Marc Seijlhouwer 08 september 2021, 14:31

Wat kan de waterstofauto? Hyundai zet hoog in met supercar van 690 pk

De Koreaanse autobouwer Hyundai presenteerde gister de plannen om
duurzaam te worden tot 2040. Waterstof speelt hier een belangrijke rol,
onder andere met vrachtwagens die op het gas gaan rijden. Maar het
huzarenstukje is de conceptauto Vision FK, een waterstofwagen die in
vier seconden van 0 naar 100 kilometer per uur gaat.

Hyundai concept car vision pk Deze conceptcar rijdt op waterstof én op batterijen | Credits: Hyundai

De presentatie loog er niet om; Hyundai lijkt vol in te zetten op duurzame brandstof. De Vision FK laat zien dat een auto die op waterstof rijdt niet onder hoeft te doen voor benzinewagens, of voor de elektrische supercars die kleine autofabrikanten steeds vaker presenteren. Bovendien is de range indrukwekkend, gezien de snelheid: 600 kilometer.

Waterstof en batterij-elektrisch

Die grote range en vermogen komt doordat Hyundai waterstof combineert met batterijen. De combi zorgt voor 500 kilowatt aan vermogen (ongeveer 690 paardenkrachten) en de grote range. En als de batterij leeg is, kun je simpelweg in een paar minuten waterstof tanken waarna de batterij geleidelijk oplaadt met de energie uit de waterstof.

Het vermogen en gecombineerde energietoevoer van de Vision FK komt waarschijnlijk niet in productieauto’s. Hoofd R&D bij Hyundai noemde alle technische snufjes al ‘een beetje overkill’ bij de presentatie. Maar het is ook goed om te laten zien wat auto’s die geen benzine gebruiken kunnen doen.

Is een waterstofauto qua duurzaamheid beter dan batterijen? Lees hier het antwoord

Deze truck zit vol waterstof en kan als mobiel tankstation dienen | Credit: Hyundai

Nieuwe brandstofcel

Minder spectaculair, maar minstens zo nuttig waren andere presentaties
van Hyundai. Zo gaf het details over de nieuwste generatie
brandstofcellen, die waterstof omzetten naar stroom. Die moeten in het
gunstigste geval twee keer zolang meegaan als de huidige generatie, en
die houdt het al 160.000 kilometer vol. De nieuwe zou het dan 240- tot 320.000 kilometer doen.

Verder: zelfrijdende vrachtwagens op waterstof, een rijdend
waterstoftankstation, een ‘reddingswagen’ die in afgelegen gebieden
elektrische auto’s kan opladen als ze stil komen te staan, en een
autonome reddingsdrone op waterstof.

Waterstofauto in 2040

Het
is duidelijk waar Hyundai denkt dat de toekomst van mobiliteit ligt. Ze
willen tot 2040 waterstof hard pushen. Het is te hopen dat er tegen die
tijd genoeg (groene) waterstof beschikbaar is om alle hightech wagens
van de Koreaanse autoverkoper te vullen.

Lees ook onze achtergrond over waterstofauto’s

Van Oord dingt mee naar bouw Deens energie-eiland

Van Oord heeft zich aangesloten bij een consortium onder leiding van het Deense Ørsted. Het Deense eiland, dat 80 kilometer voor de kust van Jutland komt te liggen, heeft als doel de energie van omliggende windmolenparken te bundelen, te converteren naar gelijkstroom en via kabels te transporteren naar verschillende landen. De Denen willen 49,9 procent van de aandelen verkopen aan private partijen. In totaal zal het eiland 28 miljard euro kosten. Doel van het eiland is om 3 gigawatt aan duurzame stroom uit omringende windmolenparken te bundelen en aan wal te brengen. Dat is genoeg om 2,5 miljoen Deense huishoudens van elektriciteit te voorzien. De plannen werden in februari van dit jaar aangekondigd en het eiland moet in 2033 klaar zijn. 10 gigawatt opgesteld vermogen Maar daar blijft het niet bij. Het doel is om het eiland in latere fases uit te bouwen zodat het uiteindelijk 10 gigawatt opgesteld vermogen aankan. Dat is veel meer dan Denemarken zelf nodig heeft, waardoor het ook aan andere landen zal kunnen leveren. De Deense overheid heeft daarvoor al strategische samenwerkingen gesloten met onder andere Duitsland, België en Luxemburg die zelf niet over een lange kustlijn beschikken. Het doel van deze eilanden is om de enorme hoeveelheden windenergie die binnen afzienbare tijd op de Noordzee geproduceerd worden, gebalanceerd op de elektriciteitsnetten te krijgen. “Op dit moment gaat er van elk windpark nog rechtstreeks een kabel naar land”, zegt Rene Peters van TNO die de haalbaarheid van een multifunctioneel energie-eiland voor Nederland onderzocht. “Maar die windparken komen steeds verder weg te liggen en ze worden steeds groter.” Stabiel systeem Door de stroom van verschillende windparken eerst naar zo’n eiland op zee te loodsen, creëer je een soort knooppunt. Van daaruit kan het via kabels naar een ander energie-eiland of naar verschillende punten aan de wal worden gebracht. “Dat zorgt voor een stabieler systeem want het is minder gevoelig voor één markt”, zegt Peters. Als het in Denemarken hard waait en het net vol is, kan dat via een eiland naar Duitsland of Nederland. Ook is het risico minder groot, mocht er een kabel uitvallen. “Dan hoef je niet de hele levering stop te zetten.” De Deense minister van Energie, Dan Jorgensen noemde het project tegen persbureau Bloomberg ‘het grootste groene energieproject van deze tijd’. De Denen lopen hiermee inderdaad voorop maar ook andere landen zoeken naar mogelijkheden. Zo heeft Duitsland plannen voor Helgoland, zo’n 80 kilometer ten noordwesten van de monding van de Elbe. Schotland ziet kansen op de Orkney-eilanden en ook de Engelsen en Noren doen onderzoek. North Sea Wind Power Hub “De Denen zijn ambitieus”, zegt Jasper Vis. Vanuit TenneT werkt hij mee aan het onderzoek naar een Nederlands energie-eiland: de North Sea Windpower Hub. “Zij willen 70 procent CO2-reductie halen in 2030.” De North Sea Wind Power Hub, waaraan ook Gasunie en het Deense Energinet Rotterdam meewerken, zou oorspronkelijk een eiland worden op de Doggerbank op het Noordelijkste puntje van de Noordzee. Maar die locatie is al afgevallen. “Inmiddels denken we eerder aan 3 tot 10 kleinere ‘hubs’ die rondom de windparken staan”, zegt Peters. Het voordeel daarvan is dat ze afbreekbaar zijn als ze niet meer nodig zijn, terwijl een eiland altijd blijft liggen en daarmee grote impact heeft op de bestaande natuur. Maar de plannen zijn volgens Jasper Vis niet zo concreet als in Denemarken. “Een besluit of het er gaat komen, is in elk geval nog niet genomen.” Wel heeft Nederland met Denemarken een samenwerkingsovereenkomst gesloten om gezamenlijk de mogelijkheid te onderzoeken om een Nederlands energie-eiland te verbinden met dit nieuwe eiland bij Denemarken. Energievoorziening stopt En dat is verstandig. Want volgens Peters is dat de grote zorg voor de toekomst, ook voor Nederland: “Als we straks voor 50 gigawatt aan wind op zee hebben staan wat allemaal via kabels het net op moet, en er valt iets uit, dan kan de energievoorziening opeens stoppen. Dat wil je niet meemaken. Daarom kijken we ook naar offshore waterstof productie als aanvulling of alternatief.” Hoewel in de plannen tot nu toe gericht werd op realisatie na 2035 of 2040, zou dat nu best wel eens sneller kunnen gaan, denkt Peters. “De overheid wil de energietransitie versnellen. Er wordt nu gesproken over 10 gigawatt extra wind op zee capaciteit tot 2030, bovenop de 11 die al gepland was. Dat zal veel eerder inpassingsproblemen op het elektriciteitsnet opleveren. Het kan dus best zijn dat die energie-hubs veel sneller gerealiseerd moeten worden.” “Voor TenneT is het belangrijk dat we ver vooruit denken”, vult Vis aan. “Het aansluiten van meer windparken op zee is straks niet meer vanzelfsprekend. Ook moeten we zorgen voor voldoende flexibiliteit. Als het in Nederland niet waait, moet je zorgen dat je toch voldoende elektriciteit hebt, en omgekeerd.” Daarom is Nederland ook nu al verbonden met kabels naar Duitsland, België, Engeland, Noorwegen en Denemarken. Maar als de hoeveelheid duurzame opwek sterk toeneemt, kunnen extra verbindingen daar goed bij helpen. Toch is een hub volgens Vis niet het antwoord op alle vragen die komen kijken bij opschaling van wind op zee. “Het kan ook op andere manieren. En het gaat om hele grote investeringen dus daar moet je goed naar kijken.”