Mark Beumer 25 november 2011, 14:39

Van scheerapparaat tot Senseo (Ruud Sondag, Van Gansewinkel)

‘Afval bestaat niet’ verkondigt afval- en milieuconcern Van Gansewinkel Groep sinds 2009. CEO Ruud Sondag geeft hiermee invulling aan zijn visie dat het sluiten van kringlopen goed is voor het milieu én voor de zaken. “Duurzaamheid is al lang geen linkse hobby meer.”

20111125 Van Gansewinkel v01 e1322236842555

“EU-burgers verbruiken 16 ton aan grondstoffen per persoon per jaar. Daarvan blijft 6 ton afval over, waarvan de helft wordt gestort. Om dat vol te houden, zou er tegen 2050 nog een tweede aardbol nodig zijn. Maar de kans dat er een tweede aardbol bijkomt lijkt klein,” lacht Sondag.

Ruud Sondag is sinds 2001 voorzitter van de Raad van Bestuur van Van Gansewinkel. “De oneindige beschikbaarheid van veel grondstoffen is niet langer een gegeven. Vaak denken we dan aan aardolie, maar bij steeds meer grondstoffen lopen we tegen tekorten aan. Van het metaal indium worden zonnecellen en lcd-schermen gemaakt. Over tien jaar is het op.”

Dus vindt Sondag dat we iets moeten doen aan het afvalprobleem. “Afval moet niet worden gestort, we moeten het een volgend leven geven als grondstof. Door de mondiale grondstoffenschaarste zijn afvalstromen veel waard geworden.”

Afval bestaat niet

Onder Sondag is Van Gansewinkel getransformeerd van traditionele afvalverwerker naar duurzame grondstoffen- en energieleverancier. Het credo is hierbij: ‘Afval bestaat niet’. Centraal staat de visie dat afvalproducten als grondstof voor nieuwe producten dienen.

Het familiebedrijf Van Gansewinkel heeft een uitstekende uitgangspositie. De onderneming is actief in 9 landen, waaronder Frankrijk, Duitsland en Polen, en is marktleider in de Benelux. Het zamelt afval in bij meer dan 120.000 bedrijven: van eenmanszaken met weinig afval tot grote industriële complexen. Het bedrijf realiseerde in 2010 een omzet van € 1,1 mrd.

Van Gansewinkel koppelt de bedrijfsstrategie rechtstreeks aan de mondiale grondstoffenschaarste. De visie is helder. “Het sluiten van kringlopen, dat is het doel. We gaan gebruikte grondstoffen terugwinnen en opnieuw inzetten. Naar alle waarschijnlijkheid is dit het enige houdbare economische model op de lange termijn.”

Van scheerapparaat naar Senseo

Van Gansewinkel is nu al in staat om zo’n 75 procent van de afvalstromen een tweede leven te geven als grondstof of in een toepassing als groene energie. Recycling leidt in praktisch alle gevallen tot CO2–reductie, aangezien het winnen van natuurlijke grondstoffen vaak meer energie kost dan het re- en upcyclen van materialen.

Sondag: “Door te voorkomen dat iets afval wordt pakken we dus de grondstoffenschaarste én de klimaatverandering aan.”

Het bedrijf levert inmiddels plastics aan Philips voor de Senseo. Geen virgin materials, maar grondstoffen die gemaakt zijn uit oude Philips-producten. Voor Auping zamelt Van Gansewinkel oude matrassen in en levert na recycling de grondstoffen terug om er nieuwe matrassen van te maken.

“Een dergelijk terugname- en recyclesysteem hebben we ook met Luxaflex opgezet. Wij doen het al volop, maar het moet op grote schaal gebeuren.”

Bruto Onttrokken Waarde

Om die schaalgrootte te bereiken is echter een heel andere economische organisatie nodig, een circulaire economie. “Het begint allemaal bij het ontwerpen van producten. Door de juiste grondstoffen en materialen te kiezen,” zegt Sondag, “en deze op de juiste manier in elkaar te zetten, kan het na gebruik weer als ‘voedsel’ dienen voor de kringloop.”

Het kabinet streeft naar een recyclingpercentage van 83 procent in 2015. Sondag ziet kansen voor de BV Nederland om te investeren in nieuwe scheidings- en opwerkingstechnologieën. Maar het is niet alleen de techniek die nog een hindernis vormt. “Recycling van grondstoffen moet niet alleen technisch kunnen, er moet ook vraag komen naar die gerecyclede grondstoffen. Die komt er onvoldoende zolang virgin materials goedkoper zijn.”

“De cirkel sluit pas echt als we afspraken maken over minimale hergebruikpercentages,” vervolgt Sondag. “Nieuwe producten moeten dan voor een substantieel deel uit gerecyclede materialen bestaan. Zoals de voedingswaarden op levensmiddelen staan, zo kunnen producten worden voorzien van een grondstoffenetiket. De consument kan dan zelf kiezen.”

Daarnaast is het ook interessant een prijsprikkel te ontwikkelen voor hergebruik. “Ik denk aan een BOW-tarief voor producten: de Bruto Onttrokken Waarde,” aldus Sondag. “Hoe meer natuurlijke grondstoffen uit het milieu zijn onttrokken, hoe hoger het tarief. Geen nieuw plan, overigens. Wijlen managementgoeroe Eckart Wintzen opperde dit jaren geleden al.”

Niet langer een linkse hobby

Sondag is één van de sprekers op het duurzaamheidscongres Green Today. “We zitten op dit moment in een economische dip die eigenlijk al een jaar of drie aanhoudt. Desondanks blijft duurzaamheid op de strategische agenda van ondernemingen staan. Dat betekent in mijn ogen dat duurzaamheid niet langer gezien wordt als een ‘linkse hobby’ maar als een instrument dat bijdraagt aan risicobeheersing.”

Dit zal ook de boodschap zijn op Green Today. “We staan voor een fantastische mogelijkheid om de afhankelijkheid van grondstoffen om te buigen in nieuwe business-kansen.”

Foto: WTC-E

'Duurzaamheid heeft een John F. Kennedy nodig' (Rens Knegt, Eneco)

Rens Knegt werkt, op een tweejarig Arubaans avontuur na, sinds 2000 voor het energiebedrijf. “In 2007 hebben we onze strategie bepaald. Toen we gingen rekenen bleek dat duurzaamheid een concurrerende en gezonde business case bood.”“Op lange termijn is verduurzaming een must, het is de enige oplossing. Als de inwoners van China en India zelfs maar de helft van onze westerse welvaart zouden bereiken, gaat het al mis. Daarvoor zijn nooit genoeg grondstoffen,” beweert Knegt. “Als wij het niet doen, hoe kunnen we dan verwachten dat zij het wél doen?”Eneco heeft de duurzame ambitie in daden omgezet. “Als enige van de drie grote energieleveranciers leveren wij nu aan al onze 2,1 miljoen particuliere- en MKB-klanten groene energie,” vertelt Knegt.Over de grenzenDe ambities van Eneco stoppen niet bij de grens. Begin november werd bekend dat het bedrijf het laatste deel van de SDE-subsidie 2011 voor windenergie op zee krijgt, een bedrag dat de komende 15 jaar, afhankelijk van de elektriciteitsproductie, oploopt naar bijna een miljard euro. Voor dit geld bouwt Eneco een nieuw offshore windmolenpark van 129 megawatt. Het park kan 135 duizend huishoudens van elektriciteit voorzien.Van de ‘grote drie’ energieleveranciers heeft Eneco met voorsprong het meeste vermogen om duurzame elektriciteit op te wekken. Dit terwijl Eneco met een omzet van €4,9 miljard in 2010 de kleinste is van de drie. Ruim 86 procent van de omzet komt uit windenergie.De duurzame strategie heeft succes. “We doen steeds meer met duurzame projecten en onze klanten waarderen dat,” aldus de directeur. “Onze marktpositie is niet op prijs gericht, maar op service en duurzaamheid. We gaan niet flirten met kolen en kernenergie; we focussen ons puur op duurzame bronnen.”Nu lonkt het buitenland. In België wekt Eneco momenteel 100 megawatt windenergie op, wat in de nabije toekomst naar 555 megawatt oploopt. Na de zakelijke markt vanaf 2004, levert Eneco nu ook groene stroom aan de Belgische consument.In Schotland draait al een windpark van 17 megawatt en er is een park van 51 megawatt in aanbouw. Het offshore project Navitus Bay moet met 900 megawatt de echte klapper gaan worden. Over enkele jaren start de bouw voor de Engelse kust. Met deze productiecapaciteit bezint het bedrijf zich ook op een entree op de Engelse markt. “Een eigen klantenbestand in Engeland is aantrekkelijk,” filosofeert Knegt.Nieuwe verdienmodellenDe stap naar duurzaam betekent ook een verandering in de bedrijfsvoering. “Zon heeft geen locatieprobleem, kijk hier uit het raam en je ziet overal daken,” denkt Knegt hardop. “Eneco wil niet alleen een centrale speler zijn, we willen ook lokaal voor oplossingen zorgen.”Dit uit zich in het motto ‘Duurzaam, decentraal, samen.’ Het verdienmodel van centraal opgewekte energie verschuift naar een decentraal model van totaaloplossingen.“We lichten bijvoorbeeld een huis of een gebouw door en geven advies over de beste duurzame oplossingen. Modernisering van de warmte- en koudevoorziening is daarbij een belangrijk onderwerp,” vertelt Knegt. Dit kan bijvoorbeeld via warmte-koudeopslag, een techniek waarbij energie uit de bodem wordt gewonnen. “We werken daarbij samen met woningcorporaties, beleggers en gebruikers van utiliteitsgebouwen.”Geen subsidies voor duurzame energieIn oktober presenteerde minister Verhagen de Green Deal, een integraal plan om duurzaamheid in Nederland te stimuleren. Knegt ziet ruimte voor verbetering. “De overheid moet zich meer bewust worden van zijn positie als marktspeler. Nu moeten rijksgebouwen minimaal een C-label hebben. Wanneer ze hier minimaal A van maken zal de markt aardig worden opgeschud.”De overheid moet daarnaast helpen een gelijk speelveld te creëren. “Ik ben expliciet niet voor méér subsidies voor hernieuwbare energie. Maar er zouden minder subsidies voor fossiele brandstoffen moeten zijn,” vindt Knegt. “Neem de degressie in de energiebelasting: als een onderneming meer energie verbruikt, betalen ze minder belasting. De vervuiler wordt dus eigenlijk beloond, terwijl het zo moet zijn dat de vervuiler betaalt.”Man on the moon“In het bedrijfsleven is de drive voor verduurzaming aanwezig. Kijk maar naar DSM en Unilever bijvoorbeeld,” zegt Knegt. “Iemand als Paul Polman durft zijn nek uit te steken. Dat geldt ook voor onze CEO Jeroen de Haas.”“John F. Kennedy zei in 1961 dat de VS binnen een decennium een man op de maan zouden zetten. Iedereen lachte hem uit. Acht jaar later sprak Neil Armstrong zijn legendarische woorden.” Rens Knegt glimlacht. “Het heeft allemaal met visie, moed en ambitie te maken. Binnen twee decennia verwacht Eneco haar ‘Man on the moon’-ambitie te hebben gerealiseerd: duurzame energie voor iedereen. Betrouwbaar, betaalbaar en schoon.”Foto: Eneco