Chris Thijssen 07 februari 2017, 15:16

Moederbedrijf van Ekoplaza test met CO2-beprijzing

Het Veghelse bedrijf Udea, groothandel van biologische levensmiddelen en moederbedrijf van supermarktformule Ekoplaza, doet mee aan een pilot voor CO2-beprijzing.

Shutterstock 540888421

Dat meldt het Klimaatplein.

Naast Udea, nemen ook het elektronicabedrijf Strijbosch uit Nistelrode en textielproducent Artex uit Aarle Rixel deel aan de pilot. De testcase wordt uitgevoerd door het Klimaatplein, met ondersteuning van de provincie Noord-Brabant.

CO2-beprijzing

Tijdens de testcase berekent het Klimaatplein eerst de CO2-voetafdruk van de deelnemers. Die wordt vervolgens vermenigvuldigd met twee prijzen: € 30 per ton CO2 en € 100 per ton CO2. Volgens de organisatie worden deze prijzen door diverse onderzoekinstellingen genoemd om de opwarming van de aarde onder de 1,5 tot 2 graden Celsius te houden.

De testcase moet de deelnemende bedrijven inzicht geven in wat de totale CO2-afdracht is wanneer CO2-beprijzing nu al realiteit zou zijn. Vervolgens berekent het Klimaatplein wat voor effect de CO2-beprijzing heeft op het maken van investeringsbeslissingen op gebieden als het vervangen van verlichting door energiezuinige LED-verlichting, het isoleren van het dak, het plaatsen van zonnepanelen en de overstap naar elektrisch rijden.

De vorderingen in de pilot zijn via de website van het Klimaatplein te volgen.

Energie-efficiëntie en duurzame energie

Volgens de organisatie is er al onderzoek gedaan naar het beprijzen van CO2, maar nog niet naar hoe mkb-bedrijven op zo’n prijs reageren. Wereldwijd zouden al zo’n duizend bedrijven met een interne rekenprijs op veroorzaakte CO2-uitstoot werken.

“Door een interne prijs op te zetten op het veroorzaken van dit broeikasgas krijgen berichten inzicht in de maatschappelijke en economische kosten ervan. Door daarop te anticiperen, bijvoorbeeld door energie-efficiënter te ondernemen en zelf duurzame energie op te wekken, verkleinen zij de risico’s van toekomstige CO2-beprijzing”, meldt de organisatie in het persbericht.

“Daarmee leveren zij een bijdrage aan het voorkomen van verdere klimaatverandering. Bovendien stimuleert het beprijzen van CO2-uitstoot innovatie en versterkt het de economische concurrentiepositie.”

Bekijk in deze infographic wat de gevolgen zijn van een CO2-prijs voor duurzaamheid.

Download de infographic

Bron: Klimaatplein | Foto: Shutterstock.com

Hoe de zuivelsector de kringlopen sluit

In een circulaire zuivelsector worden grondstoffen en hulpbronnen, zoals bodem, water en mineralen, optimaal gebruikt en beheerd. De hulpbronnen zijn nodig voor de productie van nieuwe grondstoffen. Daarnaast is optimaal gebruik van het voedsel en reststromen van belang.De Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO) hanteert een schematische weergave van de circulaire zuivelsector, die bestaat uit een aantal belangrijke punten. DuurzaamBedrijfsleven zet het schema met behulp van een aantal cases uiteen. Verwaarding van reststromenHet krachtvoer dat aan koeien wordt gevoerd, bestaat volgens de NZO voor 20 procent uit bijproducten van de voedingsmiddelenindustrie. Zo leveren bierbrouwers, waaronder Heineken, bostel aan de sector. Bostel, een natuurlijk restproduct van het bierbrouwproces, kan worden gebruikt in veevoer.De zuivelindustrie verwerkt daarnaast zoveel mogelijk (bij)producten, zoals wei, voor humane consumptie. Zo gebruiken zuivelproducenten de hoogwaardige eiwitten uit wei als ingrediënt voor sport- en kindervoeding. Wanneer dat niet mogelijk is, worden deze producten verwerkt tot diervoeding. In laatste instantie worden ze gebruikt voor energieproductie."Verschillende boeren die hun mest vergisten, zetten zich ook in om de mest verder te kraken" Duurzame energieEen ander onderdeel van een circulaire zuivelketen is het gebruik van duurzame energie. Die energie kan onder meer afkomstig zijn uit zon, wind en mest. Uit onderzoek van de NZO bleek in november dat de Nederlandse zuivelindustrie 76 procent van de stroom groen inkoopt. In 2020 moet deze hoeveelheid op 100 procent liggen. Behalve het inkopen van duurzame energie, wekken verschillende melkveehouders hun eigen energie op.Onder meer de Coöperatie Jumpstart van FrieslandCampina en Groen Gas Nederland ondersteunt boeren daarbij. De coöperatie faciliteert melkveehouders bij monomestvergisting, voor de productie van duurzame warmte en biogas. Naast het opwekken van duurzame energie, draagt mestvergisting bij aan de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen, waaronder methaan. In 2020 moet minimaal 10 procent van het gas dat wordt gebruik in de zuivelsector duurzaam zijn.Verschillende boeren die hun mest vergisten, zetten zich ook in om de mest verder te kraken. Zo gaat het digestaat na vergisting naar de mestscheider, waarna de dunne fractie wordt verwerkt in een mestkraker. Die haalt vervolgens stikstof en fosfaat uit deze dunne fractie. Op termijn, wanneer regelgeving dit toelaat, kunnen deze mineralen worden gebruikt als kunstmestvervanger.Pyrolyse-olie en biogasBehalve het faciliteren van melkveehouders, verduurzaamt FrieslandCampina ook zijn eigen processen. Zo gebruikt de productielocatie pyrolyse-olie en binnenkort ook biogas voor het opwekken van duurzame stoom.Verder is energie-efficiëntie een belangrijk onderwerp als het gaat om energie in de zuivelsector. De kaasproducent DOC Kaas speelt hier met onder meer een Green Deal met de provincie Drenthe op in. Onderdeel daarvan is de energetische doormeting van de bedrijven van de leden-melkveehouders, waarna die efficiëntiemaatregelen kunnen nemen. Zo verbeterden de melkveebedrijven Weitkamp en Koekoek uit Drenthe tienduizenden kilo’s aan CO2, onder meer door hergebruik van warmte en de vervanging van installaties als een vacuümpomp, waterpomp en koelmachine. WatergebruikMelkveehouders en -verwerkers hergebruiken water en zetten waterbesparende technieken in. Zo werkt de zuivelsector aan het efficiënter omgaan met energie.Een voorbeeld van een melkveehouderij die duurzaam omspringt met water is de boerderij van Wilfried van Dijk in Aarle-Rixtel. De boerderij ligt op 300 meter afstand van de bierbrouwerij van Bavaria in Lieshout. Voortaan krijgt de boer via buizen onder zijn weiland het gezuiverde restwater van Bavaria geleverd. Zo leidt de brouwerij jaarlijks 50 miljoen liter water om naar de boerderij van Van Dijk. Die gebruikt het water om zijn grond, die in Aarle-Rixtel erg droog is, vochtig te houden. Door een aftakking in de pijpleiding kunnen ook andere boeren die zich tussen de brouwerij en de boerderij bevinden, gebruikmaken van het restwater.In restwater bevinden zich in sommige gevallen ook waardevolle grondstoffen. Om die reden gaat FrieslandCampina zijn afvalwater van de productielocatie in Borculo binnenkort leveren aan het Waterschap Rijn en Ijssel. Het waterschap haalt met behulp van een Nereda-installatie de duurzame grondstof neo-alginaat uit het water. Door zijn watervasthoudende en -afstotende eigenschappen, biedt neo-alginaat diverse mogelijkheden voor toepassing in bijvoorbeeld de land- en tuinbouw, de papierindustrie en de bouwsector. Zo is de duurzame grondstof onder meer toepasbaar als verdikkings-/lijmmiddel, coating en stabilisator. Voedselverspilling en verpakkingenTot de kringloop behoort ook de eindgebruiker van zuivel, de consument. Ook daar valt voor de sector nog winst te behalen, onder meer op het gebied van voedselverspilling en verpakkingsafval. De zuivelsector sloeg vorig jaar de handen al ineen voor de ontwikkeling van een campagne die voedselverspilling door consumenten moet terugdringen. Onderdeel daarvan is een vouwinstructie voor zuivelpakken. Door een vrijwel leeg pak op de juiste wijze op te vouwen, kan de consument er ook de laatste restjes vla of yoghurt uithalen.De zuivelsector investeert actief  in vernieuwingen op het gebied van verpakkingen. Een van de oplossingen zijn biobased verpakkingen, gemaakt van organische reststoffen.Zo verving Vecozuivel in Zeewolde in 2015 al zijn verpakkingen door duurzame biobased varianten, gemaakt van suikerriet en loofbomen.Ook FrieslandCampina nam eerder een biobased verpakking in gebruik. Dit drankenkarton is gemaakt van gerecycled karton en biobased plastic uit organische reststoffen. Het melkpak werd ontwikkeld in samenwerking met verpakkingsproducent Elopak. Het karton bestond al uit gerecyclede papiervezels. De beschermende coating en de dop zijn van biobased polyethyleen uit gecertificeerde organische reststoffen. De CO2-voetafdruk van het pak is 20 procent lager dan voorgaande verpakkingen. Header-foto: Shutterstock.com, In tekst-foto: Shutterstock.com