Partner van Change Inc. 26 maart 2026, 12:05

Koninklijke Van Wijhe ontwikkelt biobased muurverf zonder toegevoegde microplastics

Koninklijke Van Wijhe Verf is er voortdurend naar op zoek: verf die duurzamer is en minder schadelijk voor het milieu. Onlangs lanceerde de fabrikant een nieuwe generatie muurverf die voor 85 procent biobased is, zonder toegevoegde microplastics.

De nieuwe duurzame muurverf Zyra die Van Wijhe in het lab heeft ontwikkeld. De nieuwe duurzame muurverf Zyra die Van Wijhe in het lab heeft ontwikkeld. | Credits: Koninklijke Van Wijhe Verf

De nieuwe, duurzame muurverf heet Wijzotex Zyra Mat, kortweg Zyra. Eerder ontwikkelde Van Wijhe al een 99 procent fossielvrije muurverf voor binnen – de Flower Power – en een verf voor buiten die voor 70 procent uit hernieuwbaar biobased materiaal bestaat: de Biomotion70. Die laatste twee zijn concept paints. Verven die verder doorontwikkeld worden voordat deze op brede schaal kunnen worden toegepast en op de markt worden gebracht.

Zyra is al wel te koop. Het is een muurverf die voor 85 procent uit biobased grondstoffen bestaat. Die zijn niet afkomstig uit olie (fossiel), maar uit hernieuwbare, natuurlijke bronnen. Ook is de muurverf vrij van primaire microplastics. Dat betekent dat deze verf geen doelbewust toegevoegde kunststofdeeltjes bevat die kleiner zijn dan 5 millimeter. Daardoor wordt voorkomen dat er tijdens het gebruik of verwerking microplastics in het milieu terechtkomen. Die combinatie maakt de muurverf volgen Van Wijhe baanbrekend.

Voortdurend speuren naar duurzame alternatieven

Eric Deen, manager van het laboratorium van de R&D afdeling van Van Wijhe, legt uit hoe deze ontwikkeling in zijn werk ging. ‘Wij ontwikkelen verf en zijn al jaren bezig onze verven steeds duurzamer en minder schadelijk voor het milieu te maken. Een van onze mensen is speciaal vrijgemaakt om voortdurend te speuren naar duurzame alternatieven in de samenstelling van de verf. Zyra is ontwikkeld in een tijdspanne van zo’n anderhalf à twee jaar. Dat is redelijk snel.

‘Vanuit de al genoemde concept paints hadden we al de nodige ervaring en boekten we resultaten met een steeds hoger biobased gehalte. Ook de ervaringen van andere ontwikkelde technologieën dragen bij aan een sneller resultaat. Bij deze nieuwe muurverf stelden we ons tot doel minder microplastics toe te voegen. Uiteindelijk is het ons gelukt helemaal geen primaire microplastics toe te voegen. Na de ontwikkeling is het product als pilot in de markt gezet en zijn er diverse projecten mee geschilderd.’

Plantaardige grondstoffen voor biobased verf

Biobased verf bevat grondstoffen van natuurlijke oorsprong. Deze grondstoffen zijn materialen die afkomstig zijn van biologische, hernieuwbare bronnen in plaats van fossiele grondstoffen zoals aardolie. Ze worden geproduceerd uit planten, bomen, gewassen, algen of organisch afval. Het belangrijkste kenmerk is dat ze hernieuwbaar zijn en bijdragen aan een circulaire economie. De materialen komen uit onuitputtelijke bronnen en kunnen teruggroeien binnen de levensduur van de verf.

‘Met onze receptuur bereiken we een biobased gehalte van 85 procent, waar tot voor kort in onze sector maximaal 50 procent werd gehaald’, stelt Deen. ‘Sommige grondstoffen, denk aan pigmenten, enkele additieven en hulpstoffen, zijn nog niet volledig biobased beschikbaar. Dat verklaart de overige 15 procent. We werken uiteindelijk wel toe naar 100 procent biobased. Dat vraagt om eindeloos testen, bijsturen en een diep moleculair begrip.

‘Daarbij werken we nauw samen met onze toeleveranciers, bij voorkeur uit Nederland of Europa. Juist onze openheid over de technische uitdagingen laat zien dat deze verf geen marketingverhaal is, maar het resultaat van pure wetenschappelijke passie en de durf om buiten de gebaande paden te treden.’

Samenwerking geeft versnelling

Marlies van Wijhe, ceo van Koninklijke Van Wijhe Verf, over het belang van samenwerking in de keten. ‘De grootste uitdaging ligt in het ontwikkelen van alternatieve grondstoffen en additieven. Daarin zijn toeleveranciers en andere ketenpartners erg belangrijk voor ons. Met deze nieuwe muurverf, en ook met onze concept paints, laten we zien dat we onderweg zijn. Om leveranciers van grondstoffen te interesseren en elkaar te versterken. Om iets in beweging te zetten. We nodigen mensen of partijen die met innovatie bezig zijn of op welke wijze dan ook willen bijdragen uit om aan te haken. Samen komen we verder. Wij zijn enthousiast over een duurzame en klimaat neutrale toekomst. Daarom delen we graag wat we doen in het laboratorium om dat waar te maken. Eigenzinnig, proberend en doorgaan met behaalde resultaten, samen met onze ketenpartners. De toekomst is nu.’

Vrij van primaire microplastics

Microplastics zijn kleine plastic deeltjes, kleiner dan 5 millimeter. Ze blijven lang in het milieu. Studies toonden aan dat microplastics zich overal ophopen: op de hoogste bergen, in de diepste oceaantroggen en in de meest afgelegen poolgebieden. Ook in het menselijk lichaam troffen onderzoekers microplastics aan: in het hartweefsel, de lever, de nieren, moedermelk en de bloedbaan.

Al meer dan een eeuw komen er minuscule plasticdeeltjes in het milieu terecht. Die blijven lang bestaan. Vandaar dat we ze aantreffen in het lichaamsweefsel en het bloed van dieren in de hele voedselketen – inclusief onszelf – en in veel dingen die we consumeren, zoals zout, bier en drinkwater.

De nieuwe duurzame muurverf bevat geen microplastics, zoals die aan andere verven worden toegevoegd. |Credits: Koninklijke Van Wijhe Verf

De nieuwe duurzame muurverf bevat geen microplastics, zoals die aan andere verven worden toegevoegd. |Credits: Koninklijke Van Wijhe Verf

Deen hierover: ‘Hoewel de wetenschap nog geen eenduidige conclusie trekt over de schadelijke gevolgen op korte en lange termijn is voor ons klip en klaar dat we het aandeel microplastics in onze verven tot nul moeten en willen terugbrengen. We zijn trots dat het ons gelukt is om aan deze nieuwe muurverf geen primaire microplastics toe te voegen. Als uit lopend onderzoek blijkt dat onze nieuwste muurverf biologisch afbreekbaar is dan blijven er ook geen secundaire microplastis achter zoals die kunnen vrijkomen door verval, beschadiging, slijtage of behandeling van een oude verflaag. In dat geval en mogen we spreken van volledig microplastic vrije verf.’

Concept paint Flower Power

De eerste biobased muurverf kwam al uit de laboratoria van Van Wijhe in 2012, bijna vijftien jaar geleden. Toen nog met 15 procent biobased gehalte. Daarna heeft de muurverf zich met tussenvarianten sprongsgewijs ontwikkeld tot de nieuwste van 85 procent biobased, allemaal met behoud van kwaliteit. De concept paint Flower Power speelt een belangrijke rol in deze doorontwikkeling. Daarin is voor het eerst de combinatie biobased (Flower Power is 99 procent fossielvrij) en vrij van primaire microplastics beproefd. Deze verf is gebaseerd op natuurlijke kleurstoffen en biologisch afbreekbaar bindmiddel. Het onderstreept het belang van conceptontwikkeling om daarmee grenzen te verleggen. Van Wijhe is steeds op zoek naar duurzame antwoorden op milieuvraagstukken in de gebouwde omgeving.

Duurzaam met dezelfde kwaliteit

Het is de combinatie van het hoge biobased gehalte en de afwezigheid van primaire microplastics die de nieuwe muurverf volgens Deen uniek maakt. ‘Voorwaarde bij de ontwikkeling was en is dat de verf dezelfde professionele kwaliteit en verwerkbaarheid moet bieden voor vakschilders, opdrachtgevers en ketenpartners in het vastgoedonderhoud. De verf is uitgebreid getest en ik durf te stellen dat we met Wijzotex Zyra een high-end muurverf aanbieden’, zegt hij.

Acht pijlers voor duurzaamheid

Deen durft de stelling aan dat dit de opmaat zal zijn om deze verduurzaming en vergroening van de verf door te rollen naar de andere verven van Koninklijke Van Wijhe Verf. ‘De ontwikkeling van de Wijzonol variant Zyra en de Ralston variant Zora staat symbool voor het duurzaamheidsdenken binnen Van Wijhe’, zegt hij. ‘De introductie van deze muurverven is niet zomaar een volgend product, het is een rechtstreeks resultaat van onze integrale duurzaamheidsstrategie.’

Die draait om acht duidelijke pijlers die richting geven aan iedere ontwikkeling binnen het bedrijf. Drie belangrijke strategische pijlers worden met deze verf aangetikt, zoals CO2 footprint verlagen, mens en welzijn en hernieuwbare grondstoffen. Vanuit deze benadering wordt duurzaamheid niet gezien als beperking, maar juist als een kans om innovatie te versnellen.

‘Wij nemen het voortouw. We leren van het proces en van de weg ernaartoe. Uiteindelijk is onze ambitie om te komen tot 100 procent circulariteit in onze producten en ons productieproces. Ook zijn we op weg naar een CO2-voetafdruk van nul’, zegt Deen.

Moreel kompas is leidend

Drijvende kracht achter de inzet van Koninklijke Van Wijhe Verf is de intrinsieke motivatie van ceo Marlies van Wijhe om te werken aan een duurzame toekomst. Marlies over haar morele kompas: ‘Ik snap de zorg van jonge mensen. Met onze generatie hebben we een stempel gedrukt die heeft geleid tot een urgent klimaatprobleem. Wíj zijn schatplichtig en moeten die ommezwaai maken. Een verandering inzetten waar de jongeren op verder bouwen. Ik voel die verantwoordelijkheid. We zijn hoopvol en optimistisch over de toekomst. Het is de hoogste tijd om dromen om te zetten in actie. Om concreet te worden en te doen. Wij realiseren ons dat onze grootste uitdaging is om in de toekomst aan de juiste grondstoffen te komen. Wij zijn altijd al koploper geweest in onze branche waar het gaat om duurzame ontwikkeling. We zijn de eerste B Corp in de chemische sector. We fabriceerden de eerste biobased muurverf. Wij zien duurzaamheid als kans. Daarom wachten we niet op wetgeving, green deals of totale verboden van bepaalde grondstoffen. Het gaat anders worden dan het altijd was.’

Lees ook:

Dit artikel is gemaakt door onze partner Koninklijke Van Wijhe Verf en geredigeerd door de expertredactie van Change Inc. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.

'Elke voorspelling over de 'magische' opkomst van zonne-energie blijkt te voorzichtig'

'Magisch.' Het is een woord dat Rolf Heynen herhaaldelijk laat vallen, als hij het over zonne-energie heeft. Begonnen als elektricien en daarna doorgegroeid als ondernemer in de wereld van de zonnepanelen en systemen voor energiemanagement, heeft Heynen de opmars van zonne-energie in Nederland in de afgelopen twintig jaar van nabij meegemaakt.‘In Nederland hebben inmiddels ruim 3 miljoen huishoudens zonnepanelen. Daarvan is 80 procent in de afgelopen zeven jaar geplaatst. Mede daardoor is zonne-energie nu goed voor 20 procent van de elektriciteitsopwekking in Nederland. Dat is toch ongelooflijk, als je er even bij stil staat!’, vertelt Heynen opgetogen tegen Change Inc.Deze maand verscheen ‘Hier komt de zon’, het derde boek van Heynen, met een knipoog naar het bekende nummer van The Beatles. Directe aanleiding vormde de onrust onder bezitters van zonnepanelen over de afschaffing van de fiscaal voordelige salderingsregeling.Heynen: ‘Ik hoorde verhalen over mensen die hun zonnepanelen van het dak wilden halen. Dat prikkelde me om iets te doen met de inzichten die ik de afgelopen jaren heb opgedaan. Ik hoop daarmee mijn eigen enthousiasme over zonne-energie te kunnen overbrengen.’'Hier komt de zon' bevat veel praktische handreikingen over wat je met zonnepanelen kunt doen, in combinatie met thuisbatterijen en een energiemanagementsysteem. In de nieuwe realiteit draait het immers niet meer alleen om zonnepanelen. De sleutel ligt bij het slimmer afstemmen van de opwek en het verbruik van energie achter de meter. Dat wil zeggen: het zo goed mogelijk laten samenwerken van verschillende elektrische apparaten en systemen.Naast praktische aanbevelingen geeft Heynen ook een breder overzicht van de opkomst van zonnepanelen, de strijd tegen vooroordelen en de kansen voor verdere groei van hernieuwbare energie.In Nederland wordt veel geklaagd over het afschaffen van de salderingsregeling, maar dat heeft ook geleid tot meer aandacht voor het zelf verbruiken van zonne-energie. Beschouw je dat als positief?‘Vijftien jaar geleden werd er al geroepen dat de salderingsregeling niet houdbaar was. Het was dus wel te voorzien dat er een einde aan zou komen. Daar komt bij dat iedereen die vóór het uitbreken van de energiecrisis van 2022 zonnepanelen heeft gekocht, die inmiddels wel heeft terugverdiend. De groep die zich nu aan het oriënteren is, begrijpt inderdaad dat je breder moet kijken.Met zonnepanelen heb je een energiecentrale op je dak. Als je dat combineert met thuisbatterijen en een energiemanagementsysteem, word je minder afhankelijk. Dat is best aantrekkelijk, gelet op alle onzekerheden in de wereld. Je ziet dat nu ook weer met de kwetsbaarheid van energieleveranties uit het Midden-Oosten.’Je verwijst in je boek naar het begrip ‘creatieve destructie’ van econoom Joseph Schumpeter om de opkomst van zonne-energie en het naderende afscheid van fossiele energie te duiden. Toch verkondigen olie- en gasbedrijven dat hun producten nog lange tijd nodig zullen zijn.‘Het klopt dat olie en gas voorlopig nog een rol hebben in onder meer de petrochemie en bij het maken van kunstmest en medicijnen. Je ziet alleen wel dat er steeds minder domeinen zijn waar olie en gas onmisbaar zijn. Dat gaat harder dan lange tijd werd gedacht.Elektrisch rijden is qua energie-efficiëntie superieur. Met de almaar dalende kosten van hernieuwbare energie en batterijen gaat de markt voor transport wegvallen voor de olie-industrie. Dit gaat verder dan personenauto’s, want inmiddels rukt elektrificatie ook op bij zware voertuigen als graafmachines en een deel van de scheepvaart. Daarnaast zie je dat hoge-temperatuurwarmte voor de industrie eveneens die kant op beweegt.Doordat de technische en economische superioriteit van elektrificatie op basis van hernieuwbare energie de overhand krijgt, neemt de behoefte aan fossiele energie de komende decennia af. Dat is precies het idee achter creatieve destructie: de economisch en technologisch betere oplossing komt als winnaar naar voren.’De Amerikaanse hoogleraar Marc Jacobson zegt in je boek dat het uitrollen van duurzame technologie die nu werkt, zo snel mogelijk moet gebeuren. Ongeacht of dat in China, Europa of elders in de wereld gebeurt. Hoe kijk je daar zelf naar?‘Om te beginnen: ik ben een enorme fan van Jacobson en was heel blij dat ik hem voor dit boek kon spreken. Hij is degene die in 2009 samen met Mark Delucchi een uitgebreide studie publiceerde over hoe je de wereld voor 100 procent op hernieuwbare energie kunt laten functioneren. Dat riep destijds veel weerstand op.Aanvankelijk werd er geroepen dat duurzame bronnen hooguit 5 procent van de elektriciteitsvoorziening konden invullen. Later schoof dat op naar 75 procent van het stroomverbruik. Inmiddels zijn er studies die stellen dat zonne-energie in z’n eentje goed kan worden voor 60 procent van de totale energievoorziening. Zoiets is nu bijna niet voor te stellen. En toch: telkens zie je dat de exponentiële groei van zonne-energie zo snel gaat, dat prognoses te conservatief blijken.' Groei van zonne-energie in de wereld Het opgestelde vermogen van zonne-energie in de wereld groeit razendsnel. In de afgelopen zes jaar is sprake van een ruime verdrievoudiging: van 816 gigawatt in 2020 naar 2.874 gigawatt afgelopen jaar. Dat komt vooral door de enorme groei van zonne-energie in China. window.addEventListener("message",function(a){if(void 0!==a.data["datawrapper-height"]){var e=document.querySelectorAll("iframe");for(var t in a.data["datawrapper-height"])for(var r,i=0;r=e[i];i++)if(r.contentWindow===a.source){var d=a.data["datawrapper-height"][t]+"px";r.style.height=d}}}); Uit data van energiedenktank Ember blijkt dat zonne-energie in 2015 goed was voor 256 terawattuur aan opwek van elektriciteit. Tien jaar later was dat bijna tien keer zoveel met een productie van 2.143 terawattuur in 2024. 'Hoe je kijkt naar de uitrol van zon en wind, hangt sterk af van je startpunt: mijn uitgangspunt is de urgentie van klimaatverandering. Boven de 1,5 graden opwarming van de aarde maakt elke tiende van een graad uit. Dit betekent dat je als de sodemieter alle oplossingen die we hebben, moet gaan uitrollen. Het heeft geen zin om te wachten tot bijvoorbeeld kernfusie over twintig jaar werkt. Alles beweegt richting elektrificatie en daar kun je nu mee aan de slag.Tegenover mensen die minder aanslaan op klimaatargumenten, houd ik een ander verhaal. Zo spreek ik ook wel eens voor groepen uit de olie- en gasindustrie. Wanneer je laat zien hoe hard het gaat met kostendalingen van zonne-energie en batterijen, en wat je wint op het gebied van energie-efficiëntie, kijken ze daar toch wel van op.’Intussen gaat de innovatie bij zonnetechnologie nog steeds door. TNO lanceerde eerder deze maand een spin-off die op grotere schaal flexibele zonnefolie op basis van perovskietcellen wil gaan produceren. Bieden dat soort toepassingen nieuwe kansen?‘Dat geloof ik wel, want elke incrementele innovatie op het gebied van zonne-energie kan weer grote stap vooruit betekenen. Als zonne-energie de dominante energiebron in de wereld wordt, zullen we alle vormen daarvan nodig hebben. Dus naast de klassieke kristallijne panelen inderdaad ook kunststofvarianten en flexibele folie.In het bredere perspectief van elektrificatie op basis van CO2-arme bronnen zijn ook wind, water, geothermie - en voor een deel kernenergie - van belang. Van al die bronnen groeit de capaciteit van zonne-energie wel veruit het snelst.’Naast zonne-energie noem je warmtepompen, thuisbatterijen en elektrisch rijden als een manier om minder kwetsbaar te worden voor de grillige prijzen van fossiele energie.‘Wat er de afgelopen weken rond Iran is gebeurd, heeft mensen hopelijk de ogen weer wat meer geopend. Tot de Oekraïne-crisis uitbrak, waren we afhankelijk van Russisch gas. Daarna werd het vloeibaar aardgas uit de VS en Qatar. Het is vrij duidelijk dat het uiteindelijk niet veel uitmaakt of je door de hond of de kat wordt gebeten. Toch is de lobby van de fossiele sector er tot nog toe steeds in geslaagd om ons in slaap te sussen.Elektrificeren met hernieuwbare energie is ook om geopolitieke redenen de enige route voor Europa om onafhankelijker te worden. Je mag hopen dat het kortetermijngeheugen van de politiek wat minder slecht gaat functioneren en dat men dit keer wel in staat is om vast te houden aan investeringen in een duurzaam energiesysteem.’ Lees ook:Optimisme over zonne-energie: ‘Snelheid van technologische ontwikkeling én kostendaling nog steeds onderschat’ Niks mis met techno-optimisme, maar geloof in kernenergie mag wind en zon niet remmen 'Energie moet voor iedereen beschikbaar zijn', en dus ontwierp Hans Veenemans een zelfstandig energiefabriekje: de Ecoplant