Erik Verheggen 13 juli 2015, 07:19

Betonindustrie kan aan de slag met grondstof uit bodemas

160.000 ton duurzame grondstoffen uit bodemassen wil Van Gansewinkel per jaar gaan leveren aan de betonindustrie. Het bedrijf heeft nu een certificaat gekregen waarmee die ambitie haalbaar wordt.

Brandstofcel

Van Gansewinkel Minerals produceert uit het bodemas van afvalverbrandingsinstallaties granulaat dat geschikt is als zand- en grindvervanger voor de productie van beton. Het bedrijf heeft het granulaat met industriële partners ontwikkeld en in de praktijk getoetst.

Voor dit granulaat, dat de naam Forz AEC heeft meegekregen, heeft het bedrijf nu een KOMO-certificering op zak. Van Gansewinkel mag de grondstof daarmee gaan leveren aan de industrie.

“Met deze certificering voldoen we automatisch ook aan alle relevante wet- en regelgeving en andere eisen op het gebied van kwaliteit en veiligheid in de bouw voor dit type producten”, zegt manager R&D Rob Bleijerveld van Van Gansewinkel Minerals. “Dat is van groot belang voor onze klanten, die graag dergelijke duurzame materialen toepassen.”

Het behalen van de certificering kan een stap voorwaarts zijn in het realiseren van de Green Deal Bodemas die vanaf 2017 minstens de helft van de geproduceerde bodemassen wil toepassen als bouwstof. Probleem is dat er vaak nog allerlei beschermende maatregelen nodig zijn.

Bron: Van Gansewinkel | Foto: William Warby, Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)

Scheepsbouwers testen onderdelen uit 3D-printer

Aan de proef doen 27 haven-gerelateerde bedrijven mee, waaronder scheepsbouwer IHC Merwede en logistiek bedrijf Broekman Logistics. Uit een shortlist van ruim dertig onderdelen zijn er vier overgebleven. Een team van specialisten gaat die de komende twee maanden in een 3D-model verwerken en printen.Op het lijstje staan een afsluitring en een vloeistofgeleider. In september volgt een praktijktest om te onderzoeken of de geprinte onderdelen aan de kwaliteitseisen voldoen. De aangesloten bedrijven willen vooral weten of 3D-printing voor de maritieme sector toepasbaar is. En welke onderdelen financieel gezien het meest lonend zijn om te printen.Koploper MaerskOnder meer de Maersk Group experimenteert al langer met 3D-geprinte reserveonderdelen. In 2013 produceerde General Electric een 3D-geprinte brandstofverstuiver, die vijf keer zo sterk is en 25 procent lichter dan het standaard model. Maersk verwacht dat tegen 2020 zo'n 30 procent van alle motoren is voorzien van het 3D-geprinte onderdeel.Volgens het concern draagt printen op verzoek ook bij aan de verduurzaming van de sector. Productie veroorzaakt geen afval, en leidt tot lagere transportkosten en betere beschikbaarheid van onderdelen in gebieden met een slechte infrastructuur. Maersk zegt de mogelijkheden van 3D-printing door de hele keten te gaan onderzoeken.Eerste presentatieDe pilot in de Rotterdamse haven is een initiatief van het havenbedrijf Rotterdam, de RDM Makerspace en het Innovation Quarter van de Provincie Zuid-Holland. Tijdens de Wereldhavendagen in september kunnen de bedrijven al iets vertellen over de pilot. De definitieve resultaten volgen op een congres over 3D-printing voor de scheepvaart, dat later dit jaar wordt gehouden.Bekijk een filmpje van Maersk over 3D-printing:Bron: Innovation Quarter | Foto: Maersk