Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 24 mei 2016, 08:58

Hoe Lego al 7.000 ton verpakkingen bespaarde

Bij Lego staat duurzaamheid even hoog op de agenda als het financiële gedeelte van de bedrijfsvoering. De combinatie ervan leidt volgens de speelgoedfabruikant tot een succesvolle business case.

Lego 1124009 1920

Dat zei Tim Brooks, vice president of environmental responsibility van Lego, maandag tijdens Sustainable Brands Barcelona in de IESE Business School of Barcelona. Volgens Brooks heeft Lego als missie een positieve invloed op de wereld uit te oefenen. “We hopen dat, wanneer de Lego Group niet zou bestaan, mensen ons zouden missen.”

Lego, dat in 1932 is opgericht, produceert een miljoen minifiguren per dag, weet Brooks: “Daar is veel materiaal voor nodig. Daarom werken we met behulp van CSR-projecten aan het terugdringen van onze impact op de wereld. We richten ons onder meer op de verhoging van efficiënt gebruik van materialen en grondstoffen.”

Volgens Brooks is dat belangrijk voor een familiebedrijf als Lego, waarvoor geld niet de enige drijfveer is. Er gaat dan ook net zoveel aandacht naar andere vlakken, die het bedrijf heeft vertaald naar vier beloftes: play promise, partner promise, planet promise en people promise. Elk van deze zaken, inclusief het financiële deel van het bedrijf, maken voor 20 procent deel uit van de bedrijfsstrategie.

“Zo is bijvoorbeeld ook 20 procent van de bonus van onze werknemers gerelateerd aan ecologische aspecten. Wanneer je alle deze aspecten in een cirkel meeneemt, creëer je een succesvolle business case”, zegt Brooks.

Ecologische voetafdruk

Om te weten waar het bedrijf de focus moet leggen bij het verduurzamen van zijn business, bekeek Lego waar de ecologische impact wordt veroorzaakt. “Hieruit bleek dat 10 procent van onze ecologische voetafdruk ontstaat in onze eigen fabrieken, in Europa, Mexico en China, waarmee we de lokale markten bedienen”, zegt Brooks.

“Daarnaast is 75 procent afkomstig uit onze supply chain. De overige 15 procent wordt veroorzaakt in de ‘downstream’, bij klanten en consumenten en door product- en verpakkingsafval.”

Duurzame doelstellingen

Om de activiteiten in al deze schakels van de supply chain te verduurzamen, heeft Lego zich ambitieuze doelen gesteld. Zo wil het bedrijf in 2020 100 procent hernieuwbare energie gebruiken. Daarnaast moet de energie-efficiëntie vanaf dit jaar jaarlijks met 2,5 procent toenemen. Als het gaat om de voetafdruk van de supply chain, werkt Lego samen met zijn belangrijkste toeleveranciers in een pilotprogramma om de CO2-uitstoot terug te dringen.

Op het gebied van ontwerp en materialen heeft Lego in 2016 al zijn doelstelling van 100 procent FSC-gecertificeerd verpakkings- en printmateriaal behaald. Daarnaast bestaat het verpakkingsmateriaal voor 75 procent uit gerecycled materiaal. Lego wil deze hoeveelheid verder verhogen om in 2020 mede hierdoor zero waste in productie te kunnen bereiken. 

Hernieuwbare energie

Volgens Brooks heeft Lego al verschillende stappen gezet die de business duurzamer moeten maken. “We hebben significant geïnvesteerd in hernieuwbare energie, waarmee we tegemoetkomen aan onze ambitie van 100 procent hernieuwbare energie”, stelt de vice president. Zo kondigde de speelgoedmaker onlangs nog aan circa € 425 mln te investeren in de bouw van een windpark voor de Britse kust.

Een ander project dat heeft bijgedragen, is het Green Box Project van Lego. Doel was het verpakken van Lego-producten in kleinere verpakkingen, om het gebruik van materialen terug te dringen. Sinds 2014, toen het initiatief van start ging, wist Lego hierdoor al 7.000 ton minder verpakkingsmateriaal te gebruiken. 

“Mede door deze aanpak, in combinatie met het uitbannen van gelamineerd plastic, hebben we onze ecologische voetafdruk met 20 procent verminderd”, claimt Brooks.

Duurzamere plastics

Verder steekt Lego miljoenen in de ontwikkeling van duurzamere plastics voor de productie van legoblokjes en –poppetjes. Om die ontwikkeling te versnellen, opent Lego binnenkort een heus Center for Materials, waarin het bedrijf samen met onderzoekers, studenten, leveranciers ouders en zelfs kinderen, een duurzamer materiaal wil ontwikkelen. Brooks: “Onze ambitie is duurzame materialen te gebruiken in al onze kernproducten.” 

Header-foto: public domain

Engie energieconcept 2.0: duurzame synergie voor Future Cities

Dat zegt Adriaan Penning, Projectontwikkelaar Engie Energy Solutions. De technisch dienstverlener is met grootschalige projecten op Overhoeks, Oosterdokseiland, IJdock, en Mahler IV op de Zuidas, met een totaal oppervlak van circa 600.000 vierkante meter, uiterst actief in de hoofdstad. Het is daarom niet vreemd dat Engie Amsterdam beschouwt als visitekaartje voor de kennis en kunde die het bedrijf bezit.‘Verduurzaming aan het IJ dat doen wij’“Er wordt in de wandelgangen weleens gesproken over: ‘Verduurzaming aan het IJ dat doen wij’”, zegt Penning. “Een mooier compliment kunnen we niet krijgen, omdat het onze kracht in een grote stad als Amsterdam weerspiegelt. En laat zien hoe wij door middel van samenwerkingen mee willen bouwen aan een ‘groene future city’.”Voor innovatie is in de projecten volop ruimte, zegt Penning. Zo heeft Engie Services voor de nieuwe stadswijk Overhoeks in Amsterdam een duurzame energievoorziening ontwikkeld.Het plan bestond oorspronkelijk uit drie energiecentrales met vijf paar warmte- en koudebronnen en onder meer warmtepompen, afleverstations en verwarmingsketels. Dankzij warmte en koude opslag (WKO) in de bodem zorgt deze energiezuinige oplossing voor verwarming in de winter en koeling in de zomer. Deze vorm van energievoorziening levert veertig procent energiebesparing en CO2-reductie op ten opzichte van traditionele installaties.Nadat de eerste centrale in 2009 in bedrijf werd genomen, is de markt echter sterk veranderd, vertelt Penning. “Daarom hebben we het energieconcept opnieuw tegen het licht gehouden en herontwikkeld. Dat heeft geresulteerd in de beoogde samenwerking met Westpoort Warmte, waarbij de sterke kanten van verschillende technologieën worden gecombineerd.”KoppelenHet resultaat is volgens Penning een energievoorziening die optimaal is afgestemd op een wisselende energiebehoefte.  Hierbij wordt ons bestaande WKO systeem met diepe bronnen en warmtepompen aan de stadsverwarming gekoppeld.“De warmtepomp kan worden aangezet op basis van de koudevraag en we gebruiken de stadswarmte van Westpoort Warmte op het vlak waar het sterk in is: het leveren van hogere temperaturen dan de lagere temperaturen waar de warmtepompen het best presteren.”Thermische balansHet WKO-systeem heeft volgens Engie nog meer voordelen. Zo kan het bedrijf balanceren hoeveel warmte vanuit de warmtepomp afkomstig is en hoeveel stadswarmte wordt gebruikt.“Zodoende voldoen we nu al aan de thermische balans voor de bodem, wat een vergunningseis is in het kader van de Waterwet.Bovendien worden op deze manier volgens Penning de inpassing van  regeneratievoorzieningen vermeden. Dat heeft een vermindering van zichtbare techniek en ruimtebeslag tot gevolg. Voor de leverancier van stadswarmte is het bovendien gemakkelijker om een groter volume af te zetten."Kijken welke oplossing het beste past, waar alle partijen zich in kunnen vinden. Dat is het nieuwe zakendoen"“Dit is over de grens van je eigen bedrijf heen kijken”, zegt Penning. “Puur geredeneerd vanuit duurzaamheid en het maatschappelijke belang. En dan kijken welke oplossing het beste past, waar alle partijen zich in kunnen vinden. Dat is het nieuwe zakendoen.”Innovatief is volgens Penning het plan van Engie om op deze schaalgrootte het energiesysteem in Overhoeks te verbinden met het oppervlaktewater van het IJ, gebruikmakend van de ervaring die Westpoort Warmte recent heeft opgedaan in een soortgelijk systeem. Het oppervlaktewater van de rivier voorziet op deze manier ‘s winters de koude bronnen van de koude die ’s zomers door deze bronnen wordt geleverd aan de gebouwen.Tel daarbij de wijze van inzet van stadswarmte op en er is een compleet nieuw WKO-energiesysteem. “Hiermee gaan we weer een stap verder. Het is een doorontwikkeling van een bestaand energieconcept.”SynergievoordelenEngie ziet het als voordeel om diverse projecten in één gebied te hebben, zoals in Amsterdam. Het is in de ogen van Penning efficiënter in beheer. En het schept mogelijkheden om in de omgeving van projecten te signaleren of ook andere gebouwen aangesloten kunnen worden om verder te verduurzamen.“We zoeken bewust samenwerkingen om ons lokale net aan een groot stadsnet te koppelen en zodoende synergievoordelen te bereiken. Dat alles met als doel om verder te verduurzamen. Het is onze wens om in de toekomst de synergievoordelen terug te kunnen geven aan het gebied”, aldus Penning, die voor de toekomst ook verdere groei en kansen voor uitbreiding ziet naar andere wijken en met andere technieken, zoals het smart grid.Eén van de doelen van Engie is om uiteindelijk bij te dragen aan de duurzame stad van de toekomst, waarin nieuwe oplossingen gevonden worden. “Cruciaal daarbij is de mens en nieuwe samenwerkingsmodellen. Ik denk dat de kracht van onze projecten schuilt in de samenwerking, niet louter in de technieken.”Foto: Engie Services