Hidde Middelweerd 23 mei 2023, 10:00

Patagonia spreekt liever niet over duurzaamheid: ‘Verantwoordelijkheid maakt veel meer impact’

Wie aan Patagonia denkt, denkt misschien al snel: ‘Ah, dat duurzame kledingmerk’. Maar bij Patagonia spreken ze liever niet over duurzaamheid. Voor veel bedrijven kan dit namelijk ook een term zijn om je achter te verschuilen. Verantwoordelijkheid, daar draait het bij Patagonia om. “Een verantwoordelijk bedrijf erkent dat het schade aanricht aan de planeet en stelt zichzelf daar ook aansprakelijk voor. Dat gaat véél verder dan duurzaamheid.”

Web Large rowell b 0001 BP | Credits: Patagonia

Aan het woord is Evelyn Doyle, Head of People & Culture bij het spraakmakende kledingmerk. In die rol is ze verantwoordelijk voor het creëren van een fijne werksfeer en -omgeving, die aansluit bij de missie van het bedrijf, en het ontwikkelen van programma’s die daaraan bijdragen (zie kader). De missie van Patagonia in een notendop: onze planeet redden. Of zoals het bedrijf het zelf zegt: We’re in business to save our home planet.

Geen malse doelstelling voor een kledingmerk, maar Doyle gelooft heilig in de missie, strategie en het bedrijfsmodel van Patagonia. “We laten zien dat winstgevendheid en zorg voor onze planeet elkaar niet uitsluiten. Ze kunnen hand in hand gaan.”

Tekst gaat verder onder het kader.

Patagonia’s Earth University

Doyle en collega’s richtten vorig jaar Earth University op: een hands-on leertraject voor alle medewerkers van Patagonia, dat hen helpt om de waardes en missie van het bedrijf eigen te maken. Een bijzonder en belangrijk aspect van Earth University: de sessies vinden niet plaats op kantoor, maar in de natuur.

Je deelde onlangs op LinkedIn dat bedrijven en merken imperfect moeten zijn om te kunnen floreren. Waarom is imperfectie belangrijk?

“Dat kan ik het beste illustreren met een voorbeeld. Onze oprichter Yvon Chouinard besloot in 2018 om ons mission statement te veranderen. Dat was al jaren: build the best product, cause no unnecessary harm, use business to inspire and implement solutions to the environmental crisis. Maar hij realiseerde zich dat dit niet urgent genoeg was. Dus hij veranderde het in: We’re in business to save our home planet. Zonder het team daarover in te lichten. Dat was even schrikken voor ons. Hoe moesten we daarmee omgaan? Maar Chouinard zei: ‘Jullie zijn slimme mensen, jullie vogelen het wel uit.’

In plaats van eerst jarenlang voor te bereiden en dán een nieuw mission statement naar buiten brengen, draaide hij het om: éérst de missie. Een prachtige zet, want sindsdien werken we daar met z’n allen naartoe. We hebben niet gewacht tot alles picture perfect is voordat we aan de slag zijn gegaan, we maken nu al impact. Dat gaat met vallen en opstaan en verloopt lang niet altijd perfect. Maar we doen het, daar gaat het om.”

Patagonia praat liever over ‘verantwoordelijkheid’ dan over ‘duurzaamheid’. Waarom? En wat is het verschil?

“Een verantwoordelijk bedrijf erkent dat het schade aanricht aan de planeet en neemt de volledige verantwoordelijkheid op zich om daar iets aan te doen. Dat gaat veel verder dan duurzaamheid. Een bedrijf dat één of twee aspecten van zijn bedrijfsvoering verduurzaamt, kan immers ook als ‘duurzaam’ bestempeld worden. Maar is dat dan echt zo? Hoe zit het met alle andere aspecten van hun bedrijfsvoering? Duurzaamheid kan wat dat betreft ook een term zijn om je achter te verschuilen.

Verantwoordelijkheid vergt een meer holistische visie en strategie. De impact van je bedrijf vindt namelijk plaats in alle aspecten van je bedrijfsvoering en alle schakels van je waardeketen(s). En als je daar als bedrijf écht verantwoordelijkheid voor neemt, moet je met al die aspecten aan de slag.

Het gaat om systeemveranderingen. Als we die op grote schaal teweeg willen brengen, moeten meer en meer bedrijven die verantwoordelijkheid erkennen en nemen. Dat is een belangrijke sleutel tot succes, daar ben ik van overtuigd.”

Tekst gaat verder onder het kader.

Patagonia en duurzaamheid

Patagonia staat te boek als een missie-gedreven en duurzaam kledingmerk. De kleding van het bedrijf bestaat voor een groot deel uit duurzame materialen, zoals hennep, gerecycled polyester (van gebruikte PET-flesjes) en honderd procent biologisch katoen. Oprichter Yvon Chouinard is daarnaast verantwoordelijk voor het 1% for the Planet-initiatief. Patagonia doneert één procent van zijn jaarlijkse omzet aan non-profits die zich inzetten om de aarde te beschermen. Inmiddels hebben ruim 3.000 bedrijven dat voorbeeld gevolgd.

In 2022 kreeg Patagonia een nieuwe eigenaar: de aarde werd de enige aandeelhouder van Patagonia. Oprichter Chouinard gaf zijn bedrijf weg aan een aantal fondsen en non-profitorganisaties die de winst van het bedrijf gebruiken voor projecten om klimaatverandering tegen te gaan.

Heeft Patagonia dan ook de taak om dat gedachtegoed actief aan de man te brengen?

“Zeker. We zijn al jaren druk bezig met story telling en demonstreren ons bedrijfsmodel zoveel mogelijk, omdat we ervan overtuigd zijn dat het werkt. Maar daar is ook nog een wereld te winnen. Hoe kunnen we voorbij de theorie gaan en in de praktijk laten zien hoe systeemverandering werkt? Niet in de schoolbanken, maar bij de bedrijven zelf. Dat moeten we onderzoeken.”

Patagonia bestaat binnenkort 50 jaar. Wat hoop je dat het bedrijf in de aankomende jaren bereikt?

“Ik geloof in onze visie en ons bedrijfsmodel. Ik hoop dat we dat kunnen blijven uitdragen en kunnen blijven aantonen dat winstgevendheid hand in hand kan gaan met zorg voor de planeet. En natuurlijk dat steeds meer bedrijven onze visie zullen overnemen.”

B for Good Leaders Summit

Change Inc sprak Evelyn Doyle tijdens de B for Good Leaders Summit 2023. Het jaarlijks terugkerende evenement vond dit jaar plaats in de Beurs van Berlage, Amsterdam. Op 11 en 12 mei kwamen ruim 1.100 oprichters, c-level managers, bestuursleden en investeerders (of kortweg: leiders) samen om de transitie naar een regeneratieve economie te versnellen en de acties die daarvoor nodig zijn gezamenlijk te definiëren en creëren.

Hoe dichtbij is circulair textiel in Nederland? 'We moeten aan de voorkant gaan nadenken'

“Wij zijn hard op zoek naar innovaties voor textielafval in Nederland”, begint Maarten van Renssen van de Boer Group. Als salesmanager is hij verantwoordelijk voor de inzameling van vrijwel alle soorten textielafval in ons land, bijvoorbeeld van de gemeente Amsterdam. “We voelen een verplichting naar meerdere gemeentes toe om steeds verder te kijken: hoe kunnen wij nou zoveel mogelijk textiel in Nederland houden?” Liever hergebruiken Die vragen moeten gesteld worden, want in 2019 werd maar liefst 554 miljoen kilo textiel weggegooid of doorverkocht. Slechts 89 miljoen kilo werd netjes in de textielbak ingeleverd. Veel belandt tussen het restafval. Waar dat afval naartoe gaat? “Het grootste deel wordt uitgesorteerd voor recycling óf het moet weg”, legt van Renssen uit. “Wij verwerken – hou je vast – meer dan een half miljoen kilo per dag. Gebotex, ons sorteerbedrijf in Dordrecht sorteert bijvoorbeeld 80 tot 90 duizend kilo per dag. We weten daarvan zo’n 60 procent her te gebruiken. |Ongeveer 30 procent is geschikt voor recycling en 10 procent is afval.” Het liefst geeft de Boer Group gebruikt textiel – en dan vooral kledingstukken in goede staat – door naar verkopers in Nederland, maar volgens de salesmanager is dat lokale ‘teruggebruiken’ een enorme uitdaging. “We zijn veel te rijk in Nederland. Dat maakt het verschrikkelijk moeilijk. We hebben een speciaal bedrijf in Rotterdam dat alleen maar op vintage sorteert en die kan relatief veel aan bijvoorbeeld Amsterdamse vintagezaken en winkels in België verkopen, maar het gaat toch vooral naar grote handelaren in het buitenland, zoals het Verenigd Koninkrijk, maar ook aan Japan en IJsland.”En dat kan nog veel verder. “Ook óns textiel gaat naar Chili”, geeft van Renssen toe als het over de beroemde afvalbergen uit duistere modedocumentaires gaat. “Maar wij doen aan volledige fijne sortering en onderscheiden zo’n 400 soorten. Dat is niet goedkoop, maar daardoor geven wij alleen kleding van goede kwaliteit door. We verkopen bijvoorbeeld ook geen broeken aan Chili, want Nederlanders zijn zo ongeveer de langste mensen in de wereld en Chilenen zijn veel kleiner. Als je die lange broeken op gaat sturen, dán krijg je die beruchte afvalstapel.”Frankenhuis in Almelo recyclet bijvoorbeeld bedrijfskleding.Inzamelen, sorteren, recyclen De internationale Boer Group zamelt textiel in, sorteert het en geeft het door voor hergebruik (tweedehandsmarkt) of recycling tot nieuwe vezels. Met drie lokale sorteerfabrieken en grote recycler Frankenhuis is de groep naast Sympany en ReShare de grootste in Nederland. Met dertien dochterbedrijven in West-Europa zamelt de Boer Group jaarlijks zo’n 115 miljoen kilo textielafval in, van schoenen tot uniformen tot tafellinnen.Klimmen op de R-ladder Goed fijnsorteren voor hergebruik is dus stap nummer één. Parallel daaraan loopt het recyclingverhaal voor onbruikbaar textiel. “Pas als we er een nieuw product van hebben gemaakt, gaat het naar het buitenland. We hebben bijvoorbeeld Frankenhuis in Almelo voor grootschalige recycling van bijvoorbeeld bedrijfskleding, maar Boer Group heeft ook aandeel in een van de grootste poetslapboeren van Europa.” Het lokaal verwerken van textiel is nodig, maar uiteindelijk moeten we ons textielprobleem hoger op de R-ladder aanpakken, bepleit Stijntje Jaspers van stichting Fibershed. “Er zijn grondstoffen, er zijn ambachtsmensen die dingen kunnen maken, hoezo importeren en exporteren? Waarom moet kleding de hele wereld over, terwijl hier ook gewoon schapen en plantaardige vezels zijn?” Doel van de Nederlandse stichting die zij samen met Martine Nieuwenhuis op poten heeft gezet, is om een zo lokaal mogelijke waardeketen voor textiel te bouwen. Dat begint met kijken wat er in Nederland groeit. “Wij geloven dat de tijd nu rijp is voor verschillende natuurlijke materialen en regionaal denken is dan heel belangrijk. Als je inheemse planten gebruikt en op natuurlijke manieren teelt, draagt dat ook bij aan biodiversiteit en een gezonde bodem. Zo kunnen we de landbouw koppelen aan de kledingsector.”Vezelkringloop in Nederland Ook de Nederlandse tak van mondiaal initiatief Fibershed wil laten zien dat een landelijke circulaire kledingkringloop mogelijk is. Het aanbod van natuurlijke vezels zoals hennep, vlas en wol is groot genoeg en de industrie die ons land ooit had, kan met de nodige investering weer op gang komen. Als ‘ketenregisseur’ brengt het bedrijf de juiste partijen bij elkaar. Het moet de landbouw ook een handje op weg helpen: een gezonde bodem, biodiversiteit en maximale CO2-opname horen bij de visie van de stichting.Recyclen is belangrijk, maar liever sleutelen we hoger op de R-ladder.Om Nederlands, circulair textiel op te kaart te zetten, focust Fibershed zich op vier vezelgroepen: bio-circulair (restvezels), noviteit (nieuwe vezels ontwikkeld door pioniers), plantaardig (cellulose vezels), en dierlijk (proteïne vezels). Schapenwol wordt bijvoorbeeld te weinig gebruikt en huiden van onze enorme vleesindustrie gaan nog te vaak naar het buitenland, vindt Jaspers. Binnen de plantengroep kijkt Fibershed naar linnen en hennep. “We hadden ooit een enorme textielindustrie en konden vooral die gewassen heel goed verbouwen. Iemand vertelde mij pas: ‘als wij geen zuivelland waren geworden, waren we een hennepland geworden, want we maakten daar ooit zeilen, touwen en kleding van voor de scheepvaart. Daardoor zijn wij de wereld over gegaan. We zijn er groot mee geworden.” Naast oude bekenden zijn er ook allerlei nieuwe technieken die we in Nederland kunnen inzetten, weet Jaspers, bijvoorbeeld om van brandnetels vezels te maken. Of van algen, lisdodden, dennennaalden of food waste materialen zoals tomatenplanten – die hebben hele lange vezels. De voorkant opnieuw bedenken Het zijn geweldige kansen, maar commercieel zijn ze nog niet. In de tussentijd viert snelle, lage kwaliteitsmode hoogtij – veelal gemaakt van plasticvezels. Recyclingbedrijven zoals een Boer Group zijn daarom onmisbaar, ziet Jaspers in. Maar ze maakt een belangrijke kanttekening: “Laten we die synthetische materialen alsjeblieft gescheiden houden van de natuurlijke materialen en ze niet weer gaan mixen in nieuwe garens. Dan kunnen we die hele synthetische stroom in de toekomst uitfaseren.” Volgens van Renssen is die techniek er wel, maar wat nog mist is de juiste financiële prikkel voor inzamelaars en recyclers en bewust design. “Merken moeten hun producten zo maken dat wij het achteraf goed uit elkaar kunnen halen. Wij zijn wat dat betreft overgeleverd aan wat er bij ons terechtkomt. Als dat alleen maar polyesters zijn, dan moeten wij toch een zo goed mogelijk toepassing zoeken om het opnieuw te gebruiken. Daarom vind ik het mooi dat bedrijven naar jullie toekomen (tegen Jaspers, red.) om na te denken over het begin van de keten. Onze afnemers en leveranciers zijn vooral goed aan de achterkant”. Jaspers: “Jullie zijn nu de troep aan het oplossen, omdat er nog steeds te weinig aan de voorkant nagedacht wordt. Dat deed ik ook niet goed genoeg toen ik in die markt zat”. Ze spreekt vanuit 28 jaar ervaring als ontwerper en inkoper. Een van de grootste misverstanden, zo ervaart de vezelexpert, is dat merken geen grondstoffen kopen – ze kopen lappen stof aan de meter. Ontwerpers mogen vaker vragen naar de productie van halffabricaten en waar grondstoffen vandaan komen en zo meer duurzame eisen stellen. “We moeten aan de voorkant gaan nadenken en dat ook met wetgeving doen. Dan komen vraag en aanbod bij ons verhaal.” Meer lezen? Het aftellen is begonnen: is de Nederlandse modebranche klaar voor deze duurzaamheidswetten?Dit is waarom Nederlandse impact-investeerders massaal inzetten op dit textielplatformMinder mode maken: past dat in het huidige systeem? Dit zeggen textielvernieuwers