Expertredactie Change Inc. 02 november 2026, 12:00

Niet wachten, maar doen: vier lessen van koplopers in de energietransitie

Wat hebben de energietransitie en de Eneco Tour gemeen? Meer dan je denkt, bleek tijdens het seminar ‘Zonder koers geen koploper’. Terwijl de eerste wielrenners zich op Sportcampus Zuiderpark opwarmden voor de race, bogen ondernemers en experts zich binnen over een heel andere uitdaging: hoe kom je ondanks tegenwind tóch vooruit in de energietransitie?

Eneco Tour Foto: Eneco

Martijn Hagens, CEO van Eneco, opende het seminar met een blik op de stand van de energietransitie. Die wordt volgens hem steeds complexer. Waar voorheen de nadruk vooral op duurzaamheid lag, spelen nu ook betaalbaarheid en leveringszekerheid een belangrijke rol. ‘We hebben te maken met netcongestie, hoge kosten en veel regels. Dat maakt het complex.’

Toch is dat volgens Hagens geen reden om stil te staan. Er is al veel bereikt: van de grootschalige aanleg van windparken op zee tot de groei van zonnepanelen op daken. Bovendien zijn duurzame oplossingen betaalbaarder geworden. ‘Het is geen supermakkelijk werk’, erkent hij. ‘Maar we hoeven ook niet vanaf nul te beginnen.’

Maar waar begin je als je als ondernemer wilt bijdragen aan de energietransitie? Tijdens het seminar deelden verschillende koplopers hun ervaringen. Eén ding werd duidelijk: er is vaak meer mogelijk dan je denkt.

Les 1: Kies een richting

Volgens Hagens begint verduurzaming met een duidelijke strategie. ‘Een van de belangrijkste dingen is om het niet meer als een set van losse maatregelen te zien, maar als een strategisch vraagstuk voor het bedrijf.’

Hoe belangrijk dat is, weet ook Dimitri Bonthuis, duurzaamheidsmanager van de Eneco Tour en betrokken bij de organisatie en verduurzaming van de Formule 1 in Zandvoort. Tijdens het seminar deelde hij zijn lessen. Toen hij zich over de duurzaamheidsstrategie boog, lagen er maar liefst 27 verschillende initiatieven op tafel. Die vormden volgens hem “een beetje los zand”. Aan ambitie geen gebrek, maar een duidelijke koers ontbrak.

De organisatie had geprobeerd om aan zoveel mogelijk Sustainable Development Goals (SDG’s) van de Verenigde Naties bij te dragen. Maar niet ieder duurzaamheidsdoel is even relevant voor een evenement als de Formule 1. Bonthuis besloot daarom keuzes te maken:

  • Welke doelen passen bij het evenement?
  • Waar kan de organisatie het meeste verschil maken?
  • Wat gaat er eigenlijk al goed?

Op basis van die vragen werd de duurzaamheidsstrategie opnieuw ingericht, met zes duidelijke pijlers: mobiliteit, energie, natuur, sociale impact, economische impact en nieuwe initiatieven. ‘De eerste letters van deze pijlers vormen samen het woord “mensen”. En uiteindelijk is dat ook waar het om draait’, vertelt Bonthuis. ‘We doen dit voor mensen.’

Les 2: Zoek elkaar op

Een duidelijke koers bepalen is een goed begin, maar hoe breng je je plannen vervolgens in de praktijk? Volgens Martijn Hagens is samenwerking daarbij cruciaal. De energietransitie brengt zoveel technische, financiële en maatschappelijke uitdagingen met zich mee dat organisaties die onmogelijk allemaal zelf kunnen oplossen.

Zo werkte Bonthuis samen met onder meer de NS, de gemeente en de netbeheerder om het Formule 1-evenement te verduurzamen. ‘We hebben het met NS voor elkaar gekregen dat ze eigenlijk een soort metrodienst hebben gebouwd tussen Amsterdam en Zandvoort’, vertelt hij. Zo konden er ieder uur zo’n 10.000 bezoekers per trein worden vervoerd.

Ook sportambtenaren van de gemeente Den Haag zochten de samenwerking op, vertelden ze tijdens het seminar. Voor de aanleg van een collectorveld dat warmte uit kunstgras wint, keek de gemeente naar de ervaringen in Eindhoven. Daar was het eerste collectorveld van Nederland aangelegd, maar dat werkte niet goed. Dankzij de lessen uit Eindhoven heeft Den Haag inmiddels een werkend collectorveld waarmee een school wordt verwarmd.

Les 3: Kijk naar wat nu al kan

Ook als je tegen beperkingen aanloopt, is er vaak nog veel mogelijk. Volgens Hagens draait de volgende stap in de energietransitie niet alleen om het opwekken van meer duurzame energie, maar ook om het slimmer benutten van de beschikbare energie. Bijvoorbeeld door aardgas te vervangen door elektrische oplossingen en het stroomverbruik beter over de dag te spreiden.

Dat kan meerdere voordelen tegelijk opleveren. Door piekmomenten te vermijden, kunnen bedrijven hun energiekosten verlagen en ruimte vrijmaken op het stroomnet. Hoe dat werkt, laat Schaatsbaan Rotterdam zien. Met een batterij slaat de schaatsbaan stroom op wanneer die goedkoop is en gebruikt die tijdens dure piekuren.

‘Er is niet één weg die voor alle bedrijven geldt’, benadrukt Hagens. Maar uitzoeken wat voor jouw bedrijf mogelijk is, blijkt niet altijd eenvoudig. Marijn Steegstra, bij Rabobank onder meer verantwoordelijk voor de energietransitie in Europa, vertelde tijdens het event dat veel ondernemers wel willen verduurzamen, maar niet weten hoe ze dat moeten aanpakken of financieren.

Loop je daar tegenaan, dan kan het helpen om experts in te schakelen. Via GroenGebouw brengt Eneco ondernemers die willen verduurzamen in contact met Rabobank en helpt die bank bij het vinden van financiële oplossingen.

Les 4: Breng anderen in beweging

Wie vooroploopt, kan ook anderen in beweging brengen. Schaatsbaan Rotterdam is daar opnieuw een mooi voorbeeld van. Tijs Nederlof stond dertien jaar geleden mede aan de basis van deze mobiele schaatsbaan, die drie maanden per jaar open is. Dankzij een tunnel rondom de ijsbaan ligt het energieverbruik zo’n 60 procent lager dan bij een conventionele ijsbaan.

Ook financieel is het concept succesvol. Waar andere schaatsbanen vaak met ingewikkelde gemeentelijke constructies werken, kan Schaatsbaan Rotterdam zelfstandig opereren. ‘We kunnen onze eigen broek ophouden’, aldus Nederlof. Inmiddels zijn er vergevorderde plannen voor een vergelijkbare schaatsbaan in Assen en wordt ook in Duitsland naar de mogelijkheden gekeken.

Maar anderen inspireren kan ook binnen je eigen organisatie. Dat merkte ook Bonthuis bij de Formule 1 in Zandvoort. Nadat duurzaamheid een duidelijke plek in de strategie had gekregen, begon het organisatieteam zelf met nieuwe ideeën te komen. Zo kreeg een gebouw van de Floriade een tweede leven op het circuit. Dat idee kwam niet van Bonthuis, maar uit de organisatie zelf.

Je kunt natuurlijk ook een voorbeeld zijn door bewustwording te creëren. Zo brengt Marianne van Leeuwen met Cycling4Climate mensen letterlijk in beweging voor het klimaat. Tijdens de jaarlijkse Climate Classic fietsen zo’n 2.500 deelnemers langs de toekomstige kustlijn van Nederland bij een stijgende zeespiegel.

Koers kiezen

De energietransitie is nog geen gelopen race. De uitdagingen zijn groot, maar de voorbeelden tijdens het seminar laten zien hoeveel er mogelijk is. Door koers te kiezen, samen te werken en in beweging te komen, kun je het verschil maken. Nog voordat het startschot voor de wielrenners klonk, vertrokken de aanwezigen met ideeën om zelf aan de slag te gaan.

Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner Eneco. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.

Een rondreizend paviljoen laat de toekomst van bouwen zien, te beginnen in Eindhoven

Hout, riet, bamboe, zeewier, hennep, bermgras en zelfs tomatenplanten: noem een biobased materiaal en de kans is groot dat je het in Eindhoven kunt vinden. Daar staat sinds vorige week namelijk Blok, een paviljoen dat laat zien dat de toekomst van bouwen al aangebroken is.'75 procent van dit gebouw is biobased', zegt Alma Krug trots. 'De rest bestaat deels uit gerecycled kunststof en glas, deels uit nieuwe materialen.'Als manager van duurzaam conceptontwikkelaar Revolve is Krug één van de breinen achter Blok. Eén van de vele, benadrukt ze. Want: 'De uitdaging van biobased bouwen ligt niet eens zozeer in de materialen, maar vooral in het bouwen van nieuwe ketens.' Lapjesdeken van circulaire materialen Blok is een initiatief van Revolve, ontwikkelaar Blink en bouwer Janssen de Jong (allemaal onderdeel van concern Jajo). Zij schreven een marktchallenge uit, waar tientallen andere partijen op reageerden. Wie het paviljoen binnenstapt, ziet dan ook een lapjesdeken aan circulaire initiatieven.Finch Buildings ontwikkelde de modules − de basis van het paviljoen. Die zijn gemaakt van kruislaaghout dat CO2 opslaat. De modules zijn in zes weken geproduceerd, in een fabriek. Op de bouwplaats zelf kost het vervolgens nog maar een paar uur om het gebouw te monteren en installeren.[caption id="attachment_188486" align="alignnone" width="900"] De gevel bestaat uit onder meer gerecycled PVC van Pretty Plastic en verkoolde bamboe van Zwarthout. | Credits: Stijn Poelstra[/caption]De gevel bestaat uit onder meer gerecycled PVC van Pretty Plastic en verkoolde bamboe van Zwarthout. Binnen vind je wandbekleding van onder meer rietmaaisel (VanHier); hennep, bermgras en paprikaplanten (Compostboard); en textiel, hennep en koemest (Sam Panels). En Triple Solar leverde een warmtepomp met thermische warmtebatterij, waardoor het gebouw zijn eigen stroom en warmte opwekt en dus geen netaansluiting nodig heeft. Nachtje slapen Blok is bedoeld om de verduurzaming van de bouwketen te versnellen. Krug: 'We kunnen wel op onze site zetten hoe fijn houtbouw voelt, maar uiteindelijk moeten mensen dat zelf ervaren. Hier kan dat. We hopen dat mensen er binnenkort zelfs een nachtje in kunnen slapen.'Die versnelling is hard nodig, zegt Krug. In 2030 moet de helft van de nieuwbouwwoningen industrieel en modulair gefabriceerd zijn, en 30 procent biobased. Momenteel ligt het aandeel biobased materiaal in de Nederlandse bouwsector echter nog onder de 3 procent.Hoewel er veel innovatie plaatsvindt, kiezen grote bouwers in de praktijk toch vaak voor materialen die ze al kennen. Begrijpelijk, zegt Krug, want nog niet alle circulaire en biobased materialen zijn bewezen kwalitatief. 'Maar dat bewijzen is precies wat we hier doen.' Schimmel aan de buitenkant Een volle programmering brengt mensen bij elkaar, van bouwbedrijven tot buurtbewoners en schoolkinderen. De komende zes maanden gebeurt dat in Eindhoven, daarna wil Blok ook op andere plekken staan. Het hele paviljoen is immers uitneembaar, en dus verplaatsbaar.[caption id="attachment_188485" align="alignnone" width="900"] De ontmoetingsruimte van Blok, met een tentoonstelling van de verschillende materialen op de achtergrond. | Credits: Stijn Poelstra[/caption]Ondertussen worden ook de materialen verder ontwikkeld. Voor sommige leveranciers is dit de eerste keer dat ze hun materiaal buiten zogenoemde klimaatkamers toepassen. Dat betekent ook dat het bijvoorbeeld bestand moet zijn tegen vocht en kou. Op één van de biobased gevelpanelen van het paviljoen groeien − onbedoeld − schimmels. Krug: 'We hebben overwogen om het paneel weg te halen, maar dit is nu eenmaal hoe materiaal ontwikkeling er in de praktijk uitziet.'Daarnaast verschilt de milieuscore erg per materiaal, zegt Krug. Hoewel het gebouw netto CO2 opneemt in plaats van uitstoot, is de zogenoemde MPG-score (Milieuprestatie Gebouwen) nog niet zo laag als je zou verwachten. 'Sommige materialen zijn bijvoorbeeld wel circulair, maar dan zorgt het productieproces voor relatief veel CO2-uitstoot. Ook daarin kunnen nog stappen worden gezet.' Ontwikkeling en opschaling Voor de leveranciers is dit naast een praktijktest ook een belangrijke stap richting opschaling, zegt Marjanne Cuypers. Ze is oprichter van SeaWood, dat bouwmateriaal van zeewier, tomatenstengels en andere biobased reststromen maakt. Dat kan bijvoorbeeld gebruikt worden voor wand- en plafondplaten, of als bekleding van keukenkastjes. In circulair paviljoen Blok hangt het op verschillende plekken aan de wanden.'Uiteindelijk is de keten de zwakste schakel', zegt Cuypers. 'Het is niet één partij die voor verandering kan zorgen; dat moet samen gebeuren.'Daarin spelen juist ook de grote aannemers en bouwbedrijven een rol, zegt ze. Hoewel SeaWood vaak wordt neergezet als pionier, dicht ze die term liever toe aan andere mensen. 'Zelf denk ik dat de echte pioniers aan de andere kant van de tafel zitten: de aannemers en ontwikkelaars die de risico's willen dragen. Zij zijn degenen die binnen dichtgetimmerde processen een afwijkende keuze moeten maken. De transitie gebeurt aan de keuzekant, ons materiaal faciliteert die alleen.'[caption id="attachment_188487" align="alignnone" width="901"] SeaWood maakt bouwmateriaal van zeewier, tomatenstengels en andere biobased reststromen. | Credits: Stijn Poelstra[/caption]Echte vooruitgang ontstaat dus vooral als mensen met elkaar in contact komen − en verschillende transities aan elkaar gekoppeld worden, zegt Cuypers. 'Reststromen die niet in de eigen sector te gebruiken zijn, kunnen heel nuttig zijn in een andere sector. Neem de tomatenplanten. Elk jaar komt daar 60 miljoen kilo van uit onze kassen. In de voedselsector worden die niet gebruikt, maar voor de bouw zijn ze heel geschikt.'De ontmoetingen binnen Blok zijn voor SeaWood cruciaal om tot nieuwe samenwerkingen te komen. En, zegt Cuypers: 'Het is fijn om ook feedback te krijgen van mensen die niet specifiek voor jou komen. En om te testen hoe ons materiaal werkt in combinatie met andere materialen.' Samen innoveren Waar sommige producenten van biobased en circulaire bouwmateriaal nog in de kinderschoenen staan, zetten andere al flinke stappen. SeaWood is vorig jaar verhuisd naar een pilotplant in Utrecht, met ruimte voor een capaciteit van 100.000 vierkante meter per jaar.Het bedrijf zoekt nu de samenwerking op met interieurbouwers en aannemers, en meubelmakers die de zeewierplaten in hun designs willen verwerken. Cuypers: 'Technisch gezien zijn dat onze klanten, maar we hebben geen typische klant-leverancierrelatie, waarin wij slechts leveren wat de klant vraagt. Ik zie het meer als samen innoveren. Die product-marktfit waar het zo vaak over gaat, die moeten we gezamenlijk vinden.' Lees ook:Schuim van schimmels en zonnepanelen op kerken: deze innovaties spotten we op Dutch Design Week Dit biobased isolatiemateriaal groeit gewoon in Friesland, en helpt daar 1.000 huizen te verduurzamen Als de berm toch gemaaid moet worden, kunnen we dat gras maar beter gebruiken (als biobased bouwmateriaal)