Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 16 juli 2013, 12:06

Grondstoffenpaspoort goed voor concurrentiepositie Europa

Een Europese adviescommissie raadt de EU aan het gebruik van grondstoffenpaspoorten in te voeren. Dat zou recycling stimuleren en goed zijn voor het bedrijfsleven.

Paspoort e1373969004901

Volgens de commissie, het European Resource Efficiency Platform, zouden grondstoffenpaspoorten in Europa de grondstoffenefficiëntie verbeteren, innovatie stimuleren en banen genereren. In de commissie zitten vertegenwoordigers van de regering, het bedrijfsleven, consumenten en milieubewegingen.

‘Als het wordt ingevoerd zal het paspoort een belangrijke bouwsteen zijn van een duurzame samenleving,’ aldus John Bruton, de voorzitter van de adviescommissie.

In een grondstoffenpaspoort staat een overzicht van de grondstoffen die gebruikt zijn om een product te maken, hoe die grondstoffen gerecycled of hergebruikt zouden kunnen worden, en eventueel welke giftige stoffen er in het product zitten. Dit soort informatie is van groot belang bij het veilig en efficiënt recyclen van afgedankte producten.

Concurrentiepositie

Sommige bedrijven zijn al vrijwillig begonnen met het gebruiken van grondstoffenpaspoorten, ook wel environmental product declarations (EPDs) genoemd. Volgens voorstanders is het vrijgeven van EPDs niet nadelig voor de concurrentiepositie van deze bedrijven. In een EPD staat immers alleen welke grondstoffen er in een product zitten, niet hoe het product precies wordt gemaakt.

Volgens Bruton zou het invoeren van het grondstoffenpaspoort zeer goed zijn voor de concurrentiepositie van Europa. ‘Europa kan niet concurreren op lage arbeidskosten of lage energieprijzen. We moeten ons dus op een andere manier onderscheiden. Met het maken van producten die gemakkelijker gerecycled kunnen worden, en waaruit dus gemakkelijker waarde kan worden teruggewonnen, zou Europa zich kunnen onderscheiden,’ aldus Bruton.

Eurocommissaris van Milieu Janez Poto?nik liet in een verklaring weten dat hij de invoering van het grondstoffenpaspoort ziet als ‘de juiste weg’ voor Europa.

Bron: Euractiv
Foto:  thms.nl via Flickr.com

EU-bank "financiert vervuilers"

De Europese Investeringsbank (EIB) is de grote institutionele bank ter wereld en leent meer geld uit dan de Wereldbank – vorig jaar 52 miljard euro, 12 miljard meer dan de Wereldbank. De bank financiert projecten in 160 landen buiten de Europese Unie. De EIB stimuleert nu meer schone energie, maar fossiele brandstof blijft een belangrijk onderdeel van haar portfolio uitmaken. De bank leent, met uitzondering van de transportsector, het meest aan de energiesector. De financiële operaties van de EIB zijn gewaarborgd door de Europese belastingbetaler. Connie Hedegaard, Eurocommissaris voor Klimaat, heeft de EIB dan ook opgeroepen een leidende rol te spelen in het terugschroeven van openbare steun aan fossiele brandstof. Minder streng Eind juni kondigde de EIB aan haar kredietbeleid aan te passen. Klimaatactivisten hekelden het voorstel omdat het haaks zou staan op het Europese klimaat- en energiebeleid. De financiering van steenkoolprojecten past niet in een CO2-arme toekomst, zeggen critici. De voorgestelde koerswijziging bevat strengere kredietvoorwaarden voor alle projecten voor fossiele brandstoffen. De voorgestelde beperking voor steenkoolcentrales van 500 gram CO2 per kilowattuur zijn echter veel minder streng dan de beperkingen die de VS en Canada hanteren, respectievelijk 440 en 420 gram CO2 per kilowattuur. De uitzonderingen in het voorstel kunnen er zelfs toe leiden dat de EIB alle vormen van energie financiert, ongeacht hoe vervuilend ze zijn, als deze maar bijdragen aan de zekerheid van energiebevoorrading, aan economische ontwikkeling of aan verlaging van de armoede, zeggen klimaatactivisten. Nieuw portfolio De EIB spendeert elk jaar miljarden euro's aan energieprojecten die een grote impact hebben op het klimaat. In 2009-2010 bedroegen de leningen aan projecten met fossiele brandstoffen  meer dan een kwart van alle energieleningen. In 2010 ging 518 mrd naar de energiesector. Vorige week nog keurde de EIB een lening van €87 mln goed voor het bouwen van een infrastructuur voor fossiele brandstoffen in de haven van Klapeida, Litouwen. "De EIB kijkt naar de lange termijn, en ze leent geld uit waar dat het meest nodig is", zei EIB-voorzitter Werner Hower vorige week op een bijeenkomst in Brussel. Waakhondorganisatie CEE Bankwatch en Counter Balance, een Europese coalitie van ontwikkelings- en milieuorganisaties, hebben scherpe kritiek op de prioriteiten van de EIB. Ze sporen de bank aan haar energieportfolio opnieuw te bekijken. Controle door ngo’s De EIB investeerde vorig jaar €190 mln in een nieuwe fabriek van Ford in Turkije terwijl Ford net een paar maanden eerder had aangekondigd zijn fabrieken in Genk en Southampton te sluiten, stellen Bankwatch en Counter Balance. Counter Balance heeft ook vragen bij de lening van €500 mln aan de de Braziliaanse Ontwikkelingsbank (BNDES). Het geld is bestemd voor projecten die klimaatverandering tegengaan, maar deze bank krijgt van onder meer milieuorganisatie Aida felle kritiek omdat ze in haar kredietbeleid te weinig aandacht heeft voor sociale en ecologische aspecten. Hower zei vorige week dat de EIB-investeringen opnieuw bekeken moeten worden. "We werken nu ons nieuwe energiebeleid uit, en dat is een van de meest delicate thema's waarover je kunt spreken.” “We doen het in dialoog, in een open proces met de ngo's. Aan de bespreking van het thema door de raad van bestuur eind juli gaat een vier weken durende dialoog met ngo's en burgerorganisaties vooraf. De EIB heeft openbaar toezicht nodig, het is belangrijk dat ngo's nauwgezet in de gaten houden wat we doen." Bron: IPS Foto: EIB