Joyce de Thouars 07 februari 2018, 12:35

Wat kan Scania van de Chinese transportindustrie leren?

China is koploper als het om de ontwikkeling en verkoop van autonome en elektrische voertuigen gaat. Zweeds automerk Scania wil daar graag van profiteren en is een partnerschip gestart met het Chinese Haylion Technologies, dat een specialist is op het gebeid van autonoom en elektrisch rijden en connectiviteit.

Autonoom rijden

“Voor Scania biedt dit partnerschap unieke kansen om bij te dragen aan en te leren van de snelle technologische ontwikkelingen die zich op deze gebieden in China voltrekt”, legt Mats Harborn, executive director van Scania China uit. Harborn kijkt er naar uit om ‘Scania’s kennis en wereldwijde perspectief te combineren met de expertise en ambities van Haylion Technologies.'

Lees en bekijk ook:

Commercialisering van duurzaam transport

De focus van de samenwerking ligt op voertuigen, die door niet-fossiele brandstoffen worden aangedreven – voornamelijk geëlektrificeerde voertuigen – autonoom rijden en stedelijk busvervoer. Hierbij is het doel om de commercialisering van autonome rijtoepassingen en duurzaam transport versnellen.

Jimmi Hu Jianping, oprichter van Haylion Technologies, verwacht dat de samenwerking de ontwikkeling van intelligente voertuigen in China en het Internet of Vehicle (IoV) vooruithelpt en versnelt.

Leer meer over connectiviteit met onze infographic:

Pilot met autonome bussen

Het Haylion team richt zich autonome rijtechnologie, conceptverificatie en de industrialisatie ervan. Sinds eind 2017 voert Haylion Technologies met de Shenzhen Bus Group proeven uit met autonome bussen, genaamd ‘AlphaBa’, op de openbare weg.

Tijdens de pilot worden vier bussen getest op een weg van 1,2 km met drie haltes. Geavanceerde technieken met lasers, infrarood licht, radars, sensoren en een visueel scanning systeem moeten de veiligheid van de bus garanderen. In de testbussen kunnen tot maximaal 19 personen vervoerd worden.

Verkoop van elektrische voertuigen

China loopt ook voorop met de ontwikkeling en verkoop van elektrische voertuigen. In 2016, werden er 507.000 elektrische en plug-inhybride voertuigen verkocht, een groei van 53 procent ten opzichte van het jaar daarvoor. In Europa werd over dezelfde periode slechts een groei van 14 procent gerealiseerd met de verkoop van 222.200 elektrische en plug-inhybride voertuigen.

De Chinese overheid speelt een grote rol in de overgang naar duurzaam transport. Zo werd vorig jaar aangekondigd dat tegen 2019 elke autofabrikant, die meer dan 30.000 per jaar verkoopt, minimaal 10 procent elektrische of plug-inhybride voertuigen in zijn vloot moet hebben. In 2020 moet dat aandeel 12 procent zijn. Als er niet aan deze eis wordt verdaan moet de autofabrikant credits kopen. 

Bron: Scania | Foto: Adobe Stock

Trendrapport: ‘2017 was een recordjaar voor offshore windenergie’

Dat meldt Wind Europe in het trendrapport ‘Offshore wind in Europe: Key trends and statistics 2017’.WindmolensDoor het recordjaar groeide de totale offshore windenergiecapaciteit in Europa met 25 procent, naar 15,8 gigawatt. Het Verenigd Koninkrijk en Duitsland namen het leeuwendeel van de nieuwe offshore windenergie voor hun rekening, met respectievelijk 1,7 en 1,3 gigawatt.Download het rapportAndere mijlpalen waren de oplevering van het eerste drijvende windpark ter wereld voor de kust van Schotland en de installatie van de eerste offshore windmolen voor de Franse kust. Frankrijk heeft grote plannen op het gebied van windenergie. In de aankomende jaren moet de Franse capaciteit aan windenergie verdubbelen.In Nederland werd in 2017 geen nieuw project gerealiseerd. Wel heeft Nederland een aantal grote offshore windparken in de pijplijn, zoals Borssele, Hollandse Kust Zuid en Hollandse Kust Noord.Bekijk ook:INFOGRAPHIC: De grootste zonne- en windenergieprojecten van NederlandWindenergie“Een groei van 25 procent in één jaar is spectaculair en goed nieuws voor de industrie”, stelt Joël Meggelaars. head of advocacy & messaging bij Wind Europe. “Offshore wind begint een mainstream onderdeel van ons energiesysteem te worden. De kosten blijven dalen. En de groeiende offshore windparken leveren steeds meer stroom. De capaciteit per turbine en capaciteitsfactor groeit daarnaast gestaag. Dit maakt een Europese duurzame energiedoelstelling van 35 procent in 2030 gemakkelijk haalbaar.”In 2017 werden wel minder investeringsbesluiten genomen voor nieuwe windparken dan in 2016. In 2017 kende de industrie een totale investering van € 7,5 mrd, terwijl dat in 2016 ruim € 18 mrd was. Volgens Wind Europe komt dit enerzijds omdat de prijzen van windenergie steeds verder dalen, maar anderzijds omdat investeerders in 2016 nog traditionele terugleververgoeding (feed-in-tariffs) kregen voor de ingebruikname van duurzame energieprojecten. “De transitie naar veilingen heeft nieuwe investeringen wat vertraagd. Na het winnen van een veiling wordt er normaliter zo’n twee jaar gewacht met het bevestigen van de investering”, aldus Wind Europe.Offshore windindustrieVolgens Meggelaars zet de groei van de industrie zich desalniettemin door in 2018 en 2019. “Met de huidige pijplijn van projecten zou er in 2020 zo’n 25 gigawatt aan offshore wind moeten zijn in Europa.”Hoe de markt zich na 2020 ontwikkelt, is nog onduidelijk. Slechts enkele landen hebben al plannen op het gebied van offshore windenergie tot en met 2030. “Dit maakt het voor de industrie lastig om te investeren in nieuwe faciliteiten, in het aannemen en opleiden van werknemers en in onderzoek en innovatie. Zichtbaarheid op de volumes die geïnstalleerd gaan worden zijn nodig om deze Europese sector te laten groeien”, besluit Meggelaars.Bron: Wind Europe | Foto: Adobe Stock