volgens Enthoven zijn er drie tot vijf teeltseizoenen nodig om ervaring op te doen en gevoel te krijgen met het telen. Met behulp van data wordt de leerperiode ingekort. “Hoe meer data, hoe sneller je kan leren. Nieuwe werknemers hoeven het niet allemaal alleen te doen, maar krijgen hulp van computers. Hierdoor kunnen zij eerder en met minder fouten hoge producties halen.” Tot slot geeft data gedreven telen de telers meer vrijheid. “Je hoeft niet altijd fysiek in de kas aanwezig te zijn om te zien hoe het met de gewassen gaat”, zegt Enthoven. “Ik kan gewoon inloggen op mijn telefoon, de data bekijken en eventueel aanpassingen doen.” Misschien kan dat het werk aantrekkelijker maken. Enthoven: “Tuinbouw is natuurlijk zeven dagen in de week werken. Je kan niet op vrijdag de deur dichttrekken en op maandag kijken hoe het ervoor staat. Het is nog steeds niet raadzaam om dagenlang weg te blijven en alles op afstand aan te sturen. Maar dit soort ontwikkelingen geven wel meer ruimte. Stel dat je op vakantie gaat en de assistent-teler de verantwoordelijkheid geeft over de kas, kan je op afstand alsnog meekijken.”Teler Nico Ammerlaan bekijkt via grafieken en tabellen hoe de tomaten het doen.Andere gewassen Wat met tomaten kan, kan ook met andere gewassen. Ook paprika’s, courgettes en bloemen kunnen data gedreven worden geteeld. “Tomaten zijn verreweg het meest geteelde product van de wereld. In de groenteteelt is het daarom een leidend gewas. Maar natuurlijk kan dit ook met andere gewassen. De mogelijkheden zijn oneindig”, aldus Enthoven. Lees ook deze artikelen: Als het aan GroenLeven ligt, telen we straks al ons fruit onder zonnepanelenDe dilemma’s van groene groenten