Marc Seijlhouwer 15 oktober 2021, 15:03

Weer (veel) meer elektrische auto’s in 2020

Het Centraal Bureau voor de Statistiek presenteerde nieuwe cijfers over de automarkt. Wat blijkt? Er zijn in 2020 een heleboel batterij-elektrische auto’s bijgekomen. Het aantal groeide met 38 procent.

Tesla model s Elektrische auto's zoals de Tesla Model S zijn almaar populairder | Credits: Tesla

Dat is goed nieuws voor de overgang naar duurzaam rijden. Hoewel het aandeel auto’s met een stekker nog steeds klein is (3 procent) zijn er tekenen dat de markt de komende jaren alleen maar zal groeien. Zo lijkt de elektrische wagen niet alleen meer iets van de zakelijke markt. Het aantal particulieren dat in 2020 een batterij-auto kocht verdubbelde, van 19.000 naar 38.000.

In 2019 haalden de volledig elektrische auto’s al de hybrides in. Daarvan waren er daarvoor veel meer, omdat de overheid lange tijd subsidie gaf. Later bleek uit onderzoek dat de ‘plug-in-hybrids’ juist niet goed waren voor het milieu, omdat de automobilisten vooral op brandstof reden.

Subsidie voor elektrisch rijden

De cijfers van het CBS bevestigen een trend die vorig jaar al zichtbaar was: de batterijauto is steeds populairder. Bij particulieren komt dit volgens het CBS vooral door de subsidie die sinds kort beschikbaar is. Zakelijke rijders hebben allerlei belastingvoordelen, hoewel deze langzaam worden afgebouwd.

Lees ook waarom de markt voor elektrische auto’s geen last had van de pandemie

Toch moet er nog een heleboel veranderen voordat we kunnen spreken van echt duurzame mobiliteit in Nederland. Zoals gezegd is slechts drie procent van de auto’s voorzien van een stekker. Een heel klein deel daarvan is van particulieren, terwijl dat uiteindelijk verreweg de grootste markt is.

Kenners denken dat er op korte termijn een tweedehandsmarkt voor elektrische auto’s op gang komt. De zakelijke rijders wisselen immers vaak van auto, waarna de afgedankte Tesla tweedehands verkocht wordt. En het grootste deel van de consumenten koopt tweedehands. De verdubbeling van het aantal elektrische wagens voor particulieren belooft daarin veel goeds voor de elektrische toekomst.

Leiders moeten durven falen

Op congressen wordt vaak een beroemde uitspraak van Thomas Edison aangehaald, de uitvinder van de gloeilamp: 'Mislukking is de moeder van alle succes.' Twee slides later gevolgd door: 'Ik heb niet gefaald. Ik heb met succes 10.000 manieren ontdekt die niet werken.' Fouten maken staat voor lef. Aan goede ondernemers hoef je het niet uit te leggen. Als die een start-up beginnen en bij een investeerder aankloppen voor geld, leggen ze het altijd eerlijk uit: 'We hebben zes miljoen euro nodig, waarvan twee miljoen om aan mislukkingen te werken.' En de investeerder krijgt altijd te horen waar het mis is gegaan, want juist daar leer je van. Het is een heel andere mentaliteit dan die bij de Belastingdienst, waar het melding maken van verkeerde beslissingen alleen al, tot grote paniek leidt. NRC Handelsblad schreef over een cultuur bij de Belastingdienst die het voorkomen en melden van misstanden bemoeilijkt. 'Zo kreeg een medewerker die een verkeerde beslissing probeerde aan te kaarten, en dat met documentatie onderbouwde, nooit een reactie. Daarop probeerde de melder het hogerop, maar ook dat leverde geen reactie op. Pas toen de raadspersonen de melding als "urgent" beoordeelden en doorgaven aan de ambtelijke top, werd een extern onderzoek ingesteld.' Alsof de Belastingdienst denkt dat wij na de Toeslagenaffaire nog steeds denken dat ze nooit fouten maken.Ook de non-profitstichting 'Hulptroepen Alliantie' van Sywert van Lienden en Bernd Damme laat zich niks gelegen aan de wijze woorden van Edison. De Volkskrant schrijft: 'De stichting hamerde er altijd op zonder winstoogmerk mondkapjes aan de zorg te leveren, maar de oprichters bleken een bedrijf te hebben opgezet waarmee ze in het geheim wel winst boekten, uiteindelijk ruim 28 miljoen euro. Vrijwilligers, medewerkers en zakelijke partners wisten niets van die commerciële belangen.' En: 'De non-profit stichting (...) heeft afgelopen maanden toezeggingen over financiële transparantie en verantwoording van de eigen site gewist. De stichting schermde met een onafhankelijke audit, maar de genoemde accountants zeggen van niets te weten.' Een gevalletje van-kwaad-tot-erger. Waarbij transparant zijn over fouten door de jonge stichtingvoerders, geheel volgens de old-school regels, als iets wordt gezien om je zorgen over te maken. 'We moeten het de mensen niet vertellen, ze kunnen boos worden.' In een scherp stuk in het FD houdt Femke de Vries (partner &samhoud, bijzonder hoogleraar toezicht aan de RUG en oud-bestuurslid van toezichthouder AFM) een pleidooi voor bestuurders die fouten toegeven. Daarbij citeert ze uit een boek dat ik vorig jaar met plezier las, van de Amerikaanse sociaal-psychologen Carol Travis & Elliot Aronson: 'Mistakes were made (but not by me).' Travis & Aronson noemen 'onze cultuur' een 'fout-fobische cultuur.' Door het 'gelijkstellen van domheid met fouten', zorgen we ervoor dat mensen niet leren van hun fouten. Jammer, want dan neem je ook je verantwoordelijkheid niet, zeggen de sociaal-psychologen. Doe het wel, schrijft Femke de Vries. Omdat je dan ook een belangrijk signaal geeft aan de mensen binnen je eigen bedrijf: 'we maken allemaal fouten.' Je leert er pas van als je ze toegeeft: 'Dat is pas maatschappelijke waarde creëren.'