Eline Teunissen 14 juni 2021, 13:00

Duurzaamheid in de kledingindustrie: ‘Fast fashion is de grote burn-out’

De kledingindustrie is de op één na vervuilendste industrie die er is. Van verf in het water tot meren die verdwijnen en van kinderarbeid tot greenwashing. Maar in de industrie waar profit al jaren domineert, is er steeds meer aandacht voor people and planet. “Sommige producenten zijn serieus bezig met duurzaamheid. Alleen zitten zij nu nog in de marge.”

Adobestock 243469343 Beeld: Milieucentraal, Adobestock

Volgens Anneke Smelik, hoogleraar visuele cultuur aan de Radboud Universiteit, is de kledingindustrie als de mammoettanker die vast zat in het Suezkanaal. “Zo'n schip van richting laten veranderen vergt nogal wat. De kledingindustrie is zo’n mondiaal systeem, dat verander je niet zomaar.”

De industrie wordt gedomineerd door problemen op het gebied van milieu, mensenrechten en het consumentenpatroon. Maar er zijn duurzame veranderingen op komst, voorspelt Smelik. Duurzaamheidslabels worden belangrijker, de industrie wordt transparanter en ook de consument lijkt zich meer bewust te worden van hoe kleding wordt gemaakt. “Fast fashion is de grote burn-out van de mode-industrie. Doordat alles een lange tijd stil lag door corona, is dat besef enorm gegroeid.”

Duurzaamheidslabels

Kleding krijgt steeds vaker een duurzaamheidslabel. Toch valt er nog wel een en ander af te dingen op die labels. Vaak zijn ze gericht op de milieu-impact en minder op mensenrechten. Daarnaast is een kledingstuk met een duurzaamheidslabel nagenoeg nooit volledig duurzaam. Milieu Centraal zette de meest voorkomende duurzaamheidslabels voor kleding op een rij:

Artikel gaat verder onder de foto.

Smelik legt uit waarom het lastig is om een kledingstuk duurzaam te noemen: “Elk item bestaat uit verschillende stoffen en onderdelen. Niet alles van deze materialen is duurzaam." Maar ook de duurzaam gelabelde materialen missen de nuance: “Duurzaam geteeld katoen heeft nog steeds enorm veel water nodig. Meren en rivieren raken daardoor uitgedroogd.” Zo droogde door de katoenteelt het op drie na grootste meer ter wereld, de Aralzee in Kazachstan, binnen tientallen jaren op tot een meertje.

Transparantie

Is het dan greenwashing om kleding duurzaam te noemen? In zekere zin wel, volgens Smelik. “Sommige bedrijven zijn er serieus mee bezig, maar het blijft in de marge. Het is nog maar een klein percentage van de industrie. En het maakt kledingstukken nog niet volledig circulair. Maar goed, ze proberen het en je moet ergens beginnen.”

Het productieproces inzichtelijk maken is één van de eerste veranderingen waar Smelik voor pleit. “De industrie is weinig transparant. Hoe kan je er dan op vertrouwen dat een kledingstuk duurzaam is en een bedrijf niet doet aan greenwashing?”

Er zijn initiatieven die werk maken van transparantie in de kledingindustrie. Bijvoorbeeld de website van Provenance, waarop je de volledige productieketen van onder andere kleding kan inzien. Ook het initiatief Good On You geeft per merk, van H&M tot Versace, inzicht in de impact op mens, dier en natuur.

Kleding koesteren

Hoe goed deze initiatieven ook zijn, het probleem ligt niet alleen maar bij de kledingindustrie. “Voor systeemverandering moeten we echt naar de consument kijken. Kleding is hoe je jezelf uit, het is sterk met je identiteit verbonden,” vertelt Smelik. “Deze emotionele band die we hebben met kleding moet nog wat stappen verder gaan, willen we verandering zien.”

Volgens de hoogleraar moeten we af van het vele kopen en het snelle weggooien. En dat kan door kleding te koesteren: “We moeten het moeilijk gaan vinden om iets weg te gooien en nog doordachter omgaan met nieuwe aankopen.”

Waar moet je beginnen om de transitie te maken? Smelik: “Het begin ligt in het midden, want er is geen begin of eind. Met veel kleine stapjes tegelijkertijd komt er beweging in.” Die stapjes moeten van alle kanten komen: nieuwe duurzame initiatieven, meer transparantie in de kledingindustrie en meer bewustwording bij de consument. “Net zoals bij die mammoettanker in het Suezkanaal: je moet aan alle kanten trekken om hem in beweging te krijgen."

Nieuwe techniek maakt CO2-opslag milieuvriendelijker én economisch rendabeler

CO2 afvangen en opslaan onder de grond is een tijdelijke oplossing om broeikasgassen in de atmosfeer te verminderen. Het is een lastige en dure techniek, omdat de CO2 zuiver moet zijn, dus niet gemengd met andere stoffen zoals stikstof en zuurstof. Onderzoekers van Kyushu University en het National Institute of Advanced Industrial Science and Technology in Japan laten zien dat nu ook CO2 met een lage zuiverheid kan worden opgeslagen. Hierdoor kan de techniek vaker worden toegepast.Hoe werkt het?Veel van de bestaande CO2-opslagprojecten worden uitgevoerd bij lokale bronnen, zoals bij kolencentrales, omdat daar veel CO2 vrijkomt. Die CO2 is nog niet zuiver, en daarom zijn dure zuiveringsinstallaties nodig om stikstofoxide en zwaveloxide uit het mengsel te filteren. De zuivere CO2 moet dan nog verplaatst worden naar de opslaglocatie, maar die zijn vaak ver weg van de bron. De transportkosten zijn dan ook relatief hoog.Met de nieuwe techniek kan op iedere plek lucht worden afgevangen. De techniek heet ‘direct air capture (DAC)’ en kan ook op de opslagplaats worden gebruikt. Op die manier zijn transportkosten onnodig. Het vereist geen zuiveringsinstallatie, omdat zuurstof en stikstof niet gevaarlijk zijn. In theorie is de nieuwe techniek mogelijk, maar verder onderzoek is nodig naar de chemische reacties van zuurstof en stikstof op grote diepte. Kritiek op CO2-opslag in Nederland"Doordat we overal op aarde omgevingslucht hebben, heeft directe luchtafvang het potentieel om een ​​onmisbaar middel te worden voor het afvangen en opslaan van CO2. De techniek kan worden toegepast in afgelegen gebieden, zoals in woestijnen en bij offshore-platforms. Dit is belangrijk zowel voor het verminderen van transportkosten als het zorgen voor sociale acceptatie", laat hoofdauteur van het onderzoek, professor Takeshi Tsuji weten in de studie. De techniek voor CCS (carbon capture and storage) wordt in Nederland nog niet gebruikt. Shell deed een poging om CO2 op te slaan onder de stad Barendrecht, maar stuitte op fel verzet van de inwoners van die stad. Hoewel in het Nederlandse Klimaatakkoord is afgesproken dat ongeveer de helft van de CO2-reductiedoelstelling van de industrie in 2030 gehaald mag worden met behulp van deze techniek, is de methode niet volledig geaccepteerd. Volgens critici is CCS een dure manier om echte CO2-reductie uit te stellen. De mogelijkheid om broeikasgassen op te vangen en op te slaan neemt de prikkel weg bij bedrijven om hun vervuilende processen te verduurzamen. Ook houdt CCS niet duurzame activiteiten langer in stand, omdat immers fors is geïnvesteerd in het afvangen van de CO2.Eerder kregen vier bedrijven in de Rotterdamse Haven 2 miljard euro subsidie om CO2 af te vangen en op te slaan in lege gasvelden onder de Noordzee. Het plan bestaat al sinds 2019 en krijgt met de subsidie nu groen licht van de overheid.