Romy de Weert 10 augustus 2023, 15:00

Waarom ondernemers nu zouden moeten overstappen op elektrische bestelbusjes

Ondernemers met een bestelbus op benzine of diesel kunnen over anderhalf jaar geen klussen meer aannemen in milieuzones. Daarvoor waarschuwt ING Lease. Veel ondernemers hebben minder tijd dan ze denken om een elektrische bus aan te schaffen.

Adobe Stock 578462000 Editorial Use Only In Nederland is slechts 1,4 procent van de 990.000 bestelbusjes elektrisch. | Credits: Adobe Stock

Vanaf 1 januari 2025 stellen zo’n 30 gemeentes, waaronder Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag een zogeheten zero-emissiezone voor goederenvervoer in. In deze zones mogen alleen voertuigen rijden die geen CO2 uitstoten om bijvoorbeeld winkels te bevoorraden. Dat betekent dat bestelbusjes vanaf dan elektrisch of op duurzame brandstoffen moeten rijden.

Begin op tijd met elektrisch rijden

Daarvoor moet er nog heel wat gebeuren, merkt Erik Slaaf van ING Lease op. In Nederland is namelijk slechts 1,4 procent van de 990.000 bestelbusjes elektrisch. “Stel je de investering in elektrische voertuigen uit tot het laatste moment, dan loop je het risico dat in één keer veel dure bedrijfswagens tegelijk aangeschaft moeten worden”, zegt hij tegen De Telegraaf. Ondernemers zouden volgens hem beter nu al kunnen beginnen met het verduurzamen van hun bedrijfsauto’s, omdat je nu nog aanspraak kunt maken op subsidie.

Daarbovenop komt ook nog de aansluiting op het elektriciteitsnet. Als iedere ondernemer tegen 2025 een elektrische bestelbus aanschaft en een aansluiting wil maken op het net, dan belandt je achterin de rij. “Hoe langer je de overstap uitstelt, hoe langer de rij wachtenden wordt.”

Hoge kosten vormen bottleneck

Ondernemers gaven in een recent onderzoek van ANWB Zakelijk, over de overstap naar elektrische auto’s, vaak aan dat de aanschafprijs een groot nadeel is. Daarnaast verwachtten zij dat de actieradius nog onvoldoende is. Maar dat blijken vaak veel onterechte vooroordelen te zijn. “We merken dat er veel vooroordelen zijn over elektrisch rijden. Zo gaan veel ondernemers er bijvoorbeeld vanuit dat de ruimte in een elektrische bedrijfsbus kleiner is dan een bus die rijdt op fossiele brandstoffen. Dit is echter niet het geval”, zei Patrick van Weert van ANWB Zakelijk eerder.

Meer lezen?

Groene finance in de lift, EU-wetgeving zorgt voor vertrouwen bij beleggers

In 2023 is er tot nu toe een totaalbedrag van 717 miljard dollar aan duurzame financiële producten uitgegeven. Daarbij moet gedacht worden aan groene en sociale obligaties, en duurzaamheidsleningen. Hoewel de cijfers nog achterlopen ten opzichte van de eerste helft van vorig jaar, zijn ze wel al hoger dan die van de tweede helft van 2022. De onderzoekers van ING zien het daarom als mogelijkheid dat 2023 een beter jaar kan worden dan 2022 als het gaat om de uitgifte van duurzame financiële middelen.Op basis van data van Bloomberg NEF & ING. Noot: de data van 2023 is slechts van de eerste helft van het jaar.Sterke wetgeving in Europa Vooral in Europa, het Midden-Oosten en Afrika laat duurzame finance gezonde tekenen zien. De uitgifte van duurzame financiële middelen is in die gebieden terug naar de hoogte van begin 2022 en eind 2021. In Europa is dit vooral te danken aan sterke regulering van beleidsinstellingen, zoals de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD), de Europese duurzaamheidstaxonomie en de Green Bond Standard. Deze wetgeving verplicht bedrijven om transparanter te zijn over hun ESG-doelstellingen en de invloed die ze hebben op mens en milieu. Investeerders zijn in toenemende mate op zoek naar bedrijven die een duidelijke langetermijnstrategie op het gebied van klimaat, sociale vraagstukken en governance. Anti-ESG in de VS In Amerika gaat het iets minder goed. Daar is de uitgifte met 21 procent gedaald ten opzichte van de tweede helft van vorig jaar. Een reden daarvoor kan zijn dat anti-ESG-investeringswetten aan populariteit winnen in de Verenigde Staten, al is het daar niet volledig aan op te hangen. In meer dan 30 van de 50 staten is zulke wetgeving voorgesteld of zelfs aangenomen. Groene obligatie in trek De onderzoekers van ING stellen dat de positieve ontwikkelingen in duurzame finance vooral toe te schrijven zijn aan het enthousiasme van beleggers voor groene obligaties. De uitgifte hiervan verbreekt in het eerste deel van dit jaar de records die zijn gezet in de tweede helft van het topjaar 2021. Daarentegen blijkt dat duurzaamheidsleningen, de zogeheten Sustainability-Linked Loans, het een stuk minder goed doen dit jaar.Wat is het verschil tussen een groene obligatie en een duurzaamheidslening? Bij een duurzaamheidslening, een Sustainability-Linked Loan, wordt geld verstrekt aan een bedrijf met daarbij een specifiek gedefinieerde duurzaamheidsdoelen, ook wel Sustainability Performance Targets (SPT’s) genoemd. Het geld mag door het bedrijf in theorie vrij worden uitgegeven, als de uitgaven maar positief bijdragen aan de gestelde SPT’s. Bij een groene obligatie leen je als investeerder geld aan een overheid of bedrijf; ook met als doel om duurzame verandering teweeg te brengen, maar dan voor een specifiek project. Als bedrijf of overheid mag je het geld dan niet vrij uitgeven, maar alleen binnen het vooraf afgesproken project. Dit kan bijvoorbeeld een windmolenpark zijn, of het verduurzamen van een bepaalde wijk.Vooral overheden Opvallend is dat de uitgifte van duurzame finance bijna uitsluitend bij overheden vandaan komt. Alle andere sectoren die ING heeft onderzocht – behalve de technologische sector en de gezondheidszorg – lieten dalingen ten opzichte van de tweede helft van 2022 zien. Over het algemeen wordt geloofd dat naast overheidsgeld, juist ook privaat kapitaal benodigd is om de energietransitie te versnellen, al helemaal in opkomende economieën.Lees ook:Banken willen twee derde CO2-uitstoot van aandelen en obligaties niet meerekenenBijna 90 procent van Europese natuurrampen in 2023 niet verzekerdDuurzaam dilemma: weggaan vanwege imperfectie of meedoen en het beter maken?