Chantal Blommers 27 maart 2023, 13:17

Decathlon gaat meer repareren en minder produceren: "Op groene manier groeien is een sprookje"

Decathlon gaat minder producten op de markt brengen en meer inzetten op het ‘reparabel’ maken van de collectie. Volgens de sportzaak is dat de beste – en misschien wel enige – manier om de duurzame doelstellingen te halen. “Op een groene manier groeien is helaas vaak een sprookje.”

9 E92 B48 E 1159 4773 8318 4 B3 E4 E6 B6 A08 Zoveel mogelijk producten van Decathlon moeten gerepareerd kunnen worden. | Credits: Decathlon

De sportartikelenzaak met vestigingen over de hele wereld wil een voorbeeld zijn op het gebied van duurzaamheid. “Er moet een schepje bovenop. Of zeg maar gerust: een flinke schep”, zegt Marianne van Leeuwen die sinds vorig jaar het circulaire team van de winkel aanstuurt. “We brengen onze CO2-uitstoot in kaart en doen er alles aan om deze omlaag te brengen. Dat doen we in lijn met de doelstelling van het Klimaatverdrag van Parijs om de opwarming van de aarde niet verder te laten stijgen dan 1,5 graden Celsius. Dat haalt niemand met alleen zonnepanelen, er moet méér gebeuren.”

Komt Decathlon qua duurzaamheid van ver?

“Ja, maar wie niet? De afgelopen jaren hebben we enorme inhaalslagen gemaakt en nu zijn we klaar voor de volgende stap. Enerzijds kijken we naar hoe we hernieuwbare energie in kunnen zetten en onze materialen kunnen verduurzamen. Daarmee is al veel winst te behalen. Daarnaast maken we de productieketen circulair.”

Hoe werkt dat precies?

“In Nederland, België en Frankrijk hebben we bij een aantal winkels al pilots gedraaid met bijvoorbeeld het verhuren van producten of het terugkopen en weer tweedehands aanbieden van sportspullen. In België hebben we geëxperimenteerd met een Netflix-achtig model, waarbij mensen voor een vast bedrag per maand aan producten in huis mochten hebben en konden ruilen. Dat model zijn we nog aan het verfijnen en gaan we nu verder testen in Frankrijk. In Nederland willen we onze reparatieservice uitbreiden.”

Hoeveel kan er op dit moment al gerepareerd worden?

“Zo’n dertig procent van ons assortiment is reparabel. Dat wordt een stuk hoger. Onze doelstelling is om altijd, waar het mogelijk is, producten reparabel te maken. Dat betekent dat het hele ontwerpproces op de schop moet. De reparatieservice moet een groter aandeel in de winkel krijgen. En we willen ook kijken naar een modulaire opzet van producten, dus dat je kapotte onderdelen makkelijk kunt vervangen. Uiteindelijk komt het hierop neer: we moeten minder produceren, om onze klimaatdoelen te halen. Dat betekent dat er nieuwe duurzame businessmodellen moeten komen. Door onze spullen te verhuren en een langer leven te geven, kunnen we ook ons geld verdienen én beter voor de planeet zorgen.”

Hoe ziet zo’n werkplaats er straks uit?

“We kunnen niet alle producten overal repareren. Tenten bijvoorbeeld zullen moeten worden opgestuurd naar ons warehouse, omdat we in de winkels niet genoeg ruimte hebben. Maar voor kleinere producten moet je in elke winkel terecht kunnen.”

Welke plannen zijn er nog meer?

“In Frankrijk hebben we een abonnementsprogramma gelanceerd voor kinderfietsen. Kinderen rijden maar een beperkte tijd op een bepaalde maat fiets, maar daarna hoeft die fiets natuurlijk niet naar het vuil. Die kan prima worden opgeknapt en opnieuw worden gebruikt. Dit programma was heel succesvol en willen we over een paar maanden ook in Nederland uitrollen. En later dit jaar willen we ook het verhuren van grotere fitnessapparaten in ons land mogelijk gaan maken. Ook daar hebben we al een succesvolle proef mee gedaan.”

Gaan jullie de doelstelling om zo veel minder uit te stoten halen?

“Dat is geen vraag voor ons. We moeten ze gewoon halen. Lopen we niet op koers? Dan moet er een tandje bij. Ik vind het supergaaf dat Decathlon zichzelf oplegt om minder te gaan produceren. In de retail is dat heel bijzonder. We moeten compleet anders kijken naar onze winkels en onze producten. Door te testen komen we erachter wat er werkt en komen we stap voor stap dichter bij het doel.”

Marianne van Leeuwen, hoofd team circulair bij Decathlon

Lees ook:

‘Houtbouw van nu is niet te vergelijken met de Middeleeuwen’

Op de bouwplaats anno nu vind je geen stapels stenen en draaiende cementmolens, maar compleet ingerichte houtzagerijen, inclusief zaagtafels en afzuiginstallatie. Dat komt doordat hout z’n herintrede doet in de bouw. Geschiedenislesje bouwmaterialen Vroeger bouwden we hele steden van hout. Vaak van matige kwaliteit met veel kieren, en er zat er ook nog stro in de tochtige huizen om deze beter te isoleren. “In feite waren die huizen perfect ge-engineerd voor brand”, concludeert Pablo van der Lugt. De onderzoeker en kwartiermaker biobased bouwen bij de TU Delft en het AMS-Institute vergelijkt de Middeleeuwse huizen met een haardvuurtje: dat brandt ook het beste door hout, stro en zuurstof te combineren. Al in de vijftiende eeuw moedigden stadsbesturen bouwen met (bak)steen aan. Tijdens de industriële revolutie kwamen daar staal en beton bij. Toen werd het mogelijk om bakstenen, beton en staal grootschalig en gestandaardiseerd te produceren. “Dat zijn gestandaardiseerde uniforme materialen, dus je wist precies hoe sterk je bouwmateriaal was en wat je ervan kon verwachten”, zegt Van der Lugt. Voor hout gold dat niet. “Elke boom, zelfs van dezelfde soort, is anders, dus ook het hout. In de Middeleeuwen had je nog geen methodes om die sterkte uniform te bepalen, dus bleek hout een onbetrouwbaar bouwmateriaal.” Dat was in de achttiende en negentiende eeuw nog niet heel anders. De belofte van beton Vanuit brandveiligheidsperspectief is beton een prettig materiaal om mee te werken omdat het steenachtig en robuust is. Er is echter ook een nadeel aan de toepassing van beton: bij de productie ervan komt veel CO2 vrij: circa 5 procent van de wereldwijde CO2 uitstoot is gerelateerd aan productie van cement en beton. Terwijl de CO2-uitstoot van de bouwsector juist naar beneden moet om de opwarming van de aarde te stoppen. Vanuit die visie groeit de aandacht voor hout en andere hernieuwbare materialen. De ontwikkelingen daarvan hebben niet stil gestaan. Comeback van hout In de twintigste eeuw startte de industrialisatie van hout met de ontwikkeling van gestandaardiseerde plaatmaterialen als MDF, OSB en multiplex. De laatste twintig jaar kwamen de ontwikkelingen in een stroomversnelling. Zo worden met behulp van lasertechnologie defecten in gezaagde planken opgespoord en kunnen deze desgewenst verwijderd worden. Op die manier ontstaat ‘foutvrij hout’ waarvan precies bekend is in welke sterkteklasse het valt. Daarmee wordt het mogelijk om enorm grote elementen te maken: zowel balk- als plaatvorm (kruislaaghout). In die vorm kan hout beton en staal in de bouw vervangen als constructief materiaal.Kruislaaghout Kruislaaghout bestaat uit naaldhoutplanken die onder hoge druk aan elkaar worden gelijmd met een kleine hoeveelheid lijm (1 procent gewichtsaandeel). Op die manier ontstaan dikke - maar lichte - panelen die grote sterkte en stabiliteit hebben. Kruislaaghout wordt ook wel CLT genoemd, naar de Engelse afkorting Cross Laminated Timber.Door al die ontwikkelingen is het nu mogelijk om hele hoge gebouwen van hout te maken en houtbouw te standaardiseren. “Het hoogste houten gebouw ter wereld is op dit moment 86 meter hoog, maar er zijn projecten in ontwikkeling zoals ‘the Dutch Mountains’ in Eindhoven die ruimschoots boven de 100 meter uitkomen", zegt Van der Lugt. Bouwers weten nu precies hoe sterk hout is en welke afmetingen houten producten hebben. “Wat je had met beton, baksteen, staal, plastic, aluminium, et cetera, kan nu dus ook met hout”, zegt hij. Hout past volgens hem goed in de huidige woningbouwopgave. “Omdat het vijf keer lichter is dan beton en het daardoor veel makkelijk te bewerken is, waardoor het ideaal is voor prefabricage. En gezien de enorme woningopgave in Nederlands biedt het daarmee enorme kansen voor industriële, prefab woningbouw” Zo is het mogelijk om al in de fabriek uitsparingen te maken voor stopcontacten, leidingen en kozijnen. Hij ziet ook kansen voor houten bouwlagen bovenop bestaande betonnen gebouwen in steden. “Omdat hout zo licht is.” Houten bruggen Ingenieursadviesbureau Arup is al een tijdje aan de slag met houtbouw. Het bedrijf heeft op dit moment één van Nederlands hoogste hout-hybride constructies op zijn naam staan: Haut in Amsterdam. Dit gebouw is 73 meter hoog. Bandveiligheidsadviseur Yvonne Wattez vertelt dat Arup ook de mogelijkheden van andere houten constructies onderzoekt. Bijvoorbeeld voor bruggen. Zo kijkt het ingenieursadviesbureau onder andere naar de brandveiligheid daarvan. Omdat de liggers van bruggen heel dik zijn, kunnen ze een brand goed doorstaan. Wattez: “Die hebben zo'n groot volume dat ze niet zo snel zullen instorten. De isolerende koollaag zorgt er namelijk voor dat de kern van de balk zijn sterkte behoudt. Staal verliest zijn sterkte bij bepaalde temperaturen, bij hout geldt dat niet.” Imagoprobleem Ondanks de vele voordelen van hout, kampt het materiaal volgens Van der Lugt nog steeds met een imagoprobleem. “Heel veel mensen zijn nog een beetje huiverig.” Zo krijgt hij vaak vragen over boskap, rotting en brandveiligheid van houten gebouwen. Ook denken mensen bij een houten huis gelijk aan een gevel van hout, terwijl de meeste milieuwinst juist in het casco zit. “Daar kan je milieuvervuilend staal, beton en baksteen vervangen door dit hernieuwbare materiaal dat vijf tot tien keer meer CO2 opslaat tijdens de groei dan dat er vrijkomt tijdens productie”, zegt Van der Lugt. Hij benadrukt dat een gebouw met veel hout erin er niet uit hoeft te zien als een houten gebouw. Zo kan de gevel van steen-strips zijn, de kozijnen van aluminium en het houten skelet verstopt achter gipsplaten. “Ik vind het zelf wel charmant als het een houten buitenkant heeft”, zegt Van der Lugt. Maar qua CO2-winst en acceptatie snapt hij dat het handiger is om in de beginfase hout vooral in het casco te verwerken. Ondertussen kunnen houten hoogstandjes zoals die van Arup helpen om mensen te laten wennen aan hout. Kantelpunt Van der Lugt denkt dat het snel kan gaan met houtbouw. Vooral als er strengere CO2-regelgeving komt waardoor er ook meer rekening wordt gehouden met de CO2-opslag van hout. “Zo heeft de Metropool Regio Amsterdam zich in de Greendeal Houtbouw reeds gecommitteerd aan 20 procent houtgebruik in 2050”, zegt hij. Op dat moment is wellicht op elke bouwplaats een houtzagerij te vinden.Lees ook:De toekomst is van hout: 6 voorbeelden van houtbouwSoms moedeloos, vaak hoopvol: hoe Norbert Schotte en de Gideonsbende de bouw verduurzamenMet een digitale tweeling het meest duurzame gebouw ontwerpenGroene normen voor de bouw kunnen strenger: "Uiteindelijk moet duurzaamheid bij alle aanbestedingen terugkomen.”