Rianne Lachmeijer 07 maart 2019, 13:15

Deze 3 internationale start-ups haalden voordeel uit de samenwerking met een corporate

Een corporate en een startup kunnen samen veel bereiken. Mits het ze lukt om die samenwerking goed vorm te geven. Deze drie startups lukte dat. Elk met een andere reden zochten zij de samenwerking met een corporate. Welke tip hebben zij voor andere startups en corporates met samenwerkingsambities?

Sirplus cred maja seidel kleiner

Als het lukt om de samenwerking goed vorm te geven kunnen een corporate en een startup samen veel bereiken. Dat was de conclusie op de Climate Innovation Summit in Dublin die EIT ClimateKIC organiseerde. Daar gingen een aantal ervaringsdeskundigen in gesprek over de kansen en uitdagingen van dit soort samenwerkingen. De startups SirPlus, Refurbed en Stuffstr deelden hun tips. Wat was het voordeel van samenwerking met een corporate voor de startup?

1. SirPlus: Samenwerking voor versnelling

“Ik vroeg me af hoe ik geld kon verdienen met het tegengaan van voedselverspilling”, zegt Raphael Fellmer. Met dat idee richtte Fellmer in 2017 samen met Martin Schott SirPlus op. Het doel van de Duitse startup: ervoor zorgen dat al het eten dat geproduceerd wordt, daadwerkelijk gegeten wordt. De oprichting van zogenoemde Rettermärkte of ‘reddingsmarkten’ moet daarbij helpen. Deze ‘voedsel-outlets’ zijn zowel fysiek als online te bezoeken.

Om voedsel te kunnen verkopen, moet er wel iets in de schappen liggen. Op dat punt wordt de samenwerking met de grote supermarktketen Metro interessant.

De meerwaarde voor SirPlus en Metro

De supermarktketen Metro speelde een grote rol bij de ontwikkeling van SirPlus, vertelt Fellmer. “Metro was een soort incubator; een versneller voor ons. Metro is een groot bedrijf: een merk, terwijl wij een no body waren. Metro geloofde in ons en geloofde dat we samen een win-winsituatie konden creëren. Dat werkte als een soort vuurtoren die op onze missie straalde. Het gaf ons een betrouwbare reputatie; een stamp of approval.”

'Metro was een soort incubator; een versneller voor ons'

Ook voor Metro heeft de samenwerking meerwaarde, omdat het de supermarkt helpt bij het behalen van haar voedselverspillingsmissie. Tegen 2025 wil Metro haar voedselverspilling met 50 procent terugdringen. Ondanks een samenwerking met der Tafel, een grote Duitse voedselbank, moest de supermarkt nog steeds veel voedsel weggooien. Nu gaat dit voedsel naar SirPlus. Sinds de ondertekening van het contract is er meer dan 1.000 ton aan voedsel bespaard.

Voor startups met samenwerkingsplannen heeft Fellmer de volgende tip: zorg dat de CEO aan boord is. “Om je doel echt te bereiken, heb je de CEO nodig. Diegene moet het eens zijn met het idee en erachter staan.”

Lees meer over de samenwerking tussen SirPlus en Metro.

2. Refurbed: Samenwerking biedt oplossing voor een nieuwe markt

Refurbed is een online marktplaats waarop refurbished elektronica worden verkocht. Het gaat om gebruikte apparaten die vernieuwd zijn waardoor ze functioneren als nieuw en er nieuwer uitzien. In de online omgeving worden zowel producten van de Duitse startup zelf als producten van grote refurbishers aangeboden. Op alle aankopen zit garantie. Echter, met een garantie op de refurbished producten was Refurbed er nog niet. Om volledig te kunnen concurreren met nieuwe producten had de startup een nieuw type verzekering nodig.

De meerwaarde voor Refurbed en Munich Re

ClimateKIC bracht Refurbed in contact met Munich Re, een van de grootste verzekeraars in het Duitse taalgebied. Samen ontwikkelden Refurbed en Munich Re een volledig nieuwe verzekering voor refurbished producten. Een klant kan nu bij de aankoop van een hernieuwd product op de website gemakkelijk een verzekering afsluiten.   

Voor Munich Re leverde de samenwerking een verzekering op voor producten in een groeiende markt. Daarnaast vroeg de verzekeraar aan Kilian Kaminski, oprichter en directeur van Refurbed, of hij intern workshops kon organiseren. Zo sprak Kaminski onder andere over de mogelijkheden voor de verzekeraar om refurbished producten als vervanging aan te bieden bij schade. “Op die manier leverden wij ook iets nieuws aan de verzekeraar. Zo was het geen eenrichtingsverkeer, maar tweerichtingsverkeer.”

“Neem start-ups serieus.” Dat is het advies van Kaminski aan grote bedrijven. De innovaties van start-ups kunnen namelijk een meerwaarde vormen voor corporates. “Werk met hen samen, want daar zit grote potentie. Ik denk dat corporates die kans moeten pakken om de positie te behouden die zij nu hebben.”

Lees meer over de samenwerking tussen Refurbed en Munich Re.

3. Stuffstr: Samenwerking als voorwaarde voor een succesvol bedrijfsmodel

Voor Stuffstr stond al vanaf het eerste uur vast dat zij zouden samenwerken met een groot bedrijf. De Noord-Amerikaanse startup wil kopers bij elke online aankoop aanbieden om eerder gekochte producten te verkopen. Op die manier wil Stuffstr ervoor zorgen dat producten volledig worden (op)gebruikt voordat ze worden verwerkt en opnieuw gebruikt.

'We willen recycling voor de klant zo makkelijk mogelijk maken'

John Atcheson, oprichter en directeur van Stuffstr: “We willen recycling voor de klant zo makkelijk mogelijk maken zodat hij spullen niet ongebruikt in de kast laat staan.” Volgens hem was de Britse retailer John Lewis direct enthousiast toen hij zijn plan aan hen voorlegde.

De retailer bood Stuffstr werkruimte aan in het hoofdkantoor in Londen. Die werkruimte in het hoofdkantoor was heel belangrijk stelt Atcheson, omdat dit de samenwerking met de verschillende afdelingen binnen het bedrijf makkelijker maakte.

Meerwaarde voor Stuffstr en John Lewis

Met de kennis die Stuffstr opdeed bij John Lewis kon de startup een sjabloon ontwikkelen dat het nu inzet bij andere retailers. Momenteel is Stuffstr met een stuk of vijftien retailers in gesprek over de toepassing op hun platforms.

Het proefproject leverde voor John Lewis veel tevreden klanten op. Volgens Atcheson wordt het project intern gezien als een van de meest succesvolle proeven die ooit zijn gedaan. Het is het enige project waarbij 100 procent klanttevredenheid is bereikt. John Lewis zet het plan nu breder uit.

Vanwege zijn eigen goede ervaringen raadt Atcheson andere startups aan om ook (tijdelijk) in te trekken bij de corporate waarmee zij samenwerken. “Het was voor de voortgang van het project cruciaal om in huis te zijn; om in de gang gesprekken te kunnen voeren over het project of om aan te schuiven bij meetings.”

Lees meer over de samenwerking tussen Stuffstr en John Lewis.

Afbeeldingen: SIRPLUS DOOR: MAJA SEIDEL | REFURBED | STUFFSTR

TU Delft test energiepalen voor bodemenergie

Alleen al in 2018 nam het verwarmen en koelen van ruimtes de helft van het jaarlijkse Europese energieverbruik voor zijn rekening. Energiepalen moeten een stuwende kracht worden achter de energietransitie, stellen universitair docent Phil Vardon en promovendus Ivaylo Pantev. Het duo wil zijn technologie standaardiseren voor palen tot 30 meter. “We willen de bouwsector helpen om milieuvriendelijkere constructies neer te zetten.”Verwarmen en koelen met bodemenergieBodemenergie wordt al langer toegepast in Nederland, maar de technologie van de TU Delft is nieuw. Door de funderingspalen heen gaat water de bodem in en weer uit. Het systeem maakt gebruik van de constante temperatuur van 12 graden op een diepte van minstens 5 meter in de Nederlandse bodem. Het water wordt vervolgens verder opgewarmd door middel van een warmtepomp.In de winter gebruikt het water de temperatuur van de bodem om op te warmen. In de zomer geeft het water juist warmte af aan de bodem. Omdat de bodemtemperatuur dan zoveel lager ligt dan de gewenste temperatuur in het gebouw, is voor het koelen maar weinig energie nodig. Energiepalen gebruiken twintig keer zo weinig energie voor koelen en vijf keer zo weinig voor verwarmen als conventionele verwarmingssystemen. Bovendien werkt het systeem op elektriciteit in plaats van gas. “Zo’n technologie kan enorm helpen het energieverbruik en de uitstoot van CO2 van gebouwen te verminderen,” zegt Vardon.Nieuwe technologieEnergiepalen worden al jaren voor bodemenergie gebruikt in het Verenigd Koninkrijk en Zwitserland, maar Nederlandse bouwbedrijven hebben er nog geen ervaring mee. De zachte bodem van Nederland zorgt ervoor dat ingenieurs bij het ontwerp rekening moeten houden met extra effecten. Hierdoor aarzelen Nederlandse bouwbedrijven over de nieuwe technologie. “Op dit moment kunnen de extra berekeningen die hier nodig zijn een hindernis vormen om het systeem te gebruiken, maar we zijn ervan overtuigd dat zowel de Nederlandse bouwsector als de maatschappij er de komende jaren plezier van zullen krijgen", zegt Vardon.Tegen 2021 zullen gebouwen met een minimale CO2-voetafdruk verplicht zijn voor aannemers die nieuwbouw in Nederland willen neerzetten. Het onderzoeksteam van de TU Delft ziet bodemenergie als een belangrijke ontwikkeling om dat doel te halen. “Nederland is een dichtbevolkt land. Het is lastig om alternatieve methodes voor energieopwekking neer te zetten die ruimte innemen. Energiepalen bieden de kans om die kloof te overbruggen.”Bodemenergie en geothermieNaast bodemenergie groeit ook de aandacht voor de mogelijkheden van geothermie in Nederland. Op verschillende locaties wordt onderzoek gedaan naar de toepassingen.  Waar de technologie van de TU Delft de bodemwarmte tot 30 meter diepte benut, is van geothermie pas sprake bij een diepte van 500 tot 4000 meter. Ook daar houdt de TU Delft zich mee bezig: de universiteit heeft plannen om een eigen geothermie-put aan te leggen voor onderzoeksdoeleinden. Ook de Universiteit Utrecht doet onderzoek naar geothermie; onder andere technisch dienstverlener Engie is hierbij betrokken.Bron: TU Delft | Afbeelding: Adobe Stock