Expertredactie Change Inc. 19 juni 2026, 09:16

De prijs van een liter elektriciteit: hoe de E-truck de kosten voor transportondernemers kan verlagen

Een liter elektriciteit bestaat niet. Toch is het precies dat vergelijkingspunt dat transportondernemers helpt om diesel en E-trucks eerlijk naast elkaar te zetten. Wie de balans opmaakt, ziet dat de verhoudingen verschuiven.

vattenfall

De sterke schommeling van dieselprijzen in de afgelopen maanden bracht extra onzekerheid voor transportondernemers. Tussen april 2025 en februari 2026 bewogen prijzen tussen de 1,509 euro en 1,695 euro per liter, terwijl eind maart een recordhoogte van 2,224 per liter werd bereikt.

Een dergelijke stijging van bijna 40 procent van de brandstofkosten heeft grote impact op de marges en de operationele bedrijfsvoering van transportbedrijven. Interessant in dit verband is de vergelijking met elektriciteitsprijzen voor E-trucks. Vattenfall bracht dit onlangs in kaart in een scenariovergelijking.

De prijs van een liter elektriciteit

Hoewel een liter elektriciteit fysiek niet bestaat, bied dit concept wel een mooi vergelijkingsinstrument voor transportondernemers die een afweging willen maken tussen E-trucks en dieselvrachtwagens. Uitgangspunt is dat een traditionele truck gemiddeld 25 liter diesel per 100 kilometer verbruikt, wat neerkomt op 4 kilometer per liter.

Een moderne E-truck verbruikt voor diezelfde afstand gemiddeld 110 kilowattuur, oftewel 1,1 kilowattuur per kilometer. Door deze cijfers naast elkaar te leggen, ontstaat een heldere vergelijking: 1 liter diesel staat energetisch gelijk aan ongeveer 4,4 kilowattuur elektriciteit.

Rekenvoorbeeld
Stel dat een liter diesel 2 euro kost, dan is iedere laadsessie met een prijs onder de 0,45 euro per kilowattuur kostenbesparend. Als de dieselprijs 1,60 per liter is, dan ligt het omslagpunt voor elektrisch bij laadsessies onder de 0,36 euro per kilowattuur.

Dit betekent dus dat zodra 4,4 kilowattuur aan stroom goedkoper is dan één liter diesel, de overstap naar elektrisch rijden direct een besparing op de energiekosten oplevert.

Invloed op kosten bij elektriciteit groter

Een belangrijk verschil tussen elektriciteit en diesel bij de inkoop is de mate waarin een ondernemer de kosten per eenheid energie kan beïnvloeden. Waar de dieselprijs  grotendeels buiten de invloedssfeer van de transporteur ligt, biedt elektriciteit diverse knoppen om aan te draaien. De kosten van stroom zijn namelijk sterk afhankelijk van de laadlocatie, variërend van laden op depot en het gebruik van laadlocaties bij klanten, tot publieke laadpunten.

Vattenfall bracht een aantal scenario’s in kaart voor respectievelijk een E-truck en een dieseltruck die 100.000 kilometer afleggen. De totale kosten voor een E-truck variëren dan grofweg tussen de 18.700 euro 37.400 euro op jaarbasis.

Bij dieselvrachtwagens liggen deze kosten, afhankelijk van aannames over de marktschommelingen van dieselprijzen, tussen de 37.725 euro en 55.600 euro voor dezelfde afstand. In het meest gunstige scenario kan de besparing op brandstofkosten voor een E-truck oplopen tot circa 65 procent ten opzichte van diesel, en de minimumbesparing ligt in de scenario-analyse op 1 procent.

Operationele businesscase E-truck wordt sterker

Hoewel de investering in een E-truck hoger is vergeleken met de aanschaf van een dieseltruck, wordt de operationele businesscase vam de elektrische variant steeds sterker. Mede door aanvullende factoren zoals de nieuwe vrachtwagenheffing die op 1 juli 2026 ingaat en de inkomsten uit Emissiereductie-eenheden (ERE’s).

De transitie naar elektrisch transport gaat echter over meer dan alleen de prijs per kilometer; het raakt de kern van de bedrijfsvoering. In de MarktRappodcast van Vattenfall gaan experts hierover uitgebreid in gesprek onder leiding van Peter Kortstra.

Robert Gunsing (Mobilyze), Maxime van Gelder en Jocco Nieuwenhuis (Vattenfall) bespreken de ontwikkeling van E‑trucks en de complexiteit van de businesscase.

Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner Vattenfall. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.

 

Niet technologie, maar samenwerking lijkt de sleutel tot het versnellen van circulaire bouw

'Bouwbedrijven zijn er klaar voor. Echt! Het aanbod is nu hoger dan de vraag,' zegt Henk van Kleij ietwat gefrustreerd. De commercieel manager bij bouwbedrijf BAM richt zich vooral tot gemeenten, die volgens hem meer kunnen focussen op duurzaamheid in hun aanbestedingen.Sandra Polman Tap, ontwikkelmanager bij de gemeente Nijmegen, staat naast hem. 'Mooi om te horen dat marktpartijen er klaar voor zijn', vindt ze. 'Maar dan moeten wij dat natuurlijk wel weten.' Situatie rooskleuriger dan die lijkt Van Kleij en Polman Tap zijn in gesprek over circulair bouwen op vastgoedbeurs Provada. De Nederlandse bouwsector moet in 2050 geheel circulair zijn, met een tussendoel van maximaal 50 procent primaire, niet-biologische grondstoffen in 2030. Het gebruik van onder meer nieuw beton en staal moet dus snel worden afgeschaald.Dat gaat vooralsnog niet al te best: vorig jaar was slechts 13 procent van de materialen in de gebouwde omgeving circulair. Toch is de situatie niet helemaal hopeloos. 'Die 13 procent is het resultaat van projecten die vijf tot tien jaar geleden van start zijn gegaan', zegt Paul van Doorn, conceptontwikkelaar bij bouwbedrijf Giesbers. 'Als je kijkt naar wat er nu in de pijplijn zit, zijn we al een stuk verder. 50 procent in 2030 halen we misschien niet, maar voor transities heb je nou eenmaal een lange adem nodig.'Bovendien, voegt hij toe, is het meten nog niet zo makkelijk. Gaat het om gewicht, dan telt beton bijvoorbeeld veel sterker mee dan isolatiemateriaal. En is biobased materiaal wel of geen onderdeel van circulaire bouw? Het gaat weliswaar niet om hergebruik of recycling, maar wel om het verlagen van primair grondstoffengebruik. 'Daarmee is biobased bouwen eigenlijk een circulaire strategie’, vindt hij. Duurzaamheid in aanbestedingen Of het glas nou halfvol of halfleeg is, feit is dat er op de weg richting circulair bouwen nog wel wat beren zijn. Zoals de aanbestedingen vanuit lokale overheden, waarvoor Van Kleij van BAM belangrijke verbeterpunten heeft. Vaak worden marktpartijen vooral op basis van prijs geselecteerd, merkt hij. 'Maar als de prijs een gegeven is, een fixed price, hoeft die helemaal niet meer mee te tellen. Dan kun je vooral sturen op toekomstbestendigheid en daag je aanbieders uit met de beste oplossing te komen.'Dat gebeurt af en toe al, zegt Van Doorn. Zijn bedrijf deed recent mee aan een aanbesteding van de gemeente Arnhem, met een vast budget. 'De vraag was wie het meeste bood voor die prijs. Als de prijs vaststaat kun je concurreren op kwaliteit, en daarmee op de doelstellingen binnen transities.'Van Kleij noemt verschillende manieren om kwaliteit en duurzaamheid mee te nemen in aanbestedingen. Als het om circulair bouwen gaat, is het percentage 'losmaakbaarheid' bijvoorbeeld belangrijk. Hoe gemakkelijker een gebouw ontmanteld kan worden, des te beter je verschillende onderdelen kunt recyclen of hergebruiken. 'Dan kunnen materialen op een hoogwaardig niveau gaan circuleren.' Randvoorwaarden scheppen om doelen te overtreffen Ook bouwbedrijf Giesbers merkt dat circulaire concepten in de praktijk moeilijk te realiseren zijn, zegt Van Doorn. Giesbers heeft bijvoorbeeld De Groene Afslag bij Bussum gerealiseerd. De renovatie van het oude militaire complex is vrijwel volledig met hergebruik van materialen uitgevoerd. Van Doorn: 'Iedereen was intrinsiek gedreven, maar het was vechten tegen het systeem. Tegen de bank, de brandweer.'Er lijkt dan ook vooral behoefte aan meer samenwerking in de keten. Gemeenten hebben meer informatie nodig over wat bouwers kunnen en willen; bouwers willen op hun beurt minder verschillen tussen eisen van gemeenten. Van Kleij: 'De komende jaren moeten we samen belangrijke vragen analyseren. Hoe we grote volumes creëren voor duurzame concepten, bijvoorbeeld. Dan krijgt de markt de kans om de doelstellingen te overtreffen.' Lees ook:Marktplaats voor materialen moet de stad circulair maken: 'Met Lego-blokjes speel je toch ook meer dan één keer?' 'Kantoor vol Afval' bewijst dat circulair renoveren gewoon kan Warmtenetten kunnen rol spelen in aardgasvrij Nederland, maar dan moeten de prijzen wel omlaag