Joyce de Thouars 13 december 2018, 08:00

Airopack zet de verpakkingsmarkt op zijn kop

Kunststoffen spuitbussen met lucht in plaats van drijfgas rollen in een nieuwe fabriek in Waalwijk van de band. De technologie is een enorme stap voorwaarts in een markt die 40 jaar lang heeft stilgestaan op het gebied van innovatie. De slimme en duurzamere oplossing komt op een goed moment. De snelle groei van het veelbelovende Airopack biedt echter ook de nodige uitdagingen.

Airopack

De grote fabriekshal is gevuld met blinkend nieuwe machines. De fabriek is binnen 168 dagen gebouwd en er is ruimte om de productie verder uit te breiden. De snelheid waarmee de fabriek is opgezet toont het tempo waarin de onderneming zich uitbreid. Aan het hoofd van Airopack staat Quint Kelders, wiens vader ‘de Airopack’ heeft uitgevonden. Op het visitekaartje dat Kelders overhandigt staat geen CEO maar ‘lead motivator’.

Een opvallende functietitel. Waarom ‘lead motivator’ en geen CEO?

“De CEO-titel komt redelijk saai over en past ook niet bij mij. Ik heb er een hekel aan om in een hokje geduwd te worden. Als je bovendien iets wil bereiken met een onderneming die een nieuwe technologie op de markt brengt dan is het belangrijk om mensen mee te krijgen. De titel CEO suggereert niet dat je iemand meekrijgt, terwijl ik juist geloof in passie en mensen motiveren. Daarmee wil ik niet zeggen dat ik een of andere positiviteitsgoeroe ben maar ik zorg er wel voor dat ik mensen meekrijg. En dat is zeker aan het begin van de reis belangrijk.”

Waar komt de innovatiekracht van het bedrijf vandaan?

“Innovatie zit in het DNA van het bedrijf. Mijn vader, die naast ‘de Airopack’ ook de prittstift en correctieroller uitgevonden heeft, is een echte uitvinder. Wij konden vroeger nergens komen of mijn vader zag wel iets dat anders of beter kon. Dat is de rode draad in ons verhaal. Wij kijken van oudsher of we verpakkingen beter en veiliger voor de consument en het milieu kunnen maken. Maar een hele nieuwe verpakking op de markt zetten, zoals we nu doen, is wel de overtreffende trap.”

“De traditionele aerosol verpakking was al tientallen jaren onveranderd. Mijn oma had vroeger hetzelfde type haarlakspuitbus van staal of aluminium als mijn jongste dochter nu heeft. Na tien jaar ontwikkelen is er nu een duurzamere oplossing, die ook nog eens beter presteert. Mijn vader heeft ‘de Airopack’ overigens niet alleen ontwikkeld. Ook de namen van de ontwikkelaars, van wie sommigen al meer dan 20 jaar bij ons in dienst zijn, staan op de patenten.”

Wat levert de technologie op het gebied van duurzaamheid?

“De koolstofvoetafdruk van ons product is een stuk lager dan die van de traditionele aerosols. We praten dan over een verbetering van 30 procent ten opzichte van de conventionele verpakkingen. Daarnaast hebben we een gesloten koelsysteem, kopen schone energie en hergebruiken tot 80 procent van ons productieafval. Voor klanten is duurzaamheid niet altijd maar wel steeds meer een overweging bij hun keuze voor verpakkingen.”

“Duurzaamheid speelt een grote rol in onze organisatie. Mensen vragen me dan wel eens kom je dan op de fiets? Nee, natuurlijk niet. En ik hoor ook vaak dat ik niet de meeste ecologische auto rijd. Dat klopt, maar ik ben wel een van de meest compenserende Nederlanders.”

De fabriek draait inmiddels sinds 2016. Wat is de volgende stap?

“Aan het einde van het jaar hebben we een geïnstalleerde capaciteit van 200 miljoen producten. Aan het eind van het volgende jaar moet dit 300 miljoen zijn op deze locatie. Daarnaast leveren we trouwens ook afvulmachines aan onze klanten. De wereldwijde markt voor aerosol verpakkingen produceert 16 tot 17 miljard eenheden per jaar. Wij willen uiteindelijk 10 tot 15 procent van deze markt hebben. Dat kan uiteindelijk meer of minder zijn maar het is wel een enorm doel om de wereld te verbeteren.”

“We hebben er voor gekozen om hier in Waalwijk een grote operationele footprint te bouwen om qua kosten de ultieme footprint te bereiken. Het is een soort expertisecentrum. Het is de bedoeling om de fabriek in de toekomst op andere plaatsen te kopiëren. Dat zou in de buurt van een grote klant kunnen zijn of in Azië waar een enorme groeimarkt is.”

De industrie voor persoonlijke verzorging gebruikt de nieuwe verpakking al. Zijn er ook andere toepassingen mogelijk?

“We zijn in die industrie begonnen omdat enkele bedrijven zoals Procter & Gamble, eigenaar van het merk Gilette, al klanten waren van ons vorige verpakkingsbedrijf. Maar de mogelijkheden gaan veel verder. Met een consultancy kijken we naar markten waar wij nog niet eerder aan gedacht hebben. Denk bijvoorbeeld aan de industrie of aan voedsel- en drankapplicaties. Maar het is ook mogelijk om de technologie in de medische wereld te gebruiken. Voor de medische wereld zijn er echter lange processen dus daar kunnen we op dit moment helaas niet meer tijd aan besteden.”

Welke lessen heb je bij het groeien van de organisatie geleerd?

“Het is een enorme uitdaging waar we voor staan. We hebben de productkennis, de bedrijfskennis, maar de know how omtrent de organisatie zijn we aan het bouwen. Dat gaat in een rap tempo en zelfs het lezen van alle managementboeken die er zijn helpt daar niet bij. Het is heel moeilijk om innovatieve productieprocessen neer te zetten, een revolutionair product naar de markt te brengen, de beste mensen binnen te halen en dat dan allemaal samen te laten werken.”

“We hebben onder andere geleerd dat we veel moeite moeten doen om jong talent aan te trekken. Naar de buitenwereld toe zijn wij geen sexy bedrijf voor de mensen die wij willen hebben, dus moeten wij meer doen dan alleen een headhunter inzetten. Wij zijn een echte gamechanger in de industrie en daar hoort wellicht een ander soort mensen bij. Mensen moeten een passie hebben om iets te veranderen. Je moet hier niet gaan zitten omdat we toevallig € 500 meer of minder dan een ander technologiebedrijf betalen.”

“Ik had een grappig gesprek met een jongen die elektrotechniek aan de TU Eindhoven studeert. Hij had een bijbaan als chauffeur en reed mij naar een concert. Het was een leuke jongen, goed technisch onderlegd en ik vroeg hem: hoe kom ik aan mensen zoals jou? Zijn antwoord: dan moet je uit je luie, leren stoel komen. Daarop vroeg ik hem om een extra rondje over de ring van Eindhoven te rijden om dat verder uit te leggen. ‘U stuurt een headhunter op ons af die uw bedrijfsnaam uitdraagt maar wij willen u zien. Waarom komt u niet gewoon naar onze universiteit, dan weet ik zeker dat u een buslading met studenten terugkrijgt’, luidde zijn uitleg. Dat is heel anders dan 10 jaar terug. Toen was een advertentie genoeg maar nu heb ik inderdaad zijn advies gevolgd.”

Meer lezen over verpakkingen? 

Foto: Adobe Stock

Wordt voetbal de duurzaamste sport van Nederland? De KNVB en Engie gaan er voor

De doelstelling die bij deze samenwerking hoort, liegt er niet om: een CO2-reductie van 20 procent binnen 4 jaar. Een forse opgave, want momenteel zorgen alle voetbal-gerelateerde verkeersbewegingen voor zo’n 65 kiloton aan CO2-uitstoot per jaar. Zo zorgt voetbal jaarlijks bijvoorbeeld voor 305.874.061 afgelegde kilometers per auto. Per bus gaat het om 49.304.052 kilometer. Genoeg mogelijkheden tot verduurzaming dus. “De KNVB gaat graag de uitdaging aan om deze CO2-reductie werkelijkheid te maken", zegt Eric Gudde, directeur betaald voetbal bij de KNVB.Jacco van der Burg, manager smart mobility & e-mobility bij Engie Nederland, ziet mobiliteit als een ijzersterk startpunt om met CO2-reductie aan de gang te gaan. “Om de totale CO2-uitstoot in 2050 met 95 procent te reduceren, móéten we onze mobiliteit slimmer inrichten”, stelt hij. “Daarom vinden we de samenwerking met de KNVB geweldig; door samen te werken met de grootste sport van Nederland kunnen we echt impact maken.”Duurzame en slimme mobiliteitDe KNVB en Engie vonden elkaar in een gezamenlijke ambitie. “De KNVB wil van voetbal de duurzaamste sport van Nederland maken, terwijl Engie impact wil maken in de mobiliteitssector”, vertelt Van der Burg. “Er reizen elke week honderdduizenden mensen naar voetbalstadions en lokale voetbalverenigingen. Door de handen ineen te slaan, kunnen we dus allebei onze ambities waarmaken.”Om de beoogde CO2-reductie van 20 procent ook daadwerkelijk te realiseren, wordt het mobiliteitsprogramma GO gelanceerd. Dit programma bestaat uit verschillende initiatieven, zodat elke voetbalvereniging in Nederland met duurzame mobiliteit aan de slag kan. “We beginnen bijvoorbeeld met het aanpassen van de speelschema’s”, aldus Van der Burg. “Hoe kan je die zo inrichten dat men minder hoeft te reizen en frequenter samen kan reizen? Daar is een behoorlijke efficiëntieslag te maken.”Elektrisch auto’s en deelauto’sDaarnaast gaan Engie en de KNVB elektrisch rijden maximaal stimuleren, door middel van interessante en goedkope proposities voor het realiseren van laadinfrastructuur bij verenigingen en mensen thuis. Ook wordt een app voor gezamenlijk reizen gelanceerd, zodat ook carpoolen zo goed mogelijk gefaciliteerd wordt.“Maar we willen bijvoorbeeld ook deelauto’s in gaan zetten”, voegt Van der Burg toe. “We zetten met opzet in op een breed palet van verduurzaming, zodat alle voetbalverenigingen (groot en klein) ermee aan de slag kunnen. En we maken het natuurlijk ook zo leuk mogelijk. Er zullen bijvoorbeeld prijzen te winnen zijn, want duurzaamheid mag beloond worden.”Engie en duurzame mobiliteitVoor Engie is verduurzaming van mobiliteit al tijden een belangrijk speerpunt. De technisch dienstverlener doet dit over twee assen: elektrische mobiliteit en slimme mobiliteit. Op het gebied van elektrische auto’s neemt Engie bijvoorbeeld een faciliterende rol in, door te voorzien in laadinfrastructuur. Maar ook laadlogistiek is belangrijk, vertelt Van der Burg: “Hoe stem je vraag en aanbod zo efficiënt mogelijk op elkaar af? En hoe zorg je ervoor dat elektrisch laden zo duurzaam mogelijk gebeurt, met uitsluitend duurzame energie? Daar zorgen wij voor.”Op het gebied van smart mobility houdt Engie zich juist bezig met slimme oplossingen die mobiliteit kunnen verduurzamen. “Mobiliteit gaat enorm groeien in de aankomende jaren”, legt Van der Burg uit. “De ‘simpele’ oplossing is dan meer asfalt, maar wij zien smart juist als oplossing: slimmer weggebruik, slimmere auto’s en slimmere infrastructuur.”"Iedereen kan vandaag nog positieve impact maken, ook als je een brandstofauto hebt"Slimme oplossingenVan der Burg wijst autodelen bijvoorbeeld aan als een voorbeeld van smart mobility. Maar ook carpooling is een voorbeeld van slimmere mobiliteit: “Alle initiatieven die het aantal vervoersbewegingen terugdringen of efficiënter maken, vallen wat mij betreft onder de noemer smart.”“Daar speelt infrastructuur bijvoorbeeld ook een belangrijke rol in”, vervolgt hij. “Hoe krijg je zoveel mogelijk auto’s over hetzelfde stukje asfalt? Dat kan je realiseren met slimme camerasystemen, flow-analyses, noem maar op. Ook als je de doorstroming weet te verbeteren, praat je over smart mobility.”Lees ook:Elektrische auto ingezet als opslagbatterij voor kantoorDuurzaamste sport van Nederland?Ook dat soort oplossingen zullen een rol spelen in het verduurzamen van de voetballerij. Maar wordt voetbal inderdaad de duurzaamste sport van Nederland? De verduurzaming van mobiliteit is in ieder geval een goed startpunt, vindt Van der Burg. “Mobiliteit is een hele gemakkelijke manier om met verduurzaming aan de slag te gaan”, zegt hij. “Iedereen kan vandaag nog positieve impact maken, ook als je een brandstofauto hebt. Daarom is de samenwerking met de KNVB zo belangrijk: als alle voetbalverenigingen hiermee aan de slag gaan, zetten we een enorme stap."Hoofdafbeelding: Adobe stock | Afbeelding in tekst: KNVB