Anna Roos van Wijngaarden 22 december 2022, 09:00

Eerste zwarte T-shirt van algenverf is klaar voor de kledingmarkt

‘Zwart is altijd goed’ is een regel in de mode, maar hij gaat niet op voor de natuur. Het zwart kleuren van kleding met synthetische verf is erg vervuilend. Daarom zijn biomateriaalbedrijf Living Ink en kledingmerk Vollebak vijf jaar lang het lab ingedoken om duurzame zwarte verf te ontwikkelen uit algenafval.

Algae black vollebak tshirt dezeen 2364 hero Living Ink en Vollebak hebben een shirt ontwikkeld van duurzame zwarte verf. | Credits: Vollebak

Het duurzame zwarte shirt is al op de markt en kost 85 euro. De samenstelling van het shirt bestaat uit biologisch katoen, zeewier en verpulverde eucalyptus. De verf is gemaakt van spirulina-algen.

Volgens Vollebak is dit een wereldprimeur. Dat gaat dan vooral over de toepassing op een shirt, want de technologie om met algen duurzame pigmenten voor ‘carbon zwart’ te ontwikkelen is niet nieuw.

Vervuilende verf

Zo’n 90 procent van de geproduceerde kleding wordt tegenwoordig synthetisch geverfd. Synthetische kleurstoffen zijn gemaakt van chemische verbindingen zoals kwik, lood, chroom, koper en natriumchloride. Veel van die stofjes zijn giftig. Ze houden kleding sterk en mooi, maar verontreinigen ook het water rondom de fabriek en de lucht in en om de fabriek.

Synthetische verf is bovendien niet biologisch afbreekbaar. Het algenshirt is dat wel, omdat het helemaal van biomaterialen is gemaakt. Volgens Nick Tidball, mede-oprichter van Living Ink, zou het shirt in twaalf weken moeten verdwijnen als je het in de aarde begraaft.

Het verven van kleding

Het verven van kleding kost veel water en energie – ook als er organische, duurzamere stofjes worden gebruikt. Vooral het verven van katoen is erg water-intensief met 125 liter watergebruik per kilo vezels. Het productiestadium waarin kleding wordt geverfd, ook wel ‘tier 2’, is verantwoordelijk voor 52 procent van de emissies van de productie van een kledingstuk.

Algenalternatief

Waarom is het algenalternatief van Vollebak en Living Ink precies beter? Het begint bij het vervangen van synthetische substanties met natuurlijk materiaal. Voor dit project heeft Living Ink spirulina-algenafval verzameld uit de voedingsindustrie – afkomstig van natuurlijke kleurstoffen. Normaal gesproken produceert Living Ink, tevens aanbieder van algeninkt, haar ‘algencellen’ zelf met zonlicht en CO2 als voedsel om ze te laten groeien.

De algen worden vervolgens verhit om de zwarte kleur te krijgen en vermalen tot een kleurstof met pigmenten van 1 micron groot. De verfstof moet zo microscopisch klein zijn om door de stofvezels te worden geabsorbeerd. Voor de inktprints die Living Ink voorheen al op stof liet drukken, was deze gepatenteerde techniek niet nodig. Het grove pigment kon dan gewoon op het stofoppervlak blijven rusten.

De techniek is redelijk snel ontwikkeld tot een commercieel product – een unieke situatie in de innovatieve hoek van duurzame mode. Dat was mogelijk dankzij de financiële middelen die Living Ink in korte tijd bij elkaar spaarde. “Zonder de [2 miljoen dollar] investering van de National Science Foundation waren we waarschijnlijk niet waar we nu zijn”, zegt Scott Fulbright, mede-oprichter van Living Ink in een video.

Living Ink produceert zijn eigen algencellen om duurzame inkt te maken. | Credit: Living Ink

Pikzwart is problematisch

Het is bij het verven van textiel een uitdaging om het pigment door de vezels te laten vasthouden. Die eigenschap heet ook wel kleurvastheid. Het shirt van Vollebak van katoen worden gemaakt, een dorstig en energie-intensief materiaal, omdat na veel experimenten bleek dat de kleur zo het best overkwam en ook bleef zitten na het wassen.

Het shirt heeft op dit moment nog niet de gewenste pikzwarte kleur, eerder donkergrijs. De partnerbedrijven werken daar wel naar toe. “Uiteindelijk moet het mogelijk zijn om de kleur die carbon zwart kan produceren te evenaren”, zei Tidball tegen nieuwsplatform Dezeen.

Toekomstperspectief

Op dit moment loopt ook een pilotproject om duurzame zwarte inkt op grotere schaal beschikbaar te maken voor de kledingmarkt. Doel van deze ‘black pigment pilot’ is om zwarte verf te ontwikkelen die door gerecyclede polyestergarens (rPET) en cellulosevezels zoals viscose kan worden opgenomen. Living Ink is ook onderdeel van het project.

Living Ink en Vollebak zijn niet de enige spelers in de markt voor duurzame zwarte verf. In Nederland bestaat ook een klein merk, Zeefier, dat zich richt op textielverf van algenafval. Het potentieel van algenpigment ligt overigens vooral in andere sectoren, zoals print – de helft van de geproduceerde inkt is zwart – en de industrie.

Meer lezen?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.

Those Vegan Cowboys kweekt plantaardige caseïne voor vegan kaas

De Belgische start-up Those Vegan Cowboys is een spin-off van de Vegetarische Slager. CEO Jaap Korteweg gaf het project bij aanvang slechts vijf procent kans van slagen. “Onze collega’s in het lab hebben goed werk verricht”, zegt hij tegen DuurzaamOndernemen. “Maar we zijn er nog niet: we moeten verder met de opschaling en onderzoeken hoe we de micro-organismen efficiënter laten werken.” Plantaardige caseïne De onderzoekers hebben voor het eerst plantaardige caseïne ontwikkeld. Dat is het ingrediënt dat kaas kaasachtig en rekbaar maakt. “Blue stilton, camembert, rijpe Gouda en scherpe cheddar: ze beginnen allemaal met hetzelfde ingrediënt”, schrijft Those Vegan Cowboys. De vegan kaas wordt gemaakt met behulp van microflora. Dat zijn microscopisch kleine, plantaardige organismes. De onderzoekers hebben een deel van het DNA van de microflora aangepast, waardoor de organismes met behulp van gist en schimmel caseïne konden maken.Caseïne is het unieke eiwit dat kaas kaasachtig en rekbaar maakt.Basis voor iedere kaassoort De plantaardig gekweekte caseïne en wei-eiwitten zijn volgens de onderzoekers identiek aan die gemaakt worden door melkkoeien. Beide ingrediënten leggen de basis voor verschillende kaassoorten. “Dankzij de plantaardige caseïne kunnen we in potentie iedere soort kaas maken. Met dezelfde textuur, smaak en voedingswaarden als de kaas zoals we hem kennen. Maar dan vele malen duurzamer en volledig zonder dieren”, zegt projectleider Will van den Tweel. Voedselveiligheid Voordat de vegan kaas op de markt komt, moet aangetoond worden dat de voedselveiligheid op orde is. “Dit kan enkele jaren duren”, schrijft Those Vegan Cowboys. Daarnaast willen de onderzoekers de komende jaren werken aan de opschaling en de ontwikkeling van verschillende kaassoorten. Nieuwe mogelijkheden voor traditionele boeren Oprichter Jaap Korteweg, zelf negende generatie boer, gelooft dat deze manier van kaasmaken mogelijkheden biedt voor traditionele melkveehouders. “Ik zie het als een logische vervolgstap. Van het handmelken, naar het gebruiken van machines om de koeien te melken, naar een geautomatiseerde melkmachine, tot de enige echte melkrobot: Margaret.” Robotkoe Margaret is voor Those Vegan Cowboys de vervanger van de echte koe. Korteweg: “We zullen op termijn gras gebruiken als startpunt van onze kaas. Melkveehouders beschikken over de graslanden. Door hun levende have te vervangen door een efficiëntere roestvrijstalen exemplaar, kunnen we een groot deel van het landbouwareaal teruggeven aan de natuur. En alle monden blijven voeden. We werken graag samen.” Meer lezen over duurzame ontwikkelingen? Vegan geitenkaas van Jay & Joy. Hoe smaakt dat?Plantaardige kaas start-up Willicroft haalt 2 miljoen euro opWat is kweekvlees en hoe wordt het gemaakt?Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.