Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 29 mei 2013, 13:43

EEA: CO2-reductie van 7,1 procent in Nederland

De totale uitstoot van CO2 in Nederland is tussen 2010 en 2011 met 7,1 procent gedaald. Dat blijkt uit cijfers van het Europees Milieuagentschap (EEA). Nederland blijft echter achter bij de dalende uitstoot in Europa.

5245433069 ab1f0f9776 b e1369827805711

In één jaar tijd (2010-2011) wist Nederland de uitstoot van broeikasgassen met 14,8 miljoen ton te verminderen. Die daling van ruim 7 procent is meer dan het dubbele van het Europees gemiddelde van 3,3 procent.

Anderzijds hebben de meeste Europese landen sinds 1990 hun uitstoot veel meer teruggedrongen dan Nederland. Sinds dat jaar heeft Nederland de uitstoot van het broeikasgas met 8,2 procent omlaag weten te krijgen, aldus het EEA. Dat steekt schril af bij de daling van 18,4 procent over de gehele Europese Unie bekeken. Als de daling wordt uitgesplitst naar hoofd van de bevolking, zijn de prestaties van Nederland evenmin indrukwekkend: Nederland blijft onder het EU-gemiddelde steken.

Milde winter

Volgens EEA-directeur Jacqueline McGlade komt de daling tussen 2010 en 2011 voor een deel door een mildere winter in Europa en de daardoor gedaalde vraag naar verwarming. “Los van deze temperatuureffecten dalen de emissies in Nederland gestaag”, laat het ministerie weten. De EEA herkent die stelling: “De EU maakt wel degelijk een duidelijke stap naar het bereiken van de emissiedoelen”. In 2020 moet de uitstoot met 20 procent zijn gedaald ten opzichte van 1990.

Overigens zijn er landen die het veel slechter doen dan Nederland. In landen als Bulgarije, Spanje, Estland en Roemenië steeg de uitstoot in 2011. En ook over de lange termijn zijn er landen die de uitstoot hebben zien toenemen, zoals Oostenrijk, Griekenland en Portugal. Spanje springt eruit met een stijging van liefst 24 procent vanaf 1990.

“De mogelijkheden om de broeikasgasuitstoot te verminderen verschillen per land. Ook was de uitgangssituatie in 1990 voor verschillende landen anders”, verklaart het ministerie. In bepaalde Oost-Europese landen, zoals Roemenië, is bijvoorbeeld het energiesysteem enorm gemoderniseerd, waardoor de uitstoot halveerde. “Nederland ligt op koers om de doelen die we internationaal hebben afgesproken te halen”, doelt het ministerie op zowel de Kyoto-doelstelling als EU-afspraken.

Bron: ANP

Foto: Margrit via Flickr.com

Energieakkoord dreigt te verzanden in strijdige belangen

De Sociaal Economische Raad (SER) is sinds oktober in overleg met bedrijven, maatschappelijke organisaties en de overheid om tot een breed gedragen Nationaal Energieakkoord te komen. Het overleg moet zorgen voor consistent energiebeleid, waarmee de verduurzaming van de Nederlandse energiesector echt van de grond kan komen. Het belangrijkste thema is de opwekking van duurzame energie: hoe moet Nederland 16 procent duurzame energie realiseren in 2020? Diverse anonieme bronnen zeggen tegenover het Financieele Dagblad dat hierover nog geen overeenstemming is, omdat de industrie en milieuorganisaties totaal verschillende opvattingen hebben. De industrie wil die 16 procent duurzame energie op de goedkoopst mogelijke manier opwekken. ‘Dat betekent heel veel biomassa meestoken in kolencentrales en geen windparken op zee,’ zegt een partij uit de industrie. Milieu-organisaties, zoals Stichting Natuur & Milieu, Greenpeace en Milieudefensie, zijn het hier helemaal niet mee eens en willen windparken op zee juist een prominente rol geven. Daarnaast zeggen ze niet hun handtekening te willen zetten onder een akkoord dat de 16 procent niet haalt. Energiebesparing Op het terrein van energiebesparing kunnen de industrie en milieu-organisaties het wél eens worden, maar heeft de overheid bezwaren. In een deelakkoord staat dat in 2020 een miljoen huishoudens en bedrijven de helft van hun energie uit duurzame bronnen moeten halen. Om dat te bereiken willen de partijen wind- en zonne-energie fiscaal aantrekkelijker maken. De overheid is echter bang om daardoor te veel inkomsten mis te lopen, omdat er dan minder energiebelasting (jaarlijks goed voor €4 mrd) zou worden betaald. Binnenkort gaan het Planbureau voor de Leefomgeving en het kennisinstituut ECN de plannen doorrekenen. Die berekeningen zijn cruciaal voor het succes van het overleg, want ‘alles wat geld kost wordt lastig,’ aldus een betrokkene. Als het SER-akkoord mislukt, zal de overheid weer zelfstandig beleid gaan maken voor de duurzaamheidsdoelstellingen. Het is voor de andere partijen dus erg belangrijk om toch tot een akkoord te komen, om hun invloed op het energiebeleid veilig te stellen. Bron: Financieele Dagblad Foto: Antonio Litterio via Wikimedia Commons