Hidde Middelweerd 27 juli 2020, 06:30

AVR pioniert met grootschalige CO2-afvang

Wanneer restafval écht niet meer te recyclen valt, komt AVR in actie. Het afvalenergiebedrijf weet namelijk precies hoe je er toch nog zoveel mogelijk waarde uit haalt. Sinds vorig jaar pakt AVR dit nog efficiënter aan, door de CO2-uitstoot van zijn afvalenergiecentrale in Duiven op grote schaal af te vangen én een herbestemming te geven.

Avr duiven overview

Wie aan duurzaamheid denkt, denkt waarschijnlijk niet meteen aan afvalverbranding. Toch is dit een onmisbaar onderdeel van een duurzame afvalketen, zegt Michiel Timmerije, directeur energie en reststoffen bij AVR. “Voor de duidelijkheid: het is essentieel dat we de aankomende jaren inzetten op afvalpreventie en meer en meer afval recyclen. Maar er zal altijd een bepaald percentage overblijven dat niet recyclebaar is. Denk bijvoorbeeld aan bouw- en sloophout, dat bewerkt is met verf en lijm. Of de reststroom die tot stand komt bij papierrecycling. Die afvalstromen nemen wij voor onze rekening.”

Zoveel mogelijk energie, zoveel mogelijk grondstoffen

AVR verwerkt inmiddels zo’n 2,1 miljoen ton restafval per jaar, met als doel om daar zoveel mogelijk energie en grondstoffen uit te halen. Het verbrandt bijvoorbeeld zo’n 140.000 ton papierpulpresidu (een restproduct van papierrecycling) per jaar en wekt daar zo’n 350 Terajoule aan warmte en meer dan 7 gigawattuur aan elektriciteit mee op. Dit is vergelijkbaar met de jaarlijkse energiebehoefte van ongeveer 151.000 huishoudens. Maar ook grondstoffen worden zoveel mogelijk teruggewonnen. Na de verbranding van papierpulpresidu blijft er namelijk een cementproduct over dat AVR Topcrete noemt. Dit heeft verschillende toepassingen in de bouwsector.

 “Onze diensten leveren andere bedrijven een forse CO2-reductie op”, zegt Timmerije. “Onze stoom wordt bijvoorbeeld afgenomen door industriële bedrijven, die daardoor minder fossiele brandstoffen, zoals aardgas en olie, hoeven te verstoken om die stoom zelf te produceren.”

Pionieren met CO2-afvang

Sinds augustus van vorig jaar wint AVR niet alleen zoveel mogelijk energie en grondstoffen terug, maar ook zoveel mogelijk CO2. Het is daarmee het eerste afvalenergiebedrijf dat CO2 op grote schaal afvangt en levert aan derden. Dat avontuur begon in 2015. Timmerije: “We zijn continu op zoek naar manieren om maximale waarde uit afval te halen, maar realiseerden ons dat een belangrijke reststroom nog steeds ongebruikt uit de schoorsteen ontsnapte: CO2. Dat kon beter.”

AVR startte daarom een technologieonderzoek en ging op zoek naar een afzetmarkt voor afgevangen CO2. Nog geen vijf jaar later nam de afvalverwerker één van de grootste CO2-afvanginstallaties van de Europese afvalsector in gebruik, op één van de drie schoorstenen van zijn afvalenergiecentrale in Duiven. De installatie kan 100.000 ton CO2 per jaar afvangen, wat gelijk staat aan zo’n 25 tot 30 procent van de totale CO2-uitstoot van de Duivense afvalcentrale.

Oplosvloeistof neemt CO2 op uit rookgas

Dit werkt als volgt: het rookgas dat vrijkomt bij het verbranden van restafval wordt eerst gereinigd; alle schadelijke stoffen voor het milieu worden eraan onttrokken. Vervolgens wordt het rookgas afgekoeld en in contact gebracht met een oplosvloeistof die in staat is om zo’n 85 procent van de CO2 in het rookgas op te nemen. Deze vloeistof wordt verwarmd, waarna de CO2 er in zuivere (gas)vorm aan onttrokken wordt. Daarna wordt de CO2 juist weer afgekoeld, tot een temperatuur van ongeveer -20 graden Celsius. Hierdoor wordt het vloeibaar en kan op die manier gemakkelijk opgeslagen en getransporteerd worden.

De afgevangen CO2 wordt geleverd aan glastuinbouwbedrijven in de regio, die het gebruiken om het groeiproces van hun bloemen, groentes en potplanten te versnellen. “Er rijden inmiddels tientallen vrachtwagens per dag bij ons weg om de CO2 af te leveren bij tuinders”, vertelt Timmerije. “Dat levert hen een forse CO2-besparing op. De glastuinbouw maakt van oudsher gebruik van fossiele bronnen, zoals aardgas, om CO2 te produceren. Maar wie gebruik maakt van onze CO2 kan zijn aardgaskraan in principe dichtdraaien.”

De businesscase rondkrijgen

Hoewel AVR’s CO2-afvanginstallatie één van de grootste van Europa is, ziet Timmerije het vooral als een grootschalige pilot. De toekomstplannen zijn namelijk een stuk ambitieuzer. “Voor onze afvalverwerkingsfabriek in Rozenburg hebben we inmiddels een haalbaarheidsstudie uitgevoerd om in de toekomst 500.000 ton CO2 per jaar af te vangen.”

Voordat het zover is, moeten er wel wat uitdagingen getackeld worden. Vooral het rondkrijgen van de businesscase blijkt lastig. De voorinvestering is immers fors, waardoor de afzetmarkt op voorhand groot genoeg moet zijn. Timmerije: “Een garantie van langdurige afname vanuit de markt is echt een vereiste. Maar ik heb daar alle vertrouwen in: de glastuinbouwsector heeft een jaarlijkse CO2-behoefte van zo’n twee miljoen ton. En de vraag naar CO2 vanuit de betonindustrie en chemische industrie wordt ook steeds groter.”

AVR hoopt de eigen CO2-uitstoot ook zoveel mogelijk te beperken met CO2-afvang en -hergebruik, desnoods in combinatie met CO2-opslag. Een forse klus; met het verwerken van 1,7 miljoen ton restafval per jaar komt namelijk ook zo’n 1,7 miljoen ton CO2 vrij. “Ruim 60 procent daarvan is kort-cyclische CO2, afkomstig van het organische onderdeel van restafval. Die afvalstromen dragen als het ware een rugzakje van CO2 uit de atmosfeer met zich mee. De verbranding ervan voegt dus geen nieuwe CO2 aan de atmosfeer toe. Maar de overige 40 procent is afkomstig van onze eigen processen”, vertelt Timmerije. “Dat percentage willen we tot en met 2030 volledig afvangen en een herbestemming geven. Of deels opslaan in ondergrondse gasvelden, mocht dat nodig zijn.”

Nu aan de slag

Er woedt al een tijdje een discussie over CO2-afvang in Nederland. Volgens tegenstanders is het een te dure ‘schijnoplossing’, die de opkomst van duurzame energiebronnen in de weg kan staan. Timmerije kan zich daar niet in vinden: “We zitten momenteel in een transitiefase, waarbij we álle instrumenten nodig hebben om klimaatverandering tegen te gaan. CO2-afvang dus ook. Daarnaast heeft het geen zin om achterover te leunen tot 2030, in de hoop dat waterstof of een andere wondertechnologie de klus volledig gaat klaren. We moeten nú in actie komen. Met elke ton CO2 die wij afvangen, boeken we nu winst.”

“Wageningen University & Research berekende dat elke ton CO2 die wij leveren aan de tuinbouw tot 0,95 ton CO2-uitstoot uit fossiele bronnen bespaard. Hoe je het ook wendt of keert, dat is een CO2-besparing die we goed kunnen gebruiken”, vervolgt hij. “Veel processen kunnen nog niet volledig CO2-vrij uitgevoerd worden, dat is nu eenmaal zo. Maar laten we er dan in ieder geval voor zorgen dat de CO2-uitstoot die daarmee gepaard gaat niet langer in de atmosfeer belandt.”

De eerste stap van velen

Dat gedachtegoed leeft ook bij de rest van de afvalsector, merkt Timmerije. AVR ontving het afgelopen jaar veel bezoekers vanuit heel Europa, die hun CO2-uitstoot ook willen afvangen en benieuwd zijn hoe AVR dat aanpakt. Ook nu blijven de informatiebezoeken binnenstromen. In Nederland staat het onderwerp ook op de kaart; AVR werkt inmiddels met verschillende partners en collega-bedrijven aan de vervolgplannen. Timmerije: “De eerste stap is gezet, maar er gaan zeker meerdere volgen.”

Bron/beeld: AVR

Bankdirecteur: 'Het is tijd om te stoppen met investeren in fossiele industrie'

In een volgepakte zaal spraken vijftig financiële instellingen op 10 juli 2019 de ambitie uit om een actieve bijdrage te leveren aan de klimaatdoelen van het kabinet. Banken, pensioenfondsen, verzekeraars en vermogensbeheerders met een gezamenlijk beheerd vermogen van circa € 3.000 mrd gaven aan over het boekjaar 2020 te zullen rapporteren over de klimaatimpact van hun financieringen en beleggingen. Op de groepsfoto van toen staan de vertegenwoordigers van de financiële instellingen nog dicht op elkaar. Inmiddels leven we in een nieuwe realiteit. Verschillende ondernemers kwamen door de coronacrisis al in de problemen en een nieuwe economische crisis lijkt niet te voorkomen. Toch blijft het klimaatcommitment van de financiële sector onverminderd van kracht, benadrukt Chris Buijink, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB).“We zijn hier als financiële sector vrijwillig, maar zeker niet vrijblijvend mee begonnen”, aldus Buijink. Volgens de voorzitter van de NVB zijn banken zeer gemotiveerd om, via hun klanten, een positieve bijdrage te leveren aan het beperken van de opwarming van de aarde. Door klanten te ondersteunen in verduurzaming dragen banken bij aan het behalen van de doelen uit het Klimaatakkoord van Parijs en het Nederlandse Klimaatakkoord. “Zelfs te midden van een crisis is het logisch dat van ons een bijdrage wordt verwacht.”Geen alternatiefArie Koornneef, directeur ASN Bank, benadrukt dat de sector ook niet anders kan. “Er is feitelijk geen alternatief.” Zo krijgen financiële instellingen nu al te maken met fysieke risico’s en transitierisico’s van klimaatverandering en biodiversiteitsverlies. Denk aan schade door stormen of overstromingen of aan het effect op de fossiele auto-industrie als de elektrische automarkt een vlucht maakt. “Wat gebeurt er nou als ik helemaal niets doe?” Het is een retorische vraag, die Koornneef desalniettemin beantwoordt. “Daar kleven ook risico's aan. En dat zeggen wij niet alleen als ASN Bank, maar daar heeft DNB ook studies naar gedaan.”Zo berichtten DNB en PBL halverwege juni dat Nederlandse financiële instellingen voor honderden miljarden euro’s aan financieringen hebben uitstaan waarmee ze mogelijk risico’s lopen als gevolg van biodiversiteitsverlies. En al in 2017 maakte DNB bekend klimaatrisico’s verder te integreren in haar toezichtaanpak. Nederlandse financiële instellingen moeten van de toezichthouder het klimaatrisico van hun investeringen meten en vastleggen. Inzicht krijgen in de klimaatrisico’s is wel een uitdaging, geeft Buijink aan. Zo vraagt het monitoren van klimaatrisico’s om toekomst-gerelateerde data, terwijl traditioneel risicomanagement over het algemeen gebaseerd is op historische data. “Maar het biedt op termijn wel de kans om het risicomanagement van banken verder te ‘finetunen’ en stelt hen in staat om klanten beter te helpen in de energietransitie”, zegt hij.Een jaar na het klimaatcommitmentHet belang voor de financiële sector om te blijven inzetten op het tegengaan van klimaatverandering is duidelijk, maar in hoeverre heeft de sector na het ondertekenen van het klimaatcommitment al progressie geboekt? “Afgelopen jaar is de ‘governance’ opgezet, met de Commissie Financiële Sector Klimaatcommitment”, zegt Buijink daarover.Deze commissie houdt de voortgang in de sector in de gaten en gaat daar jaarlijks over rapporteren. Voor de Nationale Klimaatdag op de vierde donderdag in oktober stuurt de commissie haar eerste sectorrapportage naar het kabinet. Het rapport biedt op basis van publieke rapportages van financiële instellingen een gezamenlijk beeld van de inspanningen van de sector. NVB is samen met brancheorganisaties het Verbond van Verzekeraars, de Pensioenfederatie en de Dutch Fund and Asset Management Association (DUFAS) opdrachtgever van de sectorrapportage. KPMG stelt het raamwerk op en levert een overzicht aan met de status en toepassing van klimaatmeetmethoden.Koornneef is erg blij met het klimaatcommitment van de Nederlandse financiële sector. “Als je kijkt op landenniveau, dan is dit uniek in de wereld.” Ook met het geld dat de partijen gezamenlijk beheren valt impact te maken, benadrukt hij. Circa € 3.000 mrd is niet niks. Zo bedroeg het bruto binnenlands product (bbp) van Nederland in 2019 ‘slechts’ € 812 mrd. Toch is dit niet het moment om achterover te leunen, benadrukt Koornneef. Het tekenen van het klimaatcommitment is een goede stap voorwaarts, maar er zijn meer stappen nodig, vindt hij. Naast het stellen van doelen, meten van de voortgang en hierover rapporteren, gaat het ook om het doorvoeren van concrete veranderingen.Bekijk ook deze infographic: klimaatneutraal versus klimaatpositief; wat zijn de verschillen?Nu doorpakken“Inzicht krijgen in de effecten van de beleggingen en investeringen van financiële instellingen en bepalen hoe ze de negatieve impact van hun CO2 winst- en verliesrekening kunnen terugbrengen of meer positieve impact kunnen maken met nieuwe typen investeringen is denk ik de vraag voor de komende periode”, zegt Koornneef. De ondertekenaars hebben dan ook aangegeven uiterlijk in 2022 hun actieplannen bekend te maken wat terugdringing van de CO2-uistoot betreft.Koornneef vindt dat het tijd is dat financiële instellingen hun investeringen in de fossiele industrie echt gaan afbouwen. “Ik denk dat we daarin gewoon sneller kunnen handelen en moeten doorpakken. Je ziet in de afgelopen periode dat bedrijven die zich juist in die fossiele sector begeven vrij zwaar geraakt worden door de crisis en je ziet dat daar ook door financiële partijen op moet worden afgeschreven. Het desinvesteren zou dus sneller mogen. ”ASN Bank is zelf al jaren actief bezig met het terugschroeven van haar negatieve klimaatimpact en streeft ernaar een positieve impact te hebben. Zo vermijden de investeringen en beleggingen van ASN Bank en de ASN Beleggingsfondsen sinds 2019 in totaal meer CO2-uitstoot dan dat zij veroorzaken. De kennis die zij hiermee hebben opgedaan, delen zij met de sector. Zij willen daarmee een verbindende rol spelen. “Ik denk dat ASN Bank er altijd goed in geweest is om de dingen die wij ontwikkelen niet voor onszelf te houden.” Zo was ASN Bank initiatiefnemer van het Partnership Carbon Accounting Financials (PCAF) en het Partnership Biodiversity Accounting Financials (PBAF) en samen met andere financiële instellingen oprichter van het Platform Living Wage Financials (PLWF). Deze (internationale) samenwerkingen sluiten aan bij de duurzaamheidspijlers van de bank. “De uitdaging is om de tractie die we nu op de diverse onderwerpen hebben te behouden en uit te breiden.”De coronacrisis: kans of vertragende factorKoornneef kan zich niet voorstellen dat financiële instellingen hun ambities ter zijde schuiven vanwege de coronacrisis. “De vraag is alleen hoe je het gaat doen en in welk tempo.” Daarom vindt hij het belangrijk dat instellingen elkaar voortdurend op hun verantwoordelijkheid blijven wijzen om stappen te zetten. “ De rol van ASN Bank is daarbij om te blijven agenderen en aanjagen om zo de versnelling te realiseren.”'De vraag is alleen hoe en in welk tempo'De coronacrisis als kans voor versnelling presenteren, vindt Koornneef lastig. Hij begrijpt namelijk goed dat een onderneming die het zwaar heeft vanwege de coronacrisis in eerste instantie aan zijn voortbestaan denkt, wat ook in het belang van de medewerkers is. “Dat is de ene kant van de medaille”, aldus Koornneef. De andere kant is de wederopbouw die na de economische crisis nodig is. Daarbij is het van belang om de huidige staat van het klimaat en de biodiversiteit mee te wegen en de huidige situatie te verbeteren. “We hebben niet de luxe om dat te laten voor wat het is, omdat anders in een latere fase de rekening alsnog wordt gepresenteerd.” Daarom pleit Koornneef ervoor om te investeren in een nieuwe, duurzame economie. Al eerder wees Koornneef op de kansen die investeren in een duurzame economie opleveren. Ook Buijink benadrukt dat inzetten op een groene toekomst goed is voor de economie. “Ambitieus klimaatbeleid, waar de Nederlandse bankensector zich al jaren actief voor inzet, is naast milieuwinst ook essentieel voor toekomstige economische groei en ons hoge welvaartsniveau.”Op weg naar een anderhalvegradenmaatschappij“De coronacrisis is een ‘reality check’ voor ons allemaal. Het virus dat hier enkele maanden als klein werd gezien heeft nu de hele wereld in haar greep”, zegt Buijink. Met de klimaatcrisis kan hetzelfde gebeuren. Ondanks dat de meeste Nederlanders de klimaatcrisis serieus nemen, blijven de directe gevolgen voor het grootste deel van de bevolking relatief onzichtbaar. “Een zeer warme zomer is vervelend en buiten schaatsen iets uit een grijs verleden, maar niet per se ontwrichtend. Binnen de klimaatcrisis moeten we echter ook rekening houden met een ‘omslagpunt’, waarna we geconfronteerd worden met de onomkeerbare gevolgen”, aldus Buijink. Daarom is het belangrijk om tijdig te handelen. “Juist met de lessen die we uit de coronacrisis trekken kunnen we daadkrachtig optreden om een anderhalvegradenmaatschappij te realiseren.”Lees ook: De coronacrisis als businesscase voor systeemveranderingHoofdafbeelding: Adobe Stock | Portretafbeeldingen: NVB en ASN Bank