Marc Seijlhouwer 09 juli 2021, 15:54

Een shirt zonder wrok: dit zijn de meest verantwoorde modemerken

We weten het allemaal, maar maken ons er niet heel druk om: de milieu- en mensimpact van onze kleren. Van de slechte arbeidsomstandigheden in landen als Bangladesh tot de milieudruk van katoen, dat een heleboel water en bestrijdingsmiddelen vereist. De stichting Fashion Resolution maakt elk jaar een lijst van de meest en minst duurzame kledingmerken. De nieuwste laat zien dat de kledingmarkt nog steeds een hoop te verbeteren heeft.

Kleding winkel medewerker personeel persoon geel adobe stock change inc

Fashion Revolution meet de transparantie van bedrijven op een aantal factoren, van arbeidsomstandigheden van medewerkers tot de milieudruk van hun kleding en de mate van recycling. Daarnaast keek de index dit jaar extra naar de gevolgen van de pandemie, en in hoeverre bedrijven daardoor minder oog hadden voor hun medewerkers en het milieu. Ook gendergelijkheid en duurzaam materiaalgebruik kregen dit jaar extra aandacht.

Fashion Revolution bekijkt de 250 grootste modemerken ter wereld. Dit zijn de bedrijven die de meeste impact kunnen maken, hoewel er natuurlijk tal van kledingbedrijven zijn die kleinschaliger het goede voorbeeld geven (zoals Yumeko en Mud Jeans). Dit is de top 5:

  • OVS

Dit Italiaanse kledingmerk, dat jaarlijks meer dan 1,5 miljard euro omzet, voert de lijst aan. Zij scoren gemiddeld 78 procent qua transparantie. Daardoor steken ze met kop en schouders uit boven het gemiddelde, dat op slechts 23 procent ligt. OVS zegt op de website dat in 2025 90 procent van de kleding een kleinere voetafdruk moet hebben dan het had in het vorige decennium. Daarnaast moet het katoen minimaal voor 85 procent biologisch zijn en moeten spullen van spijkerstof met zo min mogelijk water worden geproduceerd. Sinds 2016 heeft OVS ook een recycleprogramma, waar je gebruikte kleding bij het bedrijf in kan leveren; jaarlijks komt er zo 1200 ton terug.

  • H&M

Deze modegigant oogste de laatste jaren veel kritiek als een van de grootste daders op het gebied van fast fashion: kleding die gemaakt is om kort te dragen dan weer weg te gooien. Maar H&M betert zijn leven: er komt meer biologisch katoen in de winkels, het moedigt klanten aan om kleren te repareren, bezorgt met elektrische vervoersmiddelen en heeft zelfs een speciale recyclingmachine, die kleding terugbrengt tot de oorspronkelijke materialen.

  • The North Face en Timberland

Op een gedeelde derde plek staan twee bekende merken: The North Face en Timberland. Ze scoren 66 procent volgens Fashion Revolution. Timberland profileert zich graag met het feit dat de schoenen heel lang mee gaan. Dat is een vorm van duurzaamheid, want als je lang met een paar doet ontstaat er minder afval. The North Face scoort qua ‘commitments’ voor de toekomst, hoewel ze op dit moment nog weinig vergaande duurzame maatregelen hebben genomen in hun bedrijfsvoeren.

  • C&A en Vans

Op een gedeelde vierde plek: Hollands Glorie in de vorm van C&A en het Amerikaanse skatemerk Vans. C&A heeft een uitgebreide duurzaamheidspagina, waar valt te lezen dat het zowel qua klimaat iets doet (door zich aan te sluiten bij initiatieven voor beter katoen), als voor de mensen. Dat laatste moet wel ‘in overleg met de toeleveranciers’. C&A scoort relatief hoog voor een kledingzaak die het goedkopere deel van de markt bedient. Maar juist omdat het zo’n grote impact heeft, en transparant probeert te zijn over wat er wel en niet mogelijk is, staat het hoog.

  • Zeeman en Hema

Hoewel ze de top 5 niet halen, staan twee andere Nederlandse bedrijven ook expliciet genoemd in de samenvatting van Fashion Revolution: Zeeman en HEMA. De eerste is een van de grootste stijgers ten opzichte van vorig jaar. De tweede daalt juist. Waar dat aan ligt, zegt de lijst niet. Vermoedelijk heeft HEMA het slecht gedaan tijdens covid of was het niet transparant over hoe het met de pandemie omging. Zeeman steeg met maarliefst 13 procent; mogelijk omdat het sinds de vorige meting het akkoord van Bangladesh, voor betere omstandgheden in de modesector, ondertekende. De merken staat nu op 36 (HEMA) en 23 (Zeeman).

Al met al laat het rapport vooral zien dat de sector als geheel nog veel te doen heeft. De gemiddelde score was 23 procent, en bekende merken als Fila, Mexx, New Yorker en DKNY scoorden allemaal 0 procent. Volgens Fashion Revolution is openheid over waar je de kleding vandaan haalt, wat de uitstoot is en hoe je omgaat met mensen de eerste stap naar een duurzamere industrie. Als de bedrijven zelfs op het gebied van transparantie blijven steken, kan het lang duren voor deze sector helemaal duurzaam is.

“Switch naar duurzaam beleggen levert Zwitserleven een hoger maatschappelijk én financieel rendement”

Hagelwitte stranden, een zorgeloos bestaan na een leven hard werken. Wie kent ‘het Zwitserleven gevoel’ niet? Reclamecommercials met onder andere Huub Stapel en Chris Zegers hebben van het Zwitserleven gevoel een slogan gemaakt, die iedere Nederlander associeert met het goede leven.  Duurzame beleggingsfondsen “Wij geloven in een duurzame wereld, voor nu en de toekomst”, zegt algemeen directeur Hans Visser van Zwitserleven, dat via verzekeringsconcern Vivat onderdeel is van de Europese levensverzekeraar Athora. “Voor komende generaties moet er ook nog een wereld bestaan die er toe doet. Onze missie is om het inkomen van klanten zeker te stellen, maar ook om een wereld te creëren die de moeite waard is om dat inkomen in uit te geven.”  Zwitserleven is vooral actief als pensioenverzekeraar. Dat wil zeggen dat klanten, al dan niet via hun werkgever, maandelijks premie inleggen die door Zwitserleven wordt geïnvesteerd, en waarvan later een pensioen wordt uitgekeerd. Al die premies – Zwitserleven heeft 800.000 pensioenklanten – moeten belegd worden. Afhankelijk van de pensioenregeling, kunnen deelnemers zelf bepalen waar hun geld in wordt belegd. “We beleggen het geld zo duurzaam mogelijk. Klanten die zelf kiezen, bieden we zoveel mogelijk duurzame beleggingsfondsen aan”, zegt Visser.Steeds meer mensen zijn zich bewust van de impact van hun pensioenfonds. Zo protesteerden studenten en universiteitsmedewerkers voor een groener ABP. Heeft protesteren zin?Ontbossing tegengaan  De Zwitserleven-directeur somt de duurzame ambities moeiteloos op: “We sluiten aan bij het Klimaatakkoord van Parijs. Het is onze ambitie dat de bedrijven waarin we beleggen, in 2030 30 procent minder CO2 uitstoten dan in 2010. En we willen dat onze investeringen waterneutraal zijn in 2030. Dat wil zeggen dat er geen water onttrokken wordt aan gebieden, die kampen met waterschaarste. We beleggen alleen in bedrijven die daar transparant over zijn. Tot slot streven we ernaar om geen ontbossing meer te hebben in 2030. Wij willen onze duurzaamheidsambities inhoud geven. Dit zijn doelstellingen waar mensen ons op kunnen afrekenen.” Wat het tegengaan van ontbossing betreft, belegt Zwitserleven bijvoorbeeld in een bosbouwbedrijf in Scandinavië dat voorloper is in duurzaam bosbeheer. Een groot deel van haar bossen heeft het FSC-keurmerk. Zwitserleven steunt daarnaast ‘engagement programma’s’ om bedrijven in beweging te krijgen. “Satellieten volgen de ontbossing en registreren welke bedrijven daarbij betrokken zijn. Die confronteren we daarmee. We beleggen het geld van onze pensioenklanten alleen in bedrijven, die aan gecertificeerde houtkap doen.” Zwitserleven besloot onlangs ook om zelf bomen te planten. Een bijzonderheid in de pensioenwereld is dat hele kleine pensioenen (van minder dan twee euro per jaar) niet meer uitgekeerd hoeven te worden, omdat de uitkering niet in verhouding staat tot de administratieve lasten. “Om te voorkomen dat wij in grotere auto’s gaan rijden, hebben we besloten van dat geld twee bossen aan te leggen. We gaan tweeduizend bomen planten”, vertelt Visser. Ook de eigen bedrijfsvoering is groen. “Toen ons kantoor net was gebouwd, was het één van de duurzaamste gebouwen ter wereld, mede door de warmteopslag in de ondergrond.” De vloot aan leaseauto’s wordt geëlektrificeerd, en ook de inkoop van producten en diensten is “volledig gestoeld op duurzaamheidsprincipes”. Lees ook: Pensioenen van Zwitserleven zijn duurzamer dan ooitWereldaandelenfonds verduurzaamtMaar centraal in de duurzaamheidsstrategie staat het beleggingsbeleid van Zwitserleven, omdat daarmee de meeste impact kan worden gerealiseerd. “We hebben tijdens de coronacrisis ons wereldaandelenfonds, het grootste fonds dat we hebben, volledig verduurzaamd. Van 20 tot 25 procent van de bedrijven hebben we de aandelen verkocht. Dat geld hebben we vervolgens in duurzame bedrijven geïnvesteerd. Die switch pakt heel goed uit. Het rendement is vooruit geschoten. We doen het beter dan de benchmark. Het maatschappelijk rendement draagt bij aan het financieel rendement.”  Als alle beleggingsfondsen van Zwitserleven in ogenschouw worden genomen, dan zegt Visser dat 95 procent van het vermogen duurzaam wordt belegd. Ongeveer 20 procent van het geld is in zogenaamde ‘impact aandelen’ belegd. Dat wil zeggen in aandelen, die niet alleen niet vervuilend zijn, maar actief werken aan de CO2-reductie of het bevorderen van circulaire ketens, volgens de richtlijnen van de Sustainable Development Goals. “Die 20 procent doet het 11 procent beter dan de benchmark. Dat is echt genieten, zeker als je daarbij meteen bijdraagt aan een betere wereld.” 'Ik hoop dat mensen investeringen in innovatie en duurzaamheid niet blijven uitstellen'De coronacrisis heeft Zwitserleven dus niet getroffen. Het duurzame beleggingsbeleid heeft zelfs een impuls gekregen. “Goed voorbeeld doet goed volgen”, hoopt Visser. “Met corona kan ik me voorstellen dat sommige bedrijven in de overlevingsmodus zitten, en even andere prioriteiten hebben. Maar ik hoop dat mensen investeringen in innovatie en duurzaamheid niet blijven uitstellen, want daarmee hol je je eigen toekomstkansen uit.” “Bedrijven moeten daarin ook de samenwerking zoeken, want de transitie naar een duurzame economie maak je niet alleen. Ik zie de BV Nederland als een sportteam, met een gezamenlijk doel, namelijk klimaatneutraal en circulair zijn in 2050. Het kan best zijn dat de linkshalf even een mindere dag heeft, maar dan kan het team toch goed functioneren.”Dit interview verscheen oorspronkelijk in december 2020.