Fitria Jelyta 01 november 2016, 09:20

TU Eindhoven ontwikkelt patiëntvriendelijke mammogram

Wetenschappers van de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e) ontwikkelen een patiëntvriendelijke methode om borstkanker nauwkeuriger op te sporen.

Mammogram borstkanker

Dat meldt de TU/e in een persbericht. De techniek om mammogrammen te maken, die borstkanker tijdig moet opsporen, maakt gebruik van echografie. Hiermee worden niet hoorbare geluidsgolven gebruikt om 3D-beelden te maken van de borst. Op die manier wordt het volgens de universiteit mogelijk om de ziekte nauwkeurig op te sporen.

Patiëntvriendelijke diagnose

In tegenstelling tot bestaande screeningmethodes is de nieuwe mammogramtechniek patiëntvriendelijk, omdat het geen gebruik maakt van röntgenstraling. Volgens de TU/e kan de gebruikte röntgenstraling bij bestaande screeningmethodes bijdragen aan het ontstaan van kanker.

Ook is de nieuwe screeningmethode pijnloos, omdat de borst in een kommetje wordt gelegd. Bij bestaande mammogram-technieken wordt de borst tussen twee platen gelegd om de röntgenfoto’s te kunnen maken. Dit kunnen patiënten als onaangenaam ervaren.

Nauwkeurige borstkankerdiagnose

Daarnaast levert de veelgebruikte mammogrammethode in veel gevallen niet de juiste diagnose. Bij meer dan twee derde van de gevallen waarvan wordt gedacht dat de röntgenfoto’s iets zorgwekkends bevatten, blijkt er na analyse van biopten geen kanker te zijn, stelt TU/e. De nieuwe screeningmethode moet daarom bijdragen aan het terugdringen van deze fout-positieve diagnoses.

Op dit moment zijn de onderzoekers bezig met het opstellen van een internationaal medisch team om klinische onderzoeken te verrichten. De wetenschappers verwachten dat het nog tien jaar duurt voordat de patiëntvriendelijke mammogrammethode in de praktijk kan worden toegepast. In combinatie met bestaande technieken, zou de nieuwe screeningmethode borstkankerdiagnose moeten verbeteren.

Meer weten over duurzame zorg voor borstkanker? Lees ook:

Bron: TU/e | Foto: TU/e (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)

​Business check-up: Duurzame stadslandbouw met aquaponics

Business caseAquaponics is een systeem waarbij gewassen en vis in symbiose met elkaar worden gekweekt (zie onderstaande infographic). Het concept bestaat al langer. Zo kweken boeren in landen als China, Thailand en Indonesië al lange tijd vis in rijstvelden. Maar door aquaponics in een nieuw, technologisch jasje te steken, ontstaat er een innovatief systeem met kansen voor grootschalige productie.In het systeem wordt het afval dat door de vissen wordt geproduceerd, door bacteriën omgezet in voedingsstoffen voor de gewassen. De planten nemen deze nutriënten op en filteren zo het afval uit het water. Het schone water gaat weer terug naar de vissen, die het hergebruiken. Zo blijft de cirkel in het semi-gesloten systeem doorgaan.Dat levert uiteindelijk twee producten voor voedselconsumptie op: groenten en vis. Uit onderzoek blijkt dat aquaponics met name geschikt is voor de teelt van bladgroenten, zoals sla, spinazie en paksoi. Maar ook groenten als bonen, bloemkool, broccoli en aubergine zouden het goed doen. Hetzelfde geldt voor kruiden, zoals basilicum en peterselie.In tegenstelling tot conventionele landbouw, is er voor aquaponics niet veel land of ruimte nodig. Sterker nog, de teelt kan ook op hoogte plaatsvinden. Zo teelt UrbanFarmers op de vijfde en zesde verdieping een oude Philips-fabriek in Den Haag groenten en tilapia-vissen door middel van aquaponics. In een kas van 1.200 meter en een ruimte met 28 vistanks teelt het bedrijf jaarlijks 50 ton groenten en 20 ton vis, genoeg om bijna duizend mensen te voeden. Het bedrijf levert de producten daarnaast aan Haagse restaurants.  Download hier de infographicSchaalbaarheidNaar verwachting woont in 2050 70 procent van de wereldbevolking in steden. Daarvoor is een constante aanvoer van gezond en vers voedsel noodzakelijk. “In de toekomst, waarin de wereldbevolking groeit, zijn veerkrachtigere en zelfvoorzienende steden nodig”, zei Mark Durno van UrbanFarmers eerder in een interview met DuurzaamBedrijfsleven. “Maar ook nu al zijn er steden, bijvoorbeeld in Singapore en Qatar, waar grote voedseldruk heerst en waar meer dan 90 procent van het geconsumeerde voedsel wordt geïmporteerd. Door lokale voedselproductie mogelijk te maken, kun je een deel van die druk wegnemen.”Daarnaast brengt aquaponics kansen mee voor de vastgoedsector, omdat het systeem kan worden gebruikt in en op bestaande gebouwen, waaronder leegstaande gebouwen. In Nederland staat volgens de Rijksoverheid momenteel circa 15 procent van de kantoren leeg. Die leegstand neemt de komende jaren waarschijnlijk toe, verwacht het overheidsorgaan. Leegstaande gebouwen, zoals kantoren of oude fabriekslocaties, worden in veel gevallen omgebouwd tot studentenflats of seniorenwoningen. Maar net als het oude Philips-kantoor De Schilde, dat nu ruimte biedt aan de stadsboerderij van UrbanFarmers en aan andere duurzame agrifood-start-ups, kunnen dit soort gebouwen in de toekomst ook dienstdoen als locaties voor aquaponics-teelt.  Er zijn echter ook nadelen. Waar zowel aquaponics als vertical farming mee te kampen heeft, zijn de hoge kosten en de noodzaak van technische expertise die de ontwikkeling en het onderhoud van de technologieën met zich meebrengen. Omdat het nog lastig blijkt om de systemen 100 procent gesloten te maken, moeten ontwikkelaars bovendien extra kosten bij de investeringen in een dergelijk systeem rekenen.MilieuwinstHet gebruik van aquaponics heeft als groot voordeel dat met gebruik van dezelfde hulpbronnen en faciliteiten twee verschillende producten – groenten en vis – kunnen worden geproduceerd. Aquaponics kan in theorie functioneren als een gesloten systeem, maar in de praktijk is het vaak (nog) niet mogelijk om dergelijke systemen 100 procent gesloten te maken. In de semi-gesloten systemen die doorgaans worden toegepast, kan het water dan ook niet volledig worden hergebruikt. Toch lukt het sommige bedrijven, zoals UrbanFarmers in Den Haag, om 70 procent van het water in het systeem te hergebruiken. Dat levert al een flinke besparing op vergeleken met het watergebruik in de conventionele landbouw. Hier liggen echter nog kansen.Daarnaast worden bij aquaponics de teelt- en klimaatomstandigheden nauwlettend in de gaten gehouden. Omdat er sprake is van optimale condities, is het gebruik van antibiotica en bestrijdingsmiddelen in de meeste gevallen overbodig. Dat biedt kansen voor de productie van biologische voedingsmiddelen.Verder is er voor aquaponics geen landbouwgrond nodig, omdat het concept het toestaat groente en vis in en op (bestaande) gebouwen te telen. Daardoor is er geen sprake van bodemvervuiling en/of -verdichting. Ook voedselproductie dicht bij de consument, levert milieuwinst op. Doordat de weg van ‘boer naar bord’ wordt verkort, is er minder transport nodig. Dat vermindert de CO2-uitstoot. “In plaats van boeren ver weg groenten te laten verbouwen en vis in te vliegen vanuit het buitenland, is het wat ons betreft veel logischer en duurzamer om voedsel daar te verbouwen waar mensen wonen; dicht bij mensen, in steden”, aldus Durno.Deze Business check-up is tot stand gekomen in samenwerking met Emmanouil Lavdas.Header-foto: United Soybean Board, via Flickr Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven), In tekst-foto: Kanu Hawaii, via Flickr Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven), Infographic: Robin de Boer, DuurzaamBedrijfsleven Media