Romy de Weert 03 november 2021, 15:16

Waarom is slechts 1 procent van alle katoen biologisch? Rob van den Dool van Yumeko legt het uit

De komende maanden spreken wij directeuren en andere beslissers over de kansen en uitdagingen van de toekomsteconomie. Dit keer: Rob van den Dool, CEO en oprichter van bed- en badgoedproducent Yumeko. “Ondernemers móeten inzien dat hun bedrijf een instrument is waarmee ze de wereld beter kunnen maken.”

DSC 2914

Wat doet Yumeko om de klimaatdoelen van Parijs te halen?

“De textielindustrie is enorm vervuilend. Zo wordt 25 procent van alle bestrijdingsmiddelen wereldwijd gebruikt in de katoenteelt, er is veel droogte door de water slurpende katoenplanten en het merendeel van de arbeiders krijgt geen eerlijk loon. Vanuit deze feiten zijn we begonnen met Yumeko. We gebruiken het bedrijf om de wereld op een positieve manier te veranderen: change the world sleeping.

Zo’n 75 procent van al het katoen op de wereld wordt ‘vuil’ geproduceerd: er worden veel chemicaliën en kunstmest gebruikt en slechte salarissen betaald. Van die overige 25 procent is 24 procent katoen met het Better Cotton Initiative (BCI) of een vergelijkbaar certificaat, waarvoor boeren minder gif moeten gebruiken dan normaal. Die ene procent die overblijft is biologisch katoen en alleen dát is écht duurzaam. Ons bed- en badtextiel maken wij alleen van biologisch katoen met het GOTS- én Fairtrade certificaat, zodat we weten dat ook de boeren een eerlijk loon krijgen. We recyclen het dons uit de dekbedden en de volledige matrassen, en maken van de snijresten in de fabriek badjassen of haarhanddoeken. En we werken aan circulair katoen, maar dat is nu nog ontzettend lastig.

We weten dat katoen enorm veel water nodig heeft om te groeien, ook al is het biologisch. Daarom blijven we experimenteren met alternatieve materialen. We hebben al prachtig linnen beddengoed, met slechts 10 procent van de footprint van katoen. We maken een mix van katoen en Tencel, dat is boombast van eucalyptus, en kijken naar het gebruik van zeewier, brandnetels en hennep. Al deze materialen hebben een veel lagere footprint dan katoen. Zo hebben we plaids ontwikkeld van Nederlands wol, van een grazende kudde schapen in Brabant. Die wol zou anders weggegooid worden, want dat is wat er gebeurt met meer dan 90 procent van alle Nederlandse wol. Terwijl het prachtig, lokaal materiaal is.”

Liever luisteren? Rob van den Dool was onlangs te gast in onze podcast Change Short Stories:

Welke bijdrage gaan jullie de komende jaren leveren aan de toekomsteconomie?

“Als we het over de nieuwe economie hebben, denk ik aan biodiversiteit, goede arbeidsomstandigheden, en dierenwelzijn. Daarom hebben wij een theory of change met drie elementen: create, inspire en transform. We willen eerlijke, ethische ketens creëren waarbij we allemaal bijdragen aan die nieuwe economie. Dat is al aardig gelukt: we hebben zo’n 90 procent van onze keten in beeld gebracht. Daarnaast moeten we mensen blijven inspireren om duurzaam te leven en ze bewust te maken van alternatieven in de sector. Ik geef regelmatig gastcolleges op hogescholen en universiteiten. Ik ben blij om te zien dat veel studenten net als ik de wereld willen veranderen. En we kunnen niet anders: ondernemers móeten inzien dat hun bedrijf een instrument is waarmee ze de wereld beter kunnen maken.”

“Zoals ik al zei is slechts 1 procent van al het katoen biologisch. Naar verwachting ligt dat percentage over tien jaar op 2 procent. Dat heeft met een aantal dingen te maken: bedrijven willen niet over naar GOTS-gecertificeerd katoen, omdat het duurder is. Aan de andere kant is het niet aantrekkelijk voor boeren om over te stappen naar biologisch boeren. Je mag het katoen de eerste drie jaar niet biologisch noemen, omdat er nog kunstmest en pesticiden in de aarde kunnen zitten. Dat betekent dat boeren geen incentive hebben om over te gaan naar biologisch. Wij ontwikkelen nu daarom een nieuw Yumeko label: farmers in conversion. Daarbij krijgen boeren die overstappen naar biologisch katoen meteen de hoofdprijs, ook al zijn ze nog niet officieel over. Dan is er eindelijk een reden voor een boer om over te stappen naar biologisch. En zitten we over tien jaar hopelijk niet op 2, maar 10 procent biologisch katoen.”

Waar liggen de grootste uitdagingen voor de komende jaren?

“We maken enorm lekker, luxe beddengoed van biologisch katoen. In luxe beddengoed gebruiken we vergeleken met gewoon beddengoed veel langere draden, dat noemen we lange vezels. Daardoor krijg je dat extreem zachte gevoel. Veel kleding zoals spijkerbroeken en polo’s zijn gemaakt van korte vezels. Op het moment dat je die gaat recyclen en die vezels gaat versnipperen worden het allemaal korte vezels. Van gerecycled katoen kunnen wij daarom heel weinig maken dat ook van die hoge kwaliteit is. Maar we zijn er wel mee bezig; zo kijken we met de Postcode Loterij en Stichting Doen naar het gebruik van enzymen bij het recycleproces.

Op dit moment zijn we actief in Nederland, Duitsland en België, maar we willen blijven groeien in alle landen. Want groei is impact. Daarmee willen we consumenten en het bedrijfsleven laten inzien dat dit businessmodel werkt. Want dat is voor veel ondernemers de vraag: kun je wel geld verdienen met duurzaamheid? Wij zijn het voorbeeld, net zoals de Tony Chocolonely’s en de Doppers.”

Dit artikel is onderdeel van een reeks interviews met directeuren en andere beslissers over hun impact op de toekomsteconomie. Eerder spraken wij Piet Jan Heijboer van Croonwolter&dros, René Raaijmakers van Groendus en Kef van Helbergen van Compass Group. Benieuwd naar hun verhalen? Lees ze hier.

Zeewier om CO2 uit de lucht te halen en andere manieren om het klimaat te redden

De voordelen van zeewier Zeewier is een alleskunner: het is eetbaar, je maakt er cosmetische producten van, het kan als biomassa dienen én het neemt veel CO2 op terwijl het groeit, net als andere planten. Dat laatste is waar een Noors investeringsfonds, opgericht door SINTEF (het TNO van Noorwegen) interesse in heeft. Er is een heleboel oceaan, en als je daarin veel zeewier kweekt haalt dit een boel CO2 uit het water - waarna het water weer meer CO2 op kan nemen uit de lucht en de hoeveelheid broeikasgassen in de atmosfeer daalt. Lees ook: In Nederland moet de industrie zelf CO2-opslag gaan regelen, met geld van de overheid Er is alleen een probleempje: het moment dat het zeewier doodgaat en rot, komt de opgeslagen CO2 weer vrij. Ook als vissen of mensen het eten komt er broeikasgas vrij. Dus bedacht men in Noorwegen een manier om de CO2 in de zee te houden: je laat het zeewier afdalen naar de diepzee. De diepere lagen van de oceanen (meer dan een kilometer diep) mengen niet met de bovenste lagen. Door het zeewier daar neer te leggen en te laten rotten blijft de CO2 in de diepzee en kan het geen kwaad doen in de atmosfeer. Het eerste zeewier ligt nu al in zee, vlakbij Trondheim. 21 miljoen kronen Een ingenieus plan, en het is pas het eerste als het aan SINTEF ligt. De organisatie investeert zelf 21 miljoen Noorse Kronen (2 miljoen euro) in het fonds en vraagt externe partijen om mee te doen. De eerste is al binnen: een Noorse bank doet voor een onbekend bedrag mee in het fonds. SINTEF onderzoekt ook andere manieren om CO2 af te vangen. Bijvoorbeeld door de as van afval CO2 te laten absorberen en er vervolgens ‘betonblokken’ van te maken, die het CO2 vasthouden. Nog een gek idee: de oceanen ‘wassen’, en zo CO2 uit het water halen, waardoor de zeeën weer meer CO2 uit de lucht opnemen. Biomassa op de bodem Deze technieken staan nu nog in de kinderschoenen, dus het is aan het SINTEF om te kijken of het kan werken. Maar het zeewier werkt wél, dat weten ze zeker. Het enige vraagteken is de impact op de zeebodem, als er plotseling tonnen rottend zeewier worden gedumpt. Die impact wordt de komende maanden onderzocht. CO2 vastleggen in biomassa kan, maar CO2 onder de grond opslaan lijkt niet goed te werken. Waarom niet?