Chantal Blommers 20 februari 2023, 16:15

Deze duurzame keuzes kun je maken voor je (pasgeboren) kind

Kilo’s luiers, om de paar weken nieuwe outfits en veel spullen die je maar tijdelijk nodig hebt. Baby’s en duurzaamheid lijken niet bepaald hand in hand te gaan. Maar dat kán wel, zegt het nieuwe platform Tropenjaren.

Tiny Library 11 | Credits: Tiny Library

Opvoedtips, gevraagde en ongevraagde adviezen, influencers, forums. Er komt nogal wat op je af als je net een kind hebt gekregen. In het platform Tropenjaren hebben vier duurzame ondernemingen daarom de krachten gebundeld, om mensen wegwijs te maken in deze ‘jungle’. Centraal staat een bewuste manier van opvoeden, met een focus op duurzaamheid. Het platform brengt onder meer een kalender uit, waarin precies staat wat de jonge ouders wanneer ongeveer nodig zullen hebben bij de opvoeding. Het is een digitaal naslagwerk dat ouders ‘inzicht geeft in de verschillende keuzes die gemaakt kunnen worden tijdens de tropenjaren’. Daarnaast wordt er een podcast gemaakt, om ouders te inspireren.

“We vonden elkaar als ondernemers zo’n zes weken geleden, in de voorbereidingen van de Negenmaandenbeurs”, zegt Erik Ammann van Tropenjaren en oprichter van babykledingbedrijf Red Orka. “We vroegen ons af hoe we ons als duurzame ondernemers konden onderscheiden. Toen we daar eenmaal over aan de praat raakten, ontstond het idee voor een platform.” Dat is bedoeld voor jonge ouders die met hun baby een zo ‘duurzame en bewust mogelijke’ start willen beleven. “Kijk, als je een baby krijgt, betekent dit automatisch dat je meer zult consumeren. Er wordt meer gegeten, meer stroom gebruikt, meer kleding en andere spullen gekocht. Maar dat wil niet zeggen dat je helemaal geen duurzame keuzes kunt maken. Wij bieden de tools om te kijken wat er het beste bij jou en je baby past.”

Deze duurzame tips komen er voorbij:

Babyspullen huren

Eén van de initiatiefnemers van het platform is Julie Munneke, oprichter van Tiny Library. Tiny Library is een webshop waar zwangere vrouwen en jonge ouders terecht kunnen om spullen te huren zoals kinderwagens, autostoeltjes en accessoires. “Je gebruikt het zolang je het nodig hebt en daarna lever je het weer in”, aldus Julie Munneke. “Veel duurzamer dan steeds weer nieuw kopen.”

Haar bedrijf ontstond nadat ze zelf zwanger raakte en erachter kwam hoeveel spullen ze nodig had en nieuw moest kopen én hoe kort ze die spullen uiteindelijk maar bleek te gebruiken. “Superzonde. Het idee van Tiny Library is dat je de spullen huurt, zolang je ze nodig hebt. Daarna breng of stuur je ze terug. Wij zorgen er vervolgens voor dat eventuele gebreken worden verholpen, dat alles professioneel wordt gereinigd en opnieuw wordt verpakt. Daardoor gaan de spullen langer mee, hoeft er uiteindelijk minder te worden geproduceerd en worden er minder grondstoffen aangesproken.”

Wasbare luiers

Wasbare luiers zijn niet nieuw, maar worden wel steeds populairder, zien ze bij Billie Wonder dat ook bij Tropenjaren actief is. Oprichter Steef Fleur begon het bedrijf nadat ze in Californië voor het eerst een baby in een wasbare luier zag. “Het viel me op hoe puur en natuurlijk het eruit zag”, vertelt ze. “Sindsdien stel ik mezelf de vraag waarom wegwerpluiers de norm zijn.” Volgens het bedrijf produceren baby’s gemiddeld 22 kilo luierafval per maand. De wasbare luiers van Billie Wonder zijn volgens Fleur dé manier ‘om als ouder een steentje bij te dragen aan een mooiere toekomst, zonder in te leveren op comfort’.

Ze worden gemaakt van 55% hennep en 45% biologisch Oeko-Tex katoen. De stof is ongebleekt en ongeverfd. Bij de luiers zitten ‘inlegvellen’ die je in de luiers plaatst en die zo een deel van de ontlasting opvangen. Die vellen worden wél weggegooid. De luiers zijn daardoor behalve duurzamer volgens het bedrijf ook ‘handzaam en hygiënisch’: “Dus geen poep in de wasmachine.”

Een romper die ‘meegroeit’

Bij Red Orka kunnen ouders terecht om babykleren te huren. Het concept werkt simpel, zegt Erik Ammann. Je bestelt het gewenste kledingstuk, bijvoorbeeld een romper, online. Vervolgens, als de baby een maatje is gegroeid, stuur je de romper terug en bestel je een maat groter. Zo groeit de romper dus als het ware mee met de baby. “Onze spullen worden op zeer hoge temperatuur gewassen, om er zeker van te zijn dat ze aan alle eisen voldoen wat hygiëne betreft. Ze zijn zo goed als nieuw.” Ouders betalen maandelijks een bedrag om het product te lenen.

Ammann komt uit een familie van ondernemers waarin babykleding al centraal stond. Zelf besloot hij het over de duurzame boeg te gooien nadat er veel baby’s werden geboren in zijn omgeving en hij zag hoeveel kleren er wel niet worden aangeschaft en weer weggegooid. “Zonde van de kleren, zonde van het geld. Daarom wilde ik een duurzamer product ontwikkelen.”

Supplementen voor baby’s

Ook bij het platform aangesloten is Vini Mini: een bedrijf dat supplementen voor baby’s maakt die voedselallergieën moeten tegengaan. Ook dat ontstond nadat één van de oprichters een baby kreeg. Haar kind bleek een ernstige allergie voor ei te hebben. “Het hele proces van allergenen geven, is voor veel ouders spannend, ingewikkeld en tijdrovend”, zeggen oprichters Laurie en Jozien. “Met Vini Mini willen we ouders helpen om dit op een gemakkelijke, gezonde en betrouwbare manier te doen.” Het idee is dat je door baby’s al vroeg supplementen met kleine hoeveelheden ei en pinda te geven, voorkomt dat ze hier later allergisch voor worden.

Het platform Tropenjaren kijkt naar duurzaamheid in de breedste zin van het woord, zegt Ammann. Het gaat dus niet alleen over minder consumeren. “Het gaat ook over bewustwording: bewust bezig zijn met de opvoeding. Wat werkt er voor jou wél en wat echt niet? En het gaat ook over gezondheid, zo interviewen we voor de podcast een slaapcoach, en over voeding. We hopen vooral dat we hiermee mensen kunnen inspireren.”

Lees meer:

Deze groene start-ups wijzen de weg naar een circulaire chemie zonder olie

De chemische industrie staat voor een gigantische transitie. In 2050 mogen de bedrijven geen CO2 meer uitstoten en moeten ze volledig circulair zijn. Daarom moeten ze stoppen met het gebruik van olie en gas. Dat betekent dat processen geëlektrificeerd moeten worden en dat er alternatieve grondstoffen moeten komen voor olie. Daarvoor zijn groene start-ups nodig, ondernemers met durf om te innoveren, zogeheten gamechangers. Zij vormen de katalysator voor verandering.Vallei des doods Vijf van die start-ups kregen de afgelopen maanden hulp en begeleiding van de Green Chemistry Accelerator, (GCA) een acceleratieprogramma van het platform Groene Chemie Nieuwe Economie (GCNE), Invest-NL en de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s). Experts en coaches hielpen hen met een op maat gesneden plan om hun bedrijf vorm te geven, een beter businessplan te maken, doelen te stellen, klanten te zoeken en financiering en investeerders aan te trekken, zodat ze proeffabrieken kunnen bouwen of de markt op kunnen gaan. Alles draait daarbij om versnellen. Anders stranden ze in de vallei des doods, dat rommelige niemandsland tussen de start-up- en scale-up-fase, tussen testen en toepassen van technieken, tussen tekentafel en klanten, tussen de eerste subsidies en nieuwe noodzakelijke investeringen. Veel start-ups sterven daar een vroegtijdige dood en dat willen de initiatiefnemers van GCA voorkomen. Toekomst van chemie Vijf start-ups werden geselecteerd voor het programma: Torwash, ETB Global, Paques Biomaterials, Relement en Susphos. Allemaal veelbelovende gamechangers voor vergroening van de chemie. “Jullie zijn de bedrijven die de toekomst van de chemische industrie bepalen. Niet alleen in Nederland, maar in heel Europa. Jullie vormen de nieuwe economie die nodig is voor deze transitie. Wij zijn hier om jullie daarbij te helpen om dit mogelijk te maken”, sprak voorzitter Arnold Stokking van het Platform Groene Chemie, Nieuwe Economie (GCNE) de start-ups toe tijdens de afronding van het acceleratieprogramma bij Change Inc. in Amsterdam.Alle deelnemende start-ups en de organisatoren van de Green Chemistry AcceleratorSusphos zoekt bouwlocaties SusPhos haalt met een gepatenteerde technologie fosfaat uit verbrand rioolslib (slibas) uit afvalwater en maakt daarvan kunstmest en vlamvertragers. Dat laatste is het meest hoogwaardige hergebruik. Vlamvertragers zitten overal in, van meubels tot gordijnen, van elektronica tot isolatiemateriaal. Het bedrijf van CEO en oprichter Marissa de Boer heeft al een pilotfabriek in Friesland en telt vijftien medewerkers. Nu is het op zoek naar een plek voor de eerste grootschalige fabriek die 50 miljoen kilo fosfaat per jaar uit slibas gaat winnen: de Susphos 1. Daar zoekt de start-up financiering voor. Het liefst bouwt Susphos dicht bij de aanbieders van slibas, de slibverbranders in Dordrecht en Moerdijk, en de klanten die het fosfaat gaan afnemen. Dat is moeilijk. “Maar we hebben drie locaties in Nederland gevonden die hieraan voldoen. Nu gaan we de details uitwerken en kijken welke het beste bij ons past”, zegt De Boer. ETB Global is Alice in Wonderland ETB Global maakt bio-butadieen, een belangrijke grondstof voor plastic en rubber in producten als lego, autobanden, latex handschoenen, medische apparaten, computers, bouwhelmen, parfum en verf. Niet uit olie, maar uit bio-ethanol: alcohol uit plantenresten. De start-up verhuisde in 2020 van Moskou naar Chemelot en kwam maar moeizaam verder, totdat ondernemer Ernest Lempers aandeelhouder en CFO werd. In 2026 wil het bedrijf de eerste demonstratiefabriek in Geleen operationeel hebben, waarvoor bijna een Europese subsidie is binnengehaald. Lempers vergelijkt de reis die de start-up maakt met het sprookje van Alice in Wonderland. Durfinvesteerders die alleen maar meer vragen stellen, spelen daarin de rol van de Gekke Hoedenmaker, de adviseur waar Alice eigenlijk niets aan heeft. Oliemaatschappijen die helemaal geen groene oplossingen zoeken, maar alleen olie willen verkopen, zijn de boosaardige Rode Koningin. Volgens Lempers leerde ETB Global net als de andere start-ups in het programma niet meteen naar het einddoel te kijken, maar meer naar de volgende stap die genomen moet worden. “We beginnen de durfinvesteerders nu een beetje te begrijpen”, zegt hij. CEO Noah Trembovolsky: “We kunnen onze partners in de hele keten nu uitleggen waarom ze nú moeten instappen en niet pas over drie jaar. We praten op dit moment met vijf investeerders. De komende maanden willen we een duidelijk ja of nee horen.” Relement besteedt productie uit aan Solvay TNO-spin-off Relement maakt verf niet alleen duurzamer, maar ook kwalitatief beter. De start-up maakt een biobased alternatief voor het ingrediënt dat verf krasbestendiger maakt: een aromaat, in dit geval bio-MPA. Niet van olie, maar van furfural. Dat wordt gemaakt van restanten uit de landbouw zoals maïskolven, graanschillen of suikerbieten en cellulosevezels uit de papier- en kledingindustrie. “Wij willen de wereld veranderen, te beginnen met fossielvrije verf. Dat is onze missie”, stelt CEO Roger Blokland. Relement investeert zelf niet in proeffabrieken of productie, maar heeft dat uitbesteed aan chemie- en verfbedrijf Solvay. Dat startte maandag 20 februari met de productie en eind dit jaar worden de eerste potten verf geleverd. “Alle testen tot nu toe waren zeer succesvol”, stelt CTO Stefano Iannacone. Nu moet de start-up op zoek naar klanten. Die zoekt het bedrijf met hulp van het acceleratorprogramma ook buiten de verfindustrie, want de bio-aromaat is ook goed te gebruiken in lijm of purschuim. In die markt heeft Relement twee nieuwe klanten gevonden. “We krijgen elke week nieuwe inzichten. We hebben net geweldige resultaten binnengekregen voor lijmen”, zegt CCO Monique Wekking. Torwash stilt warmtehonger met afval Start-up Torwash – ook een spin-off van TNO – kan van het meest vieze en natte afval biobrandstoffen maken. Of het nu rioolslib, landbouwresten of groenteafval is, Torwash maakt er in een hogedrukreactor brandbare pellets of koeken van. Omdat slibverbranding de waterschappen in Nederland 150 miljoen euro per jaar kost, wil de start-up eerst focussen op die markt. Daar is de meeste winst te behalen. In CO2-reductie en hergebruik. Samen met TNO en verschillende waterschappen bouwt Torwash een demofabriek bij de rioolwaterzuivering van Waterschap Aa en Maas in het Land van Cuijk. Die gaat eind dit jaar 500 kilo slib per uur verwerken tot brandstof. Eneco wordt de eerste klant die de pellets in zijn biomassacentrale in Groningen gaat verbranden. “In 2030 heeft de wereld 500 petajoule per jaar aan warmte nodig. Daar is 33 miljoen ton van ons materiaal voor nodig. Wij maken daar maar 1 procent van. Dus de markt is groot, maar de vraag is: hoe komen we daar? Daarvoor moeten we opschalen”, zegt CEO Levien de Legé. Op termijn wil Torwash de technologie in licentie gaan verkopen. “Door dit programma leerden we hoe we geld moeten verdienen van wie en met wat. Daar hebben we nu een duidelijk beeld van,” zegt projectleider Pavlina Nanou van Torwash. Paques Biomaterials bouwt fabrieken Paques Biomaterials maakt in de natuur afbreekbaar bioplastic uit rioolwater: Caleyda. Het heeft dezelfde voordelen als regulier plastic, maar niet de nadelen. Het is niet gemaakt van olie en het vergaat niet tot microplastics die de natuur en de oceanen vervuilen. De start-up laat bacteriën in afvalwater vetzuren maken uit het organisch materiaal. Daar kun je weer PHA van maken, een natuurlijke bouwsteen voor plastic. “Wij gebruiken eigenlijk de kracht van de natuur. We laten de bacteriën het werk doen”, zegt CEO Joost Paques. De start-up opende vorig jaar zijn eerste demofabriek voor de extractie van PHA uit de bacteriën in Dordrecht en wil volgend jaar een fabriek in Emmen openen die er Caleyda van maakt. Daarvoor is al een eigenaar in beeld. Die neemt dit jaar een besluit over de investering. Daarnaast heeft de start-up kopers nodig. Het contract voor de eerste klant ligt al klaar, maar die wil nog testen zien. “Maar één klant is veel te gevaarlijk, dus zowel aan de vraag- als aanbodkant zoeken we meer klanten”, zegt Paques. Tijdens het acceleratorprogramma wist zijn bedrijf 70 procent van alle gestelde doelen te behalen.Relement en Paques Biomaterials zijn volgens alle aanwezigen het meest geholpen door de Green Chemistry AcceleratorsBeker voor grootste reis Tijdens graduation day kregen alle start-ups een certificaat en koos het publiek van ondernemers, investeerders, coaches en andere experts de start-up die de grootste reis heeft afgelegd tijdens het acceleratorprogramma. Die beker ging naar Relement en Paques Biomaterials. De vijf start-ups hebben elkaar in die honderd dagen beter leren kennen en beseffen dat ze allemaal voor dezelfde uitdagingen staan. Daarom zijn ze vast van plan een netwerk te vormen en te blijven samenwerken. “We vormen samen een circulaire strategische cirkel. Laten we bij elkaar blijven”, stelt De Legé van Torwash. Lees ook: Overgang naar groene chemie moet snellerOp zoek naar het 'smerigste en natste' afval': dit bedrijf maakt er biobrandstoffen vanPaques Biomaterials maakt echt afbreekbaar bioplastic uit afvalwaterETB Global maakt legoblokjes, latex handschoenen en autobanden groen“Mijn fundamentele geloof is dat de chemische industrie niet zelf kan veranderen”Russisch exportverbod toont urgentie voor bouw fabriek die fosfaat uit rioolslib haalt