Chris Thijssen 18 oktober 2017, 12:05

H&M neemt minderheidsbelang in Zweedse textielrecycler

H&M heeft een minderheidsbelang verworven in het Zweedse textielrecyclingbedrijf re:newcell. Dat moet bijdragen aan een meer circulaire kledingindustrie.

Shutterstock 448545538

Re:newcell biedt een duurzaam alternatief voor kledingproductie met ruwe materialen. De technologie die het bedrijf gebruikt, verwerkt gebruikte kleding met een hoog cellulosegehalte, zoals katoen, lyocell en viscose, tot nieuw, biologisch afbreekbaar materiaal. Dit materiaal, ook wel ‘re:newcell pulp’ genoemd, kan worden omgezet in textielvezel en worden toegevoegd aan de productiecyclus van textiel.

Hernieuwbare energie

In zijn fabriek in het Zweedse Kristinehahm verwerkt re:newcell zowel gebruikte kleding als textielresten van het productieproces. Dat leidt volgens het bedrijf tot een kleinere hoeveelheid textielafval, die terechtkomt op stortplaatsen of wordt gedowncycled tot isolatiemateriaal.

De kledingrecycler werkt met een gesloten systeem voor chemicaliën en water en maakt gebruik van hernieuwbare energie. Momenteel wordt per jaar 7.000 ton pulp geproduceerd. Uitbreiding van de capaciteit staat op de planning.

Kringloop sluiten

De stap van H&M is volgens het recyclingbedrijf een belangrijke investering in de technologie van re:newcell, een innovatie waarvan de gehele mode-industrie zou kunnen profiteren.

“Ik ben trots dat H&M Group de voordelen van onze innovatie inziet. Samen kunnen we bijdragen aan de verandering van hoe kleding wordt geproduceerd en gerecycled”, zegt Mattias Jonsson, CEO van re:newcell, in een persbericht.

“Re:newcell heeft de cirkel van textielproductie gesloten. De manier waarop kleding wordt geproduceerd en geconsumeerd kan hopelijk worden getransformeerd tot een oneindige kringloop in de toekomst.”

H&M en kledingrecycling

H&M zet al langer in op recycling van kleding. Zo zamelt de retailer sinds 2013 gebruikte kleding in via het Garment Collecting-programma. Jaarlijks ontvangt de retailer zo duizenden tonnen gebruikte kleding van zijn consumenten.

De retailer kwam afgelopen week echter negatief in het nieuws, nadat een Deens tv-programma ontdekte dat het Zweedse bedrijf de afgelopen jaren circa 60 ton nieuwe kleding heeft verbrand. Het gaat om kleding die de kassa niet heeft gehaald, meldt het Algemeen Dagblad (AD).

Reactie H&M

In een reactie aan DuurzaamBedrijfsleven benadrukt H&M geen bruikbare kleding te verbranden:

“We laten producten alleen bij hoge uitzondering vernietigen als ze niet voldoen aan onze veiligheidsvoorschriften (bijvoorbeeld als er schimmel in zit of als ze chemicaliën bevatten die niet veilig zijn). We zijn heel verbaasd dat sommige media suggereren dat we onnodig producten zouden vernietigen. Er is uiteraard geen enkele reden om dat te doen en het druist in tegen alles waar we voor staan.”

“De producten waar de media naar verwijzen zijn getest in externe laboratoria. Uit de testresultaten blijkt dat er bij een van de producten schimmelvorming is aangetroffen en het andere product bevat een te hoog gehalte aan lood (vier onafhankelijke tests tonen een resultaat aan dat de grenzen van H&M overschrijdt). Deze producten zijn niet veilig en niet draagbaar en moeten daarom, in overeenstemming met onze veiligheidsroutines, worden vernietigd.”

“Wanneer de testresultaten laten zien dat bepaalde producten niet voldoen aan onze veiligheidsvoorschriften, mogen ze in geen geval worden verkocht aan onze klanten, gedoneerd voor hergebruik of worden gerecycled. Ze moeten dan volgens onze veiligheidsroutines worden vernietigd. H&M heeft zeer strikte veiligheidsvoorschriften voor al onze producten die vaak verder gaan dan de wettelijke voorschriften en daarnaast laten we onze producten regelmatig testen door externe laboratoria.”

“Producten die we niet kunnen verkopen, maar die wel veilig te gebruiken zijn (bijvoorbeeld met kleine productiefouten), worden gedoneerd aan liefdadigheidsorganisaties of aan bedrijven die ze kunnen hergebruiken of recyclen.”

Bron: re:newcellAlgemeen Dagblad | Foto: Sorbis / Shutterstock.com

Digitale docenten geven les aan verpleegkundigen

Dat schrijft BN DeStem.De avatar biedt een opfriscursus voor zorgmedewerkers. Zij kunnen daardoor kennis langer vasthouden. Dat is goed voor de kwaliteit van zorg, zegt initiatiefnemer en hoofdonderzoeker Max Louwerse, hoogleraar aan Tilburg University, tegen BN DeStem.Volgens Max Louwerse kost de traditionele zorgopleiding veel tijd en geld. Daarnaast is deze vaak niet effectief. Artsen zijn niet altijd beschikbaar en kennis uit hoorcolleges verwatert snel. De virtuele begeleiders zijn altijd beschikbaar. De avatar kan niet alleen vragen beantwoorden over sociale omgang met patiënten, maar ook situaties nabootsen, bijvoorbeeld door een vrouw in baringsnood na te bootsen.Menselijke robotsDe avatars lijken menselijk doordat ze zelf denken, gebaren en oogcontact maken. Naast de ziekenhuisomgeving zouden de avatars ook ingezet kunnen worden in de ouderenzorg. Daarnaast zijn er mogelijkheden buiten de zorg. Volgens Louwerse kunnen onder andere het bedrijfsleven en de luchtvaart de nieuwe technologie gebruiken.Virtual Humans in the Brabant Economy (VIBE)Het VIBE-project start in 2018 en kost € 7 mln. De helft van dit bedrag leggen technologiebedrijven, kennisinstellingen en ziekenhuizen in. De andere helft komt door onder andere vanuit de Europese Unie en de provincie Noord-Brabant.Lees ook:Bredaas ziekenhuis gaat voor duurzame energie Nederland kan het wél: 5 innovatieve e-health-toepassingen App signaleert tijdig terugval patiënt met depressie Bron: BN DeStem | Afbeelding: Shutterstock.com