Een nieuwe norm voor de toegestane uitstoot van formaldehyde moet de blootstelling aan formaldehyde in gebouwen verder terugdringen en daarmee bijdragen aan een betere luchtkwaliteit binnenshuis. De strengere norm past in een bredere ontwikkeling binnen de bouwsector. Opdrachtgevers kijken niet meer uitsluitend naar energieverbruik en CO2-uitstoot, maar ook naar gezondheid, materiaalgebruik en de kwaliteit van het binnenklimaat.
Vanaf 6 augustus 2026 mogen onder meer MDF, spaanplaat, HDF en multiplex alleen nog op de Europese markt worden gebracht als ze voldoen aan een nieuwe uitstootlimiet. De maximaal toegestane uitstoot wordt gehalveerd van 0,124 milligram per kubieke meter lucht naar 0,062 milligram. De aangescherpte norm is onderdeel van EU REACH, het Europese stelsel voor de registratie, beoordeling en beperking van chemische stoffen.
Formaldehyde in plaatmateriaal
Formaldehyde is een kleurloos, vluchtig gas dat onder meer wordt gebruikt bij de productie van lijmen en kunstharsen. Die lijmen worden toegepast om houtvezels, spaanders of fineerlagen samen te voegen tot plaatmaterialen als MDF, spaanplaat en multiplex.
De stof komt ook van nature voor. Kleine hoeveelheden formaldehyde zijn bijvoorbeeld aanwezig in hout, planten, bepaald voedsel en het menselijk lichaam. Bij zeer hoge concentraties of langdurige blootstelling kan de stof echter irritatie veroorzaken en schadelijk zijn voor de gezondheid.
Populair materiaal in bouw en interieur
Voor de Nederlandse bouw- en interieursector is de aanscherping relevant, omdat MDF op grote schaal wordt gebruikt. Het plaatmateriaal is relatief goedkoop, heeft een gelijkmatige structuur en laat zich eenvoudig frezen, zagen en afwerken. Daardoor wordt het toegepast in meubels, keukens, deuren, wandpanelen, vloeren en andere interieuroplossingen.
De nieuwe grenswaarde kan dus gevolgen hebben voor vrijwel de hele productieketen. Producenten moeten mogelijk andere harsen, doseringen of productieprocessen gebruiken. Ook testmethoden, certificering, prestatieverklaringen en technische documentatie moeten worden aangepast.

Credits: Mill Image
Volgens David Murray, head of technical affairs bij plaatmateriaalproducent Medite Smartply, is de overgang technisch haalbaar, maar niet eenvoudig. ‘De uitdaging zit niet alleen in het produceren van een paneel dat aan de norm voldoet’, zegt hij. ‘Ook coatings, laminaten, lijmen en andere nabewerkingen kunnen invloed hebben op de uiteindelijke uitstoot.’
Dat betekent dat niet alleen producenten van plaatmateriaal verantwoordelijkheid dragen. Ook distributeurs, meubelmakers, interieurbouwers, ontwerpers en aannemers moeten kunnen aantonen welke materialen zij gebruiken en hoe die zijn verwerkt.
Ketentransparantie
Certificeringssystemen als WELL en BREEAM stellen bijvoorbeeld eisen aan binnenlucht, materiaalkeuze en de aanwezigheid van schadelijke stoffen. Ook de groeiende aandacht voor circulair bouwen maakt transparantie over de samenstelling van producten belangrijker.
Als plaatmateriaal later opnieuw moet worden gebruikt, gerecycled of verwerkt, is informatie over lijmen, coatings en emissies noodzakelijk. De formaldehyderegelgeving raakt daarmee niet alleen gezondheid, maar ook materiaalpaspoorten, circulaire productketens en verantwoord opdrachtgeverschap.
Producenten die al werken met materialen met een lage emissie kunnen daarvan profiteren. Medite Smartply zegt zijn volledige assortiment MDF-producten al sinds begin april 2026 te hebben aangepast aan de nieuwe Europese grenswaarde. Het bedrijf produceert al langer plaatmateriaal dat voldoet aan strengere Amerikaanse eisen.
De nieuwe Europese eisen brengen de verschillende markten volgens Murray dichter bij elkaar. Dat kan gunstig zijn voor bedrijven die internationaal opereren. Als producten in meerdere regio’s aan vergelijkbare eisen voldoen, wordt het makkelijker om materialen te specificeren, certificeren en exporteren.
MDF van de toekomst
De nieuwe norm kan de verschuiving versnellen naar alternatieve bindmiddelen en productietechnieken. In de houtindustrie wordt onder meer gewerkt aan harsen met een lager formaldehydegehalte en aan lijmen op basis van plantaardige grondstoffen.
Zulke alternatieven zijn niet automatisch duurzamer. Ze moeten ook worden beoordeeld op levensduur, recyclebaarheid, grondstoffengebruik en de hoeveelheid energie die nodig is voor de productie. Een product met een lage uitstoot kan nog steeds een hoge milieu-impact hebben, terwijl een materiaal met een biobased lijm niet per definitie veilig of circulair is.
Dit artikel is gemaakt door onze partner Medite Smartply en geredigeerd door de expertredactie van Change Inc. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.



