Teun Schröder
03 juni 2020, 09:13

Duurzame winst dankzij circulair businessmodel en herbebossing

Een internationale onderneming met een bewezen circulair businessmodel en een scale-up die met big data en technologie ontbossing tegengaat slaan de handen ineen. Het doel: nog dit jaar 30.000 bomen planten die er over een halve eeuw ook nog staan.

Adobestock bomen bos

Al ruim 20 jaar laat Faber Halbertsma Group zien dat je met een circulair businessmodel succesvol kan zijn. Met een poolingsysteem worden jaarlijks miljoenen pallets ingezameld, gerepareerd en opnieuw uitgeleverd. “Ten eerste besparen we één boom voor elke zeven pallets die we terughalen”, vertelt Erik Faber, managing director van dochterbedrijf PRS. “Ten tweede halen we ons hout uit FSC en PEFFC gecertificeerde bossen. Dit houdt in dat er voor elke gekapte boom vijf nieuwe bomen worden geplant. Zo wordt het bos duurzaam in stand gehouden."

Meer over Faber Halbertsma Group

Daar stopt het echter niet voor Faber Halbertsma Group. Het bedrijf is in april een samenwerking gestart met Land Life Company om een gebied in Spanje te herbebossen. Deze samenwerking past binnen de duurzame visie van Faber Halbertsma Group en draagt bij aan het doel van Land Life Company. Dit snelgroeiende bedrijf wil namelijk twee miljard hectare gedegradeerde grond op deze planeet herstellen door bomen te planten. Een combinatie van technologie en big data moet de kans op succesvolle herbebossing zo groot mogelijk maken. Sander Keulen, hoofd business development bij Land Life Company, is blij met Faber Halbertsma Group als partner. “Faber Halbertsma Group is vanuit zijn business altijd al bezig geweest met hout, bossen en herbebossing. Hout zit hen in de genen. Daarom was het na een paar gesprekken als snel duidelijk dat we samen een programma wilden opzetten.”

Technologische aanpak bij herbebossing

Land Life Company is al zes jaar actief op het gebied van herbebossing. “Dit doen we met name op zwaar gedegradeerd land”, legt Keulen uit. “Overmatig landbouwgebruik, overbegrazing, bosbranden; onze specialiteit ligt eigenlijk bij het terugbrengen van de natuur in aangetaste gebieden.” Als het bedrijf een gebied uitgekozen heeft, maken drones een scan van de omgeving. Op basis van een 3D-model, met informatie over bijvoorbeeld de bodem, regenval en wind, wordt geschikte beplanting vastgesteld. “We willen de natuur herstellen met dezelfde soorten die er ooit groeiden. Maar we kijken ook verder”, vertelt Keulen. “Door rekening te houden met klimaatverandering proberen we een bos te planten dat weerbaar is en over 50 jaar nog steeds bestaat.”

'Overmatig landbouwgebruik, overbegrazing, bosbranden; onze specialiteit ligt eigenlijk bij het terugbrengen van de natuur in aangetaste gebieden'

De succesvolle scale-up ontwikkelde aanvankelijk de ‘cocoon’, een kartonnen omhulsel gevuld met water en nutriënten, dat een jonge boom de eerste twee jaar van zijn leven beschermt. Maar wat Land Life Company tegenwoordig onderscheidt is zijn technologische aanpak. “Wij zijn de enige partij die landbouwtechnologie toepast op de bosbouw”, zegt Keulen. “Daarnaast bouwen we een gigantische database waarmee we alle projecten blijven monitoren.” De GPS-locatie en de boomsoort zorgen ervoor dat elke boom een unieke identiteit heeft. Zowel de groei van de boom, de hoeveelheid biomassa en de afgevangen CO2 worden gemonitord. “Via een dashboard zien onze partners deze informatie ook. Zo creëren wij transparantie en blijven partners betrokken bij hun investering.”

Lees ook: Jurriaan Ruys werkte eerst bij Shell, maar plant nu miljoenen bomen

Van woestijn naar bos in Spanje

Dit jaar planten Faber Halbertsma Group en Land Life Company 30.000 bomen in Spanje. Beide partijen hebben Spanje niet zomaar gekozen. “De afgelopen eeuwen is er eigenlijk roofbouw gepleegd op de aarde. Daar is Spanje een goed voorbeeld van”, stelt Faber. “De bouw van de Spaanse Armada, intensieve landbouw en bosbranden hebben ervoor gezorgd dat het midden van Spanje een desolaat woestijngebied is geworden. “En omdat onze bedrijven opereren in heel Europa, wilden we hier ook graag onze bomen planten. Dichtbij huis, zogezegd.”

Voor Land Life Company spelen er ook nog andere aspecten mee. “Voordat we gaan herbebossen, gaan we in gesprek met lokale overheden”, licht Keulen toe. “Daar geven we aan dat we graag gedegradeerd land willen beplanten, maar dan wel onder één voorwaarde: we moeten de garantie krijgen dat het bos minimaal 40 jaar blijft bestaan én wordt onderhouden. Dit leggen we contractueel vast. We zouden best graag in Indonesië of Brazilië willen herbebossen, maar je weet op voorhand niet zeker wat een contract daar waard is. Vandaar dat we ons nu nog voornamelijk focussen op Europa, Noord-Amerika en Australië.”

Van boom tot bos

Herbebossing leidt tot de afvang van een aanzienlijke hoeveelheid CO2. Land Life Company werkt sinds kort samen met een professor van de Universiteit van Wageningen om dit met een carbon capture model inzichtelijk te maken. “Dit model passen we toe op al onze beplantingen, zodat we kunnen inschatten hoeveel CO2 wordt afgevangen over bijvoorbeeld een termijn van 40 jaar. Dit communiceren we vervolgens via het dashboard naar onze klanten die het kunnen meenemen in hun duurzaamheidsstrategie.”

De eerst vijf jaar na het planten van een boom is de CO2-afvang beperkt. “Maar na het vijfde jaar gaat het snel”, zegt Keulen. “De meeste CO2 wordt opgeslagen tussen het tiende en dertigste jaar van een boom, daarna vlakt het weer af. Met selectieve kap kan je dan weer ruimte vrijmaken voor nieuwe bomen die op hun beurt weer CO2 afvangen.” Met de 30.000 bomen van Faber Halbertsma Group wordt ongeveer 33 hectare beplant; goed voor ruim 45 voetbalvelden aan bos. In totaal wil Land Life Company maar liefst 3 miljoen bomen planten in 2020; het jaar daarop wil het bedrijf dit aantal verdubbelen.

Lees ook: Deze vermogensbeheerder zet satellietdata in bij strijd tegen ontbossing​

Economie lift mee

Naast CO2-afvang ziet Land Life Company ook andere voordelen van herbebossing. Zoals de toename in biodiversiteit en de duurzame ontwikkeling van de gemeenschap. “Wij investeren 70 procent van de omzet in de lokale gemeenschap die het bos onderhoudt. Met de terugkeer van natuur komt ook het toerisme weer op gang. Zo is niet alleen de natuur geholpen, maar lift de hele economie mee”, zegt Keulen. “Het is een heel sociaal project”, beaamt Faber. “De hele gemeenschap is erbij gebaat." Maar Faber bemerkt nog een effect. “Dit project heeft ook een positieve impact op de mensen binnen ons bedrijf. Het zorgt voor heel veel positieve energie en trots onder medewerkers. Zij willen graag aan het project bijdragen of zoeken naar manieren om klanten erbij te betrekken.”

'Zo is niet alleen de natuur geholpen, maar lift de hele economie mee'

Samen de aarde beter achterlaten

Alle inspanningen moeten uiteindelijk leiden tot het herstel van de aarde. “De drijfveer achter dit project is dat we de wereld beter willen achterlaten dan dat we hem aantroffen. Deze ambitie zit in onze familie, onze medewerkers en ook steeds meer in onze klanten”, zegt Faber. Over de Land Life Company spreekt hij lovend. “Het is een fantastische organisatie die naast hun technologische aanpak ook gewoon letterlijk met de voeten in de klei staat.” Keulen is ook enthousiast over de samenwerking. “Soms moet je bij bedrijven naar een bepaald haakje zoeken om samen een project op te starten. Dat was eenvoudig met Faber Halbertsma Group. Niet alleen omdat ze in de houten pallets zitten, maar ook omdat hun pooling model volledig om circulariteit draait." Voor beide partijen smaakt de samenwerking naar meer: “In de toekomst kijken we hoe we de samenwerking verder kunnen uitbouwen.”

Lees ook: Als bedrijf een duurzame koers uitzetten? Dit zijn de succesfactoren

Hoofdbeeld: Adobe Stock | In tekst beeld: Faber Halbertsma Group

Werken tijdens corona: “De vraag is of we ooit weer allemaal terug naar kantoor gaan”

De komende tijd zal een groot deel van de kantoorwerkers gewoon thuisblijven. Toch vraagt de versoepeling van de coronamaatregelen om een visie op een nieuwe manier van werken. Wat als de medewerkers weer vaker naar kantoor komen? De verwachting is dat het kantoor van de toekomst om meer ruimte voor minder mensen vraagt."Wij volgen het advies van de overheid: werk zoveel mogelijk thuis", vertelt Guido Hagen. Als projectleider voor mobiliteitsbeleid bij ontwerp- en consultancy-organisatie Arcadis denkt hij mee over de vormgeving van het mobiliteitsbeleid van de toekomst.Vergaderzalen opnieuw inrichtenIn de nabije toekomst verandert er bij Arcadis relatief weinig. "We kunnen ons werk goed thuis doen, en dat blijft ook zo. Zolang wij zoveel mogelijk thuiswerken is er meer plek in het OV voor mensen met vitale beroepen,” zegt Hagen. Toch is het waarschijnlijk dat er meer Arcadis-medewerkers op kantoor willen werken, denkt Lars Dinnissen. "Voor sommige dingen is het heel belangrijk om elkaar in het echt te zien. Een brainstormsessie over een complex onderwerp of een gezamenlijke ontwerpsessie. Dan wil je elkaar in de ogen kunnen kijken. Voor dat soort creatieve samenkomsten moeten we ons kantoor zeker inrichten."Lees ook ons interview met de directeur van ArcadisOok voor thuiswerkers kan er nog een en ander beter. “Je moet nadenken over digitaal overleg: hoe ondersteun je de verschillende soorten bijeenkomsten, van presentaties tot vergaderingen,” zegt Dinnissen. “Dat thuiswerken heeft ook voordelen: er is meer vergaderdiscipline en veel mensen werken efficiënter. Die voordelen willen we niet kwijtraken in de aankomende overgang.”Dinnissen denkt als senior adviseur corporate real estate na over de beste inrichting voor kantoren. Hij is ook adviseur van de taskforce die Arcadis opzette rond corona-proof werken. In de anderhalvemetersamenleving zal iedereen meer ruimte nodig hebben. "Het acht uur achter een bureau zitten op kantoor is denk ik voorbij. Meer thuiswerken wordt de norm, en daar moet je ook je kantoor op inrichten als onderneming." Bij Arcadis betekent dat bijvoorbeeld een herinrichting van de vergaderzalen. Veel van de huidige vergaderkamers zijn met de anderhalve meter straks maar geschikt voor twee personen en zijn daardoor praktisch onbruikbaar voor bijeenkomsten. "Maar misschien kunnen we de indeling aanpassen zodat er grotere kamers ontstaan, waar nu meer behoefte aan is."Voor sommige dingen is het belangrijk elkaar in het echt te zienDat betekent niet dat Arcadis op 1 juni allemaal nieuwe, grotere vergaderkamers heeft. "De eerste periode zal het inrichten van de anderhalvemetersamenleving veel zoeken zijn, met afgeplakte werkplekken, vaste looproutes en markeringen om ruimte te houden. Maar als de anderhalvemetersamenleving echt langer gaat duren en dit mogelijk het ‘nieuwe normaal' wordt moet je zeker naar andere oplossingen gaan kijken." Zo weet niemand wanneer er een vaccin tegen het coronavirus komt. Het kan nog lang duren. "Als je de komende jaren op anderhalve meter afstand van elkaar moet werken, wordt het tijd om meer structurele aanpassingen te doen aan het kantoor", denkt Dinnissen. En zelfs als de anderhalve meter afstand niet meer geldt, kan het zijn dat mensen vaker thuiswerken en er dus een andere inrichting van kantoren nodig is.De duurzaamste vorm van reizenOok qua mobiliteit wordt afstand houden een grote uitdaging. Dat het gros van de medewerkers thuis blijft, scheelt enorm. Oók voor de duurzaamheid, weet Hagen. "Niet reizen is de duurzaamste vorm van reizen. Wat dat betreft ben ik blij dat de transitie naar meer thuiswerken goed ging. Ik hoop dat ook na de crisis mensen meer thuiswerken; als men een dag extra niet naar kantoor komt, scheelt dat heel veel CO2-uitstoot."Arcadis liep al voorop in duurzaam vervoer van haar personeel. De ontwerp- en consultancy-organisatie heeft al haar kantoren bewust zo dicht mogelijk bij intercitystations in stadscentra gevestigd. Dat maakt het lastig om er met de auto te komen en te parkeren, waardoor de trein lonkt. Maar de drempel om de trein te nemen is nu net wat hoger, omdat afstand houden een uitdaging is en mondkapjes verplicht zijn.Onderstaande infographic toont wat het beleid voor duurzame zakelijke mobiliteit Arcadis oplevert.Op de elektrische fiets"We hopen dat mensen straks weer veilig en gezond kunnen reizen. Daarvoor willen we goede afspraken maken, met onze medewerkers en met de NS. Buiten de spits reizen is bijvoorbeeld een goede optie", zegt Hagen. Ook Dinnissen hoopt dat dat mogelijk wordt. "Een hele dag op kantoor werken wordt lastig als je de drukte in OV wil vermijden. Dus dan kom je alleen voor een vergadering of brainstorm naar werk." Hagen denkt dat mensen vaker de (elektrische) fiets pakken. "30 procent van ons personeel woont in een straal van 15 kilometer van kantoor. Die kunnen met een elektrische fiets onbezweet naar werk komen. Dat is een heel duurzame oplossing." Voor de mensen die niet met de fiets kunnen komen en het OV liever nog even vermijden, heeft Hagen begrip. "De auto voelt veiliger, en zeker in deze tijden begrijp ik het als mensen liever zo reizen. Maar ook dan geldt: buiten de spits, om vitale beroepen ruimte te geven."Nu blijkt dat thuiswerken bij veel organisaties werkt, zal het blijvenToch hoopt Hagen dat de trein snel weer bruikbaar is. "Ik denk dat de meeste mensen eerst de kat uit de boom kijken; wachten tot duidelijk wordt hoe veilig het is. Als dat zo blijkt te zijn, durven steeds meer mensen de trein te pakken. Als de NS ook zekerheid kan bieden dat men betrouwbaar op de plek van bestemming komt en de capaciteit van de treinen weer opgevoerd wordt, staan wij te springen om de trein te gebruiken."Terug naar kantoor?De coronacrisis brengt de toekomst van duurzaam vervoer niet in gevaar, verwacht Hagen. Zo zal het wagenpark van Arcadis steeds meer elektrisch worden - net als alle andere wagenparken, aangezien vanaf 2030 nieuwe auto's elektrisch moeten zijn. En omdat niet-reizen de meest duurzame vorm van reizen is, kan de coronacrisis op dat vlak voor een versnelling zorgen. Zo stelt de Coalitie Anders Reizen dat veel werkgevers nu zoeken naar een nieuwe balans tussen werken op afstand en samen werken op kantoor. Op kantoorgebied zal er veel veranderen, vermoedt Dinnissen om die reden. "De vraag is of we ooit weer allemaal terug naar kantoor gaan. Ik denk het niet; nu blijkt dat thuiswerken bij veel organisaties werkt, zal het blijven. Ik sprak vroeger heel vaak managers die dachten dat hun personeel nog niet toe was aan veel thuiswerken. Nu blijkt het wel te kunnen." Maar dat sommige mensen soms naar kantoor moeten, is onvermijdelijk. Daarom verwacht Dinnissen dat het zaak wordt om de kantoorruimte die er is optimaal te gebruiken.Het gaat in de verdere toekomst mogelijk over meer dan alleen afstand houden. "Als je minder mensen kan blijven onderbrengen, gaan de kosten per werkplek wel omhoog. Is het mogelijk om minder ruimte beter te gebruiken? Geen ondernemer wil betalen voor ruimte die hij niet efficiënt gebruikt," zegt Dinnissen. Daarom worden smart building-technieken (en daarmee energie-efficiëntie) belangrijker. Ook thuiswerken zal onderdeel blijven uitmaken van het werken in de toekomst. Het is niet langer slechts een voordeeltje dat de baas medewerkers gunt, maar een essentieel onderdeel van het nieuwe werken. De coronacrisis heeft laten zien dat tijd- en plaats-onafhankelijk werken kan. Nu is het afwachten in hoeverre bedrijven hierop doorpakken en hun beleid duurzamer inrichten.Arcadis onderzocht de uitdagingen en kansen van werken in een anderhalvemetersamenleving. Lees de tips en aanbevelingen voor de transitie naar het anderhalvemeter-werken in onderstaand document:Download de verkenningBron: Arcadis | Beeld: Adobe Stock