Peter Wennink, oud-ceo van ASML en architect van het veelbesproken ‘Rapport Wennink’, noemde het begrotingsbeleid van het kabinet-Jetten afgelopen maand in Vrij Nederland ‘middeleeuws’. Zijn belangrijkste kritiek: de regering weigert voor de lange termijn een fundamenteel onderscheid te maken tussen investeringen die de economie versterken en eenmalige uitgaven. Dat is ook de kern van het probleem rond investeringen in het elektriciteitsnet, die nodig zijn om de energietransitie te laten slagen.
Maandagochtend maakten netbeheerders bekend dat de tarieven voor aansluitingen op het stroom- en gasnet in 2027 met gemiddeld 20 procent omhoog gaan. Vooral voor het elektriciteitsnet gaan consumenten en bedrijven fors meer betalen.
Dat was wel even schrikken, want in het rapport ‘Schakelen naar de toekomst’ over de verzwaring van het stroomnet, is sprake van een gemiddelde stijging van de nettarieven van 6,7 procent per jaar voor huishoudens en kleinzakelijke gebruikers. Dat is al fors, maar een stijging van 20 procent in één jaar is dan echt draconisch.
Energiemarkt is apolitiek gemaakt en juist daardoor politiek explosief
De stijging van nettarieven heeft alles te maken met de onnavolgbare manier waarop Nederland de energiemarkt op netniveau heeft georganiseerd via publieke marktwerking. Netbeheerders zijn de facto staatsbedrijven, maar voor hun investeringsbeleid en de financiering daarvan staan ze onder curatele van de politiek onafhankelijke toezichthouder ACM.
Via deze constructie heeft de politiek een cruciale publieke voorziening – energie – op afstand gezet en ogenschijnlijk apolitiek gemaakt. Door de stijging van nettarieven te versmallen tot een technocratische kwestie, dreigt een grove onderschatting van het emotionele effect van jaarlijks stijgende energierekeningen.
Burgers en bedrijven zien de extra euro’s die ze moeten betalen, steeds weer voorbijkomen op maandelijkse facturen, zonder dat er in Den Haag een serieuze discussie wordt gevoerd over een rechtvaardige verdeling van kosten.
Lagere inkomens en bedrijven hard geraakt
Een ongebreidelde stijging van nettarieven vergroot de verschillen tussen lagere en hoge inkomens: de absolute bedragen per huishouden raken lagere inkomens immers veel harder. Door dit politieke vraagstuk te ontwijken en er een onderonsje tussen netbeheerders en toezichthouder ACM van te maken, wordt een politieke tijdbom geactiveerd die het draagvlak onder de energietransitie kan wegslaan.
Het lapmiddel dat in beeld komt is heractivering van het Noodfonds Energie voor huishoudens met een lager inkomen. Maar daarvoor is geen visie ontwikkeld die bijvoorbeeld vijftien jaar vooruitkijkt. Bovendien gaat het Noodfonds voorbij aan het bredere probleem rond draagvlak, omdat de focus alleen ligt op de ongeveer 500.000 huishoudens die aantoonbaar met energiearmoede kampen.
Intussen begint ook de situatie voor bedrijven onhoudbaar te worden, stelt de belangenclub van Rotterdamse havenbedrijven Deltalinqs: ‘Als we willen dat bedrijven hier in Nederland kunnen concurreren, elektrificeren en investeren in bijvoorbeeld (groene) waterstof en batterijen, moet er snel iets gebeuren. De rekening kan niet langer uitsluitend bij huidige gebruikers worden neergelegd.’
Kosten uitbreiding stroomnet: Nederland kan meer lenen
De kosten van uitbreiding van het stroomnet op land worden in de periode tot 2040 geschat op 107 miljard euro. Met slimmere aansturing en betere spreiding van stroomgebruik zou dat naar schatting zo’n 22 miljard euro lager kunnen uitvallen. Verder is voor uitbreiding van de netinfrastructuur op zee zo’n 88 miljard euro nodig.
De investeringskosten worden nu verrekend via de nettarieven, maar je zou het verdelingsvraagstuk naar het hart van de politiek kunnen brengen door te zeggen: we financieren een deel van de netuitbreiding via de staatsschuld. Meer schuld maken voor de financiering van een duurzaam en autonomer energiesysteem is uiteraard niet gratis, maar voor Nederland wel goed te doen.
Op een bierviltje ziet dat er namelijk zo uit. Als de Nederlandse overheid over een periode van vijftien jaar bijvoorbeeld 90 miljard euro extra leent, komt dat neer op 6 miljard euro per jaar.
Volgens het Centraal Planbureau bedraagt de staatsschuld eind dit jaar naar verwachting 45,3 procent van het nationaal inkomen (bbp), wat neerkomt op ongeveer 560 miljard euro. Als je daar 6 miljard euro aan toevoegt, stijgt de staatsschuld met een half procentpunt naar 45,8 procent van het nationaal inkomen in 2026.
Aangezien je vijftien jaar lang elk jaar 6 miljard extra leent, gaat de staatsschuld zwaarder drukken op de economie. Maar dit effect wordt gedempt doordat de economie zelf ook groeit, waarbij het tempo van de economische groei bepaalt hoe zwaar de extra staatsschuld meeweegt.
Netuitbreiding financiering via belastingen: wat is rechtvaardig?
Voor het politieke debat zijn vooral de extra rentelasten relevant. De Nederlandse staat kan nu voor 10 jaar lenen tegen een rente van ongeveer 3,6 procent. Dus als je gedurende een bepaalde periode zes miljard per jaar extra leent, stijgen de rentelasten telkens met 216 miljoen euro.
Als je dit wilt afdekken met hogere belastingen, komen de jaarlijkse inkomsten van de rijksbegroting in beeld. Bij de Miljoenennota van afgelopen jaar raamde de regering de inkomsten uit directe en indirecte belastingen bij elkaar op iets meer dan 300 miljard euro. Om extra rentelasten van 216 miljoen euro op te vangen, moet je de rijksbelastingen met ongeveer 0,07 procent verhogen (en dat jaarlijks gedurende vijftien jaar).
Voordeel hiervan is dat je de discussie over de verdeling van de kosten van de energietransitie naar de Tweede Kamer haalt. Dan kun je discussiëren of het rechtvaardig is om de rekening bij werkenden te leggen (inkomstenbelasting) of bijvoorbeeld een extra heffing op vermogen (waarde van huizen en gebouwen) in te voeren.
Ook dat zal discussie opleveren. Maar dit pakt politiek mogelijk minder explosief uit dan het vooruitzicht van stoppen die doorslaan, zodra burgers en bedrijven een blik werpen op hun energierekening. ‘Rust in je portemonnee’ – de VVD-slogan van 2025 – kan ook ontstaan als de overheid voor de lange termijn helderheid schept over financiële keuzes en een eerlijke lastenverdeling.
Lees ook:
- Netcongestie oplossen door energie slimmer te gebruiken: technisch kan het, maar het beleid loopt achter
- 5 vragen over het EU-plan van € 1.200 miljard voor Europese energienetten
- Nederland is met netcongestie de proeftuin van Europa: deze aanbieder van slimme energiesoftware ziet dat juist als een kans




