Bas Joosse 29 augustus 2019, 09:52

Bijenkorf komt met eigen label voor duurzaamheid

Winkelketen de Bijenkorf voorziet haar producten van een eigen duurzaamheidslabel. Met het label, in de vorm van een bij, kunnen klanten makkelijke duurzame producten herkennen. Inmiddels zijn al meer dan 1.000 producten voorzien van het duurzame label.

Adobestock amsterdam bijenkorf

Het duurzaamheidslabel kijkt naar de arbeidsomstandigheden, milieu en dierenwelzijn, of een combinatie daarvan. Het gaat er dan bijvoorbeeld om of een product tegen een eerlijke prijs voor alle betrokkenen gemaakt is en of er biologisch, gerecycled, milieuvriendelijk of diervriendelijk materiaal in verwerkt is.

“Het introduceren van het duurzaamheidslabel is een mooie stap op het gebied van duurzaamheid. Bij de Bijenkorf is service van groot belang. Door het opvallende groene label kunnen klanten in de winkels en op de website gemakkelijk duurzamere producten vinden”, zegt Joost de Bont, Sustainable Business Officer bij de Bijenkorf.

Samenwerkingen

De Bijenkorf doet meer aan duurzaamheid dan alleen producten voorzien van een label. Zo ondertekende het concern in 2016 al het Nederlandse convenant duurzame kleding. Daarnaast werd een paar weken geleden het wereldwijde Fashion Pact ondertekend waarmee 32 grote bedrijven uit de kledingindustrie verder willen verduurzamen. “We vinden het belangrijk om meetbare doelen op het gebied van klimaat, biodiversiteit en oceanen zoals vastgelegd in het G-7 Fashion Pact te steunen. Dit is een van de initiatieven waarmee wij bijdragen aan een groene toekomst”, zegt CEO Giovanni Colauto.

Duurzaamheid in voedsel en biodiversiteit

In samenwerking met The Pollinators en sociale onderneming Nudge lanceerde de Bijenkorf in 2016 een platform om lokale initiatieven die de biodiversiteit verbeteren, te ondersteunen. Voor de restaurants in de winkels worden onder andere biologische kruiden gebruikt, die lokaal gekweekt worden. De kruiden groeien in houten kratten die gemaakt zijn van oude pallets.

Bron: de Bijenkorf | Afbeelding: Adobe Stock

Innoveren in een conservatieve branche: water besparen met beton

Op het terrein van logistiek dienstverlener Van Uden Logistics in Waddinxveen zette Croonwolter&dros Safety Partners hun eerste modulaire, betonnen sprinklertank in elkaar. Het is een opvallende ontwikkeling in een sector die voorheen vooral met stalen waterreservoirs werkte. “Binnen de sprinklerwereld is het vernieuwend om beton toe te passen”, vertelt Gert-Jan Alberts van Croonwolter&dros. Aangepaste regelgeving ligt aan deze verandering ten grondslag. 'Binnen de sprinklerwereld is het vernieuwend om beton toe te passen'In de watersector en de agrarische sector worden waterreservoirs van beton al veel langer gebruikt. Daar is de meerwaarde van beton versus staal al bewezen. Hoe het komt dat niemand die kennis heeft toegepast binnen de sprinklerinstallatiebranche, vraagt Alberts zich ook af. “Binnen de conservatieve wereld van de sprinklers is niemand erop gekomen. Dat verbaast mij wel.” Richard Zevenhoven, asset manager bij Van Uden Logistics, vult aan: “Ik denk dat de sprinklermarkt een vrij conservatieve markt is, omdat ze allerlei normen hebben, dat beperkt natuurlijk de innovativiteit.” Door in te zetten op beton pakt Croonwolter&dros een kans, stelt hij. Waarom juist dit bedrijf dat doet, wijdt Alberts aan één van de speerpunten van Croonwolter&dros: “Innovatie om verder te komen.” Meerwaarde voor het milieu Alberts spreekt van duurzaam bluswater. Dat duurzame karakter zit vooral in de langere levensduur van een betonnen waterreservoir in vergelijking met een stalen variant. Volgens hem gaat een betonnen reservoir minstens zestig jaar mee, terwijl een van staal twintig tot vijfentwintig jaar haalt. De grootste milieuwinst ziet Alberts op het vlak van waterbesparing.  Nieuwe regelgeving vraagt elke tien jaar om een zogenoemde C-inspectie van de stalen waterreservoirs vanwege de toepassing van coating en kitlagen. Tijdens die inspectie moeten de watertanks leeg zijn. In theorie kan het water uit de tanks tijdelijk worden opgeslagen en teruggepompt, maar volgens Alberts komt dat in de praktijk weinig voor. “Met het terugpompen van het oude water weet je dat de invloeden die de tank hebben aangetast weer teruggaan in de gerenoveerde dan wel nieuwe tank.” Daarom wordt het water in de praktijk meestal vervangen. Dat komt neer op een gemiddeld verlies van 700 kubieke meter water per keer per tank. Aangezien een stalen tank zes keer een inspectie krijgt tijdens de levensduur van een betonnen waterreservoir kan die laatste een gemiddelde waterbesparing opleveren van 4.200 kubieke meter. Naast een besparing op water, leveren de betonnen tanks ook een besparing op grondstoffen op. De betonnen waterreservoirs zijn namelijk modulair, dat betekent dat ze in de fabriek zijn geprefabriceerd en op locatie in elkaar worden gezet. Dat levert minder afvalstoffen op. Andere voordelen zijn een snellere bouw- en droogtijd.  Meerwaarde voor de portemonnee De aanschafkosten van een betonnen waterreservoir liggen hoger dan de kosten van een waterreservoir van staal, maar daar staan lagere exploitatiekosten tegenover. Het gaat bijvoorbeeld om de voorkoming van kosten voor een tijdelijke watervoorziening tijdens een inspectie van een stalen waterreservoir of dure aanpassingen die nodig zijn vanwege corrosie. Ten slotte gaat een betonnen reservoir twee tot drie keer zo lang mee als een stalen variant.'De kosten van een controle moet je meewegen in de businesscase'“We hebben het gewoon op een rijtje gezet”, verklaart Zevenhoven zijn keuze voor een waterreservoir van beton. “De kosten van een controle moet je meewegen in de businesscase.” Die kosten schat hij op € 20.000 tot € 25.000 in totaal. Daarmee heeft hij de investering in het waterreservoir van beton er na circa tien jaar uit. “Bij een ander project dat wij nu aan het voorbereiden zijn gaan we waarschijnlijk ook op deze manier een betonnen tank neerzetten.” In totaal krijgen meer dan 2.000 gebouwen in Nederland te maken met nieuwe regelgeving, omdat zij sprinklerinstallaties bezitten die aangesloten zijn op stalen waterreservoirs.  Aandacht voor duurzaamheid in de sprinklerinstallatiebranche Alberts ziet de verduurzaming van het waterreservoir als stap één op het gebied van duurzaamheid. De tweede stap is de aanpassing van het leidingwerk. Ook daar voorziet hij de vervanging van staal door andere materialen. “We hebben nog geen directe oplossing, maar we zijn er wel mee bezig.” Zevenaar noemt het gebruik van dieselpompen als kans. “Ik kan me voorstellen dat de vervanging van dat soort pompen door elektrische pompen een innovatie zou kunnen zijn.” De sprinklerbranche verandert langzaam. Alleen al het nadenken over beton als grondstof in plaats van staal ziet Alberts als een opvallende verschuiving. Dat er nu één betonnen waterreservoir volledig is opgeleverd en dat Croonwolter&dros aan twee andere betonnen tanks werkt, ziet hij daarom als een hele verandering. “Dat is nog heel pril, maar dat is wel een hele grote verandering binnen de sprinklerwereld.”  Aangezien de interesse voor betonnen tanks snel toenam tussen 2015 en 2019 verwacht Alberts dat er tussen nu en 2025 nog wel grote veranderingen mogelijk zijn. Zo ziet hij bijvoorbeeld kansen voor safety-as-a-service modellen, waarbij gebruikers niet betalen voor de aanschaf van een sprinklersysteem, maar een abonnement hebben op brandveiligheid voor een vast bedrag per jaar. Zevenhoven ziet dat ook wel gebeuren. “Ik kan me voorstellen dat het de komende vijf à tien jaar meer gaat gebeuren voor verlichting, maar ook op brandveiligheidsgebied.” Duurzame versnelling Alberts merkt dat er wel meer over duurzaamheid wordt nagedacht in de branche, maar dat financiële argumenten vaak nog zwaarder wegen. Zo voert Croonwolter&dros testen uit met waterrecycling. “Wij kunnen van alles bedenken, want wij willen heel graag verduurzamen, maar uiteindelijk is het een investering die de eindgebruikers moeten doen. Zij moeten de centen overmaken en daar zit nog heel veel weerstand.” Hij begrijpt die weerstand wel, want een sprinklerinstallatie is verplicht. “Iedere euro die er extra aan uitgegeven wordt is vaak een euro te veel, dat is de algemene gedachte.” Alberts ziet wel kansen voor verbetering. Bijvoorbeeld door in duurzaamheidscertificeringen voor gebouwen zoals BREEAM meer punten te koppelen aan de sprinklerinstallaties. Zaken als: Hoe ga je om met de bouw, de grondstoffen en hoe pas je waterrecycling toe? “Dan zie ik wel een kentering komen.” Lees ook over duurzaamheid en innovatie in de watersector: 5 opvallende innovaties in de watersector Afbeelding: Vincent voor Croonwolter&dros