Expertredactie Change Inc. 27 oktober 2026, 12:00

De innovatieve watertechnologie van Sensiblue kan de energietransitie drastisch versnellen

Wat als we water niet verwarmen om besmettingen te voorkomen, maar desinfecteren? Dat maakt het veel makkelijker om van het gas af te gaan, zegt Sensiblue. De technologie van de Haagse onderneming kan ongeveer een kwart van het energiegebruik van huishoudens besparen én de energietransitie versnellen.

Wirijn Tholen van Sensiblue Wirijn Tholen van Sensiblue: 'Je kunt legionellabesmetting voorkomen met onze oplossing, zonder dat er onnodig energie wordt gebruikt.' | Credits: Hugo de Wolf

Water desinfecteren met chloor wordt al decennialang gedaan. Waarom Jan Tholen aan het begin van de 21e eeuw dan nog een DSM Innovatieprijs won voor zijn ‘Turbokiller’? Zijn apparaat had iets unieks: je hebt er geen elektriciteit voor nodig, omdat het water die zélf opwekt.

Inmiddels heeft het apparaat een andere naam (de ‘Sensiblue S4’) en staat niet Jan, maar zoon Wirijn aan het hoofd van Sensiblue. Hij kocht het bedrijf in 2020 terug van de Utrechtse producent die het inmiddels had overgenomen. De geestesvader van het bedrijf is trouwens nog altijd betrokken. ‘Ik bel mijn vader nog elke dag om te sparren’, zegt Wirijn Tholen grijnzend.

Sommige toepassingen van het desinfectieapparaat liggen voor de hand. Het apparaat kan bijvoorbeeld prima gebruikt worden om de 2,1 miljard mensen die nu geen toegang hebben tot schoon drinkwater, daar wel van te voorzien.

De Sensiblue S4 is bijvoorbeeld geïnstalleerd op 23 scholen in Oeganda, waar grond- en regenwater wordt gedesinfecteerd voor duizenden kinderen. En in landen waar mensen drinkwater nu in de winkel of op straat moeten kopen, zou de Sensiblue veel plastic kunnen besparen. Inmiddels wordt het apparaat in elk werelddeel verkocht, en volgende maand wordt het apparaat zelfs gebruikt om schoon tapwater te kunnen verzorgen op de Jeugd Olympische Zomerspelen in Senegal.

Maar Tholen denkt verder dan dat. Hij ziet bijvoorbeeld een grote rol voor zijn desinfectieapparaat in de energietransitie.

Water desinfecteren met zoutelektrolyse

De Sensiblue werkt met een zogenoemde zoutelektrolysecel. In het apparaatje wordt stroom opgewekt door een kleine waterturbine. Die stroom wordt gebruikt om zoutmoleculen (natriumchloride) te splitsen, waardoor actief chloor ontstaat. Dat kan bacteriën in water doden, zoals legionella.

Zelf opgewekte stroom wordt gebruikt om zoutmoleculen te splitsen, waardoor actief chloor ontstaat.  | Credits: Hugo de Wolf

Het water dat eruit komt is veilig als drinkwater. Het kleine beetje chloor dat erin zit proef je niet, belooft Tholen. ‘Onderzoek heeft aangetoond dat een heel kleine dosis chloor − 0,2 tot 0,5 milligram per liter − genoeg is om water te desinfecteren, zonder dat je het proeft.’

Als bewijs zet hij twee flessen water voor ons neer: één met gewoon Nederlands kraanwater, dat geen chloor bevat, en één met Sensiblue-water. Of we kunnen proeven welke fles welke inhoud heeft? Spoiler: nee. ‘Zelf proef ik het wel, maar alleen omdat ik weet waar ik op moet letten’, zegt Tholen. ‘Omdat ons water een heel klein beetje zout bevat, voelt het iets zachter op de tong. De meeste mensen vinden dat lekkerder.’

Het gebruik van elektriciteit uit water heeft in dit geval meerdere voordelen. Het zorgt er niet alleen voor dat de Sensiblue ook off-grid gebruikt kan worden, maar maakt ook dat er nooit meer chloor wordt aangemaakt dan de bedoeling is. ‘De hoeveelheid chloor is afhankelijk van de hoeveelheid stroom, en die is in ons geval dus afhankelijk van de hoeveelheid water.’

Overstap van gas naar warmtenet

Maar hoe helpt dit de energietransitie? Dat heeft alles te maken met het warme water in onder andere appartementencomplexen en sportclubs. Dat moet continu worden opgestookt tot minstens 60 graden, zodat legionella niet de kans krijgt in de leidingen te groeien. Maar dat kost heel veel gas, legt Tholen uit.

Nu alle gebouwen in Nederland van het gas af moeten, worden warmtenetten als goed alternatief gezien. Maar water in een warmtenet bereikt de 60 graden niet. Tholen: ‘Dat betekent dat elke woning een boiler zou moeten krijgen om het water verder op te stoken. Onzin, want het water hoeft helemaal niet zo warm te zijn voor de douche of om een huis te verwarmen. En die legionellabesmetting kun je prima voorkomen met onze oplossing, zonder dat er onnodig energie wordt gebruikt.’

Een desinfectieapparaat bespaart op die manier ongeveer een kwart van het energiegebruik van huishoudens. Dat kan een huishouden niet alleen 83 kilo CO2-uitstoot per jaar besparen, maar ook veel geld, weet Tholen.

De 60 graden-eis is weliswaar wettelijk vastgelegd, maar met een speciale verklaring mag de Sensiblue wel als alternatief worden verkocht. Sensiblue voert de daarvoor benodigde tests nu uit met een subsidie, opgehaald met behulp van het programma ImpactCity van de gemeente Den Haag.

Voorbij de ‘valley of death’

Tholen is overtuigd van unieke werking van zijn product, maar de weg erheen was hobbelig. ‘Nadat mijn vader de eerste versie van het product ontwikkelde, kwamen er twee andere varianten, ontwikkeld in samenwerking met een Utrechtse producent. De ene was goed, die erna liep totaal niet. Ze stonden op het punt de stekker eruit te trekken. Dat vond ik zonde van mijn vaders werk en van de potentie van het product. Ik dacht dat er gewoon meer focus moest komen. Tot bleek dat er echt gebreken waren, waaronder lekkage.’

Elk apparaat wordt 24 uur getest voor het wordt geleverd. | Credits: Hugo de Wolf

Hij besloot het apparaat uit productie te halen en opnieuw te beginnen. Jarenlang werkte hij aan de Sensiblue S4, die sinds vorig jaar op de markt is. ‘Door de eerdere problemen hebben we misschien te lang gewacht met de lancering, maar nu weten we wel zeker dat alles goed is. Nog steeds testen we elk apparaat 24 uur voordat het ons magazijn verlaat.’

Die productkwaliteit ziet Tholen als dé manier om de door ondernemers gevreesde valley of death te overleven. ‘Ik kan nog niet zeggen dat de vallei een gepasseerd station is, maar we zitten heel dicht bij het einde. Er liggen aanvragen voor tienduizenden stuks. Volgend jaar moeten we voor het eerst break-even draaien.’

Wat de ondernemer ook heeft geholpen is zijn nieuwe sales-team, die met meer focus kan verkopen dan hij zelf had. ‘En tot slot helpt het als er een gerespecteerde instantie achter je staat. Vorig jaar stonden we op Change NOW in Parijs, als één van de veelbelovende oplossingen uit Nederland. ImpactCity had ons daarvoor aangedragen. Daar zijn heel veel mooie samenwerkingen uit voortgekomen.’

Bekijk hier hoe ImpactCity ook jouw impactbedrijf vooruit kan helpen.

Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner ImpactCity. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.

Lees ook:

Innovatie bij warmtepompen: 4 alternatieve oplossingen voor woningen om deels of helemaal van het gas af te gaan

Het kabinet-Jetten wil de adoptie van warmtepompen vanaf 2029 aanjagen met een verplichting om bij vervanging van de cv-ketel minimaal een hybride warmtepomp te nemen. Er komen weliswaar uitzonderingen voor appartementencomplexen en woningen die op korte termijn op een warmtenet worden aangesloten. Maar voor miljoenen huishoudens komt de vraag hoe een warmtepomp comfortabel in te passen valt weer hoger op de agenda te staan.Gunstig is dat er veel innovatie plaatsvindt. Net als cv-ketels in de afgelopen decennia steeds efficiënter en compacter zijn geworden, valt te verwachten dat warmtepomptechnologie nog een stuk slimmer en praktischer wordt. Hybride of volledig elektrische warmtepomp Voor nieuwbouw wordt nu vaak gekozen voor bodemwarmtepompen, die via een ondergronds lussysteem warmte en koude laten circuleren. Voor veel bestaande bouw is een bodemwarmtepomp echter niet de makkelijkste en zeker niet de goedkoopste oplossing.Als onderdeel van zogenoemde zeerlagetemperatuur-warmtenetten (zlt-netten) kunnen individuele bodemwarmtepompen voor bestaande wijken wel uitkomst bieden. Maar het hangt van specifieke situaties in wijken af of en hoe snel zo’n zlt-net aangelegd kan worden. Als overstappen op een collectief warmtenet er niet inzit binnen afzienbare tijd, wordt voor bestaande woningen vaak naar de lucht-waterwarmtepomp gekeken.De lucht-waterwarmtepomp is er in twee versies. Hij is er volledig elektrisch voor goed geïsoleerde woningen die daarmee helemaal van het gas af kunnen, en hybride als aanvulling op de cv-ketel voor minder goed geïsoleerde huizen. De warmtepomp neemt dan meestal het verwarmen van de woning op zich, terwijl de cv-ketel ondersteuning biedt op zeer koude dagen en voor de levering van warm tapwater van rond de 60 graden Celsius.De klassieke lucht-waterwarmtepomp werkt met een buiten- en een binnenunit. Een ventilator die buiten staat opgesteld, voert lucht aan. De lucht reageert met een vloeibaar koudemiddel dat verdampt. Het gas dat daarbij ontstaat wordt met een compressor verhit. Vervolgens dragen warmtewisselaars de warmte over op water dat door het verwarmingssysteem loopt voor afgifte van warmte in huis.Uitdagingen van de buitenunit voor bestaande woningen draaien vaak om een geschikte plek, en om het geluid van de ventilator dat kan zorgen voor overlast. De binnenunit van een warmtepomp vraagt om extra ruimte, want de apparatuur is doorgaans aanzienlijk omvangrijker dan moderne cv-ketels. Voor kleinere woningen kan dat onhandig zijn.De techniek staat echter niet stil en er wordt flink aan de weg getimmerd door innovatieve startups. Hieronder bespreken we vier alternatieve richtingen voor de klassieke lucht-waterwarmtepomp met binnen- en buitenunit.[caption id="attachment_188215" align="aligncenter" width="900"] Vaste airco in huis. | Credits: Andrii Solok via Unsplash[/caption] Airco met slimme aansturing In Nederland is de vaste airco sinds een aantal jaar aan een indrukwekkende opmars bezig. Volgens schattingen van TNO gebruikt bijna 20 procent van de huishoudens in Nederland (1,6 miljoen) inmiddels een vaste airco voor verwarming. Airco’s dienen in eerste instantie vaak voor koeling in de zomer. Maar het zijn ‘lucht-luchtwarmtepompen’ die ook het omgekeerde kunnen: verwarmen in de winter.Het verschil met andere warmtepompsystemen is dat je met een binnenunit van een airco een specifieke ruimte verwarmt, zoals een woonkamer. Omdat het een elektrisch systeem is, kan dat schelen op het gasverbruik van de cv-ketel op momenten dat gasprijzen hoog zijn.Een recent initiatief om het gebruik van de airco voor verwarming slimmer te maken komt van de Eindhovense startup Ona. Die heeft hardware en een bijbehorende app ontwikkeld om het gebruik van de airco op onder meer de stroomprijzen af te stemmen.In de koudere maanden kan het bijvoorbeeld interessant zijn om vóór de avondpiek van de elektriciteitsvraag de airco al aan te zetten voor verwarming. Dan wordt de warmte deels opgeslagen in de stenen of betonnen muren van de woning en in de loop van de avond vrijgegeven. In de avond zelf hoeft de airco dan minder of geen warmte te leveren. Dat is onder meer interessant voor huishoudens met zonnepanelen die meer zonnestroom zelf willen verbruiken overdag. Als je een dynamisch energiecontract hebt, kan deze oplossing ook helpen om ’s middags te profiteren van lagere stroomprijzen.De oplossing van Ona stuurt een airco aan op basis van de kwartierprijzen van stroom, de opbrengst van zonnepanelen, de weersverwachting, de comfortinstellingen van de gebruiker en het gedrag van de woning zelf. Warmtepomp met alleen buitenunit Huishoudens die niet veel extra ruimte binnen hebben kunnen kijken naar een warmtepomp met alleen een buitenunit. Die kan bijvoorbeeld voor of achter in een tuin worden geplaatst, waarbij verder alleen leidingen van de warmtepomp gekoppeld moeten worden aan het verwarmingssysteem in huis. In het geval van een hybride variant werkt de warmtepomp samen met de cv-ketel.Leverancier Quatt is sinds 2022 actief op deze markt. Naast een hybride monoblock heeft dit bedrijf inmiddels ook een all-electric variant ontwikkeld.Eind dit jaar wil de nieuwe speler Whspr zijn eerste hybride warmtepompen met alleen een buitenunit aan klanten gaan leveren. Whspr belooft op basis van een innovatief akoestisch ontwerp een superstille warmtepomp, met een geluidssterkte van 33 decibel op drie meter afstand.Zowel Quatt als Whspr maakt gebruik van het milieuvriendelijke koudemiddel R290, ofwel propaan. Dat heeft een relatief laag opwarmingspotentieel als het vrijkomt in de atmosfeer, terwijl klassieke koudemiddelen juist zeer krachtige broeikasgassen zijn.Propaan is wel brandbaar en zwaarder dan lucht. Om brandrisico’s te minimaliseren gelden er specifieke eisen voor de plaatsing van warmtepompen met propaan, zoals een veiligheidszone van ongeveer 1 meter rond de warmtepomp.[caption id="attachment_188214" align="aligncenter" width="900"] Warmtepompinstallatie in huis. | Credits: Getty Images.[/caption] Warmtepomp met alleen binnenunit Wie buiten minder mogelijkheden ziet voor een warmtepomp, maar wel beschikt over ruimte in huis, kan kijken naar een warmtepomp met alleen een binnenunit. De warmtepomp maakt dan gebruik van twee pijpen om respectievelijk buitenlucht aan te zuigen en lucht van binnen af te voeren.Op de markt voor interne warmtepompen zijn verschillende partijen actief met all-electric installaties. Die vragen wel meer ruimte dan een moderne cv-ketel.Voorbeelden van dergelijke warmtepompen zijn van Ego en Tarnoc. Eerstgenoemde maakt ook gebruik van een los buffervat voor warmwateropslag, waardoor de complete installatie 1,4 meter breed, 0,65 meter diep en 1,8 meter hoog is. De Tarnoc is een turbineketel gebaseerd op luchtvaartechnologie en heeft een vloeroppervlak van 0,75 meter bij 0,65 meter nodig, met een hoogte van 1,65 meter.Van belang voor dit type all-electric warmtepompen is dat ze op een 3-fasenaansluiting werken. Een woning moet dan minimaal een netaansluiting van 3 x 25 ampère hebben. Door netcongestie zijn er momenteel wachttijden voor oudere woningen bij het aanpassen van de netaansluiting.Er zijn ook hybride varianten van warmtepompen met alleen een binnenunit, zoals de Atag Interion. Die is compacter, kan naast de cv-ketel geplaatst worden en werkt op een gewoon 1-fasenstopcontact. Akoestische warmtepomp zonder koudemiddel Een alternatieve technologie die er binnenkort aankomt, is de zogenoemde akoestische warmtepomp. De motor komt van het Nederlandse startup BlueHart Energy, het Spaanse Ecoforest neemt de productie van de gehele warmtepomp op zich en het Nederlandse Eplucon zorgt voor de integratie in huizen en gebouwen.Het systeem bestaat uit een hermetisch afgesloten vat, gevuld met heliumgas. Twee zuigers wekken een akoestische drukgolf op die in een lus wordt rondgeleid. Daarbij wordt de druk op het heliumgas afwisselend verhoogd (waardoor de temperatuur stijgt) en verlaagd (waardoor de temperatuur daalt). Via warmtewisselaars kan de temperatuurschommeling benut worden om het warmtesysteem van een woning te bedienen.De akoestische warmtepomp werkt door noice cancelling-effecten zeer stil, kan de cv-ketel helemaal vervangen, werkt zonder buitenunit en is ontworpen om ook in matig geïsoleerde woningen goede prestaties leveren. Momenteel worden prototypes uitgebreid getest. Doel is om vanaf 2027 de eerste commerciële systemen op de markt te brengen. Lees ook:Nu energiekosten stijgen, loont verduurzamen met warmtepomp, zonnepanelen en thuisbatterij juist extra Airco in opmars: hoe zit het met de milieueffecten? Verwarmen, koelen en extreem krachtige broeikasgassen Nederland kan dit jaar de grens van 1 miljoen warmtepompen doorbreken