Marc Seijlhouwer 07 februari 2022, 11:22

Worden vrachtwagens ook elektrisch?

De vrachtwagen is moeilijk elektrisch te maken, omdat er zoveel stroom nodig is voor zwaar vervoer. Toch lijkt er beweging te zitten: in Amerika werkt Daimler aan een netwerk van laadpalen voor trucks. En het Nederlandse Leap24 krijgt 4 miljoen euro voor meer oplaadpalen voor bestelbusjes en vrachtwagens.

Deutsche post truck adobe stock Het postbedrijf van Duitsland gebruikt elektrische trucks om brieven en pakketjes te bezorgen. | Credits: Adobe Stock/Redactioneel

Daimler investeert samen met mega-investeerder Blasckrock en nog een paar partijen 650 miljoen dollar in een netwerk van opladers door de hele VS. Er komen ook waterstof-tankstations bij. De eerste laadinstallatie moet volgend jaar al klaar zijn. Voor Daimler is deze investering belangrijk om elektrische trucks te kunnen verkopen.

Busjes opladen

Het Nederlandse Leap24 doet met een nieuwe investering van 4,25 miljoen euro op kleinere schaal hetzelfde. Zij richten zich op kleinere trucks en bestelbusjes. Die kunnen met een netwerk van snelladers straks het hele land door rijden. De oplaadplekken zullen groter zijn dan die voor elektrische auto’s. Vooral rond steden kunnen zulke oplaadplekken nuttig zijn; steeds meer steden staan geen benzine- of dieselvoertuigen toe in de binnenstad. Dan moet een elektrische vrachtwagen het werk overnemen.

Dat de vrachtwagen duurzamer moet worden, weet iedereen wel. Vrachtwagens (en bussen) zorgen voor 5 procent van alle CO2-uitstoot in Europa. Daar zijn de (diesel)bestelbusjes niet meegerekend; die zijn samen met personenauto’s goed voor 15 procent van de EU-uitstoot. Gezien de almaar groeiende populariteit van webwinkels en bezorging zal de uitstoot voorlopig ook nog toenemen.

Veel CO2 van logistiek

Toch moet de transportsector, net als de rest van Europa, aan de bak om minder uit te stoten. Nieuwe trucks moeten vanaf 2030 (veel) minder brandstof gebruiken. Uiteindelijk is een overstap naar duurzamere manieren om te rijden onvermijdelijk. Maar in tegenstelling dat personenauto’s is elektrisch rijden niet makkelijk. Trucks moeten immers lang rijden, met veel gewicht. Een batterij die om de paar honderd kilometer uren moet opladen is dan niet werkbaar.

Waterstof kan daar een uitkomst bieden – vandaar dat Daimler niet alleen laadpalen, maar ook waterstof-tankstations wil neerzetten. Voor kortere afstanden, bijvoorbeeld bezorging in en om de stad, is elektrisch rijden wél goed mogelijk. De investeringen van Leap24 en Daimler laten zien dat dit idee nu populairder wordt.

Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.

Duits veilingbedrijf kan doorbraak betekenen voor Europese groene waterstofmarkt

Een Europese markt voor waterstof Het idee achter H2Global is simpel. De stichting is een publiek-private samenwerking waaraan naast het Duitse ministerie van Economische zaken en energie ook een groot aantal bedrijven uit de energiesector deelneemt. Een speciaal opgerichte tussenpersoon, Hydrogen Intermediary Network Company (HINT.co), koopt waterstof in op de wereldmarkt tegen een zo laag mogelijke prijs. Dat doet het bedrijf door het veilen van langetermijn inkoopcontracten. De ingekochte waterstof verkoopt HINT vervolgens aan de hoogste bieder in de Duitse industrie. Het prijsverschil tussen de in- en verkoop wordt betaald uit de 900 miljoen die Duitsland daarvoor heeft uitgetrokken voor de eerste veilingen. In december kreeg Duitsland officieel toestemming van de Europese Commissie voor deze vorm van staatssteun. Import van waterstof “Voor decarbonisering van de grote industrieën - zoals staal - in het Roergebied heeft Duitsland ongelofelijk veel CO2-vrije waterstof nodig”, zegt Van Hulst. “Dat kan Duitsland nooit zelf op tijd produceren in de vereiste hoeveelheden. Zij gokken daarom in grote mate op import. H2Global is nu heel hard bezig om die import op gang te krijgen.” Op deze manier moet binnen tien jaar een duidelijke prijs voor internationaal geproduceerde groene waterstof ontstaan. Hoewel de waterstof in eerste instantie alleen voor de Duitse industrie bestemd is, zal dit niet duren, denkt Van Hulst. “Duitsland is onderdeel van de Europese markt en wil een sterke samenwerking met de Benelux op het gebied van waterstof. Mijn voorspelling is dat dit een Noord-West Europees initiatief wordt.” Ook het nieuwe Nederlandse kabinet zal waarschijnlijk veel energie steken in samenwerking met Duitsland. Het Duitse initiatief kan de patstelling waarin de waterstofontwikkeling zich bevindt doorbreken. Door onduidelijkheid over de prijs en aanbod wachten potentiële afnemers van groene waterstof. De industrie doet daarom niet de noodzakelijke investeringen om op waterstof over te schakelen. Door deze onzekerheid over de vraag komt de ontwikkeling van groene waterstofprojecten maar langzaam op gang. Klein beginnen Maar dat wil niet zeggen dat er helemaal niks gebeurt, benadrukt Van Hulst. Hij geeft het voorbeeld van vrachtwagenfabrikant Hyzon die in Groningen vuilniswagens en vrachtwagens op waterstof bouwt. Van de honderden taxi’s die in zijn woonplaats Parijs en andere hoofdsteden op waterstof rijden. Van de eerste groene staalfabriek die in Zweden in aanbouw is, en over een paar jaar open gaat. Van de Hyundai-vrachtwagens die in Zwitserland rijden. “Dat zijn er nu iets van 50, maar dat worden er 1600 over een paar jaar. In Nederland begint Gasunie met de ombouw van gasleidingen naar een transportnetwerk voor waterstof. Het begint klein.” Volgens van Hulst zijn de komende 10 á 15 jaar belangrijk voor de opschaling. “Heel veel projecten om waterstof te maken beginnen met 1 megawatt en moeten in 10 jaar tijd naar 1 gigawatt.” Die mogelijkheid is er, denkt Van Hulst. “Het is bijvoorbeeld een goed teken dat Shell een elektrolyser van 200 megawatt bestelde bij ThyssenKrupp. Daaraan zie je dat het nu begint. Shell heeft in Duitsland al een 10 megawatt-elektrolyser staan voor een raffinaderij. Over 3 of 4 jaar bereiken we de honderden megawatt elektrolysers. Zo kunnen we aan het einde van dit decennium op gigawattschaal zitten.” Dat de ontwikkelingen rond waterstof in een stroomversnelling beginnen te raken merkte Van Hulst ook aan de vloedgolf aan meetings, allianties van bedrijven en aankondigingen van landen. “Waterstof was altijd een voetnoot op de klimaattop, maar heeft nu een plaats in de schijnwerpers veroverd.” Ook EU-president Ursula von der Leyen noemde waterstof het meest besproken onderwerp van de Klimaattop. Een belangrijke mijlpaal: waterstof werd als een van de vier onderwerpen opgenomen in de breakthough agenda die door 33 wereldleiders is aangenomen tijdens COP26. Van Hulst: “Dat is echt wel een grote stap voorwaarts.”Investeringen in waterstof Ook investeerders hebben steeds meer interesse in waterstof. “De honger van private investeerders naar waterstofprojecten is groot en groeit. Het tempo waarin bedrijven wereldwijd waterstofprojecten ontwikkelen en aankondigen neemt nog steeds toe.” Dat blijkt ook uit berekeningen van de Hydrogen Council. Volgens deze branchevereniging voor bedrijven in de waterstofsector ligt het tempo van investeringsaankondigingen boven de 1 miljard dollar per week. “Dat zal niet allemaal gerealiseerd worden”, zegt Van Hulst. "Maar 30 procent daarvan bevindt zich in een redelijk volwassen fase van ontwikkeling.” De helft van die aankondigingen zijn projecten in Europa. Dat geeft aan dat Europa een voorkeurslocatie is voor veel waterstofprojecten. “Dat is ook te danken aan de potentie voor het ombouwen van het gasleidingennetwerk naar een waterstoftransportnet”, zegt Van Hulst. Geopolitiek van waterstof Volgens IRENA zal waterstof de internationale geopolitieke en geo-economische verhoudingen de komende decennia danig op zijn kop kan zetten. In de jaren '20 van de 21e eeuw zal het vooral een race zijn om de leiding op technologie-gebied. Halverwege de jaren '30 zal de vraag naar groene waterstof enorm toenemen. Tegen die tijd zal waterstof qua prijs concurreren met aardgas. Ook het bouwen van elektrolysers is een groeimarkt waarin op dit moment China, Japan en Europa voorlopen. Opschaling en innovatie zullen in die markt het verschil maken. Europa is wereldwijd een van de koplopers op het gebied van waterstof. En binnen Europa zal het zwaartepunt de komende tijd liggen bij Duitsland, Denemarken, Nederland, het VK en België. De Zuid-Europese landen Spanje, Portugal en Italië willen daarbij aanhaken met hun enorme potentieel aan duurzame energie (vooral via zonnepanelen). Ook Oostenrijk timmert hard aan de weg. Alleen Frankrijk is een wat vreemde eend in de bijt. Dat land voelt weinig voor een geïntegreerde Europese waterstofmarkt of gezamenlijke import. De Fransen zien meer in lokale waterstofproductie voor industrie en transport. Ook wil het kernenergie inzetten voor de productie van waterstof; zogenoemde paarse waterstof.Tempo moet omhoog Voor alles rond waterstof moet het tempo omhoog, vindt Van Hulst. Want als we nu niet fors opschalen, dan hebben we in 2050 geen grootschalige productie. “We moeten minder praten en meer doen. The perfect is the enemy of the good. Dit kan je niet allemaal op de tekentafel ontwikkelen. We moeten fouten maken, leren door te doen. Dat kan alleen in de praktijk.” Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.