Aveline Bies 09 februari 2016, 07:25

Sensor detecteert wondinfectie binnen een minuut

Amerikaanse wetenschappers hebben een nieuwe methode ontwikkeld om een wondinfectie binnen een minuut te detecteren. Dit kan mogelijk zorgkosten verminderen en antibioticaresistentie bij patiënten voorkomen.

15 C1295 82

De nieuwe methode van de wetenschappers aan de George Washington University identificeert moleculen die door de bacterie Pseudomonas worden aangemaakt. Deze bacterie infecteert over het algemeen chronische wonden. Dit zijn wonden die langer dan acht tot twaalf weken blijven bestaan en waarbij geen of weinig verbetering zichtbaar is.

Volgens de onderzoekers moet de test in de toekomst artsen helpen bij het zo specifiek en vroegtijdig mogelijk indienen van antibiotica, waardoor zorgkosten naar beneden gaan, minder medicijnen nodig zijn en genezingsresultaten verbeteren. De traditionele methode om wondinfecties te identificeren neemt 24 uur in beslag, dat stellen de wetenschappers.

Goedkope sensor

De nieuwe test maakt gebruik van een goedkope elektromechanische sensor die de Pseudomonas-bacterie binnen een minuut identificeert. In het onderzoek hebben de wetenschappers de aanwezigheid van de bacterie in 71 procent van de gevallen en de afwezigheid van de bacterie in 57 procent van de gevallen correct geïdentificeerd. Na verder onderzoek en verbeterde resultaten moet de test gereed zijn voor de toepassing in ziekenhuizen.

“Het detecteren van Pseudomonas en andere organismen die mogelijk een infectie tijdens een ziekenhuisbezoek veroorzaken, kan de mogelijkheid vergroten om de zorg van patiënten te verbeteren”, zegt Dr. Victoria Shanmugam van de George Washington University.

Bloedtest

Eerder hebben onderzoekers van het Duke Medicine universitair medisch centrum in de Amerikaanse stad Durham een bloedtest ontwikkeld die aantoont of een luchtweginfectie door bacteriën of door een virus is veroorzaakt. Zo willen de onderzoekers antibioticavoorschriften verbeteren en resistentie voor de geneesmiddelen bij patiënten voorkomen. 

Bron: Medicalxpress | Foto: Kathleen Tyler Conklin, via Flickr Creative Commons (Cropped by Duurzaambedrijfsleven)

Gastcolumn: ‘kabinet mist lef voor radicale innovatie’

Opwarming van de aarde en uitstoot van broeikasgassen zijn urgente maatschappelijke vraagstukken. Het is geen geheim dat Nederland hierin ver, heel ver, achterloopt op de rest van Europa.Met 5,6 procent van onze energie uit hernieuwbare bronnen - in schril contrast met het Europese gemiddelde van 15 procent - presteren we na Malta en Luxemburg het slechtst. In een ultieme poging de doelstellingen van 14 procent duurzame energie in 2020 te behalen, stelde minister Kamp € 8 mrd beschikbaar voor de SDE+ en ongeveer € 170 mln voor innovatieve projecten op het gebied van duurzame energie. Tussen de ambitie en het beleid zit echter een grote mismatch.OnbenutDe genoemde bedragen zijn fors, in de praktijk blijft echter een groot deel onbenut. De SDE+ is een reservering van subsidiegelden voor partijen die hernieuwbare energie in de toekomst gaan opwekken. Een toezegging van subsidie in 2016, kan betekenen dat het effect pas merkbaar wordt in 2018. Een grote zwakte van deze constructie is dat veel projecten uiteindelijk helemaal niet doorgaan. Ongeveer een derde van het gereserveerde geld blijft onbenut, en wordt uiteindelijk dus helemaal niet ingezet voor de opwekking van duurzame energie.Daarnaast is de SDE+ bedoeld om de gebaande paden, windenergie, zonne-energie en andere al beschikbare technologieën te stimuleren. De huidige technieken zijn echter niet competitief met fossiele brandstoffen als kolen en gas. Zolang kolencentrales in Nederland open gehouden worden leveren deze duurzame alternatieven op de langere termijn geen economisch houdbare oplossing.We moeten durven investeren in radicale innovaties, zelfs als dit betekent dat een deel van de projecten misluktRadicale innovaties zijn dus nodig om hernieuwbare energie zo efficiënt te maken dat het gebruik van fossiele brandstoffen economisch niet meer interessant is. Voor energie-innovaties is 170 miljoen beschikbaar. Ook hier blijkt dat de overheid toch consequent eieren voor haar geld kiest en vooral inzet op projecten met een laag risico.PotentieelDe lat wordt zo hoog gelegd dat er zelfs geld overblijft. Veelbelovende, maar technisch risicovolle, projecten worden afgewezen ten faveure van weinig radicale ideeën. Bedrijven kunnen vanwege bedrijfseconomische redenen niet zonder meer heel veel geld besteden aan hoogrisico-innovatie.De onderscheidende rol van de overheid is juist het wel durven en kunnen investeren in risicovolle projecten met een groot potentieel, dit geeft immers blijk van een langetermijnvisie. Binnen Europese subsidieregelingen is dit bijvoorbeeld wel al het geval; veel projecten mislukken maar de succesvolle projecten maken dan ook echt een verschil.Nederland loopt vooralsnog hopeloos achter op de rest van Europa. De huidige aanpak brengt hier weinig verandering in, de ambitie lijkt aanwezig maar het beleid mist het lef dat nodig is. We moeten durven investeren in radicale innovaties, zelfs als dit betekent dat een deel van de projecten mislukt.Dit is een gastbijdrage van Sjoerd Laarhoven, Consultant bij adviesbureau Hezelburcht.Foto's: Hezelburcht