Expertredactie Change Inc. 08 september 2026, 12:41

Sociaal ondernemerschap hielp dit bedrijf weer relevant worden in een 'cowboymarkt'

Als hij geen sociaal ondernemer was geworden, waren belangrijke klanten naar een concurrent gegaan, denkt Corné Baldwin. ‘Het is serieus veel werk om mensen te begeleiden, maar uiteindelijk snijdt het mes aan twee kanten.’

Dutch&decent (1)

Een ‘cowboymarkt’. Zo noemt Corné Baldwin de markt voor bedrijfskleding. Hij ziet drukkerijen die T-shirts gaan bedrukken zonder verstand van textiel, en bouwmarkten die werkkleding verkopen die helemaal niet lekker zit. ‘Er is een wildgroei aan ondernemingen die helemaal geen kennis van kleding hebben.’

Daartussen is het moeilijk standhouden, weet Baldwin. Hij is directeur van Dutch’n Decent, ontwerper en producent van bedrijfskleding voor onder meer hotels, restaurants, retail en beveiligingsbedrijven. Op de technische school voor mode en kleding leerde hij: bedrijfskleding komt nauw. De stof moet niet alleen comfortabel zitten en lang meegaan, maar de kleding moet ook makkelijk te wassen zijn, liefst niet kreuken en voor langere tijd beschikbaar zijn voor nieuwe medewerkers.

Kijk naar Amare, het Haagse theater waarvoor zijn bedrijf de kleding ontwierp. ‘Hun vorige ontwerper had een prachtige collectie gemaakt, maar van compleet de verkeerde materialen. Daardoor was de pasvorm niet geschikt voor elk type lichaam én lagen de wasserijkosten heel hoog. Met onze nieuwe kleding besparen ze ruim op wasserijkosten.’

Duurzame bedrijfskleding

Dutch’n Decent zet hoog in op kwaliteit om zich te onderscheiden van concurrenten. Maar dat is niet genoeg, weet Baldwin. In de coronaperiode, toen zijn bedrijf dreigde om te vallen omdat opdrachten wegvielen, besloot hij zich meer te richten op duurzaam en sociaal ondernemen.

Die duurzaamheid neemt vele vormen aan. Deels gaat het om ecologisch verantwoorde stoffen: Dutch’n Decent gebruikt voornamelijk gerecycled polyester en biologisch katoen. Dat is duurder, zegt Baldwin, maar klanten zijn wel bereid ervoor te betalen. ‘Want de kwaliteit is ook beter. We profileren ons nu gewoon als bedrijf in een hoger prijssegment.’

De duurzame kleding levert bovendien voordelen op voor de klant. Hotels moeten bijvoorbeeld aan bepaalde eisen voldoen als ze een duurzaamheidskeurmerk willen behalen. Duurzame kleding telt daarvoor mee. Daarbij gaat het niet alleen om de herkomst van de stoffen, maar ook bijvoorbeeld hoeveel wasmiddel en water er nodig is voor het reinigen.

Ook als bedrijfskleding wordt afgedankt omdat medewerkers uit dienst gaan, wil Dutch’n Decent er verantwoordelijkheid voor nemen. Het heeft daarom een eigen retourservice, waarbij oude kleding wordt opgehaald en gerecycled door bijvoorbeeld Frankenhuis Textile Recycling. Idealiter wordt het gerecycled tot nieuwe vezels waar kleding van gemaakt wordt, zegt Baldwin. Maar hij heeft ook weleens tasjes ontworpen, gemaakt van oude jassen. ‘En in het ergste geval wordt het vulmateriaal of een vaatdoekje.’

Mensen met afstand tot de arbeidsmarkt

De duurzame benadering is één van de redenen waarom klanten bij Dutch’n Decent aankloppen. Het sociale aspect is een andere. Dit jaar richtte Baldwin de stichting Dutch’n Needle op. In het atelier worden kleding en merchandise voorzien van borduringen en bedrukking door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Directeur Corné Baldwin van Dutch'n Decent

Directeur Corné Baldwin: ‘Als het bedrijf in slecht vaarwater komt, kan de stichting gewoon impact blijven maken.’

Dat levert social return on investment op, een factor waar overheidsbedrijven naar kijken bij aanbestedingen. Zo kreeg Dutch’n Decent klanten als GGD Rotterdam en de Haagse stichting BAS. Zonder de social return waren zij naar een concurrent gegaan, denkt Baldwin.

De ondernemer zag zijn bedrijf het afgelopen jaar groeien. De omzet moet in 2026 stijgen van 600.000 naar 1 miljoen euro. En waar er vorig jaar slechts drie medewerkers rondliepen, zijn dat er inmiddels acht. Toch wil Baldwin ook benadrukken dat sociaal ondernemerschap niets iets is wat je ‘zomaar doet’. ‘Het is serieus veel werk om mensen te begeleiden’, zegt hij. ‘Maar uiteindelijk snijdt het mes aan twee kanten.’

Sociaal ondernemen in Den Haag

Hoewel Baldwin zegt dat duurzaam ondernemerschap zijn bedrijf goeddoet, is dat niet zijn enige drijfveer. De ondernemer werd in 2008 ongeneeslijk ziek. Het bedrijf dat hij destijds met een compagnon had, moest hij opgeven. ‘Ik werd voor 83 procent afgekeurd.’ Dat hij in 2010 tóch werd gevraagd een bedrijf in bedrijfskleding op te zetten, betekende veel voor hem. ‘Ik heb altijd gezegd: als ik de maatschappij ooit iets terug kan geven, doe ik dat.’

Mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt komen via hulpprogramma’s van de gemeente Den Haag bij Dutch’n Needle terecht. De stad heeft een goed programma om sociaal ondernemers te begeleiden en ondersteunen, vindt Baldwin. Hij is een geboren Brabander, maar is na zijn studie altijd in de Hofstad blijven wonen.

Via het gemeentelijke initiatief ImpactCity komt Baldwin veel in contact met andere sociaal ondernemers. Zoals tijdens het zogenoemde Founders Dinner en een speciale brainstormdag. Dergelijke bijeenkomsten hebben hem de inspiratie gegeven een stichting op te zetten: ‘Die vorm bleek makkelijker dan sociaal ondernemen bínnen Dutch’n Decent. Met een stichting kom je bijvoorbeeld in aanmerking voor meer ondersteuning. Maar het heeft ook een ander voordeel. Als het bedrijf om welke reden dan ook in slecht vaarwater komt, kan de stichting gewoon impact blijven maken.’

Bekijk hier hoe ImpactCity ook jouw impactbedrijf vooruit kan helpen.

Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner ImpactCity. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.

Lees ook:

Nederland is met netcongestie de proeftuin van Europa: deze aanbieder van slimme energiesoftware ziet dat juist als een kans

Nergens in Europa zijn de wachtrijen voor een nieuwe of grotere aansluiting op het stroomnet zo lang als in Nederland. Dat betekent ook dat de druk om met slimme en creatieve oplossingen voor netcongestie te komen nergens zo groot is als in Nederland. Scale-up Tibo Energy ziet daarin kansen voor groei in Europa.De leverancier van slimme energiesoftware en bijbehorende diensten werd vier jaar geleden opgericht op de campus van de TU Eindhoven. In eerste instantie lag de focus vooral op innovatieve software voor energiemanagement. Voor bedrijven is dat de afgelopen jaren alleen maar belangrijker geworden.Combinaties van laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen, warmtepompen, e-boilers, zonnepanelen en batterijopslag worden complexer en dat vraagt om effectieve afstemming via zogenoemde energiemanagementsystemen (EMS).Door de toenemende problemen met piekbelasting van het elektriciteitsnet neemt de vraag naar EMS-systemen toe. Slimme software kan helpen om piekbelasting van het net te verminderen door vraag en aanbod beter te spreiden over de tijd.Tibo Energy profileert zich tegenwoordig als bredere dienstverlener rond EMS-systemen, met ruim veertig medewerkers en zo’n 150 bedrijfsklanten. ‘Bedrijven willen een betrouwbare energiehuishouding met alles wat daar bij hoort. Dat gaat verder dan puur de softwareoplossing’, zegt medeoprichter Remco Eikhout.Afgelopen maand droeg hij de positie van ceo over aan Christiaan van der Waal. Enerzijds vanwege de groeikansen die Tibo Energy ziet in Europa, anderzijds door het belang van relatief nieuwe concepten zoals smart grids en energiehubs. Eikhout gaat zich sterker richten op dat soort innovaties, terwijl Van der Waal onder meer focust op de groei in Europa.Change Inc sprak met de man van het eerste uur en de nieuwe ceo over de groeiplannen en de bestuurswissel.De afgelopen jaren zijn er veel nieuwe aanbieders van energiemanagementsystemen bijgekomen in Nederland. Hoe kijken jullie naar het concurrentieveld?Van der Waal: ‘Er zijn inderdaad flink wat spelers. De markt valt grofweg uiteen in twee segmenten, voor respectievelijk software en hardware. Tibo Energy opereert aan de softwarekant met het aansturen van elektrische apparatuur. Daarbinnen zijn we onderscheidend, maar het is ook zo dat de markt gewoon heel hard groeit. Er is ruimte voor meerdere partijen en we juichen concurrentie dan ook toe.’Eikhout: ‘EMS is inmiddels een containerbegrip geworden. Het draait allang niet meer om het sofwareproduct alleen. De achterliggende dienstverlening wordt steeds belangrijker. Bij de middelgrote en grote bedrijven die wij als klant hebben, is er onder meer behoefte aan securitydiensten, monitoring en het up-to-date blijven met de nieuwste technologische ontwikkelingen, mede door de opkomst van AI.Als voormalige pionier profiteren we van de datarijkdom en de leercurve van modellen die we de afgelopen jaren hebben doorontwikkeld. We zijn ervan overtuigd dat ons algoritme de beste optimalisatie biedt voor het energiebeheer van bedrijven. Maar de onderscheidende kracht van Tibo ligt ook steeds meer in de aanvullende dienstverlening. Veel klanten vinden het minder belangrijk wat er precies onder de motorkap gebeurt, die willen ontzorgd worden en zijn tevreden als ze via een dashboard inzicht krijgen in het totaalplaatje.’In hoeverre nemen jullie het energiebeheer van een onderneming helemaal over?Van der Waal: ‘Dat verschilt per klant en hangt mede af van de omvang van bedrijven. We werken met installatiepartners: bedrijven die het plaatsen van verschillende ‘assets’ zoals batterijen, e-boilers en zonnepanelen coördineren, inclusief de koppeling aan een EMS-systeem.Het hangt van de klant af of een bedrijf via rapportages op de hoogte wil blijven, of dat men eigen techneuten heeft die onze systemen gebruiken voor directe monitoring. Dat heeft ook te maken met de manier waarop je rollen en verantwoordelijkheden inricht.’Is het überhaupt nog mogelijk voor bedrijven om de complexiteit van energiebeheer te overzien?Eikhout: ‘De transitie van fossiele energie naar vergaande elektrificatie vertoont veel gelijkenissen met eerdere transities, zoals je bijvoorbeeld in de telecomsector hebt gezien. In het begin, als veel dingen nieuw zijn, willen bedrijven precies begrijpen hoe afzonderlijke systemen werken. Maar dat vraagt veel van de klant.Je moet in de huidige situatie opeens verstand hebben van energiehandel, dynamische contracten, pv-installaties, batterijen en ga zo maar door. Het geeft druk bij de personeelswerving als je daarvoor aparte specialisten nodig hebt. Je ziet daarom een trend waarbij bedrijven steeds meer op zoek zijn naar partijen zoals Tibo, die kennis hebben van al die facetten.’Energiemanagement leeft niet alleen bij individuele bedrijven, maar ook bij groepen ondernemers die op bedrijfsterreinen decentrale energiehubs willen bouwen. Is dat een groeimarkt voor jullie?Eikhout: ‘De ontwikkeling van energiehubs gaat heel snel en we zijn volop actief in die markt. De voordelen van het combineren van lokale opwek en gebruik van energie zijn enorm. De businesscase voor ondernemers is vrijwel altijd positief, en energiehubs dragen ook bij aan het ontlasten van het stroomnet.Je ziet wel dat zo’n nieuwe ontwikkeling gepaard gaat met groeistuipen. De techniek is niet het probleem, de uitdagingen zijn vooral organisatorisch en juridisch. Verzekeraars hebben geen historische data om risico’s in te schatten, dus moeten er in de beginfase speciale afspraken worden gemaakt. Aan de andere kant krijg je met elke nieuwe energiehub meer standaardisatie en kost het minder tijd om de volgende op te zetten. Het kan dus steeds harder gaan.’[caption id="attachment_185553" align="aligncenter" width="900"] Ceo Christiaan van der Waal: 'Nederland loopt momenteel voorop in Europa met netcongestie en dat is niet iets om trots op te zijn.' | Credits: Tibo Energy[/caption]In hoeverre zijn slimme, decentrale oplossingen voor het energieverbruik van bedrijven een alternatief voor uitbreiding van het stroomnet?Van der Waal: ‘Beide zijn nodig. Slimmer energiebeheer kan zeker helpen. Zelf zien we dat alleen al de implementatie van een EMS-systeem bij klanten een besparing van 20 tot 60 procent kan opleveren in het beroep op netcapaciteit. Tegelijk is duidelijk dat er significante investeringen nodig zijn in het elektriciteitsnet. Nederland loopt momenteel voorop in Europa met netcongestie en dat is niet iets om trots op te zijn.Voor EMS-partijen als wij betekent dit wel dat we al verder gevorderd zijn met oplossingen die in andere landen nog niet noodzakelijk zijn. Doordat Nederland met netcongestie de proeftuin van Europa is, liggen er ook kansen. We weten dat 80 procent van de West-Europese markten met vergelijkbare problemen te maken krijgt. Dat biedt een flink marktpotentieel voor het type oplossingen dat Tibo Energy kan leveren.’In welke Europese landen neemt de urgentie van netcongestie het snelst toe?Van der Waal: ‘In het overgrote deel van West-Europa komen de grenzen van de netcapaciteit in zicht. Buiten Nederland is de situatie in België het meest urgent, maar ook in Duitsland speelt het al.We zien veel interesse vanuit Europa voor wat Nederland doet met onder meer energiehubs en smart grids: de slimme afstemming tussen netstroom en lokale apparaten zoals zonnepanelen en batterijen. Dat zijn ook precies de gebieden waar Remco zich vanuit de ontwikkelingskant meer op gaat richten.’Wat zijn de meest aantrekkelijke landen in Europa voor Tibo Energy?Van der Waal: ‘Interessant genoeg starten we met de uitbreidingsstrategie vanuit een soort luxepositie, omdat er via onze installatiepartners al internationale vraag is. We werken onder meer met multinationals als Spie en Hitachi. Die bieden internationaal energieoplossingen aan waar EMS-systemen onderdeel van zijn. Op die manier krijgt Tibo Energy aanvragen vanuit verschillende landen.Het mooie hiervan is dat we niet één specifiek land hoeven aan te wijzen als markt om met een lokaal team aan de slag te gaan, om daarna in een volgend land uit te breiden. Opdrachten die we via partners krijgen, bieden de mogelijkheid om in verschillende landen organisch te groeien, waarbij uitbreiding van het team de business volgt.’Was het internationale groeiperspectief dé reden om een nieuwe ceo te zoeken?Eikhout: ‘Je hebt voor een organisatie die snel groeit in verschillende fasen andere kwaliteiten nodig. Toen we dit bedrijf startten, vond ik mezelf prima geschikt om het van nul naar iets te brengen, zodat je een bepaalde grootte en omzet bereikt. Maar op dit moment ligt mijn ambitie niet bij de ceo-rol en krijg ik meer energie van productinnovatie en commercie. Daar ben ik heel open over geweest. Al ben ik één van de founders, het voelt voor mij heel natuurlijk om de rol van ceo nu over te dragen.’Van der Waal: ‘Ik denk dat Remco en ik elkaar heel goed aanvullen. Hij is een rasondernemer die dingen vanaf de grond kan opbouwen, terwijl ik het juist leuk vind als er iets staat wat ik naar een volgend niveau kan brengen. De kans om internationaal te groeien past daar perfect bij.’ Lees ook:We moeten het stroomnet niet zwaarder maken, maar slimmer, zegt hoogleraar Jan Rotmans Changemaker Koen Mulders (Currentt): 'Het energiesysteem transformeren is meer dan techniek, het moet voor iedereen kloppen' Eddy Grid groeit razendsnel met oplossing voor netcongestie: 'Ik wil dat we alles op stroom gaan doen'