Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 27 november 2014, 09:00

Zuinige conceptmotor Volvo produceert 450 pk

Volvo presenteert een unieke combinatie van prestatievermogen en efficiency met de nieuwe High Performance Drive-E Concept.

Volvomotor e1416844886636

Dankzij de Triple Boost-techniek levert de 2,0-liter viercilinder benzinemotor een indrukwekkend vermogen van 450 pk.

Als vervolg op de succesvolle introductie van Volvo’s Drive-E techniek in 2013 demonstreert Volvo zijn leiderschap op het gebied van emissieverlagende turbotechniek. “Ons doel voor de Drive-E motoren was het leveren van de meest geavanceerde viercilinders die een laag verbruik combineren met grote prestaties", zegt Peter Mertens, Senior Vice President Research and Development van Volvo Car Group. "De benzinemotor met 320 pk vermogen was slechts het begin. De nieuwe High Performance Drive-E Concept met 450 pk toont de veelzijdigheid van de Drive-E motoren."

 

Triple Boost

 

De High Performance Drive-E Concept bevat bijzondere techniek voor een viercilindermotor. Volvo monteerde een elektrisch aangedreven turbo om twee parallel geplaatste turbo’s sneller op toeren te brengen. Twee brandstofpompen genereren een brandstofdruk van maar liefst 250 bar. De combinatie van deze technieken verzekert een dynamisch rijgedrag zonder turbogat.

“Veel fabrikanten gebruiken een enkele, grote turbo om veel vermogen te genereren uit een relatief kleine motor. Het resultaat is een trage gasrespons, wat ten koste gaat van het rijplezier", vertelt Michael Fleiss, Vice President Powertrain Engineering bij Volvo Car Group. "Volvo maakte als een van de eerste autofabrikanten al in 1981 gebruik van turbotechniek. Als pionier op dit gebied voelden we ons geroepen om de techniek te verbeteren."

Bron: Volvo | Foto: Volvo

Patagonia: 'geen obstakels voor duurzame sector'

Dit is het tweede deel van het interview met Patagonia’s Director of Philosophy Vincent Stanley. In deel één van het tweeluik vertelde Stanley over de samenwerking die Patagonia zoekt om de hele sector te verduurzamen en over het belang van het delen van informatie met andere bedrijven.[caption id="attachment_71172" align="alignleft" width="260" class=" "] Director of Patagonia Philosphy Vincent Stanley[/caption]De samenwerking in de Sustainable Apparel Coalition levert Patagonia voordelen op in de vorm van een kostenbesparing en snellere duurzame innovatie. Maar andere bedrijven in de coalitie zetten ook grote stappen, mede door de informatie die Patagonia open source heeft gemaakt.Toch ziet Stanley de rol van Patagonia als duurzame voortrekker in de sector niet veranderen. “Andere bedrijven zijn niet zo ver als wij”, zegt Stanley. “Wel moet Patagonia ervoor zogen dat het de concurrentie steeds een stap voor blijft.” Ervaring Ervaring lijkt daarbij het sleutelbegrip. “We kennen de markt al heel lang en we weten ons verhaal goed uit te dragen. Patagonia maakt producten van hoge kwaliteit en committeert zich tegelijkertijd aan het verkleinen van zijn milieudruk. Er zijn geen andere bedrijven die ons op allebei die punten kunnen verslaan. Iemand die een jas van Patagonia koopt, doet dat niet om de wereld te redden. Hij koopt die jas omdat het een goed product is en hij het niet koud wil hebben. Tegelijkertijd weet hij dat we die jas gemaakt hebben met zoveel mogelijk aandacht voor het milieu.”Stanley spreekt veel met startende ondernemers. “Bij veel van die bedrijven bestaat de misvatting dat ze eerst een bepaalde omvang moeten bereiken, voordat ze stappen kunnen zetten naar verduurzaming van hun bedrijf. Maar investeerders die in een startend bedrijf stappen, hebben bepaalde verwachtingen. Het legt een grote druk op de investeerders om te veranderen als een bedrijf twee jaar later besluit dat het zijn milieu-impact wil verkleinen. Dat geldt ook voor klanten en de werknemers. Als een startend bedrijf duurzaamheid vanaf het begin onderdeel maakt van de bedrijfscultuur, weten partijen welke verwachtingen ze mogen hebben. Dan ben je als bedrijf geloofwaardiger en authentieker.” Bedrijven waar wij geld in steken, moeten vooral ook cool zijn. Dat het bedrijf start-ups een warm hart toedraagt, blijkt uit Patagonia’s 20 Million & Change investeringsfonds. In het fonds zit $20 mln, bedoeld voor startende bedrijfjes die zich duurzaam ontwikkelen. Stanley: “Patagonia heeft een omvang bereikt die het mogelijk maakt om bedrijven te helpen die vergelijkbare waarden hebben. We investeren vooral in sectoren die we niet goed kennen, zoals energie, water en afval. Dat zijn activiteiten waar we zelf niet in willen treden. Maar veel bedrijven die wij leuk vinden, doen dat wel. Daarin willen we investeren.” Start-ups Het Nederlands-Amerikaanse CO2Nexus is een van die bedrijven die Patagonia als investeerder aan zich heeft weten te binden. CO2Nexus gebruikt CO2 om kleding te reinigen zonder chemicaliën. Dit proces verbruikt minder energie en zorgt voor minder afval.“Mijn favoriete voorbeeld is skateboardbouwer Bureo”, zegt Stanley. “Dit bedrijf verzamelt afgedankte visnetten in Chili en recyclet het plastic om er skateboards van te maken. Het is een voorbeeld van een bedrijf waarvan wij denken dat het succesvol kan zijn. Ook al zien andere investeerders het over het hoofd. Bedrijven waar wij geld in steken, moeten vooral ook cool zijn.”[caption id="attachment_71170" align="aligncenter" width="600"] Het schuurtje waar het voor Patagonia ooit begon.[/caption]Patagonia schrijft op zijn eigen website 'Wij doen niet alles wat een duurzaam bedrijf zou kunnen doen.' Het bedrijf richt zijn duurzame inspanningen vooral op haalbare, concrete stappen.Stanley wijst op de overstap van Patagonia naar biologisch katoen, in de jaren negentig. Traditionele katoenproductie brengt veel schade toe aan het milieu door de hoeveelheid pesticiden die erbij komt kijken. “Als we een schoner alternatief zien voor materialen of technologie, dan willen we die gebruiken”, zegt hij. “Het koste echter nogal wat moeite om die omschakeling te maken. Er was geen infrastructuur voor biologisch katoen. Banken wilden die biologische boeren geen financiering verstrekken, dus dat deden we zelf. We moesten verder de plukkers en spinnerijen zover krijgen dat ze hun machines schoonmaakten voordat ze het biologische katoen verwerkten.” Pragmatische aanpak Toch loont het volgens Patagonia niet altijd om veel moeite in innovaties te steken. Stanley: “Polyester is steeds beter recyclebaar. Maar de grondstof is en blijft olie. Dat kunnen we nu niet veranderen. We kijken dus naar andere mogelijkheden voor verduurzaming in ons productieproces. Dat is een heel praktische werkwijze. We zijn een bedrijf met een pragmatische aanpak.” Het verkleinen van de milieudruk gaat gepaard met kostenbesparingen. Het is een aanpak die volgens Patagonia ook kan worden opgeschaald naar de sector als geheel. Stanley: “Ik denk dat er geen grote obstakels bestaan om de hele kledingindustrie te verduurzamen. De bedrijven die in de Sustainable Apparel Coalition zijn samengekomen, hebben veel ambitieuzere standaarden afgesproken dan we hadden gedacht. Vooral omdat het verkleinen van de milieudruk gepaard gaat met kostenbesparingen.Het is veel moeilijker om bedrijven mee te krijgen bij het verbeteren van arbeidsomstandigheden in de fabrieken, of bij het vergroten van de transparantie naar consumenten. Dat zijn namelijk processen die geld kosten in plaats van opleveren.”Foto's: Davis, Patagonia, Inc.