Expertredactie Change Inc. 29 juni 2026, 12:00

Hoe je dankzij data-analyse duurzamer en veiliger kunt autorijden

Data uit auto’s gebruiken om bestuurders duurzamer en veiliger te laten rijden; Kia doet het al jaren. Dankzij de inzichten uit voertuigdata laadt een derde van de elektrische Kia-rijders de auto pas na 23.00 uur op, rijden ze een stuk veiliger dan gemiddeld en weet de provincie Zeeland waar wegen het meest effectief veiliger kunnen worden gemaakt.

Kia Insights verzamelt data uit voertuigen om duurzamer en veiliger te kunnen rijden. Kia Insights verzamelt data uit voertuigen om duurzamer en veiliger te kunnen rijden. | Credits: Kia Nederland

De mobiliteit in Nederland staat op verschillende manieren onder druk. Voor het klimaat moeten we meer elektrisch gaan rijden, maar door netcongestie is het moeilijk om al die elektrische auto’s zo te laden dat ze het stroomnet niet overbelasten. Aan de andere kant wordt het er op de weg niet veiliger op. CBS-cijfers laten zien dat het aantal verkeersdoden stijgt.

Tegelijkertijd zoeken wegbeheerders naar manieren om met beter inzicht en data hun infrastructuur efficiënter en toekomstbestendiger te maken. Kia Nederland speelt hier actief op in door voertuigdata in te zetten om het gedrag van bestuurders te verbeteren en wegen veiliger te maken. ‘Data heeft pas waarde als het mensen helpt om ander gedrag te vertonen. Daar ligt voor ons de grootste impact’, stellen Marcel Sluis, directeur Ownership Experience, en Sacha Pepermans, CX & Insights Manager bij Kia Nederland.

Data uit connected vehicles

Het automerk heeft daarvoor een speciaal dataplatform opgericht: Kia Insights. Dat platform vertaalt data uit voertuigen die verbonden zijn met internet (connected vehicles), uit klantdata en uit externe bronnen naar concrete inzichten. Die data worden óf anoniem óf met toestemming van rijders vergaard.

De eerste stappen op datavlak zette Kia Nederland al in 2016. Toen begon het automerk een pilot met een soort digitale afstandsbediening voor auto’s. ‘Je hoefde niet meer fysiek in de auto te zitten om te kijken of hij op slot stond, hoeveel brandstof er nog in je tank zat of – met de komst van de elektrische auto – hoever je nog kon rijden of hoe lang het duurde totdat hij volgeladen was’, vertelt Sluis.

Laden als de accu nog vol is

Dat leverde allerlei nieuwe inzichten op. Sluis: ‘Wat wij zagen in een periode van drie maanden was dat bij bijna 30 procent van de voertuigen, de auto ’s avonds minstens één keer niet op slot stond. Dat was bijvangst. In die categorie zijn we bij de eerste generatie elektrische auto’s geanonimiseerd gaan kijken bij welk batterijpercentage mensen gingen laden. Daar schrokken we van. We zagen dat de meeste mensen de auto weer aan de stekker leggen als de accu nog voor 60 tot 80 procent vol is.’

Volgens zijn collega Pepermans was dat verrassend gedrag. ‘Bij een brandstofauto ga je pas tanken als je tank leeg is. Dat verwachtten wij ook te zien bij elektrische auto’s, maar daar zagen we ineens een heel ander gedragspatroon bij berijders. We hebben dat verder onderzocht, maar we konden dat niet verklaren’, zegt ze.

Mensen laden anders dan ze zelf denken

Vervolgens hield Kia een traditioneel marktonderzoek. Daarin zeiden de meeste respondenten dat ze pas gingen laden als dat nodig was. Dat klopte dus niet met de praktijk. Daarom vroeg het automerk aan circa 600 Kia-rijders toestemming om hun laadgedrag drie maanden lang te mogen volgen. ‘Dan geef je mensen inzicht in hun eigen laadgedrag en zien ze dat ze iedere dag laden als het nog niet nodig is. Dat hadden ze niet eens in de gaten’, zegt Pepermans.

Door het terugkoppelen van de inzichten in hun eigen laadgedrag en dat van de hele onderzochte groep, konden mensen hun gedrag aanpassen. ‘Bij dit onderzoek wilden we kijken of we het laden op een ander moment van de dag konden stimuleren. Dus niet om 17.00 uur als iedereen thuiskomt en veel stroom gaat gebruiken, maar pas vanaf een uur of 23.00 ’s avonds’, legt ze uit.

Sacha Pepermans, CX & Insights Manager bij Kia Nederland

Sacha Pepermans, CX & Insights Manager bij Kia Nederland.

Een derde gaat later laden

Daarbij liet Kia zien op welke tijd mensen laden en wat het voor maatschappelijk effect heeft als ze dat later doen. Doordat het stroomverbruik aan het begin van de avond zo hoog is, ontstaat namelijk netcongestie. Dit zorgt ervoor dat bedrijven niet kunnen uitbreiden, woonwijken niet gebouwd kunnen worden en zonneparken niet op het net aangesloten kunnen worden.

Tijdens de campagne gingen Kia-rijders steeds later laden. Uiteindelijk paste 33 procent van de deelnemers zijn laadgedrag aan door pas na 23.00 uur te gaan laden. Daarmee ontlasten ze het stroomnet en besparen mensen met een dynamisch contract geld, omdat de stroomprijs dan lager is. ‘Mensen pasten hun gedrag aan, alleen maar door data te vertalen naar inzichten’, zegt Pepermans trots.

Data voor veiligere wegen in Zeeland

Het onderzoek naar het laadgedrag kreeg nog een mooi staartje. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat begon op basis van deze data een campagne om mensen te bewegen later hun elektrische auto op te laden.

In opdracht van datzelfde I en W onderzocht Kia Insights ook of het met dit soort data wegen veiliger kon maken. Dat leidde tot een opdracht van de provincie Zeeland. Die wilde alle onveilige situaties op haar wegennet in kaart brengen om de veiligheid te kunnen verbeteren.

Pepermans: ‘Eerst zeiden ze: geef ons maar inzicht in airbagdata, waaruit blijkt waar airbags uitklappen. Maar dat geeft pas inzicht wanneer het incident al heeft plaatsgevonden. Je wilt juist de potentieel gevaarlijke wegen in kaart brengen. Dat kunnen we zien door te kijken naar de rijhulpsystemen in voertuigen.’

Gevaarlijke wegen in kaart brengen zonder een kilometer te rijden

Dat zijn bijvoorbeeld sensoren of camera’s die waarschuwen voor een botsing met een fietser of voetganger. Maar ook spiegels die waarschuwen voor verkeer naast je of in je dode hoek. Kia Insights ging kijken op welke wegen veel van dit soort waarschuwingen te zien zijn. Uit de voertuigdata bleek het gevaar op wegen waarvan de provincie dacht dat ze gevaarlijk zijn mee te vallen. Juist wegen die ze niet in beeld hadden, bleken gevaarlijker dan gedacht.

‘Dan zie je bijvoorbeeld dat daar belijning ontbreekt of onduidelijk is voor auto’s’, vertelt Pepermans. ‘Zo hebben we de provincie Zeeland kunnen helpen met data, zonder 400 kilometer aan wegen te hoeven af rijden. Zonder een kilometer te rijden konden we voor de wegbeheerders sneller en op grotere schaal inzichten geven dan via traditionele methoden mogelijk is.’

Volgens Sluis droegen de inzichten uit het onderzoek direct bij tot verbetering van de verkeersveiligheid. ‘Al redden we er maar één leven mee. Daar is het ons om te doen’, stelt hij.

‘Veiliger rijden challenge’ met Interpolis

Met verzekeraar Interpolis hield Kia Insights de ‘Veiliger rijden challenge’. Logisch, want hoe veiliger mensen rijden, hoe beter ongevallen en schades kunnen worden voorkomen. Bij de challenge werd het rijgedrag van een groep Kia-rijders gevolgd. Dat gebeurde via voertuigdata en via de app van Interpolis. Er werd een nulmeting gedaan en iedere twee weken kregen de deelnemers terugkoppeling en tips over hun rijgedrag.

Zo werd gekeken naar fel remmen of optrekken, wat erop wijst dat ze niet goed opletten. Ook werd gekeken of ze tijdens het rijden op hun telefoon keken. Aan het eind van de challenge reden de Kia-rijders gemiddeld 15,9 procent veiliger dan de gemiddelde deelnemer en behaalden ze een rijscore van 8.

Na het project met Interpolis heeft ook Veilig Verkeer Nederland (VVN) zich gemeld bij Kia Insights. Samen gaan ze met campagnes, educatie en slimme toepassingen, bijvoorbeeld via de MijnKia-app, bestuurders meer bewust maken van hun gedrag in het verkeer. De gedachte erachter is steeds hetzelfde: als je bestuurders inzicht geeft in hun rijgedrag en de risico’s, helpt dat om veiligere keuzes te maken.

Marcel Sluis, directeur Ownership Experience bij Kia Nederland

Marcel Sluis, directeur Ownership Experience bij Kia Nederland

Eigen AI-agent bouwen

Want door bewustwording creëer je verandering, stellen de twee. Daarom draait het bij Kia Insights niet om méér data, maar om het slimmer combineren en benutten ervan. ‘We leggen steeds meer lagen op elkaar’, legt Sluis uit. ‘Voorheen was het alleen voertuigdata. Bij Interpolis was het ook gedragsdata.

De volgende stap is ook de data uit weersinvloeden toevoegen. Waar we nu mee bezig zijn, is het bouwen van onze eigen AI-agent. Dan open je een oneindige hoeveelheid mogelijkheden om de volgende stap te zetten.’

V2G-pilot op NOS-journaal

Die AI-agent kan bijvoorbeeld ook gebruikt worden om duurzamer te rijden. Nu stimuleert Kia zijn klanten om uitgesteld te laden, dus na de piekmomenten op het net. De volgende stap is slim  laden. Of zelfs slim laden en ontladen om de auto zo als een rijdende batterij te gebruiken.

Die kan dan laden als er veel groene stroom uit zon en wind beschikbaar is en de elektriciteitsprijs laag. En ontladen als er veel vraag is en de stroomprijs hoog. Dit heet vehicle-to-grid, oftewel V2G. Samen met energiebedrijf Vattenfall start Kia dit jaar een V2G-pilot waarbij maximaal 40 bezitters van een elektrische Kia EV9 zes maanden lang gratis hun auto kunnen opladen als ze die als rijdende batterij beschikbaar stellen.

Daarmee helpen ze meteen om netcongestie op te lossen. De pilot kwam onlangs landelijk in het nieuws, onder meer in het NOS journaal. ‘Op deze manier gaan we slimmer met onze energie om’, zegt Pepermans.

Lees verder:

 

Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren, in samenwerking met onze partner Kia. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.

Plan voor grote kerncentrales wankelt: 6 kleine reactoren zijn mogelijk alternatief voor CO2-arme elektriciteit

Kernenergie heeft zo zijn eigen uitdagingen, maar geldt wel als een CO2-arme optie bij de productie van elektriciteit. Schoner dan kolen of gas. Nederland wil twee grote kerncentrales bouwen. Maar waar moeten die komen?Een verkenning van de landelijke netbeheerder TenneT in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat liep vorige week uit op een deceptie voor het kabinet-Jetten. Waar ze het willen (Zeeland), kan het eigenlijk niet. En waar het kan (Groningen), willen ze het absoluut niet, vatte de Volkskrant het scherp samen. Dit heeft vooral te maken met het balanceren van aanbod en vraag van stroom op het net en de daarvoor benodigde infrastructuur.In het rapport is ook iets anders te lezen: ‘kleintjes’ kunnen wel. Als alternatief voor de twee gewenste centrales, samen goed voor een vermogen van 3,2 gigawatt (3.200 megawatt), rekende TenneT, overigens zonder dat EZ daarom gevraagd had, ook een scenario door met zes zogeheten small modular reactors (SMR’s) van elk 533 megawatt, verspreid door Nederland. Samen leveren die hetzelfde vermogen.De naam is wat misleidend, want klein zijn de SMR’s bepaald niet; de reactoren in het voorstel van TenneT zouden groter worden dan de bestaande kerncentrale in het Zeeuwse Borssele, die een vermogen heeft van 485 megawatt (MW). Dé SMR bestaat bovendien niet; het is een verzamelterm voor een nieuwe generatie kernreactoren die zich op een aantal punten onderscheidt van traditionele centrales zoals in Borssele. Kleine modulaire kernreactoren Toch zijn SMR’s in de regel wel kleiner. Dat bescheiden formaat biedt voordelen. Ze kunnen sneller en goedkoper gebouwd worden, dankzij onderdelen die straks in een fabriek van de lopende band moeten rollen – modulair, dus.En dankzij hun omvang kan de locatie beter afgestemd worden op de vraag, simpelweg omdat ze dichter bij industriële afnemers kunnen worden geplaatst. TenneT wijst daarbij op zes potentiële locaties: Bleiswijk, Dodewaard, Europoort, A9 Zuid, Maasbracht en Lelystad.Stroom hoeft dus over minder grote afstanden vervoerd te worden. Precies waar het in Zeeland spaak loopt, de plek waar de overheid die twee grote kerncentrales het liefst had willen neerzetten. Met de aanwezigheid van de centrale in Borssele zijn de kennis en infrastructuur er al. En, heel belangrijk, de inwoners en gemeenten zijn aan boord. Zij het onder voorwaarden.Alleen heeft Zeeland die stroom zelf niet nodig, en te weinig hoogspanningskabels om al dat extra vermogen de provincie uit te krijgen. Ook omdat er vanaf zee al een enorme hoeveelheid windenergie het land opkomt. Daarbij is er geen ruimte; om de centrales in te passen, zou er volgens TenneT een dijk moeten worden verlegd. Borssele en de andere voorkeurslocatie op de lijst, de Paulinapolder bij Terneuzen, zijn daardoor eigenlijk allebei ongeschikt. Ongevraagd advies: Eemshaven wel geschikt De Groningse Eemshaven werd ‘voor de vorm’ ook op de lijst gezet. En laat dat technisch gezien nu juist de beste plek zijn, concludeert TenneT. Het extra aanbod kan wel lokaal landen zonder dat dat tot knelpunten of buitensporig hoge uitbreidingskosten voor het net leidt – met de kanttekening dat er dan richting 2040 wel een ‘sterke toename’ van de elektriciteitsvraag nodig is.Maar de Groningers zijn fel tegen. De inwoners worstelen nog steeds met de gevolgen van de gaswinning. Moet de provincie nu opnieuw opdraaien voor de energiebehoefte van de rest van Nederland? Het wordt hoog tijd dat Den Haag zijn ‘ereschuld’ aan de regio inlost, vinden de provinciebestuurders en ook de Tweede Kamer. ‘Wij zijn heel duidelijk geweest’, zei gedeputeerde Pascal Roemers daarover tegen de Volkskrant. ‘Die kerncentrales komen hier niet.’Dat TenneT op eigen initiatief met een alternatief scenario voor de bouw van twee grote kerncentrales komt, is veelzeggend. Zet dat plan overboord en zet in plaats daarvan in op SMR’s, zo is tussen de regels door te lezen. Dat komt niet helemaal uit de lucht vallen: kleine kernreactoren staan in Den Haag al langer op de radar.Onder de twee voorgaande kabinetten kwamen er al een SMR Programma-aanpak, bedoeld om de ontwikkelingen in Nederland te versnellen, en een Nationale SMR-strategie, een beleidskader waarmee de overheid wil voorsorteren op de komst van de SMR’s. Nu alleen in China en Rusland Het kabinet-Jetten trekt nu 20 miljoen euro uit om bedrijven te ondersteunen en op korte termijn vergunningen voor de technieken af te geven. Ze zijn er namelijk nog niet; Rusland en China zijn de enige landen ter wereld waar SMR’s al operationeel zijn. In Nederland bevindt de technologie zich nog in de onderzoeks- of ontwikkelingsfase.In heel Europa overigens. Daarom werd twee jaar geleden de European Industrial Alliance on SMRs opgericht, met als doel de technologie het komende decennium in de hele EU uit te rollen.De kleine kernreactoren hebben namelijk nóg een voordeel: veel varianten zijn ook inherent veiliger dan de huidige kerncentrales. Dat is te danken aan de constructie of de manier waarop ze worden gekoeld. De Frans-Nederlandse scaleup Thorizon werkt bijvoorbeeld aan een reactor op basis van gesmolten zout, dat als brandstof en koelmiddel tegelijk fungeert.Zodoende is er geen extern noodkoelsysteem nodig, dat dus ook niet oververhit kan raken: de klassieke meltdown. Snelheid is geboden Thorizon, dat is ontstaan als spin-off van de Nuclear Research & Consultancy Group (NRG), is in ons land een van de meest prominente spelers. Het bedrijf sloot in april van dit jaar een overeenkomst met EPZ, de uitbater van de kerncentrale in Borssele, en NRG Pallas, het bedrijf achter het reactorcentrum in Petten, voor de bouw van een commerciële centrale. Die moet in 2034 klaar zijn en komt in Zeeland, waarmee de provincie de primeur van de eerste gesmoltenzoutreactor in Europa kan krijgen.Ook interessant is de intentieverklaring die Eneco en ULC-Energy eind mei tekenden om te verkennen of toekomstige afname van stroom ‘commercieel en operationeel haalbaar’ is. Dit bedrijf ontwikkelt een drukwaterreactor met een vermogen van 470 MW, op basis van technologie van Rolls-Royce.Dat een grote energieleverancier als Eneco die optie serieus verkent, zegt ceo Dirk Rabelink, is een ‘belangrijk signaal voor de bredere haalbaarheid van SMR’s in Nederland’.Volgens Thorizon-ceo Kiki Lauwers is de race inmiddels begonnen. Haar bedrijf is niet de enige partij met de ambitie om de eerste gesmoltenzoutreactor neer te zetten. Het Franse Stellaria werkt aan een reactor die volgens hetzelfde principe werkt, maar dan in Frankrijk. Die moet in 2035 worden opgeleverd.Snelheid is nu geboden, zei ze eerder tegen Change Inc. ‘Als je niet continu op zoek bent naar de snelste manier om dit voor elkaar te krijgen, ga je marktaandeel verliezen. Als wij onze installatie pas in 2050 opleveren, heeft de energietransitie zich al grotendeels voltrokken. Dan zijn we te laat.’Dit artikel verscheen eerder op MT/Sprout. Lees ook:Thorizon-ceo over de eerste gesmoltenzoutreactor van Europa: '2034 is spannend, maar het kan' Dit zijn de 7 innovaties met de grootste impact op de energietransitie Niks mis met techno-optimisme, maar geloof in kernenergie mag wind en zon niet remmen