Eva Segaar 03 september 2021, 10:37

Changemaker van de week 36: een eerlijke voedselprijs met true price

De prijs die wij voor ons voedsel betalen is gezien alle impact die de productie op het milieu heeft te laag. Dus pleiten steeds meer mensen in de foodsector voor het betalen van een eerlijke prijs , de zogenoemde true price. Waarin ook de kosten voor landverbruik, klimaatimpact, waterverbruik en onderbetaling worden meegenomen. Deze drie pioniers werken met een echte prijs in hun bakkerij, supermarkt en cateringbedrijf.

Collage Changemakers week 36

Maarten Rijninks

Maarten Rijninks heeft een lange geschiedenis in biologische voeding. Zo was hij onder andere directeur van AgroFair, directeur van de Natuurwinkel organisatie en later van FairConnect. Dat is een bedrijf in eigendom van boeren, fabrikanten, medewerkers en consumenten dat eerlijke voeding voor bedrijfskantines introduceerde.

Lees hier zijn changemakerprofiel.

Drees Peter van den Bosch

Drees Peter van den Bosch is directeur van cateraar Hutten waar hij zich inzet voor een duurzaam voedselsysteem. Van den Bosch ging na zijn studie aan de WUR aan de slag bij Unilever waar hij eerst de marketing, en later de sales in ging. In 2008 besloot hij het roer om te gooien en richtte hij samen met Willem Treep Willem&Drees op. Hiermee verkochten ze biologische maaltijdboxen, als alternatief voor de geglobaliseerde voedselketen die Van den Bosch bij Unilever zo goed had leren kennen. Na ruim tien jaar verliet hij zijn bedrijf en werd hij algemeen directeur van Hutten. Een cateraar met cateringcontracten gebaseerd op de ‘echte prijs’ van voeding.

Lees hier zijn changemakerprofiel.

Jos Huijbregts

Sinds 2002 is Jos Huijbregts directeur-grootaandeelhouder bij bakkerij van Vessem. Huijbregts is opgeleid tot bakker, en werkte al in het bedrijf voordat hij er directeur werd. Inmiddels heeft het bedrijf zeventien vestigingen in de regio Haarlem, met in totaal 160 medewerkers, die dagelijks duizenden klanten van verse broodjes voorzien.

Lees hier zijn changemakerprofiel.

Pensioenfonds PME verkoopt olie- en gasaandelen. Wie volgt?

PME belegt het pensioengeld voor de metaal en technologische industrie. Het fonds heeft een vermogen van in totaal 62 miljard euro. PME-voorzitter Eric Uijen zegt in een toelichting op het besluit om olie- en gasbeleggingen dat de verkoop nodig was omdat het 'klimaatbeleid te traag gaat'. Hij verwijst naar het recente alarmerende IPCC-rapport en de weersextremen, zoals de overstromingen in Limburg en de hittegolven in Canada en op talloze andere plekken op de wereld. "Er moet wat veranderen. Daarom doen wij dit." Grote beleggers zoals pensioenfondsen en verzekeringmaatschappijen, maar ook kleinere activistische beleggers als Follow This, oefenen steeds meer druk uit op olie- en gasmaatschappijen om fossiele activiteiten af te bouwen en versneld te investeren in hernieuwbare energiebronnen. Pensioenfondsen worden op hun beurt weer door hun deelnemers aangespoord om hun geld toekomstbestendiger te beleggen. Dat leidde in juni tot protesten voor de kantoren van ABP, het grootste pensioenfonds van Nederland. In januari maakte pensioenuitvoerder MN bekend alle aandelen en obligaties te hebben verkocht in het Amerikaanse olieconcern ExxonMobil. MN, dat de pensioenpremies van onder meer de metaalsector belegt, oordeelde dat het beleid van Exxon niet in lijn is met het klimaatakkoord van Parijs. Ondanks een ‘intensieve dialoog’ heeft ExxonMobil zijn klimaatbeleid niet aangescherpt, waarna MN heeft besloten het bedrijf de rug toe te keren. Van fossiele naar hernieuwbare energie In de sector wordt verwacht dat meerdere pensioenfondsen zullen volgen en hun aandelen en obligaties in bedrijven als Shell, ExxonMobil en Total gaan verkopen. Dat zal de aandelenkoersen van die bedrijven drukken, en wellicht een aansporing zijn om alsnog méér te investeren in de energietransitie. Maar het kan oliemaatschappijen ook kwetsbaar maken voor overnames. De impact is in ieder geval aanzienlijk. PME heeft deze zomer voor 1,2 miljard euro aan beleggingen verkocht in bedrijven als Shell, het Spaanse Repsol en het Amerikaanse ConocoPhillips. Dat geld gaat PME nu beleggen in duurzame energiebedrijven op het gebied van waterkracht, windmolens en zonne-energie.