Chris Thijssen 21 oktober 2015, 19:24

Nieuw Europees project moet kledingafvalberg verkleinen

De Britse milieuorganisatie Wrap start een project om de ecologische afdruk van de kledingindustrie in de Europese Unie terug te dringen. Doel is om 90.000 ton kleding per jaar van de afvalberg te houden.

Airpollution2

Het European Clothing Action Plan (Ecap) heeft als doel samen met kledingmerken, retailers, fabrikanten, recyclingbedrijven, goede doelen en consumenten de ecologische impact van kleding te verlagen. Daarnaast willen de initiatiefnemers de economische voordelen van een duurzamere aanpak promoten.

Projectleider Wrap werkt in het driejarige pilotproject samen met verschillende partijen. Zo zijn Rijkwaterstaat uit Nederland en de Europese non-profitorganisatie Made-By aangesloten. Andere betrokken zijn het Danish Fashion Institute en de London Waste and Recycling Board.

De organisaties maken € 3,6 mln vrij voor het pilotproject, waarmee ze jaarlijks meer dan 90.000 ton kleding van de afvalberg willen houden.

Duurzamere productieketen

Om dit te bereiken, zetten ze alle schakels uit de productieketen van kleding aan tot een duurzamere manier van werken. Ze sporen de partijen aan om bij het ontwerpen van kleding te focussen op een lange levensduur en een closed-loop-productie.

Ook moeten bedrijven er voor zorgen dat minder kleding bij het vuil terechtkomt. Verder zouden de partijen consumenten moeten aanmoedigen minder kleding te kopen en aangeschafte kleding langer te gebruiken. Tot slot is er aandacht voor het verbeteren van innovaties in grondstofefficiëntie.

Ecap is in september gestart en loopt tot maart 2019. De pilot loopt in Nederland, Denemarken, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Italië. Er zijn volgens de betrokken organisaties al plannen voor uitbreiding in andere Europese landen en in Azië.

Bron: Wrap | Foto: Alan Stanton, via Flickr Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)

Utrecht, Syngenta en DSM op zoek naar duurzame katalyse

Katalysatoren versnellen chemische reacties, zodat medicijnen, kunstmest, brandstoffen en andere chemicaliën al bij lagere druk en temperatuur ontstaan uit basisgrondstoffen. Dat bespaart chemieconcerns energie en helpt de vorming van ongewenste bijproducten, uit parallelle chemische reacties, te voorkomen.  Tjidens de productie van chemicaliën worden katalysatoren worden niet opgebruikt, maar de hulpstoffen ‘slijten’ wel. Daarom maakt de industrie nu vooral gebruik van dure edelmetalen als platina en palladium. Die gaan het langst mee.Binnen het project Non-Noble Metal Catalysis werken industriële multinationals samen met Europese kennisinstellingen aan chemische hulpstoffen die de productie van brandstoffen en medicijnen verduurzamen, maar niet gebaseerd zijn op edelmetalen. Het onderzoek richt zich daarbij vooral op ijzer, nikkel en cobalt.Synergie en chemieDe industriële partners van het onderzoeksproject zijn de Nederlandse chemieconcerns DSM en AbbVie, de Brits-Zweedse farmaceut AstraZenica, het Spaanse Concentrol en de Zwitserse bedrijven Syngenta en H2 Industries."Bijzonder sterk aan dit netwerk is de synergie", zegt Bert Klein Gebbink, hoogleraar Organische Chemie en Katalyse aan de Universiteit Utrecht. "Zowel de academische als de industriële partners zijn actief op verschillende gebieden in de katalyse, waardoor expertises elkaar aanvullen en kruisbestuiving kan ontstaan."Vanuit de wetenschap zijn, naast de Universiteit Utrecht, onder meer ook het Duitse Max Planck Instituut, de Universiteit van Bern en de KU Leuven betrokken. De Europese Unie ondersteunt het programma met € 3,5 mln en schept daarmee ruimte om bij elk van de betrokken bedrijven een PhD aan te stellen.Bron: Universiteit Utrecht, NonoMecat | Foto: allispossible.org.uk (header) & U.S. Army RDECOM (side), via Flickr Creative Commons (cropped by Duurzaambedrijfsleven)