Chris Thijssen 22 juni 2016, 09:54

Albert Heijn zet fietsen in voor bezorging binnen het uur

Albert Heijn start deze week met een proef waarbij de retailer boodschappen binnen een uur thuisbezorgt bij klanten in een deel van Amsterdam. De boodschappen worden door fietskoeriers geleverd.

Instantdelivery1 1

De bezorging vindt plaats vanuit twee winkels, op de Elandsgracht en het Museumplein, aan consumenten die op 15 minuten fietsen van deze winkels wonen. Voor de proef, die 8 weken duurt, maken zowel medewerkers als klanten gebruik van de smartphone-app Appie Now, ontwikkeld door Tring Tring. Dit bedrijf bezorgt in Amsterdam pakketjes, eten en boodschappen op de fiets.

Via de app kunnen klanten 1.500 producten bestellen. De boodschappen worden vervolgens door Albert Heijn-medewerkers verzameld en binnen een uur op de fiets bezorgd door medewerkers die op dat moment geen dienst hebben.

Deze medewerkers worden ingezet als zelfstandigen, die hun eigen bezorgfiets en smartphone gebruiken om de bestellingen af te handen. De service kost € 5. Dit bedrag gaat in zijn geheel naar de bezorger.

Schoner vervoer in de binnenstad

“We zien dat tijd voor veel klanten een belangrijke factor is. Daar spelen we bij de thuisbezorging al op in met een ruime keuze in bezorgmomenten en track & trace”, zegt woordvoerder Anoesjka Apeslach. "Met deze instant delivery-test willen we onderzoeken of het bestellen en binnen het uur bezorgen van de boodschappen iets is waar we onze klanten een plezier mee doen.”

Sinds kort bezorgt Albert Heijn in Amsterdam ook boodschappen met een bezorgfietsen en een elektrische bezorgauto. Eind 2016 moeten er tien Albert Heijn-bezorgfietsen in Amsterdam rijden. Zo zegt het bedrijf bij te dragen aan schoner en verkeersvriendelijk vervoer in de binnenstad.

Bron: Albert Heijn | Foto: Albert Heijn (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)

‘Infrastructuur in slimme steden beter benutten met sensoren’

De onderzoekers van het Cambridge Center for Smart Infrastructure and Construction (CSIC) werkt samen met bedrijven in de bouw- en infrastructuursector aan slimme oplossingen die tot efficiënter gebruik van materiaal en infrastructuur moet leiden. Zo heeft het Zweedse bouwconcern Skanska een systeem met optische vezels gebruikt, dat door het CSIC is ontwikkeld.“Als we onze infrastructuur beter leren begrijpen door data, dan ligt er een grote kans om verschil te maken met betrekking tot hoe onze steden zullen functioneren in de toekomst.”Sloopmateriaal hergebruikenSkanska heeft dit systeem toegepast bij de renovatie van een Londons pand met twaalf verdiepingen. Dit gebouw moest worden gesloopt om plaats te maken voor een gebouw met zestien verdiepingen. Door gebruik te maken van het CSIC-systeem, wist Skanska het sloopmateriaal te beoordelen voor hergebruik. Uiteindelijk bleek dat de gebouwfunderingen niet volledig vervangen hoefden te worden, waardoor Skanska ruim £ 6 mln (€ 7,8 mln) aan bouwkosten en –tijd bespaarde.Daarnaast vermeed het bouwconcern het gebruik van nieuw geproduceerd beton voor dit project, waardoor Skanska een duurzaamheidsprijs won.Infrastructuur van de toekomstNaast het optimaliseren van bouwprocessen, verwerkt CSIC sensoren onder bestaande weginfrastructuur om daarmee de wegen te monitoren op mogelijk verval. “We moeten nadenken over de waarde die infrastructuur in de steden brengt, waardoor we vast kunnen stellen waar we geld aan uit moeten geven en welke impact we daarmee maken in de stedelijke omgeving”, zegt Jennifer Schooling, directeur van de CSIC.“Als we onze infrastructuur beter leren begrijpen door data, dan ligt er een grote kans om verschil te maken met betrekking tot hoe onze steden zullen functioneren in de toekomst.”Duurzame warmteOok ontwikkelt het centrum technologie om het gebruik van aardwarmte in de steden van het Verenigd Koninkrijk te bevorderen. Zo wil het CSIC de warmte afkomstig uit de ondergrondse metrolijnen in London omzetten tot duurzame warmte voor gebouwen.“De stedelijke infrastructuur leveren veel afvalstromen op, zoals de warmte die de London Underground oplevert, waardoor de metrostations oververhit raken”, zegt Dr. Ruchi Choudhary van de Cambridge Department of Engineering. Door simulatiemodellen te ontwikkelen, kunnen de wetenschappers van CSIC berekenen hoeveel van de restwarmte kan worden ingezet voor het verwarmen van de gebouwen. Bron: University of Cambridge | Foto: Davide D'Amico, Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)