Hannah van der Korput
23 november 2023, 09:15

Eerder uit de luiers bespaart jaarlijks zo’n 45 miljoen kilo afval

Jaarlijks belanden 1 miljard wegwerpluiers in de prullenbak. Dat is 5 procent van al het huishoudelijk afval in Nederland. Omdat kinderen steeds langer in de luiers zitten, neemt de afvalberg alleen maar toe. Met zindelijkheidstrainingen wil het bedrijf Toddy het luierafval naar beneden brengen.

CK2 A5104 Toddy wil het luierafval terugdringen. Dit deed het bedrijf eerder door zelf luiers te verkopen. Nu richt het zich vol op zindelijkheidstrainingen. | Credits: Toddy

Naast ouders hebben ook gemeenten hun handen vol aan alle volle luiers. Nathan Volkers, medeoprichter van Toddy: “De maatschappelijk kosten voor afvalverwerking nemen toe en gemeenten moeten dat geld ophoesten. Ondertussen blijven kinderen steeds langer luieren. Dertig jaar geleden waren kinderen rond een jaar of twee uit de luiers. Nu ligt de leeftijd op drieënhalf, net voor de basisschoolleeftijd.”

Dat komt deels omdat kinderen vaak op verschillende plekken zijn, zegt Volkers. “Ze gaan naar opa en oma, de opvang en blijven ook nog één of meer dagen thuis. Dat maakt het lastig om één lijn te trekken als het gaat om zindelijkheidstraining, terwijl dat juist belangrijk is. Daar komt bij dat de luiers met de jaren enorm comfortabel zijn geworden. Kinderen voelen de noodzaak niet om zindelijk te worden. In die zin worden ze niet gestimuleerd.”

Luierverkoop

Toddy wil het luierafval terugdringen. Dit deed het bedrijf eerder door zelf luiers te verkopen. Met iedere verkochte verpakking wegwerpluiers werden ook gratis wasbare luiers meegeleverd. Een laagdrempelige manier om eens duurzame luiers te proberen, was het idee. De hoop was dat ouders in de webshop vervolgens ook wasbare luiers zouden aanschaffen. Bereikt een kind de leeftijd van twee jaar, dan werd er een gratis zindelijkheidstraining thuisbezorgd. Zo hielp het luiermerk kinderen juist uit de luiers. Maar in de praktijk bleek het niet rendabel.

“Qua prijs kunnen we niet concurreren met grote namen zoals een Kruidvat”, licht Volkers toe. “Deze partijen kopen enorm veel in. Door dat grote volume kunnen zij de luiers voor een lagere prijs verkopen. Luiers zijn voor die grote ketens echt een stuntproduct, mensen komen ervoor naar de winkel. Zijn ze eenmaal binnen, dan nemen ze ook andere producten mee. Denk aan billendoekjes, shampoo en flesjes. Zo komt het verdienmodel tot stand. Daar kunnen wij als kleine partij simpelweg niet mee concurreren.”

Zindelijkheidstraining

En dus stopt Toddy eind dit jaar met de luierverkoop. In plaats daarvan richt het zich nu vol op de zindelijkheidstrainingen. Dit doet het bedrijf in samenwerking met gemeenten en kinderdagverblijven. “Onze missie is nog steeds om duurzamer luiergebruik te stimuleren. Hoe minder luiers je gebruikt, hoe duurzamer dat is. Bovendien hebben gemeentes er baat bij. Het kan een hoop luierafval schelen: jaarlijks zo’n 274 ton per duizend geboortes.”

Er is al een samenwerking met de gemeente Rotterdam. “De gemeente betaalt ons om campagne te voeren en de zindelijkheidstrainingen te verspreiden onder de inwoners, bijvoorbeeld via consultatiebureaus.” Toddy levert ook pakketten aan kinderdagverblijven en buitenschoolse opvangcentra door het hele land. “Die partijen kopen zelf luiers in. Dus wanneer kinderen eerder zindelijk worden, zorgt dat voor een aanzienlijke kostenbesparing. De businesscase is duidelijk.”

De Plasklas die Toddy aanbiedt bestaat uit een online app, een webinar, een poster voor op de wc en een boek. | Credit: Toddy

Verkapte vorm van armoedebestrijding

“Voor de gemeente Rotterdam is het vanuit duurzaamheid- en afvalperspectief interessant om zindelijkheidstrainingen te verspreiden onder de inwoners”, vervolgt Volkers. “Maar gezinnen kunnen ook geld besparen door sneller afscheid te nemen van luiers. Afhankelijk van hoe snel een kind zindelijk is, kunnen gezinnen drie-, vier- of vijfhonderd euro besparen op jaarbasis. Dat is voor mensen in armere wijken zoals Rotterdam-Zuid een hoop geld. Je zou kunnen zeggen dat een verkapte vorm is van armoedebestrijding. Daar heeft de gemeente wel oor naar.”

Plasklas

De Plasklas die Toddy aanbiedt bestaat uit een online app, een webinar, een poster voor op de wc en een boek. | Credit: Toddy “We proberen het voor ouders zo makkelijk en voor kinderen zo leuk mogelijk te maken. Met het boek en de poster is er iets tastbaars in huis. Dat kan een goede herinnering zijn. Twee dingen zijn belangrijk als het gaat om zindelijkheidstraining: starten en volhouden. Het hele opvoedsysteem moet meedoen. De verschillende stappen die een kind doorloopt, kunnen worden bijgehouden in de app. Zo weet je waar een kind in het proces is. In de onlineomgeving zijn ook video’s te vinden.”

Meer samenwerkingen

Toddy wil de Plasklas introduceren in meer gemeentes. In Rotterdam gaat de samenwerking door en in Apeldoorn wordt binnenkort gestart. Ondertussen lopen er ook gesprekken met diverse kinderopvangorganisaties.

Samenwerkingen met grote luierfabrikanten zijn er vooralsnog niet. Volkers: “Met Toddy lopen we ver voor de troepen uit. We bieden een zindelijkheidsgarantie en zeggen: na tweeënhalf jaar betaal je niet meer voor luiers. Zo extreem hoeft het niet. Maar ik vind wel dat luierfabrikanten een bepaalde verantwoordelijkheid hebben. Die nemen ze nu niet. Sterker nog, er komen steeds grotere luiers op de markt. Het aanbod wasbare luiers is nog altijd klein. Al heeft Kruidvat ze nu wel in de winkels liggen.” Dat moedigt Volkers aan. “Naar mijn mening ben je als merk verantwoordelijk voor hoe je product gebruikt wordt. En juist grote partijen kunnen een belangrijke bijdrage leveren. Ik zou zeggen: ga ervoor.”

Lees ook:

416 miljoen subsidie voor batterijen bij zonneparken; logisch maar: 'Batterijen zijn dure jongens'

Tot die conclusie kwamen deskundigen van CE Delft, het ministerie van EZK, netbeheerders, ontwikkelaars van zonneparken en de batterijsector tijdens een webinar van RVO. Batterijen belangrijk voor energietransitie Nederland wil in 2035 een CO2-vrij elektriciteitssysteem hebben. Batterijen zijn dringend nodig om in zo’n energiesysteem met veel wind- en zonne-energie elektriciteit op te slaan voor later. Dat heet uitgestelde levering. Maar ze zijn ook nodig om vraag en aanbod van stroom op het net in balans te houden. Bijvoorbeeld als er ineens minder stroom wordt geproduceerd of de vraag ineens toeneemt. Voor dat balanceren alleen al is voor 77 gigawatt aan batterijvermogen aangevraagd bij TenneT, terwijl Nederland in 2030 slechts 10 gigawatt nodig heeft. Ten derde kunnen ze stroom opslaan op momenten dat die goedkoop is en weer verkopen op de elektriciteitsmarkt als de prijs hoog is. Een laatste toepassing is dat bedrijven batterijen achter de meter gaan zetten, dus alleen om eigen stroom op te slaan en het eigen wagenpark op te laden. Uiteraard kunnen batterijen voor meerdere toepassingen tegelijk ingezet worden. Twee congesties Demissionair minister Rob Jetten van Klimaat en Energie wil ze ook inzetten om netcongestie tegen te gaan en meer CO2-te besparen. CE Delft heeft in opdracht van het ministerie van EZK daar verschillende onderzoeken naar gedaan. Nederland kampt nu al met twee soorten congestie: opwekcongestie en afnamecongestie. Bij opwekcongestie wordt er op momenten met veel zon en wind zoveel groene stroom geproduceerd, dat het net het niet aan kan. Dat gebeurt vaak in de zomer. Bij afnamecongestie vragen bedrijven en consumenten meer stroom dan het net aankan. Dat gebeurt het hele jaar. Dat is de reden dat sommige bedrijven, maar ook zonneparken op daken en in weilanden, nu al niet meer aangesloten kunnen worden op het net.Links de opwekcongestie en rechts de afnamecongestie in Nederland in kaart gebracht. Hoe roder, hoe groter de congestieLithium-ion batterij alleen oplossing opwekcongestie CE Delft heeft in haar onderzoeken geconcludeerd dat lithium-ion batterijen, die vier uur groene stroom kunnen vasthouden, geen oplossing zijn voor afnamecongestie. De pieken in de vraag duren vaak acht tot twaalf uur. Ook hebben de batterijen niet genoeg capaciteit om er een hele fabriek op te laten draaien. Voor opwekcongestie kunnen ze wel een oplossing bieden. In 2030 is naar verwachting 160 tot 330 megawatt aan batterijvermogen bij zonneparken nodig om tijdens zomeravonden genoeg groene stroom aan het net te kunnen leveren. Op die momenten kunnen gascentrales uitgezet worden. Nu TenneT van plan is 65 procent korting te geven op de transporttarieven van dit soort flexibele stroomcapaciteit, dalen de kosten voor batterij-exploitanten. Maar nog lang niet genoeg, heeft CE Delft berekend. “De businesscase is op dit moment niet rendabel, dus moet er geld bij”, zegt senior-onderzoeker Lucas van Cappellen. 2.500 tot 5.000 euro subsidie per ton CO2 Daarom trekt het kabinet 416 miljoen euro subsidie uit om de onrendabele top te dekken. Daarmee wil het ook de klimaatdoelstellingen voor 2030 halen. De redenering is dat met extra zonneparken, gecombineerd met batterijen, fossiele centrales vervangen kunnen worden. Met de subsidie kan 0,08 tot 0,17 megaton CO2-uitstoot op jaarbasis bespaard worden. Volgens CE Delft kost die oplossing 2.500 tot 5.000 euro subsidie per ton bespaarde CO2. “Daarmee wordt dit een heel dure klimaatmaatregel”, zegt Van Cappellen. “Dat was al bekend toen hiermee werd ingestemd. Maar als je deze uren in de elektriciteitsvoorziening in 2030 wilt verduurzamen – de duurste uren van het jaar – zijn er weinig alternatieven.” Elektriciteit produceren met groene waterstof zou een alternatief kunnen zijn en kost slechts 1.000 tot 4.000 euro subsidie per ton CO2. Technisch is dat volgens CE Delft nog niet haalbaar, omdat er niet genoeg groene waterstof voor dit doel geproduceerd wordt in 2025, als de subsidie ingaat. Dure klimaatmaatregel noodzaak Volgens Micha Rots, senior beleidsadviseur energietransitie van EZK, moest het ministerie alles onderzoeken om in 2030 zoals afgesproken 55 procent van de CO2-uitstoot te kunnen verminderen. Het gaat nu om de laatste beetjes. “Dan komen dit soort heel dure maatregelen eruit. Als je in de avonduren nog iets wilt doen om de elektriciteit te verduurzamen, dan kom je bij dit soort onorthodoxe maatregelen uit. Vandaar dat we deze hebben laten uitrekenen door CE Delft”, zegt hij. Nieuwe batterijen De komende jaren worden allerlei nieuwe batterijtechnologieën ontwikkeld zoals flowbatterijen, die een vloeibaar middel gebruiken voor opslag van energie. Bijvoorbeeld vanadium, waterstofbromide of zout. Die zijn echter nog te duur en onvoldoende beschikbaar. “Wat we zien in onze analyses is dat flowbatterijen tot 2030 maar een kleine rol kunnen spelen qua beschikbaar vermogen, maar dat na 2030 echt een opschaling mogelijk is. Afhankelijk van hoe snel de technische ontwikkelingen gaan, kunnen ze dan gaan concurreren met andere technieken zoals lithium-ion en waterstofcentrales. Vooral voor de middellange termijnopslag. Omdat ze een grotere opslagcapaciteit hebben kunnen ze niet alleen een rol spelen voor opwekcongestie, maar ook voor afnamecongestie”, zegt Van Cappellen van CE Delft. “Daarom zien wij een noodzaak voor opschaling van deze techniek.”De flowbatterij van Elestor kan langdurig stroom opslaanAlternatieven zijn goedkoper Volgens netbeheerders is uitbreiding van het net nog steeds de beste oplossing voor congestie. Andere alternatieven zijn het stilleggen van bedrijven en andere grote stroomverbruikers als er niet genoeg stroom is (curtailment). Of het stimuleren van groene stroomgebruik op momenten dat die ook daadwerkelijk opgewekt wordt. Dat is goedkoper. “Wij zien daar meer potentie in om toe te passen voor opwekcongestie”, zegt Eric Woittiez van Alliander. “Batterijen zijn dure jongens.” Volgens Nold Jaeger van Holland Solar is het beter om een zonnepark meteen aan een fabriek te koppelen die de zonnestroom gaat gebruiken. “Dat is veel makkelijker en goedkoper”, zegt hij. Zelfs het uitzetten van zonneparken is volgens hem soms beter, omdat het goedkoper is dan een batterij aanschaffen. Het wordt sowieso niet verplicht om een batterij naast een zonnepark neer te zetten. “Je moet die keuze aan de markt laten”, zegt Rots van EZK. Subsidie per kilowattuur CE Delft heeft de subsidieregeling voor batterijen bij zonneparken verder uitgewerkt. Batterij-exploitanten kunnen straks een exploitatiesubsidie krijgen per kilowattuur geleverde elektriciteit. Dat geldt alleen als de stroom van mei tot september wordt geleverd voor 6.00 uur ’s ochtends en na 17.00 uur ’s avonds. Dat zijn de momenten dat er een tekort is aan duurzame elektriciteit. Het gaat ongeveer om 900 megawattuur geleverde stroom per jaar. In de tussenliggende periode slaat de batterij stroom op. De subsidie verbiedt niet om de batterijen op andere markten in te zetten. Dat maakt ze rendabeler voor projectontwikkelaars. Het komende half jaar wordt de subsidieregeling verder uitgewerkt door EZK. Op 1 januari 2025 moet de regeling ingaan. Batterijsector blij De batterijsector is blij met de subsidie. “Dat is nuttig en nodig. Er is een significante onrendabele top. Als je de batterij ook nog gaat inperken en zegt: op zomerse dagen mag je na 6.00 uur niet ontladen, dan heeft dat impact op de inkomsten die je kunt genereren. Daar is deze compensatie voor bedoeld”, zegt Robert Kleiburg, bestuurslid van Energy Storage NL. “Dit maakt het mogelijk om meer zonne-energie in te voeren en daar is iedereen blij mee.” Lees ook: Northvolt ontwikkelt nieuwe zoutbatterij zonder lithiumCombinatie zon, batterij, AI en dynamisch contract: dit Nederlandse bedrijf lost er groene stroomprobleem mee opOnderzoek: stoppen met stroom uit kolen en gas kan alleen met batterijen en waterstofGrootste batterijfabrikant ter wereld produceert straks binnen 3 minuten een EV-batterij