Chris Thijssen 31 maart 2016, 10:15

Moederbedrijf Premier Inn legt zonnepanelen op 88 hoteldaken

De Britse hotelonderneming Whitbread heeft 88 vestigingen van zijn Premier Inn-vestigingen in het Verenigd Koninkrijk voorzien van zonnepanelen. Hiermee bespaart de hotelketen zo’n £ 280.000 (ruim € 356.000 ) per jaar.

24477804310 b871261a74 k

Dat schrijft Green Hotelier. Whitbread, moederbedrijf van onder meer hotel- en restaurantketens, verwacht dat de zonnepanelen op de hoteldaken meer dan 1,3 gigawattuur per jaar gaan genereren. Elke installatie moet bovendien kunnen voldoen aan ongeveer 10 procent van de energievraag van de vestiging waarop de panelen liggen.

Zo verwacht Whitbread jaarlijks meer dan 6.100 ton CO2 te besparen en per installatie een gemiddelde van ongeveer £ 3.100 (bijna € 4.000) te besparen op energiekosten.

“Whitbreads investering in zonnepanelen is onderdeel van onze bredere strategie om de CO2-uitstoot in 2020 met 15 procent terug te dringen”, zegt James Pitcher, corporate social responsibility director bij Whitbread. “We gaan door met de ontwikkeling van onze energiemanagementstrategie in lijn met de groei van ons bedrijf.”

Grijswatersysteem

Door 88 daken vol te leggen met zonnepanelen, kan 12 procent van de Premier Inn-hotels in het Verenigd Koninkrijk gebruik maken van zelfopgewekte zonnestroom. Whitbread zegt plannen te hebben om zijn investeringen op het gebied van hernieuwbare technologieën voort te zetten.

Dat doet het bedrijf ook in andere landen. Zo is de vestiging van Premier Inn in Abu Dhabi sinds kort een grijswatersysteem rijker, waarmee het hotel maandelijks 24 procent water bespaart. Als onderdeel van zijn 2020-doelen wil Whitbread al zijn nieuw te bouwen Premier Inn-hotels voorzien van een dergelijk systeem. 

Bron: Green Hotelier, | Foto: Chris Sampson, via Flickr Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)

Hoe een paddenstoelenjurk de kledingafvalberg verkleint

Aniela Hoitink heeft een jurk gemaakt van mycelium, de wortels van een paddenstoel. Hierdoor ontstaat MycoTex, volgens de kunstenares een flexibele materiaalsoort die eenvoudig te repareren of aan te passen is. Zodra de jurk niet meer in gebruik is, kan die bovendien worden gecomposteerd.In plaats van het spinnen van garens en het weven van doeken, laat Hoitink het textiel groeien. Ze plakt het myceliumtextiel rechtstreeks op een mal, waar het zich vormt.Voor dit proces heeft de kunstenares zich naar eigen zeggen laten inspireren door ‘soft bodies species’. Deze organismen groeien door zichzelf veelvuldig te kopiëren, waarbij ze een soort modulair patroon volgen. Door het textiel uit modules op te bouwen, kan de kunstenares reparatie en vervanging van het kledingstuk eenvoudig uitvoeren zonder het uiterlijk van het textiel te beïnvloeden.Minder afvalEen kledingstuk kan volgens Hoitink daarnaast driedimensionaal worden gebouwd en gevormd en later weer passend aan de wensen van een drager worden gemaakt. Ook kunnen er elementen, zoals mouwen, worden toegevoegd.“Dit maakt het mogelijk om precies te groeien wat je nodig hebt, zodat restanten en afval geëlimineerd worden”, meldt de kunstenares. “Omdat 40 procent van al het geproduceerde textiel niet wordt verkocht, maar op de afvalberg belandt, zorgt MycoTex ook voor een reductie van deze afvalberg.”De MycoTex-jurk is tot en met 16 mei te bezichtigen in de Oude Hortus te Utrecht als onderdeel van de expositie Fungal Futures.Bron: Aniela Hoitink | Foto's: Aniela Hoitink (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)