Bas Joosse 23 mei 2019, 15:07

Veolia en LC Packaging gaan big bags recyclen

Recyclingbedrijf Veolia slaat de handen ineen met distributeur LC Packaging om de afvalstromen van flexibele verpakkingen, big bags genaamd, nog verder terug te dringen. Gezamenlijk willen de partijen een circulaire loop creëren voor de verpakkingen.

Adobestock big bag transport

LC Packaging levert onder andere flexibele ‘big bags’ aan klanten. Bij consumenten zijn de grote zakken vooral bekend van zand en grond dat erin vervoerd wordt, maar LC Packaging levert de zakken ook voor andere toepassingen, bijvoorbeeld in de petrochemische industrie en de voedselindustrie.

Dit jaar is een tweede productielocatie geopend om aan de groeiende vraag te voldoen. De recycling van de big bags vond altijd plaats in China en Vietnam, maar die hebben de grenzen gesloten. Daardoor is er wereldwijd te weinig capaciteit om aan de recyclevraag te voldoen. Door samenwerking willen de partijen meer capaciteit creëren.

“Ons doel is het verminderen en opnieuw gebruiken van het afval dat bij onze productie vrijkomt. Op onze productielocaties recyclen we nu al 80 procent van al ons productieafval. Met een speciale service zijn we in staat om bepaalde types big bags zes keer opnieuw te gebruiken”, stelt Lucas Lammers, CEO van LC Packaging.

Inzameling en recycling

In de samenwerking wordt Veolia verantwoordelijk voor het inzamelen en recyclen van de gebruikte verpakkingen. “Met onze expertise in het upcyclen van plastic geloven we dat we samen met LC Packaging significante stappen kunnen zetten”, zegt Roger Beuting, directeur business development van Veolia. "Als big bags op de juiste manier ontworpen, geproduceerd en gerecycled worden, wordt het een circulair product", stelt Beuting.

Het recyclingbedrijf werkt al langere tijd aan een circulaire economie in diverse sectoren. Zo worden bijvoorbeeld in Frankrijk zonnepanelen gerecycled en wordt er samen met Unilever gewerkt aan een circulaire economie voor plastic.

Bron: Veolia | Afbeelding: Adobe Stock

Energietransitie en biodiversiteit: van tegenstelling tot oplossing

Nederland zit middenin een energietransitie. In 2050 moet de uitstoot van broeikasgassen per saldo nul zijn. Dat betekent dat tegen die tijd ook alle woningen CO2-neutraal moeten zijn. De Alliantie, met als kernwerkgebied metropoolregio Amsterdam, Hilversum, Almere en Amersfoort, timmert daarom al hard aan de weg. Vorig jaar waren er al ruim 6.000 van 57.000 woningen door de organisatie verbeterd en verduurzaamd. In 2023 zal dat volgens het Ondernemingsplan 2019 van de Alliantie drie keer zoveel zijn.Ton Klaver is als senior adviseur Meerjarenplan bij de Alliantie nauw betrokken bij alle verduurzamingsprojecten. Hij houdt zich bezig met de begrotingen voor onderhoud en meerjarige investeringen. “Aan de hand van de kosten en praktische overwegingen zoals wanneer er onderhoud moet plaatsvinden bepalen wij wanneer woningen energetisch verbeterd worden”, licht Klaver toe.Wet natuurbeschermingOm over dertig jaar een CO2-neutrale woningvoorraad te hebben is het noodzakelijk dat de verduurzamingsprojecten worden uitgevoerd. Regelgeving rondom natuurbescherming kan dergelijke projecten echter vertragen. “Veel woningcorporaties worstelen om beschermde soorten (bijvoorbeeld huismussen en dwergvleermuizen) een plaats te geven in hun verduurzaamde woningen. Dit terwijl de Wet natuurbescherming juist aangeeft dat leefgebieden en nesten van deze soorten terug moeten komen. Dat maakt het een ingewikkelde puzzel”, legt Kampers uit.Regelgeving rondom natuurbescherming kan projecten vertragenKlaver herkent dit dilemma. “We hebben natuur heel hoog in het vaandel staan. Vroeger werd er nog wel eens een nestje opzij geschoven maar het bewustzijn onder collega’s is inmiddels enorm gegroeid. Dat komt omdat het belang van de natuur breed in de organisatie wordt uitgedragen.” Desondanks merkt Klaver ook dat de Wet natuurbescherming soms tot de vertraging van projecten kan leiden. Hogere kosten zijn daar een gevolg van. Bovendien kan geen enkele woningcorporatie, met het oog op de enorme verduurzamingsopgaven, vertraging gebruiken.Lange proceduresOnderhoud- en renovatieprojecten mogen geen schade toebrengen aan beschermde diersoorten en planten. Daarom wordt er voorafgaand aan elk project een natuuronderzoek uitgevoerd. Daarbij wordt vastgesteld of er mogelijk gebouwbewonende beschermde diersoorten aanwezig zijn. Als dit het geval is moet er een ontheffing worden aangevraagd bij de gemeente of provincie. Het verkrijgen van de ontheffing kan maanden in beslag nemen.“Voor het aanvragen van de ontheffing moet eerst soortgericht onderzoek uitgevoerd worden. Simpel gezegd moet er gekeken worden welke en hoeveel beestjes er zitten en welke maatregelen er getroffen moeten worden om deze te beschermen. Hetzelfde geldt voor de planten”, legt Klaver uit. Als er per complex een ontheffing aangevraagd wordt, kost dat de woningcorporatie enorm veel tijd en geld. “Tegen de tijd dat we aan de slag mogen kunnen we alweer een jaar verder zijn.”SMP en biodiversiteitWat is de beste aanpak om op een programmatische manier woningen te verduurzamen en daarmee bij te dragen aan de energietransitie én ook aan de regelgeving voor natuurbescherming te voldoen? Het is een uitdaging waar elke woningcorporatie voor staat. Arcadis ontwikkelde daarom het zogenoemd ‘Soortmanagementplan flora en fauna’ (SMP). Daarmee worden soorten niet per gebouw maar juist voor een heel gebied zoals buurten, wijken of gemeenten geïnventariseerd. Op basis van deze brede inventarisatie wordt een maatregelenplan opgesteld en een gebiedsontheffing aangevraagd voor alle panden in het onderzochte gebied.Het soortmanagementplan heeft een positieve impact op de biodiversiteit“Het SMP brengt natuurbescherming in Nederland weer terug naar de geest van de Wet, namelijk het verbeteren van de biodiversiteit op gebiedsniveau”, vertelt Kampers. “Soorten zoals de gierzwaluw leggen bijvoorbeeld enorme afstanden af tussen het gebied waar ze voedsel zoeken en hun nesten. De traditionele manier waarbij per gebouw soorten worden geïnventariseerd en daarop een ontheffing wordt aangevraagd helpt soorten zoals de gierzwaluw dus niet.”Een monitoring in Groningen laat de positieve impact van het SMP op biodiversiteit zien. Zo brengt het SMP volgens Kampers op meer plaatsen nesten en andere verblijven van beschermde diersoorten in kaart dan de traditionele manier van onderzoeken. “Voor elke vier verblijven die je traditioneel zou beschermen, vinden we er met het SMP vijf. Dat is een stijging van 25 procent.” KostenbesparingenIn de gemeente Hilversum heeft de Alliantie het SMP al voor ruim 6.000 woningen toegepast. “Aan de hand van bekende gegevens zoals vogeltellingen en natuuronderzoek is in kaart gebracht welke dieren aanwezig zijn en welke soorten voor bescherming in aanraking komen”, vertelt Klaver. “De uitkomsten zijn ingediend bij de provincie, die vervolgens een ontheffing voor het hele gebied verstrekte.”Beter plannen, lagere risico's en kostenbesparingenDeze manier van werken levert volgens Klaver niet alleen voordelen voor de biodiversiteit op. “Doordat we de natuurbescherming nu op gebiedsniveau aanvliegen kunnen wij beter plannen en zijn onze risico’s lager. Bovendien levert deze aanpak kostenbesparingen op.” Klaver kan nog niet zeggen hoe hoog de besparingen zijn omdat de organisatie nog bezig is om deze te berekenen.Uiteraard hangt het van het aantal woningen in een gebied af hoe rendabel het is om het SMP als oplossing in te zetten. “Voor Hilversum werkte het in ieder geval zo goed dat we het nu ook bezig zijn om in Huizen, Blaricum en Amersfoort een SMP op te stellen”, zegt Klaver. Ook in andere steden zijn de voordelen al bewezen. In Den Haag werkte de gemeente bijvoorbeeld samen met vijf woningcorporaties om middels het SMP een wettelijke ontheffing te krijgen.Kampers geeft aan dat in vergelijking met de traditionele manier van werken het SMP ‘een iets grotere voorinvestering vraagt’. “Dat is logisch want je onderzoekt immers een groter gebied en meer gebouwen. Onze ervaring is dat je de voorinvestering er bij acht vastgoedobjecten die verduurzaamd moeten worden eruit hebt. Bij meer gebouwen ga je, omgerekend per gebouw, kosten besparen. En voor grootschalige verduurzamingsoperaties zoals die van de Alliantie kunnen de besparingen aardig oplopen”, stelt Kampers.Verduurzaming vastgoedOm aan de doelstellingen van het Klimaatakkoord te voldoen moeten vastgoedeigenaren vol aan de slag met de verduurzaming. Een behoorlijke kluif voor woningcorporaties die binnen een kort tijdsbestek op grote schaal moeten verduurzamen. Daar kwam tot voor kort bij dat de regelgeving omtrent natuurbescherming de opgave aanzienlijk kan vertragen. Dankzij het SMP is volgens Klaver en Kampers de tegenstelling tussen de opgave van verduurzaming en het voldoen aan de Wet natuurbescherming echter verdwenen en is het mogelijk om snel, efficiënt en met minder risico en kosten verduurzamingsmaatregelen te treffen.Foto: Adobe Stock