Ik ben boos. En moe. Voordat iemand het vraagt: nee, ik ben niet ongesteld. Ik heb gewoon het nieuws gelezen.
Nederland presteert slecht. Ooit hadden we het idee dat we een gidsland waren. Tolerant, modern en geëmancipeerd. Ik denk dat we onszelf daarmee altijd al overschat hebben, maar inmiddels rennen we echt hard achteruit.
Zo las ik over de wereldranglijst voor gendergelijkheid. In 2008 stond Nederland op plek 9. In 2024 verschoven we naar plek 28. En nu staan we op plek 46. Als dit een voetbalteam was, hadden we de bondscoach ontslagen en de spelers uitgejouwd. Maar het gaat over vrouwen, dus we denken ‘ach’ en bestellen nog een cappuccino.
Wat ik ook las, is dat Marokko sinds september zijn eerste vrouwelijke premier heeft, Fatima Ezzahra El Mansouri. In steeds meer landen is het normaal dat een vrouw aan het roer staat. Het Verenigd Koninkrijk, Finland, Denemarken, IJsland, Italië, Nieuw-Zeeland, Pakistan, Bangladesh, Tunesië en Japan hebben allemaal al een vrouwelijke premier gehad. Goed nieuws natuurlijk.
Maar het geeft wel te denken. In Nederland hebben we nog nooit een vrouwelijke premier gehad. Alleen koninginnen. Het lijkt wel alsof we niet alleen een glazen plafond hebben, maar ook een soort cultureel erfgoed beschermen. ‘De premier in Nederland is man, laten we dat omwille van traditie vooral in stand houden…’
Fopfeminisme
Cabaretier, zangeres en podcastmaker Lisa Loeb schreef er een boek over: Fopfeminisme. Een rake titel, want dat is precies wat we doen. We houden onszelf voor dat emancipatie een afgerond project is. Iets wat we ergens tussen de invoering van de pil en het eerste vrouwelijke journaalanker hebben afgevinkt.
Dan is er nog de Monitor Genderbalans van de Sociaal Economische Raad (SER). De jaarlijkse analyse van de man-vrouwverhouding in de top en subtop van het Nederlandse bedrijfsleven. Ook al zo’n hoopgevend document. Het aandeel vrouwen in besturen van grote ondernemingen is gestegen naar 17,3 procent, staat in de monitor. Het werd gepresenteerd als vooruitgang. Maar wat er eigenlijk staat is dat vijf op de zes bestuurders nog steeds mannen zijn. Als mijn telefoon nog 17 procent batterij heeft, zoek ik een oplader.
Maar wat doen we? We organiseren een symposium over de prachtige stappen die zijn gezet. Met een panel van vier mannen en één vrouw. I kid you not.
Vrouwenrechten als ‘bonusartikel’ bij Belastingplan
Het kan nog gekker. Rob Jetten en zijn partner verwachten een baby. Prachtig nieuws, zou je denken. Twee mensen die graag ouders willen worden. Maar naast felicitaties volgde een stortvloed aan homohaat en morele verontwaardiging. Bij de NOS hebben ze na een paar uur de comments onder hun bericht uitgezet, het werd te erg.
Natuurlijk mag je vragen stellen over draagmoederschap en de rechten van alle betrokkenen. Maar de manier waarop sommige mensen zich plotseling tot opperrechter van andermans gezinsgeluk benoemden, was verbijsterend.
Ondertussen gebeurt er in Den Haag iets waar mijn bloed echt van gaat koken. JA21, BBB en de SGP hebben de handen ineengeslagen, voor een constructief aanbod. Steun voor de begrotingen, waar ze iets voor terugvragen: een pas op de plaats bij ‘medisch-ethische’ kwesties. Wat de SGP daarmee bedoelt, is duidelijk. De ontwikkelingen rond abortus en draagmoederschap stilzetten. Pardon?
Sinds wanneer zijn vrouwenrechten een bonusartikel bij de begrotingsonderhandelingen? ‘Doe ons maar een belastingverlaging, de btw afschaffen voor sierteelt en graag een stuk zelfbeschikking inleveren voor de helft van de Nederlandse bevolking.’
Tijd om boos te zijn
Het. Valt. Niet. Mee. We kunnen dit niet wegwimpelen met simpele redeneringen zoals dat vrouwen er zelf voor kiezen om parttime te werken. En dat ze daardoor minder verdienen, minder pensioen opbouwen en minder macht hebben. Dit is geen kwestie van eigen schuld, dikke bult.
Want wat individuele keuzes lijken, legt steeds weer dezelfde collectieve ongelijkheid bloot. Maar daar mogen wij vrouwen vooral niet boos over worden. Want boze vrouwen zijn vermoeiend. Te fel. Te emotioneel. Ze moeten het gesprek constructief voeren. Bruggen bouwen. Mannen meenemen. Liefst met een glimlach, lekker aantrekkelijk.
Ik heb inmiddels meer bruggen gebouwd dan Rijkswaterstaat en ik ben klaar met iedere nieuwe ranglijst die bevestigt wat we al lang weten. Klaar met het applaus voor een procentpunt vooruitgang. En boos om de gedachte dat mijn dochters straks dezelfde gesprekken moeten voeren die hun moeders en oma’s al voerden.
Dus, laten we stoppen met onszelf in slaap sussen met het verhaaltje hoe geweldig geëmancipeerd we zijn. Er wordt aan de poten van ons zelfbeschikkingsrecht gezaagd, we zakken op belangrijke ranglijsten. We doen het ronduit slecht! Het is hoog tijd om daar voluit boos over te zijn. Vrouwen en mannen.
Nancy Kabalt heeft ruim twintig jaar ervaring in de energiesector en was onder andere algemeen directeur van netbeheerder Stedin. Inmiddels is ze als toezichthouder betrokken bij diverse energiebedrijven, zoals FastNed en Sympower. Ze is ook oprichter van consultancy- en interimbedrijf Windkracht5.



