Chris Thijssen 06 april 2017, 09:11

Ruim 30 procent meer tweedehandskledingwinkels sinds 2007

Het aantal fysieke tweedehandskledingwinkels in Nederland is met meer dan 30 procent gestegen ten opzichte van 2007.

Shutterstock 140410228

Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van vragen van WNL. Tussen 2006 en 2016 groeide het aantal tweedehandskledingzaken in Nederland naar 490 winkels. Dat is een groei van 32,9 procent, berekende het CBS.

Dat ook de vraag naar tweedehands kleding toeneemt, bleek twee jaar geleden al uit onderzoek van Kaleidos Research naar het gedrag van jongeren tussen de twaalf en achttien. Het onderzoek wees uit dat in 2015 16 procent van de ondervraagde jongeren vaak tweedehands spullen kocht. In 2012 lag die hoeveelheid nog op 9 procent.

De groei van fysieke kledingwinkels gaat volgens het CBS tegen trend in. Zo daalde het aantal algemene winkels de afgelopen tien jaar met 4,4 procent. In diezelfde periode vervijfvoudigde het aantal webwinkels.  

Online kledingmarktplaats

Ook online intitiatieven op het gebied van tweedehandswinkels profiteren van de groeiende vraag. Een voorbeeld is de online marktplaats United Wardrobe. De start-up, sinds drie jaar actief, biedt consumenten de mogelijkheid om nog draagbare tweedehands kleding en schoenen online te koop aan te bieden. Het bedrijf groeide uit naar een klantenbestand van inmiddels 600.000 consumenten uit Nederland, België en sinds kort ook Frankrijk.

Duurzame kleding

De oprichters hebben als doel dat de app op termijn in de hele wereld te gebruiken is. Zo willen ze de strijd aangaan met zogeheten fast fashion. Dat staat voor snel geproduceerde, goedkope kleding, die niet duurzaam en van mindere kwaliteit is.

Medeoprichter Thijs Verheul: “We willen van tweedehands kleding de norm maken. Er is al zoveel kleding in omloop. Het is tijd dat we eerst kijken wat anderen in hun kledingkast hebben hangen voordat we nieuwe kleding kopen.”

Thijs Verheul van United Wardrobe sprak onlangs in een uitzending van DuurzaamBV Radio over de groei die zijn bedrijf doormaakt. Luister het gesprek terug via deze podcast:

Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek, Kaleidos Research, United Wardrobe | Foto: Shutterstock.com

Hoe dutch ondernemerschap benut om bedrijven te verbeteren en te verduurzamen

Vijftien jaar geleden introduceerde dutch de term ‘resultancy’. “Dat betekent dat we verantwoordelijkheid willen nemen voor het resultaat”, zegt Zandwijk. “Na advies volgt implementatie. Soms in een bedrijf, soms in een project, soms door zelf een bedrijf te starten. We ondernemen vanuit een duidelijke visie. Alles wat je doet moet bijdragen aan veranderingen die uiteindelijk goed zijn voor milieu, maatschappij en mensen.”Die visie op ondernemerschap past Zandwijk toe in bedrijven van alle soorten en maten. “Een klein bedrijf noemen we ‘kiem’, een iets groter bedrijf noemen we een kasplantje. En de grote bedrijven noemen we koninkrijken. Ieder heeft zo zijn eigen behoeften om zich als onderneming te verbeteren. Vanuit klein, beter en best en niet meer vanuit het jarenlang overheersende adagium groot, groter, grootst.”KeerpuntVeel van die grote ondernemingen zitten nu op een keerpunt, constateert Zandwijk. “De grootbanken en grote energiebedrijven zijn nu zover dat ze meer neigen naar snoeien dan naar innovatie. Je ziet dat overal gebeuren.”"Bedrijven moeten duurzaamheid gaan omarmen om de continuïteit te borgen"Lang heeft dutch bedrijven vooral geholpen om effectiever te zijn en efficiënter te werken. Problemen aanpakken door de processen te verbeteren. “Nu zie je dat duurzaamheid een middel wordt om bedrijven te verbeteren”, constateert hij. “Het is een innovatierichting en geen aflaat. Bedrijven moeten duurzaamheid gaan omarmen om de continuïteit te borgen. Ze hebben het nodig om te overleven.”Toch is het nog lang niet zo dat het bedrijfsleven in staat is om het voortouw te nemen in de transitie naar een duurzame economie, vindt Zandwijk. “Veel bedrijven zijn daartoe niet in staat, omdat ze vastzitten in bestaande patronen. Mensen binnen bedrijven worden beloond op basis van de kaders van het bedrijf zelf. Het systeem is als een kluwen wol. Zo verstrengeld in belangen en patronen dat het niet meer vanzelf ontward kan worden. Het lamentabele van die situatie is dat het innovatie in de weg staat.”Zandwijk pleit voor een meer vooruitziende blik. “We moeten nu gaan organiseren dat we in 2020, 2030 en 2050 nog een gezonde, coherente en solidaire samenleving hebben. Ook voor bedrijven is het de uitdaging om in die context vijf of tien jaar vooruit te denken. Het gaat om realistische oplossingen waar je mensen in meekrijgt. Dat zijn de puzzelstukjes waar dutch er een heleboel van heeft. Het heeft geen zin om te denken dat je Nederland in een keer kunt kantelen, daar is het momentum niet naar.”Weldenkende consumentenDutch richt zich op bedrijven in een groot aantal sectoren. Behalve het verduurzamen van B2B-partijen, richt het zich nadrukkelijk ook op de B2C-markt. Zandwijk: “We zien dat er in Nederland anderhalf miljoen weldenkende consumenten zijn, die het belangrijk vinden om via hun consumptiegedrag bij te dragen aan een duurzamere maatschappij. En dat aantal groeit snel. We willen actief zijn in bedrijven die deze consumenten aanspreken.”Een voorbeeld van een dergelijk bedrijf is Beebox, een abonnementssysteem voor biologisch voedsel. “Het is in de basis hetzelfde idee als een telefoonabonnement”, zegt Zandwijk. “Dan krijg je data, minuten en sms’jes. Bij Beebox zijn dat appels peren eieren en groenten.”Beebox is in de vorm van een ‘lean en mean’ startup gegoten. Het bedrijf kon vanaf het begin in zijn eigen cash voorzien doordat de abonnementen vooraf in rekening worden gebracht en de boeren achteraf betaald krijgen. “Het idee is om het bedrijf continu heel ondernemend te laten zijn”, zegt Zandwijk. “We hebben het bedrijf opgebouwd rond een meeverdienmodel, waardoor de nadruk heel erg ligt op omzet en kosten. Juist door dit ondernemerschap is de Beebox heel succesvol geworden.”"Als jij en ik hetzelfde belang hebben is het veel gemakkelijker om iets voor elkaar te krijgen"De foodstartup past perfect in het ecosysteem van dutch, meent Zandwijk. “Heel veel veranderingen in de wereld zijn ketengerelateerd. Sommige ketens kun je circulair maken. In andere ketens kun je, net als we doen met onze maaltijdbox, interventies doen om ze te verkorten of om te waarborgen dat iedereen in de keten krijgt waar hij recht op heeft.”KeteninnovatieKeteninnovatie vraagt volgens Zandwijk dat alle ketenpartijen op één lijn komen te zitten. “Het delen van verantwoordelijkheden en het synchroniseren daarvan is heel belangrijk. Als jij en ik hetzelfde belang hebben is het veel gemakkelijker om iets voor elkaar te krijgen. Dat zie ik in het bedrijfsleven onvoldoende. We willen allemaal ongeveer hetzelfde maar initiatieven zijn te klein en te versnipperd.”“De chemie komt uit co-creatie”, zegt Zandwijk: Hij wijst op het voorbeeld van Beebox. “Daar is het gelukt boeren en burgers te verbinden vanuit dezelfde ambitie en op het doel om de keten te verkorten. Boeren verdienen meer geld voor wat ze produceren. Burgers zijn minder kwijt en krijgen tegelijkertijd voedsel van een betere kwaliteit.”Wat betreft biologische maaltijdboxen is dutch inmiddels marktleider in Nederland. Maar het ecosysteem van dutch is veel groter. De omzet van alle bedrijven waar dutch een klein of groot belang in heeft, bedraagt volgens Zandwijk tientallen miljoenen. Ook is het bedrijf actief bij onder meer Dutch Basecamp en de Global Smart City and Community Coalition (GSC3).Dutch is daarnaast betrokken bij B Corp, een certificering voor bedrijven die hun strategie inrichten langs de assen van sociale en ecologische uitdagingen. Dutch was samen met Tony’s Chocolonely en Pymwymic een van de eerste Nederlandse B Corps. Als strategisch partner voor B Corp in de Benelux begeleiden zij vanuit hun kennis en expertise ook andere bedrijven die zich willen certificeren om zich steeds weer te kunnen verbeteren.“Gecertificeerde bedrijven doen veel zaken met elkaar”, zegt Zandwijk. “Maar je ziet ook dat deze certificering een grote aantrekkingskracht heeft op bijvoorbeeld medewerkers en klanten. Je wordt ook niet zomaar onderdeel van de B Corp community wereldwijd. Iedere twee jaar is er weer een moment waarop de impact die het bedrijf heeft, opnieuw moet worden bewezen”.Usual suspectsIn Nederland komt het initiatief inmiddels goed van de grond, ziet Zandwijk. “Maar het zijn nog wel een beetje de ‘usual suspects’ die nu gecertificeerd zijn. De assessments zijn ook heel goed bruikbaar voor andere bedrijven, die misschien nog niet zo ver zijn dat ze kunnen toetreden tot de community, maar die wel willen verduurzamen. We hebben zelf ook onze huisvesting en ons mobiliteitsbeleid aangepast op basis van de uitkomsten. We stimuleren onze medewerkers nu om elektrisch, met het ov of op de fiets te komen. Ook kunnen bedrijven het assessment gebruiken om hun governancebeleid aan te scherpen.”"De verbindende factor is herkennen wat goed is voor klanten, consumenten en de business case"Voor dutch is B Corp ook een middel om bovenop de ontwikkelingen in duurzaam ondernemen te blijven zitten. “Wij zijn niet de vernieuwers die zelf initiëren maar hebben oog voor nieuwe bewegingen en stappen in onze omgeving en zetten ons in om deze relevant te maken voor een grotere groep”, zegt Zandwijk. “We hebben de handigheid om kennis en ervaringen die al bestaan toe te passen voor vernieuwing. Biologisch eten had vijf jaar geleden nog heel erg een geitenwollensokkenimago. Nu zijn mensen er veel bewuster mee bezig.”Hetzelfde geldt volgens Zandwijk voor innovaties op het gebied van Smart Cities en duurzame energie. Dutch was betrokken bij het succesvol neerzetten van energiecoöperatie Grunninger Power, waarin duizend huishoudens zelf een energiemaatschappij zijn begonnen.“Er waren oorspronkelijk vier of vijf energiemaatschappijen in Nederland. Straks hebben we er 17 miljoen. Er is een belangrijke ontwikkeling gaande van decentralisatie en schaalverkleining. Datzelfde geldt voor voedsel. Dat gaan we meer zelf organiseren. En je ziet het ook in de zorg, waar mensen de ouderenzorg op wijkniveau oppakken. De verbindende factor is herkennen wat goed is voor klanten, consumenten en de business case. Met oog voor de menselijke maat en in co-creatie met anderen de realisatie oppakken; dat wordt cruciaal de komende tijd.”Foto header: dutch | Foto in-tekst: stockcreations/Shutterstock