Marysa van den Berg 28 juli 2022, 08:00

Vijf kledinggrondstoffen die slecht zijn voor de natuur

De kledingindustrie draagt meer bij aan milieuvervuiling en de vernietiging van leefgebieden dan je misschien denkt. Hoe zit dat?

Adobe Stock vrouw werkt op een katoenveld Voor één katoenen shirt is soms al 2700 liter water nodig. | Credits: Adobe Stock

Een nieuwe jas, T-shirt of jurk nodig? Na het lezen van dit artikel zul je daar misschien wat langer over nadenken. Veel kledingstukken die van natuurlijke materialen zijn gemaakt, zijn allesbehalve duurzaam. Wij zetten vijf grondstoffen voor je op een rij die slecht zijn voor dier en milieu.

1. Overbegrazing voor kasjmier

Een kasjmiertrui is voor sommigen een must in de kast. Steeds meer mensen willen het dan ook. Dat kan dankzij de enorm toegenomen productie ervan in landen als Mongolië, maar dat heeft een groot nadeel. De graslanden worden nu overbegraasd door kuddes geiten, waarvan de ondervacht wordt gebruikt voor de kasjmierproductie. Deze overbegrazing is voor circa 80 procent verantwoordelijk van de degradatie van de steppen. Terwijl deze steppen juist het leefgebied zijn van veel bijzondere dieren is, waaronder de sneeuwluipaard, de steppevos en de bobakmarmot.

2. Via de wasmachine naar de zee

Een synthetische trui dan maar kopen? Ook dat is geen beste keus. Ongeveer een derde van alle microplastics gevonden in zee is afkomstig van door mensen gemaakte kleding. Dat gaat jaarlijks om 2,2 miljoen ton. De belangrijkste route: je eigen kledingwas. Polyester-, nylon- en acrylvezels belanden via het afvalwater van de wasmachine in rivieren, die het vervolgens weer naar zee brengen. Dit soort vezels – waar ook nog vaak giftige chemicaliën in zitten – zijn al aangetroffen in onder meer krabben, kreeften, vissen, schildpadden, pinguïns en zeehonden. Het zit zelfs in ons eigen eten.

3. Kunstzijde en ontbossing

Opgelost houtpulp is de basis voor viscose en rayon, de grondstof voor kunstzijde. Het probleem is dat die pulp vaak afkomstig is van bossen die al bedreigd zijn. De bomenkap voor kunstzijde neemt zelfs toe in Indonesië, Canada en het Amazone-regenwoud. De biodiversiteit neemt daardoor af. En dan hebben we het er nog niet eens over de bomen zelf, die een koolstofdioxide-afvangende werking hebben. Het dragen van kunstzijde draagt dus rechtstreeks bij aan ontbossing en de gevolgen daarvan.

4. Waterslurpende katoenindustrie

Is katoen dan een optie? Helaas is een door de natuur gemaakte grondstof niet automatisch ook duurzaam. Bij de verwerking van katoen door de kledingfabriek wordt een enorme hoeveelheid water gebruikt. Voor één shirt vaak al 2700 liter! Dat helpt niet bepaald als je bedenkt dat er al een tijdje een flink zoetwatertekort is in sommige delen van de wereld. In Kazachstan is bijvoorbeeld hierdoor mogelijk al het Aralmeer deels verdwenen en daarmee alle soorten die er leefden.

Lees ook: Waarom is slechts 1 procent van alle katoen biologisch? Rob van den Dool van Yumeko legt het uit

5. Fast fashion op de afvalhoop

De modewereld lijkt steeds sneller te willen gaan. Kledingwinkels wisselen in hoog tempo hun oude collecties in voor nieuwe, soms zelfs meermaals per week. Jaarlijks worden ongeveer 100 miljard nieuwe kledingstukken gemaakt, maar een groot deel ervan belandt niet of nauwelijks gedragen op de afvalhoop. Deze trend van fast fashion geeft daarom een enorme koolstofdioxide-afdruk op onze planeet. Want bij het fabriceren van deze kleding komen broeikasgassen vrij. Om maar niet te spreken over chemicaliën die in de bodem, lucht en het water belanden.

Lees ook: Fast fashion-merk H&M scoort beste op leefbaar loon. Hoe kan dat?

Wat mag wel?

Na dit verhaal gelezen te hebben, vraag je je vast af: wat kan ik dan nog wel aantrekken of doen om niet bij te dragen aan deze kwalijke aspecten van kledingindustrie? Er zijn kledingmerken die op duurzame wijze viscose, katoen of kasjmier produceren. Een kledingwas draaien kan ook in een speciale waszak die minder vezels doorlaat. En kledingstukken van hogere kwaliteit kopen, zodat ze langer meegaan, helpt ook al enorm.

Lees ook: Bij deze ‘valse claims’ voor kleding moeten je alarmbellen afgaan

Ventilatie op scholen nog niet goed geregeld


Goede ventilatie en verduurzaming, je zou het twee kanten van dezelfde medaille kunnen noemen. Betere isolatie betekent minder kieren en dus een grotere noodzaak van toe- en afvoer van schone lucht. Bij slechte ventilatie gaat het raam vaker open, terwijl de verwarming staat te loeien. Het is een probleem waar vooral scholen mee te maken hebben. Want met veel kinderen in een klaslokaal laat de luchtkwaliteit nogal eens te wensen over. Het CO2 gehalte kan zelfs tot gevaarlijke hoogtes stijgen. Eind vorig jaar bleek dat maar liefst drie op de tien scholen niet aan de ventilatienormen uit het Bouwbesluit voldeed. Dat zijn 2500 scholen. Vooral in schoolgebouwen ouder dan dertig jaar bleek het binnenklimaat ongezond. Ventileren betekende hier vooral het openzetten van ramen en deuren. Lees ook: In dit gebouw zit de ventilatie in de vloer Op Scholengemeenschap Willem Blaeu in Alkmaar weten ze daar alles van. “Als leerlingen een uur in een lokaal hebben gezeten hangt er een muffe lucht. Na de les moesten alle ramen even tegen elkaar open. En als de ventilatie moet komen van een open raam, dan is dat ongezond.” Aan het woord is Jan Smits, hoofd facilitair van scholengemeenschap Willem Blaeu. Smits werkt al bijna 40 jaar op deze locatie en was jaren geleden al de initiatiefnemer van het verbeteren van de ventilatie.Warmte terugwinnenZijn school is in 1973 gebouwd en voldoet dus aan de ventilatie-eisen van het bouwbesluit dat destijds gold. En dat is volgens Smits ‘net voldoende om niet dood te gaan’. Daar moest dus wat aan gedaan worden. “Toen we gingen verbouwen had ik als voorwaarde dat er goede ventilatie moest komen. Door het installeren van ventilatie met warmteterugwinning hebben we een enorme sprong vooruit gemaakt. Voor de leerlingen en docenten was dat een must.” Volgens Smits moet de lucht in school gewoon schoon zijn. “Ventilatie is een voorwaarde. Leerprestaties gaan omhoog door frisse lucht.” Om de luchtkwaliteit in de hele school te meten besloot Smits uit eigen beweging CO2 meters op te hangen in verschillende lokalen. Zo kwam aan het licht dat de problemen vooral in de kleinere lokalen en aan het einde van de les ontstonden. “Dan zagen we waarden van 1300 of 1400 ppm. Dat is ongezond.” “Luchtkwaliteit is verdeeld in drie klassen”, legt Ron Apeldoorn uit. Hij is solution engineer bij EQUANS, voor heen ENGIE services. Met de campagne “ventilatie in gebouwen” helpt de technische dienstverlener onderwijsinstellingen bij het verbeteren van hun ventilatie. Equans schreef er zelfs een whitepaper over. “Het gaat dan om de hoeveelheid CO2 per eenheid. Klasse A is tot 850 ppm. Dat is gezond. Klasse B is 950 ppm. Boven de 1200 ppm is ronduit ongezond.” Bij scholengemeenschap Willem Blaeu installeerde Equans een ventilatiesysteem in het laatste deel van het schoolgebouw. Omdat dit per lokaal gebeurde hoefde niet de hele vleugel afgesloten te worden. Volgens Apeldoorn is het voor scholen goed om uit te zoeken wat het probleem per lokaal is. “Want dat kan verschillen. Het hangt af van de afmetingen van de ruimte en de hoeveelheid kinderen in de klas. Wij meten dat op en geven de school binnen twee of drie weken een advies.” Hoe lang het vervolgens duurt om de ventilatiesystemen te installeren hangt af van de levering van materialen, waaraan een chronisch tekort is in de sector. Maar dat betekent niet dat er niks gedaan kan worden benadrukt Apeldoorn. “We starten gewoon met wat wel al mogelijk is.” De prijs van ventilatie Als ze daar tenminste voldoende budget voor hebben gereserveerd. Want het installeren van een goed ventilatiesysteem is een forse investering. Een gemiddeld ventilatiesysteem kost 15.000 euro per lokaal. Om op alle scholen de ventilatie goed te regelen, is naar schatting 1,6 miljard euro nodig. Het vorige kabinet stelde hiervoor 360 miljoen euro ter beschikking. Gemeenten kunnen dat geld gebruiken voor 30% van de kosten. De rest moeten scholen zelf opbrengen. Om ook de tweede verdieping goed te kunnen ventileren investeerde Smits maar liefst 170.000 euro. “Dat is best veel voor een school”, zegt Smits. De installaties die Equans bij Scholengemeenschap Willem Blaeu heeft opgehangen passen de mate van ventilatie automatisch aan op de hoeveelheid CO2 in de ruimte. “Zodra er meer volk het lokaal binnenkomt en de ppm toenemen gaat het systeem harder draaien”, zegt Smits. Daarmee vormkomt het apparaat dat de grenswaarde van 850 ppm bereikt wordt. Het systeem verplaatst alleen lucht als het nodig is. Als er maar weinig mensen zijn en de hoeveelheid ppm dus laag is schakelt het automatisch naar een lagere stand. Daardoor verbruikt het apparaat minder energie en is dus duurzaam. Het grote voordeel is dat deze lokalen nu permanent frisse lucht hebben. En de ramen hoeven nu niet meer open. Toch gebeurt dat nog wel veel. “Dat is een gewoonte. Dus aan de energierekening merken we het nog niet zo.”