Hannah van der Korput
01 december 2023, 14:00

Niek Veendrick (Stoov): ‘Met een lelijk product maak je geen impact’

Het Nederlandse merk Stoov maakt warmtekussens met infraroodtechnologie. Met succes: het bedrijf is de afgelopen jaren flink gegroeid. Al gaat het niet alleen om kussens verkopen, zegt CEO Niek Veendrick. “We willen duurzame impact maken.”

Omgekleurd stoov14044 BEW RGB HR DEF In de kussens worden gerecyclede materialen verwerkt. Een daarvan is rPET, dat bestaat uit gerecycled PET-materiaal uit frisdrankflessen. | Credits: Stoov

De warmtekussens van Stoov zijn oorspronkelijk bedoeld voor de horeca, vertelt Veendrick. “Als alternatief op de heaters die op veel terrassen stonden te loeien. Die gebruiken veel gas en zijn inefficiënt: ze verwarmen vooral lucht. Dat kan anders, dachten we. We introduceerden warmtekussens die mensen direct verwarmen. Dat is eigenlijk logischer en het bespaart veel energie. De kussens hoeven alleen aan wanneer de stoel ook daadwerkelijk bezet is.”

Consumentenmarkt

De horeca bleek een mooie manier om mensen kennis te laten maken met het product. “We kregen telefoontjes en mails van mensen die ook graag zo’n warmtekussen wilden kopen. Dat is natuurlijk een compliment. In 2018 zijn we gestart met de verkoop aan consumenten. Als bedrijf willen we duurzame impact maken. Hoe meer mensen we bereiken, hoe beter”, aldus Veendrick.

Inmiddels is het verreweg de grootste afzetmarkt. “Zo’n 90 tot 95 procent van de bestellingen gaat naar consumenten. We leveren ook nog steeds aan de horeca.”

Opwarmen

Waar restaurants en cafés de kussens buiten inzetten, gebruiken consumenten ze vooral binnenshuis. “Warmte is persoonlijk en voor iedereen anders. Waar de een 19 graden prima vindt, heeft de ander de thermostaat liever een graad hoger. De missie van Stoov is: warm people, not the planet. En dat is precies wat onze kussens doen. Wanneer je de verwarming hoger zet, duurt het even voordat een ruimte echt warmer wordt. Ons product geeft direct en gericht warmte af.”

Aan de andere kant: een dikke trui aantrekken helpt ook om het warm te krijgen. Veendrick is het daarmee eens. “Het één sluit het ander zeker niet uit. Maar een Stoov doet meer dan een trui. De infraroodstraling verwarmt het lichaam van binnenuit. Daardoor is het qua warmtecomfort echt anders.”

Energiebesparing

Volgens Veendrick zorgen de warmtekussens voor de nodige energiebesparing. | Credit: Stoov “Dat is ook wat we terugkrijgen van onze klanten. Een van de hoofdredenen om een Stoov aan te schaffen is om het comfortabel te hebben zonder de thermostaat hoger te moeten zetten. Dat maakt het duurzaam. Het scheelt ook geld. Helemaal tijdens de energiecrisis vorig jaar, maar nu nog. Het kost zo’n zes tot tien euro aan stroom om een Stoov gedurende het jaar op te laden. Dat is niet veel.”

Een online tool op de website van Stoov berekent wat men kan besparen aan CO2-uitstoot en energiekosten. “Hiervoor gebruiken we gemiddelde cijfers van expertisecentra zoals het CBS en Milieu Centraal. Het zijn kerngetallen waarmee we snel inzichtelijk willen maken hoeveel er kan worden bespaard. Puur om mensen een indicatie te geven. Natuurlijk is iedere individuele situatie in de praktijk net weer even anders, maar de cijfers geven een goed beeld van de energiebesparing en de bronnen zijn onafhankelijk en betrouwbaar.”

Volgens Veendrick zorgen de warmtekussens voor de nodige energiebesparing. | Credit: Stoov

Gerecyclede materialen

In de kussens worden gerecyclede materialen verwerkt. Een daarvan is rPET, dat bestaat uit gerecycled PET-materiaal uit frisdrankflessen. “Onder andere voor de binnenkant en de vullingen, maar ook het merendeel van de hoezen.”

De productie vindt plaats in China. “Uiteindelijk maken we een product waarin elektronica is verwerkt. Dan kom je al snel in Azië terecht. We kijken kritisch naar de productie en willen dit in de toekomst nog beter gaan doen. We zijn bezig om onze eigen footprint in kaart brengen, net als die van onze leveranciers. Dat neemt niet weg dat we al concrete maatregelen nemen, bijvoorbeeld als het gaat om transport. We laten bijna niks invliegen en doen vrijwel alles per boot.”

Modulaire kussens

De kussens zijn modulair, wat betekent dat ze gemakkelijk uit elkaar gehaald kunnen worden. “Er is niks verlijmd. Als er iets kapot gaat, zeg het warmte-element, dan kunnen we dat onderdeel gemakkelijk vervangen. Zo verlengen we de levensduur van het product en verspillen we zo min mogelijk grondstoffen.”

Dat laatste geldt ook voor de verpakking, vervolgt hij. “We werken niet met een binnen- en een buitendoos. We hebben één verpakking en dat is ook meteen de verzenddoos. Bij elkaar opgeteld bespaart dat behoorlijk wat materiaal.”

‘Duurzaamheid moet sexy zijn’

Een warmtekussen is een functioneel product. Toch verkoopt het zichzelf niet, zegt Veendrick: “Met alleen functioneel kom je er niet. We steken superveel aandacht en tijd in het ontwerp en het design van de kussens. Het moet leuk staan op de bank en een aanwinst zijn in het interieur. We blijven doorontwerpen met nieuwe kleuren en stoffen. Naar mijn mening is dat belangrijk. Duurzaamheid moet ook sexy zijn. Met een lelijk product maak je geen impact. Dat verkoopt niet. Daarnaast moet een product praktisch zijn. Elke Stoov is draadloos, dus geen gedoe met snoeren. Je kunt het overal mee naartoe nemen. En natuurlijk niet onbelangrijk: de prijs moet kloppen.”

Verantwoordelijkheid

Naarmate het bedrijf groeit, groeit ook de verantwoordelijkheid. “Inmiddels zijn we marktleider in meerdere grote Europese landen, waaronder Duitsland, Engeland en Nederland. Daar hoort een zekere verantwoordelijkheid bij. Die willen we ook nemen. In de toekomst willen we nog duurzamer produceren. In 2030 willen we als bedrijf klimaatneutraal zijn.

Terug naar nu: op dit moment zijn we hard op weg om B Corp te worden. Dat traject dwingt tot nadenken. Waar staan we met Stoov en waar willen we naartoe? Het proces laat ook zien wat beter kan. Die informatie is waardevol en nemen we mee. We willen het elk jaar beter doen. Dat kan op gevoel, maar we doen het liever op basis van feiten. Dan helpt zo’n meetlat.”

Lees ook:

Opmerkelijk: sigarettenpeuken kunnen grondstof zijn voor biodiesel

De sigarettenpeuk is het meest gevonden kleine zwerfafval in Nederland. Zolang er geen ‘peukenvoorziening’ voorhanden is, gooit 80 tot 90 procent van de rokers zijn sigaret op straat. En hoewel peuken wat gewicht betreft een klein aandeel hebben in de afvalhoop, zijn de toxische stoffen en plastic deeltjes schadelijk voor het milieu. Grondstof uit peuken Toch wordt er op een aantal plekken al efficiënt peuken ingezameld. En met die afvalhoop weten de wetenschappers van de Kaunus University of Technology uit Litouwen wel raad. De onderzoekers wisten de stof triacetine uit peuken te winnen, een additief dat de verbranding van biodiesel verbetert. Biobrandstoffen Biodiesel is een alternatief voor fossiele diesel, gemaakt van biologische bronnen, zoals oud frituurvet, palmolie of maïs. Het kan een duurzame, CO2-arme concurrent zijn van traditionele diesel. Op het moment wordt er nog op kleine schaal biodiesel gemaakt en zijn de kosten relatief hoog. Voor een efficiëntere en schonere verbranding kan biodiesel verrijkt worden met een stof als triacetine. Het probleem is dat er voor de productie van triacetine veel chemicaliën nodig zijn, en er een hoop afval overblijft. Chemische recycling De wetenschappers uit Litouwen hebben nu samen met het Litouwse energie-instituut een manier gevonden om de stof triacetine te winnen uit sigarettenpeuken. Door een lading oude peuken met pyrolyse – een vorm van chemische recycling – te verhitten tot 750 graden Celsius bleven drie bruikbare grondstoffen over: houtskool, gas en triacetine-rijke olie. Houtskool, gas en olie “Al deze grondstoffen hebben toepassingen”, zegt hoofdauteur van het onderzoek Samy Yousef. “Houtskool, in ons geval poreus en rijk aan calcium, kan worden gebruikt voor meststoffen, of voor de behandeling van afvalwater, en voor energieopslag. Gas kan worden gebruikt voor energie. En ten slotte kan de triacetine-rijke olie worden gebruikt als betaalbaar additief voor biodiesel.” 4.500.000.000.000 peuken Het is niet bekend hoeveel sigarettenpeuken verbrand moeten worden voor een substantiële hoeveelheid triacetine. Ook is er nog steeds veel energie nodig om het restafval tot hoge temperaturen te verbranden. Feit is wel dat er wereldwijd genoeg peuken beschikbaar zijn. De Australische organisatie CleanUp becijferde dat er wereldwijd zo’n 4,5 biljoen (een 1 met 12 nullen) peuken in de natuur liggen. Lees ook: Opmerkelijk: wateroverlast oplossen met regenwormenOpmerkelijk: robots die de Singaporese rivieren grondig reinigenOpmerkelijk: plantaardige micro-robots brengen medicijn naar de juiste plek in je lichaam