Teun Schröder
23 juli 2020, 15:44

Milieuvriendelijke verpakkingen: recycling, circulariteit en internationale samenwerking

Het Kennisinstituut Duurzaam Verpakken (KIDV) brengt vandaag een rapport uit waarin staat hoe de internationale verpakkingswereld kan verduurzamen. Het rapport biedt een strategische kijk op de benodigde samenwerking en innovaties op het gebied van duurzaam verpakken. Maar kan een verpakking wel echt duurzaam zijn? ‘Honderd procent circulariteit is een utopie.’

Adobestock afval recycling

De publicatie The State of Sustainable Packaging legt uit hoe recycling, circulariteit en internationale samenwerkingen kunnen bijdragen aan een duurzamere wereld. Het KIDV pleit voor grootschalige verandering waarbij de hele keten aan het werk moet. “Het probleem is veel groter dan alleen materiaalverbruik en productie”, vertelt Lilian Scholten, communicatiemanager bij KIDV aan de telefoon. “Het hele systeem moet veranderen, van transport en logistiek tot aan consumptie. Bovendien stellen we de vraag: kunnen we verpakkingsmateriaal in sommige gevallen helemaal vermijden?”

Innovatiesporen

Om de problemen aan te pakken stelde het KIDV een strategie met drie innovatiesporen op. “Spoor 1 kijkt naar kortetermijnwinst door de efficiëntie van product-verpakkingssystemen te verhogen en recycling te verbeteren”, zegt Chris Bruijnes, directeur van het KIDV, in een persverklaring. “Denk aan verbetering van inzamelsystemen van afval bij bronscheiding, toepassen van nascheiding en het verbeteren van de recyclebaarheid van verpakkingen.” Spoor 2 richt zich vervolgens op de middellange termijn en focust op circulariteit en efficiëntie in productie-consumptiesystemen.

Iinnovatiespoor 3 is volgens Bruijnes het meest uitdagende en gaat over de weg naar intrinsieke duurzaamheid in de toekomst: verpakken zonder schade aan mens en milieu. “Bij kunststoffen gaat dat om een combinatie van vier eigenschappen: recyclebaarheid, volledige inzetbaarheid van het recyclaat, snelle afbreekbaarheid in het milieu of mogelijkheid tot omzetting naar een zuivere grondstof”, aldus Bruijnes.

100 procent circulair utopie

Volgens Bruijnes zetten bedrijven in Europa al goede stappen op het gebied van recycling en circulariteit, maar dit zal het verpakkingsprobleem nooit in zijn geheel oplossen. Bruijnes: “Er is nog veel te winnen, maar een honderd procent gesloten systeem is een utopie.” Scholten beaamt dit. “Met afval heb je altijd te maken met een deel dat uit de keten valt. Denk aan zwerfafval op straat en verontreinigd, beschadigd of vochtig afval.” Het KIDV wijst ook naar een recent onderzoek van Wageningen Universiteit & Research. Hieruit blijkt dat het maximale recyclingspercentage van plastic verpakkingen op ongeveer 70 procent zit, mits er optimaal gehandeld wordt.

Verpakking is bijzaak

In het rapport worden maatschappelijke en economische knelpunten benoemd die duurzaam verpakken op dit moment in de weg staan. “Verpakkingen waren lange tijd bijzaak, of een sluitstuk van een product voordat het op de markt kwam”, vertelt Bruijnes. Ook is het verschil in prijs en kwaliteit tussen gerecycled verpakkingsmateriaal en virgin kunststof nog te groot. “Daarbij zien we nog vaak dat bedrijven plastic verpakkingen vervangen voor alternatieven die duurzamer lijken, maar niet zijn, zoals karton met een plastic laagje.”

Na de zomer aan de slag

The State of Sustainable Packaging is opgesteld in samenwerking met verschillende partijen uit de verpakkingsindustrie. “Deze partijen hebben input geleverd en zien ook allemaal de noodzaak van systeemverandering”, vertelt Scholten. "Na de zomer gaan we events organiseren waarin we in gesprek gaan met alle betrokken partijen, van importeurs en afvalverwerkers tot sorteerders. Zo gaan we met zijn allen aan de slag met de drie innovatiesporen.”

Bron: KIDV | beeld: Adobe Stock

Nederlandse batterij met 70 procent meer energie trekt aandacht van auto-industrie

LeydenJar timmert al vier jaar aan de weg met een revolutionaire batterijtechniek. Deze batterij gebruikt een anode (één van de twee actieve lagen in een batterij) van puur silicium. Daarmee past er meer energie per kilo batterij in. "Dat opent allerlei nieuwe toepassingen; denk aan draadloze koptelefoons die veel langer meegaan, of zelfs vliegende auto's", vertelt Ewout Lubberman, business developer bij LeydenJar.Elektrische auto’s zijn de belangrijkste toepassing. "We praten met meerdere grote partijen in de autowereld. Een batterij met hogere energiedichtheid vergroot de range van een elektrische auto, dat wil iedereen wel hebben."Techniek voor zonnecellenHet begon allemaal met een project bij onderzoeksinstituut TNO; een techniek om silicium als plasma te deponeren voor zonnecellen bleek niet te werken. Het idee werkte wel uitstekend om anodes te maken voor lithium-ionbatterijen. "Dat een anode van puur silicium in plaats van grafiet goed zou werken, wist men al heel lang. Toch lukte het nooit, omdat silicium uitzet als de batterij oplaadt; daardoor barst de anode letterlijk uit zijn voegen", legt Lubberman uit. Bij TNO vonden de onderzoekers een oplossing: als je het silicium in een soort sponsstructuur aanbrengt, zit er genoeg ruimte rond de siliciumdeeltjes om veilig uit te zetten bij het opladen.Lees ook: Auto opladen duurt nog maar vijf minuten met nieuwe batterijDie ontdekking leidde tot de oprichting van LeydenJar. Dat was in 2016, en inmiddels zijn de meeste technische hobbels genomen. Nu staat er een proefmachine, die batterijen maakt die 70 procent meer energie kunnen herbergen dan gangbare lithium-ionbatterijen: 1350 wattuur per liter anodevloeistof. “Dat vertaalt zich niet één op één naar een batterij die 70 procent langer meegaat, maar het is wel een gigantische stap”, vertelt Lubberman. “De afgelopen decennia ging de energiedichtheid van batterijen jaarlijks een klein beetje omhoog, met 3 tot 5 procent. Dan snap je hoe groot het verschil is met onze batterijen.”Even duur als gewone batterijNu is het tijd om op te schalen. "We weten dat de techniek werkt, we willen nu laten zien dat het ook op grote schaal werkt: we gaan van R&D-bedrijf naar scale-up." LeydenJar schat in dat het qua kosten per kilowattuur even duur of zelfs goedkoper zal zijn als de bestaande technieken. In die berekening neemt het bedrijf ook mee dat de productie minder CO2 uitstoot.De batterij van LeydenJar bevat namelijk niet alleen meer energie, de productie is ook minder vervuilend. Het proces heeft namelijk maar één stap, terwijl het maken van grafieten anodes vier energievretende stappen kent. "Je hoeft alleen het silicium op een koperen rol te deponeren. Dat proces kost wel energie, maar omdat het maar één stap is, ligt de uitstoot 62 procent lager dan bij gewone lithium-ionbatterijen." Daarmee weerlegt de LeydenJar-batterij ook een belangrijk kritiekpunt dat tegenstanders van (bijvoorbeeld) elektrisch rijden hebben; als auto's straks met dit soort batterijen rijden, zijn ze heel snel energiezuiniger dan benzinewagens.Gigafactory in 2023LeydenJar is nu in gesprek met verschillende investeerders en bedrijven uit sectoren waar batterijen nodig zijn. Om op te schalen moet LeydenJar 'vele miljoenen' ophalen. Tot nu toe kreeg het uit investeringen en subsidies 7 miljoen euro, maar er is meer nodig om de volgende stap te maken, denkt Lubberman. LeydenJar wil niet de batterijen gaan verkopen, maar de machines om de batterijen te kunnen maken. "Ons doel is om in 2023 een van onze machines in een gigafactory (een grote fabriek voor massaproductie van batterijen, red.) te hebben staan."Lees ook: Deze superauto rijdt 1500 kilometer op één laadbeurtBron: LeydenJar